Onbekend's avatar

Over Crazy Birder

Gedreven door natuur!

Hooi hooi hoera

Het is weer hooitijd in de grote beemd. Meerdere percelen werden al gemaaid en dankzij het goede weer zijn er al heel wat balen hooi vertrokken samen met de landbouwer die voor ons goed werk leverde. Maar waarom al die moeite?

Biodiversi-wat?

Ooit was de Grote Beemd een groot hooiland. Zelfs nog niet zo heel lang geleden. Op militaire luchtbeelden uit WOII kan je mooi zien dat de ganse beemd een open gebied was met zo goed als geen bomen. Toen werd elke zomer de beemd nog gehooid om nadien met runderen het opkomende gras te laten opeten. Een beheer dat zonder twijfel zorgde voor een prachtig bloementapijt. Hooiland met een soortenrijkdom waar we nu enkel van kunnen dromen. Maar wij durven die droom na te streven. Wel niet op dezelfde schaal – als we konden deden we dat zonder twijfel – maar met kleinere stukjes. Door dezelfde werkwijze toe te passen krijgen we langzaam maar zeker heel veel soorten terug. Niet enkel planten, maar ook insecten. Die op hun beurt dan weer voedsel zijn voor andere soorten, zoals vogels of kleine zoogdieren. Die verzameling van soorten vormen de biodiversiteit van het gebied. Hoe meer soorten, hoe rijker en vooral gezonder ons natuurgebied wordt.

Luchtfoto Grote Beemd tijdens WOII

Dank voor de hulp

Gelukkig moeten we al dat werk niet zelf doen. Want de kunst is om dit jarenlang vol te houden. Een hele uitdaging. We kunnen rekenen op heel wat helpende handen. Zo werken we momenteel samen met een tiental landbouwers of hobbyboeren. Zij voeren het beheer uit zoals wij dat met hen afspreken. Vooral de datum dat er gemaaid wordt is belangrijk. Hoe ruiger de vegetatie, hoe vroeger ze kunnen maaien. Vaak in dat geval ook meerdere keren per jaar. Maar eenmaal de zeldzame planten opduiken schuift de datum verder naar achter in het jaar. Want die bloemen moeten hun zaden kunnen verspreiden. Onze helpers krijgen het hooi als ‘betaling’ voor hun werk. Een mooie deal. Want hiermee wordt het maaisel ook afgevoerd en maken we de bodem ‘armer’. Hoe minder rijk de bodem, hoe meer planten en hoe biodiverser het gebied wordt. En dat is nu net ons doel.

De planten helpen trouwens ook nog een handje. Een geweldige vriend van ons is de ratelaar. Deze parasiet leeft op de wortels van grassen. Omdat die dan minder voedsel krijgen blijft het gras in de buurt van ratelaar veel lager. De ideale omstandigheden om kansen te geven aan andere soorten.

Die combinatie van op het juiste moment maaien, afvoeren van het maaisel en de hulp van onze vriend de ratelaar zorgt voor een explosie in de hooilandjes die wij zo beheren. Iets waar wij heel blij van worden.

Ratelaar

Dansparty in de Broekbeemd

Plots sta ik in midden in een zwerm vliegende wezentjes. Ik onderdruk de reflex om met mijn armen beginnen te zwaaien. Al snel heb ik door dat dit geen muggen zijn. Enkele beestjes uit de zwerm gaan op de wiegende bladeren aan de oever van de Herk zitten. Dan pas zie ik welke vreemde creaturen hier rondvliegen.

Het blijken langsprietmotten te zijn, de geelbandlangsprietmot om juist te zijn. Wat dadelijk opvalt zijn de lange voelsprieten of antennes. Een woord dat de jonge lezers van onze blog misschien zelfs niet meer kennen. Toch niet als huis-en keuken term. Want een persoonlijke antenne is iets uit het verleden – tja, de tijd vliegt blijkbaar – die je op elk dak kon vinden. Men ving er de signalen van de tv- en radiozenders mee op. Er stonden er vroeger ook op auto’s. Niet zo een zielig pukkeltje op het dak van je wagen zoals je nu kan zien, maar stevige, zwiepende en uitschuifbare metalen stokken. In het begin moest je die nog met de hand uittrekken en terug in elkaar schuiven als je met de auto op pad ging en naar je radio wilde luisteren. Toen er een model uitkwam met een knop binnenin waarmee je die antenne van achter je stuur kon bedienen, was dat een geweldige uitvinding. Tijden veranderen. Terug naar onze motjes. Hun antennes zijn vier tot vijf keer zo lang als hun lichaam. Dat kan je vergelijken alsof jij elke dag met twee visstokken van pakweg 8 meter loopt rond te sleuren. Niet echt handig. Ga daarmee eens een drukke winkel binnen. Je zal er welkom zijn. Het waren ook die lange sprieten die er voor zorgden dat ik ze ontdekte, zittend op de rietgrasbladeren. Want het zijn met een spanwijdte van pakweg 20mm echt geen grote vlindertjes.

Waarom zou je zo een lange sprieten meesleuren? Wel, aangezien enkel de mannetjes die hebben is het antwoord – zoals wel vaker met de vertegenwoordigers van het mannelijke geslacht – om de vrouwtjes te versieren. Deze onhandige sprieten bevatten sensoren om de feromonen (geurstoffen) die de vrouwtjes afscheiden op te vangen. Hoe langer je sprieten zijn, hoe meer sensoren en hoe meer kans je hebt om vrouwtjes te ontdekken. Ook al vind ik hun oplossing om dat aantal zo hoog mogelijk te krijgen een beetje overdreven. Maar wie ben ik? En iedereen kent uit zijn jeugd ook wel een paar uitslovers die wel heel ver gingen om de dames voor zich te winnen. Dus, niet te snel oordelen.
Eenmaal onze langsprietmotjes de vrouwtjes ontdekt hebben begint de party. De mannetjes gaan sierlijke vluchten uitvoeren in de buurt van hun mogelijke partners. Stoefen met hun lange voelsprieten. Omdat je die in het donker niet zou zien, doen deze nachtvlinders dit overdag. Liefst op een zonnige dag, waardoor hun vleugels ook nog eens extra schitteren in het zonlicht als kleine goudklompjes. Ze dansen onvermoeibaar op en neer, hopend dat een van de aanwezige vrouwtjes daarna met hen wil paren. Want daar draait het allemaal om.

En in zo een feestje was ik terecht gekomen. Niet als deelnemer (gelukkig, mijn danstalent ligt thuis ergens in een heel klein doosje op zolder zich kapot te schamen), maar als toeschouwer. Genietend van een mooi schouwspel waar ik toch een aantal minuten bij heb stilgestaan. Verwonderd over zulke kleine maar wonderlijke spektakeltjes die elke dag gebeuren in onze natuur. Vlakbij, dus tijdens jouw volgende wandeling in de beemd, uitkijken naar dartelende zwermen en lange antennes. Trek misschien je dansschoenen al aan? Veel succes!

Maanmannetje op bezoek

Foto: Wim Morias

Op 30 april deed Wim Morias, een van onze kersverse bestuursleden, in zijn tuin in de russeltstraat een mooie waarneming. Op een blad vond hij de superzeldzame maanmot (Pammene regiana). Dit is een kleine nachtvlinder uit de familie van de bladrollers (Tortricidae). Ondanks de Nederlandse naam “maanmot” hoort ze niet bij de grote, opvallende maanvlinders. Het is een microvlinder van slechts ongeveer 13–16 mm spanwijdte. Dus Wim heeft blijkbaar goede ogen.

Het opvallendste kenmerk is zonder twijfel de grote geel-oranje vijfhoekige vlek op de binnenrand van de voorvleugel. Met wat fantasie lijkt die wel op een volle maan. Volgens ons dan ook de reden waarom men dit mooie nachtvlindertje zijn naam heeft gegeven.

De rupsen van deze zeldzaamheid zijn verlekkerd op esdoorns. Zowel de gewone esdoorn (Acer pseudoplatanus), als de veldesdoorn (Acer campestre). Zo hebben we er wel wat staan in de het nabijgelegen natuurgebied. Ze leven vooral in de zaden van de kenmerkende helicoptertjes (zaaddozen) van deze esdoorns. Het zijn echte zaadeters, wat voor motten toch bijzonder is. Verpoppen doen ze dan weer vaak onder de losse schors van bomen.

Deze soort komt voor in ons landje. Maar wordt niet zo hele vaak gemeld. Zeldzaam of onder-gerapporteerd? Wie zal het zeggen. Misschien moeten we gewoon wat beter zoeken. De volgende maanden heb je zeker kans. Want de volwassen vlinders vliegen nu rond. Het zijn dagactieve nachtvlinders. Dus je kan ze ook overdag tegenkomen. Zoeken doe je best in de buurt van esdoorns. Hoewel het kleine onopvallende vlindertjes zijn, kunnen ze in het zonlicht, dankzij hun metaalkleurige schubben, toch verrassend fel glanzen. Moest je er eentje tegenkomen, laat het ons zeker weten!

Ingestort

Onze conservator Gert meldde het gisteren, ons plankenpad ik de Broekbeemd heeft het begeven. Deels dan toch. Was het een aanslag met een drone van onbekende afkomst? (wij wachten nog op bevestiging van het kabinet van minister Vrancken, maar hij denkt dat het een helikopter was). Is onze bever ook eens in de Broekbeemd op pad geweest? Heeft een groep Weight-Watcher-leden een groepsfoto willen maken op deze mooie plek? We weten het niet. Wat we wel weten is dat het pad is scheef gezakt. Een van de steunpalen is doorgebroken.

Versleten

Wat we wel weten is dat het plankenpad al langer in niet zo goede staat was. Het heeft zijn houdbaarheidsdatum al even overschreden. Daarom werden en onlangs plannen gemaakt om het te vervangen. Eigenaar en beheerder Limburgs Landschap zou een dossier indienen voor subsidies om een nieuw plankenpad aan te leggen. Ons gemeentebestuur zou de 20% die niet gesubsidieerd wordt bijleggen – waarvoor onze dank. Want de wandeling door de Broekbeemd is zeer populair. En om de wandellus intact te houden is dit plankenpad cruciaal. Planning van uitvoering eind 2026, begin 2027. Maar blijkbaar kon een van de steunpalen niet zo lang wachten.

Geen paniek

Dus zullen we de volgende weken samen met Regionaal Landschap Haspengouw en Voeren – die mee instaan voor het onderhoud van de wandelpaden in de Herkvallei – overleggen hoe we dit gaan aanpakken. Hopelijk kan het zonder veel kosten voorlopig hersteld worden. Worst-case: een korte omleiding tot er een nieuw pad ligt. Wordt vervolgd.

Dus wie ons wil laten weten dat het pad scheef hangt. Alvast bedankt, maar we zijn dus op de hoogte. Wie zich afvraagt of het gaat hersteld worden. Bij deze zijn jullie mee met het verhaal van de renovatie. Trouwens nog een weetje. Ook het brugje aan de Drienootstraat zal binnen hetzelfde project vernieuwd worden. Want ook dit heeft zijn beste tijd gehad. Dit is wel niet op eigendom van Limburgs Landschap, maar wij werken graag mee om iedere wandelaar via die weg ook toegang te geven tot onze Wellense natuurparel, de Broekbeemd. Op een veilige en comfortabele manier.

Verborgen parel

Mogelijk heb je er nog nooit van gehoord: de Ulbeekse bossen. Naast de beemden in de Herkvallei is Limburgs Landschap ook eigenaar en beheerder van deze oude bossen in Wellen. Voor Haspengouw een niet zo veel voorkomend natuurtype.

Luchtfoto Ulbeekse bossen 2024
Ferrariskaart eind 18de eeuw

Op bovenstaande kaarten kan je zien dat deze bossen al in de 18de eeuw bestonden. De huidige percelen liggen nu wel los van elkaar. Het gaat om drie delen. Vroeger waren ze verbonden door een – volgens mij – hoogstamboomgaard. Alle bosdelen terug verbinden is voor ons alvast een doel. Momenteel zijn de tussenliggende percelen in landbouwgebruik. Misschien staat de daar actieve landbouwer wel open om hierover mee te denken? De hele zone is trouwens landbouwgebied. Er lopen geen wegen naartoe, dus voorlopig zijn ze niet toegankelijk. Voor deze bossen werd in eerste instantie een bosbeheerplan opgemaakt. Maar op termijn gaan we hier ook voor een natuurgebied type 4. De eerste aankopen om dit te realiseren werden al gedaan. Een mooi hooilandje in Beurs en dit jaar werd er ook een aanliggend perceel aangekocht. De start van zonder twijfel een mooi natuurverhaal.

Bosanemonen, getuigen van oude bossen
Muskuskruid, klein maar zo mooi
Gulden boterbloem, teken van de kwaliteit van de nieuwe hooilandjes

Zakdoek leggen

De lente staat voor de deur en de voorjaarsbloeiers steken hun kopjes alvast naar boven. Een heerlijke tijd om in de natuur te vertoeven – maar is dat niet altijd het geval. Daarom trok ik naar een prachtig bos iets buiten onze gemeente, BelleVue in Kortessem. Daar werd ik na een paar honderd meter wandelen begroet door een hele bende sneeuwklokjes. Prachtig. Maar wie goed heeft opgelet ziet dat er iets niet klopt op de foto. Zie jij het? Inderdaad, tegen de boomstam rechts ligt een papieren zakdoekje. Achteloos weggeworpen door een andere wandelaar. Want papier, dat vergaat toch. Maar is dat zo? Ik telde er tijdens mijn tocht meer dan twintig.

Parfum

Een papieren zakdoekje weggooien lijkt onschuldig, maar is dat niet. Niet enkel verpesten ze vaak het zicht op mooie plekjes, maar ze breken ook heel langzaam af. Soms duurt het maanden voor ze verdwenen zijn. ‘Verdwenen’ is dan het verkeerde woord. Want in heel wat zakdoekjes zitten minuscule plastieken vezeltjes om ze steviger te maken. En die verdwijnen nooit en komen door de zakdoekjes zo maar ergens neer te gooien in de bodem en zelfs ons grondwater terecht.
Ook de geurstoffen die er vaak opzitten zijn schadelijk. Ze zorgen voor verwarring bij haal wat dieren die er rondlopen. Vreemde geuren schrikken vaak af. Daarnaast zijn er ook soorten die zakdoekjes wel eens durven opeten. Wat ook niet echt gezond is. We dragen daarnaast op die manier mogelijke ziektes over. Waar wij vaak zitten te foeteren dat dieren ziektes verspreiden doen wij hier net hetzelfde. Het verhaal van de pot en de ketel.

Uitvinding

Maar geen paniek. Er is een simpele oplossing. Blijkbaar bestaat er een geweldige uitvinding. Een stoffen doek die je in je zak kan steken. Telkens je je neus snuit kan je die gebruiken. Gewoon even bovenhalen, snuiten, opvouwen en terug in je zak. Als je thuis komt kan je hem gewoon in de vuile was gooien. Nadien is hij weer netjes proper en klaar voor gebruik. Ongelofelijk. Wie verzint het? Ze noemen het een zakdoek. Je kan ze kopen in allerlei kleurtjes en motieven. Een stuk goedkoper dan die papieren
Vind je dit geen optie? Dan stellen wij voor om die papieren zakdoekjes niet meer in de natuur te droppen, maar bij elke wandeling netjes terug mee naar huis te nemen om ze daar in de vuilbak te smijten. Of denk toch nog maar eens na over die geweldige uitvinding.

Mini-Mickey

Onze zeiser van dienst, Wim Morias, ontdekte onlangs tijdens zijn maaiwerken dit mooie nestje. Niet van een vogeltje, maar van een klein knaagdiertje. Het kleinste dat wij kennen, de dwergmuis.

Deze dwerg is misschien klein, maar onderschat ’m niet. Met z’n gewicht van een paar muntjes en z’n lijfje ter grootte van een duim is hij officieel de kleinste muis van Europa. Toch staat hij zijn mannetje. Hij klimt vooral rond tussen hoog gras en riet. Met zijn grijpstaart houdt hij zich in evenwicht. Als een klein aapje door een oerwoud. Zo een acrobatisch bolletje dat je niet snel zal ontdekken.

Ze graven geen holletjes in de grond, maar bouwen een kunstig gevlochten en bolrond nestje tussen de begroeiing. De ingang is net groot genoeg om er zichzelf door naar binnen te murwen. Ook zijn nestje is zo goed als onzichtbaar. Het gaat perfect op in de omgeving. Het is vaak pas in de winter of bij maaiwerken – zoals deze keer – dat het ontdekt wordt.

Foto: Koen Thonissen

Een dwergmuis zien is een kwestie van heel veel geluk. Moest je ze toch eens tegenkomen, geniet er dan volop van. Want hun motto is: wie niet sterk is moet schattig zijn.

Schot on the run

De voorbije dagen kregen wij een paar keer de melding dat er een van onze Schotse hooglanders aan de verkeerde kant van de omheining stond in de Grote Beemd. Telkens slaagde we er vrij snel ik om haar – want het zijn allevier dames – weer aan de juiste kant te krijgen. Tot dit weekend.

Dat verhaal begint donderdag om 17u45 met volgende bericht:
‘Er liep 20 minuten geleden een koe buiten de weide aan Graetmolen’ Met dank aan de melder. Het was de jongste dame die wel vaker op stap gaat. Onze vrijwilligers schoten dadelijk in actie. Maar de ontsnappeling bleek spoorloos.
Vrijdag ging het verhaal verder. Onze veeverzorgster Kristel had alles klaar gezet om de drie overgebleven Schotten naar de andere weide te laten lopen, waar nog meer dan genoeg eten stond. Hun plekje waar ze tot dan liepen was wat magertjes geworden. Een van de redenen waarom ze wel eens elders willen geraken. Zoals je weet is het gras aan de overkant altijd groener. Het einde van het bericht van Kristel was weer wat verontrustend. ‘Er zitten er maar drie, dus eentje is nog steeds weg’.

Opnieuw kwamen er meerdere vrijwilligers ter plaatse. Klaar voor een intense zoektocht naar de vermiste Schot. Ondertussen bleek het nog aanwezige drietal al vanzelf verhuisd te zijn naar de nieuwe weide. De sporen van nummer vier wezen richting Maupertuus. Maar daar bleef het dan ook bij. Niet te vinden. De zoektocht werd opnieuw gestaakt.
Rond 15u kregen we een telefoontje van Tine van Graetmolen met de mededeling dat ze terug aan de weide stond te koekeloeren. Opnieuw rukten Ivo en Willy – een van onze vrijwilligers – terug uit. Missie ‘Schot in de zaak’ werd opnieuw ingezet. Deze keer met succes, want om 16u15 kregen we de boodschap dat ze in de weide zat. Maar om 16u16 er weer terug was uitgeraakt omdat er een boom ergens op de omheining was gevallen. Terug naar af!

Schot nummer vier was terug ‘on the run’. Ze verschool zich in een van de bosjes vlak bij de weide. De veeverzorgers deden in de schemering nog een verwoede poging, maar zonder resultaat. Er werden plannen gesmeed voor zaterdag, tot wij beseften dat er die dag een wandeling was gepland in de Grote Beemd door de Wellense Bokkerijders. Dus werd de reddingsactie een dagje on hold gezet. Een koe zoeken en mogelijk opjagen met wandelaars in de buurt is geen goed idee. De dag ging voorbij zonder dat er ook maar een melding binnen kwam. Zelfs met zo veel wandelaars op pad bleef onze ontsnapte Schot onzichtbaar. Een bewijs dat ze liever mensen ontwijken en zich verstoppen.

Zondag om 9u30 werd er opnieuw verzamelen geblazen door onze veeverzorgster, samen met opnieuw een aantal vrijwilligers. Tegen 10u30 kregen wij het verlossende berichtje: ‘Hooglander is terug binnen!’. Einde van een geweldig weekend voor onze vierde Schot.

Zoals een kok met een West-Vlaams accent ooit zei: ‘Wa hebbe we h(g)eleerd?’

  • Als onze dieren uitgebroken zijn, laat het ons zo snel mogelijk weten.
  • Kom je er eentje tegen. Heb geen angst, ze zijn niet gevaarlijk.
  • Wandel er rustig langs door of maak een ommetje er rond.
  • Honden vinden ze maar niks, daar zijn ze bang van. Hou die dus aan de leiband (moet trouwens altijd).
  • Als de ontsnapte Schot (of een ander rund) wegloopt, laat ze lopen. Ze gaan nooit ver weg en blijven altijd in het natuurgebied.
  • En het belangrijkste…onze veeverzorgers en vrijwilligers zijn toppers!!!!!

Boompje weg, bosje erbij

Jaarlijks koopt Limburgs Landschap een aantal percelen in natuurgebied Herkvallei. Zo konden ze in 2025 een aantal stukken kopen in de Grote Beemd grondgebied Alken waarvan eentje een plantverplichting had. Dit wil zeggen dat de vorige eigenaar de bomen – in dit geval populieren – met een kapvergunning had mogen oogsten, maar er wel minstens evenveel diende terug te planten. Een stevige kost en vaak dan ook het moment dan eigenaars beslissen om hun perceel te verkopen. Maar die aanplantverplichting blijft uiteraard bestaan. Gelukkig.

Een van de aangekochte percelen zomer 2015 met populieren
Zelfde perceel winter 2024 al een paar jaar na de kaalkap

Als natuurvereniging voeren wij uiteraard deze verplichting uit. Met de glimlach, want nieuw bos is belangrijk en een van onze streefdoelen. Wij kiezen dan steeds om een inheems loofbos aan te planten met de boomsoorten die op die locatie thuis horen. Opnieuw populieren planten doen wij bijna nooit. Want dat is van oorsprong een uitheemse soort die werd ingevoerd om opbrengst te creëren. Maar houtopbrengst is niet ons doel. Wel meer en betere natuur. Dus werden er eind vorig jaar op dat perceel een paar duizend bomen geplant. Onder andere zomereik, els, wilg, es. Maar ook struiken zoals hazelaar, vlier of meidoorn. Dit om een gelaagd bos te krijgen met een bodemlaag, struiklaag en boomlaag zoals dat hoort in de natuur.

Zicht op nieuwe aanplant – december 2025

Alles moet nog wat groeien, maar wij hopen dat hier op termijn een mooi loofbos zal komen waar heel wat soorten een nieuwe thuis zullen vinden. Binnen een aantal jaar zetten we nog eens een foto van dit perceel op onze blog. Dan kunnen jullie ons bos mee opvolgen. Beloofd!

Zeldzame soort ontdekt!

Het jaar is schitterend begonnen. Tijdens mijn traditionele nieuwjaarswandeling door de Grote Beemd stuitte ik op sporen van een zeer zeldzame soort. Ooit was ze veel talrijker in de Wellense natuur. Nu jammer genoeg niet meer. Waar heb ik het over? Buiten spelende kinderen. Jawel, ze bestaan nog. En wij als natuurvereniging zijn daar heel blij mee. Wij offeren graag een stukje van ons natuurgebied op om deze generatie achter hun computerscherm of van hun smartphone weg te halen. Naar buiten en genieten van de natuur die ons nog rest. Inderdaad, er zal al eens een ree opgeschrikt worden, een boompje sneuvelen of een vogeltje een nestje elders gaan bouwen. Maar de winst die we doen door de jeugd terug voeling te geven met onze natuur is duizenden keren groter. Onze huidige maatschappij is de connectie met die natuur voor een groot deel kwijtgeraakt. We zijn totaal vervreemd van alles wat rond ons leeft, vliegt, kruipt, bloeit en groeit. Met alle gevolgen van dien. Dus elke kans om dit terug te herstellen pakken wij alvast met twee handen aan.

Iedereen die dit niet ziet en dit geen goede zaak vindt, slaat de bal volledig mis. Wie onze natuur een warm hart toedraagt zal blij zijn met spelende kinderen in de beemd. Hoe meer, hoe liever. Bij het aanschouwen van hun geweldige kampen kreeg ik zelfs wat heimwee naar de periode dat ik met takken, touwen en stokken in de weer was. Lang geleden. Maar zonder twijfel het vlammetje dat is uitgegroeid tot het vuur dat nu in mij brandt om natuur te helpen beschermen. Bij het aanschouwen van hun bouwsels, had ik zelfs zin om mee te spelen. Maar een plus zestiger vrees ik dat niet echt past in hun kliekje. Jammer.

Laten we meer van die vlammetjes aansteken bij onze jeugd, zodat volgende generaties onze natuur weten te waarderen en mee helpen beschermen. Wij denken er alvast luidop over na hoe we dit kunnen realiseren. De toekomst is van en aan de kinderen.

Basiskamp 1
Basiskamp 2