
Plots sta ik in midden in een zwerm vliegende wezentjes. Ik onderdruk de reflex om met mijn armen beginnen te zwaaien. Al snel heb ik door dat dit geen muggen zijn. Enkele beestjes uit de zwerm gaan op de wiegende bladeren aan de oever van de Herk zitten. Dan pas zie ik welke vreemde creaturen hier rondvliegen.
Het blijken langsprietmotten te zijn, de geelbandlangsprietmot om juist te zijn. Wat dadelijk opvalt zijn de lange voelsprieten of antennes. Een woord dat de jonge lezers van onze blog misschien zelfs niet meer kennen. Toch niet als huis-en keuken term. Want een persoonlijke antenne is iets uit het verleden – tja, de tijd vliegt blijkbaar – die je op elk dak kon vinden. Men ving er de signalen van de tv- en radiozenders mee op. Er stonden er vroeger ook op auto’s. Niet zo een zielig pukkeltje op het dak van je wagen zoals je nu kan zien, maar stevige, zwiepende en uitschuifbare metalen stokken. In het begin moest je die nog met de hand uittrekken en terug in elkaar schuiven als je met de auto op pad ging en naar je radio wilde luisteren. Toen er een model uitkwam met een knop binnenin waarmee je die antenne van achter je stuur kon bedienen, was dat een geweldige uitvinding. Tijden veranderen. Terug naar onze motjes. Hun antennes zijn vier tot vijf keer zo lang als hun lichaam. Dat kan je vergelijken alsof jij elke dag met twee visstokken van pakweg 8 meter loopt rond te sleuren. Niet echt handig. Ga daarmee eens een drukke winkel binnen. Je zal er welkom zijn. Het waren ook die lange sprieten die er voor zorgden dat ik ze ontdekte, zittend op de rietgrasbladeren. Want het zijn met een spanwijdte van pakweg 20mm echt geen grote vlindertjes.
Waarom zou je zo een lange sprieten meesleuren? Wel, aangezien enkel de mannetjes die hebben is het antwoord – zoals wel vaker met de vertegenwoordigers van het mannelijke geslacht – om de vrouwtjes te versieren. Deze onhandige sprieten bevatten sensoren om de feromonen (geurstoffen) die de vrouwtjes afscheiden op te vangen. Hoe langer je sprieten zijn, hoe meer sensoren en hoe meer kans je hebt om vrouwtjes te ontdekken. Ook al vind ik hun oplossing om dat aantal zo hoog mogelijk te krijgen een beetje overdreven. Maar wie ben ik? En iedereen kent uit zijn jeugd ook wel een paar uitslovers die wel heel ver gingen om de dames voor zich te winnen. Dus, niet te snel oordelen.
Eenmaal onze langsprietmotjes de vrouwtjes ontdekt hebben begint de party. De mannetjes gaan sierlijke vluchten uitvoeren in de buurt van hun mogelijke partners. Stoefen met hun lange voelsprieten. Omdat je die in het donker niet zou zien, doen deze nachtvlinders dit overdag. Liefst op een zonnige dag, waardoor hun vleugels ook nog eens extra schitteren in het zonlicht als kleine goudklompjes. Ze dansen onvermoeibaar op en neer, hopend dat een van de aanwezige vrouwtjes daarna met hen wil paren. Want daar draait het allemaal om.
En in zo een feestje was ik terecht gekomen. Niet als deelnemer (gelukkig, mijn danstalent ligt thuis ergens in een heel klein doosje op zolder zich kapot te schamen), maar als toeschouwer. Genietend van een mooi schouwspel waar ik toch een aantal minuten bij heb stilgestaan. Verwonderd over zulke kleine maar wonderlijke spektakeltjes die elke dag gebeuren in onze natuur. Vlakbij, dus tijdens jouw volgende wandeling in de beemd, uitkijken naar dartelende zwermen en lange antennes. Trek misschien je dansschoenen al aan? Veel succes!