Onbekend's avatar

Over Crazy Birder

Gedreven door natuur!

Er zit een kleine beer in Wellen

Rups kleine beer – 9 december 2025 – Foto: Renilde

Deze foto zag ik voorbijkomen op waarnemingen.be. Een rups midden in de winter? Klopt dat? Jazeker, het kan zo maar gebeuren dat je zelfs in deze koude winterdagen een rups kan tegenkomen. Dan gaat het misschien om de kleine beer. Want deze mooie verschijning is ook in de koude maanden actief. Zelfs de vlinder zelf kan je nu zien rond

In tegenstelling tot de meeste vlinders, die overwinteren als ei, rups of pop, is de kleine beer vaak actief als volwassen nachtvlinder tijdens zachte winteravonden. Vooral op milde nachten, wanneer de temperatuur een paar graden boven nul ligt, kan hij rondvliegen. Bij strenge vorst houdt hij het rustiger en zoekt hij beschutting, maar zodra het weer het toelaat, komt hij weer tevoorschijn. Zo kun je hem soms al van late herfst tot vroeg in het voorjaar tegenkomen.

Kleine beer als vlinder (Foto: Pierre Vandersmissen)

Deze nachtvlinder is niet groot, maar wel stoer. Terwijl veel insecten zich diep verstoppen, laat de kleine beer zich juist in de koude maanden zien. En nóg opvallender is zijn rups. Want ook die is nu actief. Deze nachtvlinders hebben een lange en flexibele levenscyclus. Waar wij ooit geleerd hebben dat de volgorde vlinder, eitjes, poppen, rupsen en dan weer vlinders is. Trekt deze kleine kerel zich daar bitter weinig van aan. Zowel de vlinders als de rupsen proberen de winter door te komen. Die rups ziet eruit alsof hij een dikke, harige winterjas aan heeft, perfect tegen de kou. Niet voor niets wordt hij ook wel een “beerrups” genoemd.

De rups kruipt rustig rond op zoek naar voedsel, soms zelfs als er rijp of een dun laagje sneeuw ligt. Hij lijkt zich nergens druk om te maken, alsof hij weet dat hij later zal veranderen in een prachtige nachtvlinder. Een klein wondertje, midden in de winter.

Dus als je tijdens een winterwandeling iets ziet bewegen op de grond of tegen een boomstam, kijk dan goed. Misschien groet de kleine beer nachtvlinder je wel – of zijn rups, die dapper de kou trotseert en bewijst dat zelfs in de winter het leven nooit helemaal stilstaat.

De natuur zit toch vaak gek, maar altijd boeiend in elkaar.

Geknot begot

Opnieuw het geluid van kettingzagen in de Grote Beemd. Waarom in godsnaam? Wel, omdat het voor een aantal knotwilgen hoog tijd was voor een knipbeurt. Deze periode is het moment om zulke werken uit te voeren.

Maar je kan de natuur toch gewoon haar gang laten gaan? Een vaak gehoorde uitspraak van heel wat mensen die niet goed snappen waarom men in natuurgebieden ingrijpt. Wel, dat kan zeker. Maar dan weet je dat er na een paar decennia enkel nog bos zal zijn. Een keuze. Maar niet de keuze die Limburgs Landschap heeft gemaakt. Want een groot nadeel aan die keuze zou zijn dat je heel wat soorten kwijt raakt.

De natuur in Vlaanderen en bij uitbreiding zowat heel Europa is door de eeuwen heen volledig gemaakt door de mensheid. Hierdoor krijg je heel veel elementen die er van nature niet zouden gekomen zijn, maar waar de natuur wel gebruik van heeft gemaakt. Zo ook een rij knotwilgen. Overal in de beemd kom je ze tegen. Ooit aangeplant door de toenmalige eigenaar. Vaak om een grens aan te duiden. Maar vooral ook om er voordeel uit te halen. Elke 4 tot 5 jaar werden de takken er af gehaald. Voor het maken van stelen voor werktuigen, als materiaal voor omheiningen – die wij trouwens nu opnieuw hebben geïntroduceerd in de Grote Beemd – of gewoon brandhout. Door dit knotwerk kreeg je de typische vorm van de knotwilgen. Dikke stammen, vol met gaten en een mooie knot er boven op.

Die wilgenrij gaf dan weer plaats aan tal van soorten. De bekendste – eigenlijk de ambassadeur van alle knotwilgen – is zonder twijfel de steenuil. Hij is verweven met het landschap waar zulke bomen staan en maakt graag gebruik van de holen in zijn stammen. Maar de lijst van beestjes die daar van profiteren is eindeloos.

Daarom zijn wij blij dat de mensen van ‘Goed geknot’ dit toch vaak niet zo makkelijke werk willen doen. Met steun van Regionaal Landschap Haspengouw en Voeren. Want deze rij wilgen was dringend aan een knotbeurt toe. Ze allemaal tijdig onderhouden is bijna onmogelijk. Het zijn er in onze natuurgebieden echt heel veel. Knotwilgen waren daar zo te zien ooit heel populair. Toch doen wij ons uiterste best om de klus te klaren.

Deze rij kan alvast weer een aantal jaren verder. Hopelijk met het steenuiltje erbij.

Goed geplant

Neen, dit is geen aflevering van een programma rond tuinaanleggers die – voor mij dan toch – op een onbegrijpelijk makkelijke manier een tuin omtoveren naar een klein paradijsje. Neen, dit verhaal is veel beter dan dat. Want ik ging deze middag met een brede smile op mijn gezicht naar huis om mijn boterhammekes op te eten. Ik was net getuige van het enthousiasme van meer dan 50 kinderen die in de Grote Beemd kwamen helpen met de aanplant van een houtkant.

Het ging om de leerlingen van het 5de en 6de leerjaar van basisschool De Bron. Samen met hun leerkrachten kwamen ze een voormiddagje struiken planten. Soms wat scheef, soms niet diep genoeg, maar telkens met hun volle goesting. Ook al hingen hun schoenen – en bij sommige waren dat duidelijk geen laarzen – helemaal vol met de plakkerige leemgrond die we in onze beemd wel meer tegen komen. Het maakte niet uit. Het maken van de plantgaten was ook een hele opgave, maar ook dat sloeg hen niet uit hun lood. Zij slaagden er in om meer dan 1.000 plantjes in de grond te krijgen. De andere 1.000 zullen de ploegen van Limburgs Landschap met plezier de komende dagen een plekje geven.

Dankzij deze enthousiaste bende is er in de Grote Beemd weer een stukje biodiversiteit bijgekomen. Deze houtkant zal binnen een paar jaar de schuilplaats of broedplaats worden van heel wat soorten en vogeltjes. Ik hoorde de eerste zwartkop al zingen in mijn hoofd toen ik naar huis reed. Zijn liedje was een ode aan de natuurbeschermers van de toekomst. Want die zaten er zonder twijfel tussen.

Work in progress
Even overleggen
‘Potjaad’ aan de voeten
Ook de dames zetten hun beste beentjes voor (soms zelfs meer dan de jongens)
Planten, planten en planten…
Goed gewerkt!
De leerlingen van het 6de leerjaar met wat (gevraagde) gekke bekken
De enthousiaste bende van het 5de leerjaar

De kanarie van de Broekbeemd

Foto: Pieter Bex

Onlangs werden er in kader van het project Meetnetten zeggekorfslakken geteld in de Broekbeemd. Via deze tellingen wordt bijgehouden hoeveel van deze mini-slakjes er zitten in een vastgelegd aantal ‘plots’ – dit zijn vierkanten vastgelegd op kaart op steeds dezelfde plek en met juist dezelfde afmetingen. Op die manier kan men vrij snel zien of deze soort voor- of achteruit gaat.

Waarom is dit belangrijk?

Misschien eerst even de soort voorstellen. De zeggekorfslak is een kleine longslak uit de familie Vertiginidae. En klein moet je letterlijk nemen. Ze zijn amper 3mm hoog. Dan moet je weten dat zij de ‘grootste’ vertegenwoordigers zijn van hun familie. Hun schelpje is altijd rechtsgewonden en heeft vier tot vijf windigen. Je moet goede ogen hebben om dat te zien in het veld. De laatste winding is ongeveer 2/3de van de totale hoogte. Hét kenmerk om ze te herkennen blijken hun ‘tandjes’ te zijn. In de opening van het slakkenhuisje kan je er vier zien. Hun huisje is geelachtig bruin tot donkerbruin. Dat maakt het nog wat ‘leuker’ om ze in de plantengroei te ontdekken. Knappe kerel die deze kan tellen.

Maar dit piepkleine wezentje heeft een heel belangrijke taak. Zij werd door Europa aangewezen als een van de indicatoren van een gezond stukje natuur. Door hun kwetsbaarheid en specifieke leefomstandigheden kregen ze een vermelding op de Bijlage II van de Habitatrichtlijn, wat wil zeggen dat elke lidstaat van de Europese Unie – dus ook België en daardoor ook Vlaanderen – de plicht hebben om hun leefgebieden te beschermen en indien nodig herstellen. Als ze verdwijnen is er stront aan de knikker, zowel voor de verantwoordelijke overheid, maar vooral voor de natuur op die plek. Je kan het vergelijken met de kanaries die in kooitjes werden meegenomen in de koolmijnen om te waarschuwen voor giftige gassen. Alleen komt er hier geen kooitje aan te pas. De zeggekofslakjes zijn zo vrij als een… kanarie die niet in een kooitje zit.

1.876

Zeggekorfslakken leven uitsluitend in natte, kalkrijke moerasgebieden met een stabiele waterstand. Hun aanwezigheid getuigt van een natuurplekje met zeer hoge kwaliteiten. Een gezond, proper en ecologisch stabiel ecosysteem. Het zijn natuurtypes die in ons land en bij uitbreiding overal in Europa sterk onder druk staan. Verdroging, gewijzigd waterbeheer, vervuiling door overstromingen met vuil water, stifstofdepositie en versnippering zijn allemaal bedreigingen voor ons slakje en zijn leefomgeving. Waar ze nog voorkomen is het goed om toeven.

Nu bleek uit de laatste telling dat er toch wel wat zeggekorfslakken zaten. 1.876 om precies te zijn. Blijkbaar een heel hoog aantal. Want specialisten vroegen zich af of dit wel klopte. De teller van dienst was echter zeer formeel en liet weten dat zijn telling inderdaad zo hoog was. Een bewijs dat we in ons dorp – Wellen – een stukje natuur hebben liggen dat enorm waardevol en uniek is. En dat midden in het centrum van onze gemeente. Geweldig!

Boodschap

Ons kleine rechtsgewonden beestje wil ons duidelijk iets vertellen. Dit stukje natuur moeten we koesteren en met alle middelen die we hebben beschermen om het zo te behouden. Tja, dat lijkt toch logisch. Niet? Voor sommige mensen niet echt. Zo zijn er nog steeds voorstanders om dit gebied te gebruiken als een soort wachtbekken, net zoals de Grote Beemd. Niet alleen zou dit indruisen tegen de verplichtingen die Europa ons oplegt, maar het zou vooral een enorme blunder zijn. Dit gebied is totaal anders dan de Grote Beemd, waar dit wel kan.

Beide doelen kunnen trouwens perfect samengaan. Het beheer en de inrichting van de Broekbeemd – die uitgetekend is om een biotoop te creëren waar de zeggekorfslak en nog heel veel andere zeldzame en belangrijke soorten zich thuis voelen – is er op gericht om het veenpakket dat daar zit te bewaren en als het lukt ook te herstellen en uit te breiden. Hiermee maak je als het ware een enorme spons die veel meer water kan bergen dan een wachtbekken ooit zou kunnen. Door ons slakje te beschermen, bescherm je ook nog eens alle inwoners van de omliggende straten en veel verder tegen mogelijke overstromingen en wateroverlast. Dikke win-win!

Bedankt zeggekorfslak. Blij dat je in mijn team zit…

250 voetbalvelden

Ruim 30 jaar geleden kocht Limburgs Landschap vzw het eerste perceel natuur in de Broekbeemd. Ondertussen hebben we duidelijk niet stil gezeten, want deze maand hebben we de kaap van 125 ha natuur in beheer in de Herkvallei gerond. Een mooie prestatie.

Dit zijn 250 voetbalvelden! Hiervan is meer dan 70 ha in eigendom van Limburgs Landschap vzw en ongeveer 54ha in huur of beheer. De Broekbeemd is zo goed als volledig in eigendom van Limburgs Landschap vzw. In de Grote Beemd groeit dit elk jaar meer en meer aan. Partners wiens gronden worden beheerd komen onder andere van VMM, VLM, gemeente Wellen en OCMW Wellen. Zij dragen graag bij aan dit prachtige natuurgebied. Zo konden we jaar alweer 4 ha extra natuur aankopen.

Percelen in eigendom van de natuurorganisatie blijft nog altijd de beste manier om ze te beschermen. Want dan kunnen onze beheerders hun plannen om te gaan voor de hoogste natuurwaarde volledig uitrollen. Daarnaast worden ze ook nog eens opgenomen in het beheerplan en krijgen ze het statuut natuurreservaat. Hierdoor zijn alle planten, dieren en het landschap voor altijd beschermd.

‘Die natuurverenigingen hebben makkelijk kopen met al die subsidies’ is een opmerking die wij vaak horen. Inderdaad, als erkende natuurbeheerder krijgt Limburgs Landschap vzw steun vanuit de Vlaamse Overheid om gronden aan te kopen in vooraf afgebakende gebieden. Dat zij landbouwpercelen opkopen klopt dus niet, want hiervoor krijgen ze geen subsidies. Daarnaast is die steun gebonden aan heel wat regels.

Zo is de subsidie beperkt tot maximaal 80% van het aankoopbedrag. De rest moet Limburgs Landschap telkens bijleggen met eigen gelden. Ook kunnen zij niet onbeperkt bieden. Want hoe meer zij betalen, hoe minder subsidies zij krijgen. Boven een bepaald bedrag is dit zelfs nul euro. Dus de bewering dat de natuurverenigingen de prijs van de grond omhoog jagen klopt ook niet. Tenslotte moeten zij ook beloftes doen aan de Vlaamse Overheid rond het gebruik van deze gronden. Zo moet elk perceel binnen een aantal jaren worden opgenomen in een uitgebreid beheerplan type 4, natuurreservaat dus. Dat plan wordt stevig onder de loupe genomen door ANB (Afdeling Natuur en Bos) en elke 5 jaar moet er bewezen worden dat het werd uitgevoerd. Dan is er nog de openstelling. Elk natuurgebied dat op deze manier werd gerealiseerd moet opengesteld worden voor iedereen die er wil komen genieten van die mooie natuur. Logisch, want het werd voor een deel aangekocht met belastingsgelden, jouw centen dus.

Wij vinden die regels totaal geen probleem. Want het is onze missie om meer en betere natuur te realiseren in Limburg. In ons geval dus Wellen. En die laten we heel graag bewonderen door iedereen die dat wil.

Heb jij nog eigendom in de Herkvallei – Grote of Broekbeemd – en wil jij ook een steentje (perceeltje) bijdragen aan dit mooie project? Stuur dan gerust een persoonlijk bericht naar ons. Wij informeren je graag over de mogelijke manieren hoe dit kan.

Zeldzame stippen

Fotograaf: Christophe Istace
Vierentwintigstippelig lieveheersbeestje – 7 november 2025 – Grote Beemd

Gewoon een lieveheersbeestje? Ik denk het niet. Het alleen al ontdekken is een hele opgave. Niet alleen omdat het een zeldzame verschijning is. Maar ook door zijn formaat. Want dit insectje is slechts 3 tot 4 millimeter groot. Met op dat kleine lijfje maar liefst 24 stippen. Je kan hier alvast de test doen. Tel maar eens het aantal op het rechterschild en doe dat maal twee. Hier klopt de rekening, maar soms ook niet. Dit is om het wat ingewikkelder te maken. De kleur kan ook variëren. Van lichtgeel tot oranjerood. Naarmate het beestje ouder wordt – voor insecten gaat dit vaak over maanden en geen jaren – vervagen de stippen. Dan wordt het helemaal een ‘mission impossible’.

Lieveheersbeestjes worden vaak beschreven als de hoeders van bladluizen. Want die lusten ze wel. Alleen hoort deze soort niet tot die groep. Het zijn de vegetariërs onder de gestippelde wezens. Ze smullen liever van blaadjes van plantjes, schimmels op die planten of soms ook stuifmeel. Hierdoor kan je ze vooral aantreffen in vochtige graslanden. Iets waar we in de beemden geen gebrek aan hebben. Ze planten zich daar ook voort. Ze zetten eitjes af op hun waardplanten – zo noemen ze planten waar ze zich mee voeden en mee samen leven – waar dan weer larven uitkomen die zich dadelijk te goed kunnen doen aan hun lievelingseten. Want ze zitten er gewoon van in het begin op. Dat die larven puur plantaardig eten is vrij uniek in de wereld van de lieveheersbeestjes.

Daarom is deze soort een goede indicator voor gezonde graslanden. Hij verkiest biotopen met een gevarieerde kruidlaag. Een streefbeeld dat wij voor ogen hebben in onze Wellense natuurgebieden. De vondst van Christophe is voor ons dan ook een mooie opsteker.

De wilde wegwijzers

Ze hingen er al een tijdje, dus de wandelingen waren denkelijk al een tijdje afgewerkt. Wij konden de organisators van deze activiteit niet vinden. Daarom ruimden we ze deze week zelf op. De uitzondering op de regel.

Wij begrijpen dat ze dit vergeten zijn op te ruimen. Wij zijn ook een vereniging van vrijwilligers en vaak ook actief bij andere evenementen. Op het einde zijn het vaak maar een handjevol helpers die de boel mogen opruimen. Dat men dan vergeet om die wegwijzers weg te halen is begrijpelijk. Ik hoor al iemand zeggen: ‘ik zal dat in de week wel doen’. Om het dan te vergeten.

Maar het zijn gelukkig de uitzonderingen. Zo hebben we al jaren een prima samenwerking met de wandelclub de Wellense Bokkerijders. Zij bevestigen alles natuurvriendelijk – de organisatie met de oranje pijlen deden dat trouwens ook -, volgen de juiste paden, ruimen alles nadien netjes op. Ze doen zelfs een extra ronde om eventueel achtergelaten zwerfvuil op te rapen. Ook vragen ze voor elke wandeling die door de natuurgebieden loopt telkens een toestemming aan.

Toestemming? Moet dat dan? Jawel. De wet schrijft voor (regelgeving in natuurgebieden opgesteld door ANB) dat bij elke activiteit in groep – wij nemen als grens 25 deelnemers – in een natuurgebied een toestemming dient aan te vragen. Zelfs al volg je de paden die zijn opengesteld in de toegankelijkheidsregeling van het desbetreffende natuurgebied. Activiteiten buiten de paden, commercieel (als er inkom gevraagd wordt of nadien drank of eten wordt aangeboden tegen betaling) of na zonsondergang hebben altijd een toestemming nodig. Geen zorgen: deze toestemming wordt zelden geweigerd. Maar je bent in orde en vooral je weet aan welke voorwaarden je moet voldoen.

Zoals het opruimen van de wegwijzers na de activiteit. Moest iemand van de organisatie die de oranje pijltjes hebben opgehangen dit lezen. Die in de grote beemd hingen zijn opgeruimd. Wij zijn er trouwens zeker van dat als we hadden ontdekt wie die organisators waren, zij – na een welgemeende sorry – alles netjes hadden opgeruimd. Iedereen kan wel eens iets vergeten.

Gru gru gru

De voorbije week heb jij ze misschien ook opgemerkt. Meerdere groepen kraanvogels passeerden boven Wellen. Je hoort ze vaak aankomen. Hun kenmerkende ‘gru-gru-gru’ roep klinkt voor vele natuur- en vogelfanaten als muziek in de oren. Zelf word ik er heel blij van. Grus grus is trouwens hun wetenschappelijke naam.

Kraanvogels zijn prachtige dieren die elk jaar hun broedgebieden in het noorden van Europa verlaten en naar warmere oorden trekken. Dat doen ze in grote groepen. De jongen van dat jaar krijgen hun eerste les ‘navigatie in groep’ door mee te vliegen met hun ouders. Gezinnetjes blijven vaak tot volgend broedseizoen en soms zelfs langer samen. Tijdens hun trek vormen ze grote V-formaties. Vaak met honderden exemplaren. zo was de grootste groep die we boven Wellen konden spotten minstens 500 exemplaren! Door in zulke formaties te vliegen sparen de vogels veel energie. De luchtstroom van hun voorganger zorgt voor minder weerstand en dus minder energie om te blijven vliegen. Ze leggen op de dagen dat ze trekken enorme afstanden af van meerdere honderden kilometers.Als de wind goed staat hebben wij in het oosten van onze landje kans om kraanvogels te zien. Dit najaar was het weer prijs. Op enkele dagen passeren er dan duizenden vogels.

Jammer genoeg lazen en zagen we ook minder goed nieuws over deze fascinerende vogels. Op hun verzamelplaatsen – ze komen elk jaar op vaste locaties samen om nadien in grote groepen te vertrekken – werden honderden exemplaren dood aangetroffen. Vogelgriep, bleek. Hun manier van leven, samenkomen met veel, blijkt de ideale plek voor dit virus om zich te verspreiden. Hopelijk is het negatieve effect beperkt.

Ondertussen broeden er opnieuw kraanvogels in Vlaanderen. In natuurgebied de Zwarte Beek heeft een koppel al enkele jaren jongen grootgebracht. In 2021 zagen Gru en Dru het levenslicht. Dit broedseizoen werden er al drie broedparen gezien. Eentje was succesvol, maar de populatie breidt zich langzaam maar zeker uit. Zien we ooit broedende kraanvogels in onze natuurgebieden in Wellen? Ik vrees van niet. Niet alleen zijn onze natuurgebieden hiervoor niet groot genoeg, maar kraanvogels staan graag met hun voetjes in het water. De omstandigheden moeten optimaal zijn. In de Zwarte Beek is dit het geval. In onze Herkvallei niet. Toch niet voor deze geweldige soort.

Kaboutertijd

Heel wat huisvrouwen of – mannen – want tegenwoordig moet je opletten met stereotypes – gaan een mooie tijd tegemoet. Want met het verschijnen van paddenstoelen in deze herfsttijd, komen ook de kaboutertjes mee. Althans dat is wat ik wil geloven. De uitspraak ‘denk jij dat de kaboutertjes dat gaan doen’ is misschien wel mogelijk op dit moment.

Maar blijkbaar is het geen goed jaar voor paddenstoelen en bij uitbreiding voor kabouters. Tijdens mijn wandelingen door de beemd valt het mij op dat ik niet de overvloed van allerlei soorten zie langs de wandelweg van de voorbije jaren. Het is soms zoeken met een vergrootglas naar de in het gras opduikende parasolletjes.De oorzaak is eigenlijk vrij simpel: het weer werkt niet mee. Paddenstoelen houden van vocht en gematigde temperaturen. De droge en warme nazomer van dit jaar heeft de bodem uitgedroogd, en zonder voldoende vocht kunnen de schimmeldraden in de grond geen vruchtlichamen – oftewel paddenstoelen – vormen. Pas als het een tijdje nat en koel is, schieten ze weer uit de grond.

Kapjesinktzwam – Foto: Olivier VB

Deze schimmels, want dat zijn ze toch, spelen ook nog eens een zeer belangrijke rol in het hele natuurverhaal. Het zijn de gieren van het bos. Net als deze prachtige vogels ruimen ze heel veel ‘afval’ op. De verkeerde woordkeuze, want afval in de natuur bestaat niet. Tenzij dat wij mensen het er gaan neersmijten.
Sommige soorten hebben zelfs een aparte relatie met bepaalde bomen of struiken. Zo zal je de vliegenzwam heel vaak aantrekken vlak onder een berk. Moesten er geen paddenstoelen of andere schimmels bestaan, dan zou een bos binnen de kortste keren volledig verstikken – letterlijk – in zijn eigen dood hout. Waarom wordt er dan geen dood hout opgeruimd in het bos? Dan heb je die schimmels toch niet nodig? Wel, ten eerste is dat onbegonnen werk. Maar vooral, dood hout dan stilletjes aan vergaat is een ideaal leefgebied van een massa soorten. Je zou verstomd staan hoeveel leven je kan ontdekken in, onder en rond een rottende boomstam. Het gaat om miljoenen exemplaren.

Bleke knolhoningzwam – Foto: Ilse Reyskens

Gelukkig komt er een natte periode aan. Misschien een bizarre uitspraak. Maar voor onze paddenstoelen en de daar wonende kabouters een zegen. Mogelijk krijgen we de komende dagen een explosie van schitterende paddenstoelen in alle kleuren en vormen. Ga zeker naar buiten de komende dagen.

Toch zag ik, ondanks de schaarste, op waarnemingen.be een aantal foto’s passeren van leuke soorten. Een aantal zie je op de foto’s in deze post, met dank aan de fotografen.
Voor mij de meest speciale is zonder twijfel onze kroontjesknotszwam. Niet alleen is ze redelijk zeldzaam. Maar het is ook een prachtige verschijning. Wie de moeite neemt om ze even van dichtbij te bekijken, ontdekt een ‘kasteeltje’ met honderden marmeren torentjes. In mijn verbeelding is dit het paleisje van de koninklijke familie van onze kabouters. Volgens mij zag ik de laatste keer dat ik er passeerde, een klein autootje stoppen waar Wendy Van Wanten uit stapte. Maar dat is dan weer een heel ander verhaal.

Kroontjesknotszwam – Foto: Lieve Schols

Ready for take-off

Hennepnetelgoudhaantje – Grote Beemd – 13 september 2025
Foto: Liv

Toen ik deze foto zag kon ik enkel maar denken aan de Engelse term Take-Off. Dit schitterende kevertje is daar zonder twijfel mee bezig. Liv kon hem op de foto zetten net voor de dekschildjes open gingen en hij zijn vleugeltjes kon spreiden. Een prachtig en ondanks dat een foto stil staat, toch een dynamisch moment.

Ik praat bewust in verkleinwoorjes, want ons hennepnetelgoudhaantje is slechts 6 tot 8 millimeter groot. Maar die mini-afmetingen compenseert hij makkelijk met zijn schitterende dekschilden. De metaalkleur zal menig ontdekker doen stilstaan. Wat een beauty! De kleuren veranderen ook voortdurend als hij rondkruipt. Bij elke andere lichtinval krijg je weer een bommetje van kleurenglans cadeau.

Deze kevertjes komen vrij algemeen voor in onze Wellense natuurgebieden. Ze brengen hun ganse leven door in vochtige gebieden met een variatie aan planten. Dat is wat wij hen proberen aan te bieden en blijkbaar lukt dat vrij goed. Hun waardplant – de plant waar ze zich op voortplanten en die dan ook als voedsel dient voor hun larven – is de witte en paarse dovenetel. Veel voorkomende planten in de beemden. De kevertjes zetten daar hun eitjes af en de larven vreten de blaadjes met smaak op. Tot ze verpoppen naar weer zo een geweldig glanzend kleurenspektakeltje. Waar wij dan weer volop van kunnen genieten. Als je nog eens in de beemd komt moet je bij een plekje met veel dovenetels even stoppen en door de knieën gaan. Want wie weet zit die traktatie van de natuur daar wel netjes te wachten om speciaal voor jou te glanzen.