Het jaar 2021 ligt achter ons, dus tijd om eens in de waarnemingen van vorig jaar te duiken. Met de website waarnemingen.be is dat een stukje van een taart (piece off cake zeggen de echten). Zo kon ik al snel vaststellen dat er in totaal 403 soorten werden ingegeven voor de Herkvallei op deze website door een waaier van waarnemers. Leuk, maar ik ben er zeker van dat dit nog veel beter kan. Dit jaar eens gaan voor een zogenaamde Bio-Blitz – zo veel mogelijk waarnemingen op één dag – waarom niet. Maar laten we eens kijken wat er in 2021 in onze natuurgebieden werd gezien.
Pluimen eerst
Als fervent vogelkijker voel ik mij verplicht om met deze groep te starten. Een echte gegronde reden heb ik daar niet voor. Twee ‘rode’ soorten – dit zijn zeldzame waarnemingen – waren kraanvogels en een zwarte wouw. Gaan we echter iets ruimer kijken dan zag ik dat die kraanvogels geen gelukstreffer waren. Op onze telpost in Oetersloven werden eind oktober en begin november meerdere groepen gezien. Daar werden ook twee keer een rode wouw geteld. Maar de knaller op de telpost was zonder twijfel een overvliegende purperreiger. Deze prachtige reigersoort werd nog nooit opgetekend op de telpost of in Wellen. Ook onze ringers deden hun job weer goed en konden meer dan 4.500 vogels ringen. Daar was de topper een vangst van een grote karekiet.
Grote karekiet – ringvangst
Kleiner spul
Nu we toch bij de vliegende wezens zijn, schakelen we even over naar de ongewervelden. Er waren verschillende leuke vondsten van nachtvlinders. Wel allemaal buiten onze natuurgebieden. Maar ik ben er zeker van dat ze daar ook rondfladderen. Telkens met een mooie foto erbij die hun waarneming bevestigd. Wat dacht je van de diana-uil (Luk Vandelaer in Herten) vlak bij de Broekbeemd – jammer genoeg – dood gevonden. Of de witte hermelijnvlinder, gewoonweg een beauty. Verder koekoeksbloemspanner en als afsluiter een roomtipje (Tom Lacroix in Berlingen).
De prachtige tekening van de Diana-uil
Maar bij de ongewervelden zaten voor onze natuurgebieden vorig jaar een paar toppers tussen. Het was vooral de Broekbeemd die leuke soorten opleverde. Zo was er de vondst van een harige langsprietwapenvlieg. Meer dan een mond vol voor deze zeldzame vliegensoort.
Harige langsprietwapenvlieg
Maar de vondst van dit jaar was er eentje van een bizar beestje: de grote lissnuitkever.. De waarneemster staat geregistreerd als Jenny, dus voor ons een nobele onbekende voorlopig. Misschien dat ze dit artikeltje leest? Dan mag ze zich altijd melden bij ons. Deze keversoort voedt zich met zijn lange snuit door sap uit planten te zuigen. Liefst lissoorten, zoals je met zijn naam al verwacht had. Een zeer zeldzame rakker, deze prachtige kever.
Grote lissnuitkever – de foto die Jenny kon maken
Flora
Laten we dan onze neus eens steken in de waarnemingen van plantensoorten in onze natuurgebieden. Het grote voordeel van deze soortengroep is dat ze – als ze eenmaal ergens staan – ze ook op die plek blijven. Maar de juweeltjes ontdekken blijft een hel opgave. Toch zijn een aantal mensen – waaronder onze altijd attente conservator Gert – er weer in geslaagd een mooie lijst samen te stellen. De kroontjesknotszwam, een zeldzame schimmel, was opnieuw van de partij. Maar deze keer op meerdere vindplaatsen. Kwestie van je ogen open houden denken wij. Andere blijvers waren rode ogentroost, harige ratelaar, schubzegge, pijptorkruid, gevlekte- en bosorchis. Het goede nieuws voor deze laatste soorten was dat ze zich stevig hebben uitgebreid, alweer. Zo hebben we voor de gevlekte orchis de kaap van de 1.000 bloeiende planten in 2021 gerond. Nieuwe soort was de vleeskleurige orchis. Met een exemplaar, hopelijk de aanzet voor meer van dat. Heuglijk nieuws was ook dat sommige soorten, zoals paddenrus, bosorchis en kalkwalstro, ook werden ingegeven in het natuurgebied Langenakker.
Vleeskleurige orchis (foto Gert Appeltans)
Volg ons
Ons voornemen voor 2022 is om via onze blog regelmatig leuke waarnemingen te melden. Interessant voor jou? Meldt je dan aan op onze blog en ontvang bij elk bericht dat wij posten een mail om je te waarschuwen. Zo mis je geen enkel nieuwsje uit onze prachtige Wellense natuur.
Bij deze kerstdagen lijkt het misschien of wij terugkeren naar het begin van onze jaartelling. Maar dat is totaal niet de bedoeling! We gaan in 2022 een nuljaar creëren voor ons deelgebied in de Herkvallei: de Broekbeemd.
Wat is een nuljaar?
Bij elk wetenschappelijk onderzoek is het belangrijk om een punt vast te leggen dat kan dienen als vergelijkingspunt. Dit is meestal, als er grafieken getrokken worden, de onderste lijn van die tekening. Het nulpunt. In ons geval is dit nulpunt het resultaat van een volledig jaar, 2022. De data die we i n dat jaar verzamelen zullen voor alle volgende tellingen het vergelijkingspunt zijn. Ik geef een voorbeeld: in 2022 houden we een telling van het aantal populieren dat er in de Broekbeemd staan. We tellen er 150. We maken ook een kaart waarop je de locatie van al deze populieren kan zien. Daarbij meten we ook alle omtrekken van die populieren en ook die zetten we bij op de kaart. Deze gegevens, zowel de kaart, als de aantallen, als de omtrek van elke boom, die wij in 2022 hebben opgetekend is ons nulpunt. Tien jaar later doen wij dezelfde metingen. In vergelijking met het nuljaar 2022 zien wij dan of er meer of minder populieren staan. Door de kaarten naast elkaar te leggen kunnen we zien of er ergens populieren zijn gekapt en of er elders zijn aangeplant. Via de omtrekken zien we of het om pas aangeplante, jonge of oudere bomen gaat.
Volhouden en steeds hetzelfde
Ook belangrijk is dat we elke manier van gegevens verzamelen per soortengroep (of aparte soort) juist hetzelfde uitvoeren als in het nuljaar. Als we terug kijken naar ons onderzoekje rond de populieren dan is het belangrijk dat we de bomen tellen, op kaart zetten en de omtrek meten. Als we nadien bijvoorbeeld de hoogte gaan meten dan is onze vergelijking al niet meer correct. Daarom gaan we per soortengroep die we willen opvolgen vooraf goed nadenken welke methode we gaan toepassen. Daarnaast is het ook belangrijk dat we dit lang genoeg blijven doen. Dit met een vaste interval, bijvoorbeeld elke 2 jaar of elke 5 jaar. De methode die we kiezen is belangrijk. Maar het is nog belangrijker om deze methode goed te volgen en vooral ze lang blijven toepassen. Dat laatste is meestal het moeilijkste.
Waarom de Broekbeemd?
Er staan mogelijk voor dit natuurgebied een aantal superbelangrijke jaren voor de deur. Het gebied zou de volgende 10 jaar wel eens een enorme metamorfose kunnen ondergaan. Dit heeft allemaal te maken met het natuurtype van alkalisch laagveen – wat wij noemen het kalkmoeras – dat aanwezig is in onze Wellense natuurparel. Dit type van natuur is gewoonweg superbelangrijk en – zelfs op Europees vlak – ook nog een superzeldzaam. Momenteel zijn heel wat instanties met veel invloed binnen het natuurwereldje aan het bekijken of het zin heeft om de Broekbeemd om te toveren tot een groter kalkmoeras. Spannende tijden en hopelijk geven zij de volgende jaren groen licht. Omdat we totaal geen zicht hebben op de planning – als die er al komt – willen wij ons voorbereiden op eventuele onderzoeken op de invloed van deze ingrepen op bepaalde soortengroepen. Dus willen we in 2022 de situatie zoals ze nu is in kaart brengen. Als de plannen dan ooit worden uitgevoerd hebben we alvast een vergelijkingspunt.
Ook jij kan meedoen!
Voorlopig hebben we al mensen bereidt gevonden om een aantal soortengroepen te monitoren: planten, vogels, zeggekorfslak, mossen en amfibieën. Maar er is nog een heleboel werk aan de winkel. Dus we zoeken nog natuurliefhebbers die ons met dit onderzoek willen helpen, in 2022 en liefst ook de volgende periode. Zo zijn we op zoek naar mensen die dagvlinders, libellen, zoogdieren, nachtvlinders, insecten algemeen, waterkwaliteit, grondwaterstand of waterdiertjes willen opvolgen. Kost dit veel tijd? Aangezien wij de methode voor deze groepen nog moeten vastleggen (de basismethode kennen we, maar de frequentie ligt nog niet vast) kunnen we meestal op maat van de teller werken. Om een voorbeeld te geven: voor waterkwaliteit zou je twee keer per jaar een tiental meetpunten moeten opvolgen. Waterstaal nemen, paar kleine tests doen (dat kan je thuis) en die gegevens ingeven in een door ons aangeleverd bestand. Ik ken daar niets van! Natuurlijk is een basiskennis een voordeel. Maar zeker geen vereiste. Voor sommige onderzoeken en soorten is voorkennis niet nodig. Wij bezorgen je alle nodige documentatie en materiaal. Dan kan jij zo aan de slag!
Kandidaat?
Wil je meer weten? Of ben je al klaar om ons te helpen? Laat het ons dan weten via een mail naar dirk.ottenburghs@skynet.be Dan nemen wij zo snel mogelijk contact met jou op en bekijken we samen wat jij wil en kan doen en hoe je dit best aanpakt. Wij laten je zeker niet aan je lot over. Je kan steeds terugvallen op ervaren tellers om je te helpen of raad te geven. Bedoeling is ook om regelmatig met alle tellers eens samen te komen en via onze blog en facebookpagina houden we iedereen ook op de hoogte van leuke vondsten, uitgevoerde onderzoeken en ander nieuws over dit project.
Elk najaar worden er in een van onze natuurgebieden vogels geringd. Dit gebeurt door een erkend ringer die hiervoor de nodige opleiding en vergunningen kreeg. Interessant, omdat we op deze manier weten wat er over en door deze gebieden passeert. Dit levert vaak leuke verrassingen op. Elke vogel die de ringer door zijn handen laat gaan krijgt een wetenschappelijke ring mee. Maar daarnaast worden een aantal gegevens genoteerd zoals soort, leeftijd, geslacht, gewicht, vleugellengte, vetscore en zo meer. Al deze gegevens worden bewaard in een enorme database die wordt beheerd door het Koninklijke Belgische Instituut voor Natuurwetenschappen in Brussel. Een enorme bron aan informatie die heel vaak door wetenschappers wordt geraadpleegd om onderzoek te doen. Wil je meer weten over het Belgische ringwerk? Kijk dan eens op hun website. Dit jaar werden er in Wellen 4.137 vogels geringd of gecontroleerd. Dit gedurende 356 uur veldwerk. Voornamelijk in de zeer vroege uurtjes. Wie vogels wil ringen mag geen langslaper zijn.
Zwartkop wint weer
Van dit aantal neemt de zwartkop een grote hap uit het geheel. Deze onopvallende maar zeer talrijke soort wordt op bijna elke ringplaats het meest gevangen. Met 1.215 exemplaren was dat ook bij ons het geval. De tweede in de top 5 moet het al doen met minder dan helft. De kleine karekiet pakte zilver met 515 exemplaren. Voor deze locatie toch geen slecht resultaat omdat er in de ruime omgeving geen rietveld te bespeuren valt. Toch de biotoop die deze soort verkiest. Op drie vinden we de heggenmus met 394 exemplaren, gevolgd door roodborst (372) en pimpelmees (313). Deze laatste werd vooral in november gevangen. Op dat moment bleek er een kleine golf over ons landje te rollen van deze sympathieke meesjes.
Mannetje zwartkop
Daar doen we het voor
151, dat is het aantal vogels dat kon gecontroleerd worden omdat ze al een ringetje rond hun poot hadden. Dit zijn de leuke vangsten. Want deze vogel draagt met zijn ring al heel wat info met zich mee. Zo komen we te weten hoe oud hij minstens is en ook waar hij of zij vandaan komt. Van die 151 waren er 113 eigen terugvangsten van datzelfde jaar. Sommige vogels blijven ‘plakken’ omdat ze in de buurt genoeg eten en dekking vinden om even bij te tanken. Soms zijn het ook plaatselijke vogels die de ringplek als leefgebied hebben. Maar er zijn ook eigen terugvangsten van voorbije jaren. zo vingen we een zwartkop die op dezelfde locatie werd geringd in 2020. Die heeft er in zijn korte leven al een trip opzitten naar zijn overwinteringsgebied en besloot om net als in 2020 om nog eens te passeren in Wellen. Is de Grote Beemd zijn jaarlijkse broedgebied of is het een jaarlijkse tussenstop op zijn lange reis naar warmere oorden in de winter? Die vraag blijft open. Tenzij hij ook eens in de handen komt van een ringer in die regio. Boeiende materie dat ringwerk. We controleerden ook 2 vogels die in 2019 al door ons geringd werden. Een heggenmus en een roodborst. Ook hier blijft die vraag open.
Letland
Maar we weten natuurlijk op die manier wanneer we een ‘buitenlander’ in onze handen hebben. Dat zorgt elke keer weer voor een kleine opstoot van adrenaline. Zo vingen we een bosrietzanger, tuinfluiter en zwartkop uit Nederland. Logisch, want deze vogels passeren normaal gezien op hun tocht naar het zuiden eerst Nederland en dan ons landje als ze in het noorden vertrekken.
Ring met inscriptie van ringcentrale uit Litouwen
Maar toch is het niet altijd de klassieke noord naar zuid story die bij de trek van vogels van toepassing is. Dat bewijzen een bosrietzanger die werd geringd in Tsjechië, een pimpelmees die uit Litouwen komt of een fitis met een Russische ring rond de poot. Er waren ook twee kleine karekieten met een ‘buitenlands verhaal’. Eentje had een ring gekregen in Polen en den andere in Letland. Vooral deze laatste was leuk en interessant, omdat het ging om een 1ste jaars vogel. Dat wil zeggen dat hij dit jaar uit het ei is gekropen. Dit in Letland of nog verder naar het noorden. Hij heeft dus in zijn jonge leven al een stevige tocht achter de rug. Maar die tocht stopte niet in Wellen, maar gaat denkelijk nog door tot een rietveld aan een Afrikaanse stroom of waterplas.
Grote
Elk jaar worden er ook zeldzamere soorten geringd. Op zich niet het hoofddoel van al dit veldwerk, maar toch een leuke bonus. Zo weten we op deze manier zeker dat er waterral, snor, siberische tjiftjaf – een ondersoort van onze plaatselijke tjiftjaf -, blauwborst en nachtegaal passeerde in onze Wellense natuurgebieden.
Grote karekiet in zijn biotoop, verborgen in het riet.
De verrassing van dit jaar was zonder twijfel de vangst van een grote karekiet. Een nieuwe soort voor deze ringplek en eentje die nog nooit in onze natuurgebieden in Wellen werd waargenomen. Wel niet totaal onverwacht omdat deze soort net als de meeste soorten die hun leven slijten in waterrijke rietgebieden, het de laatste jaren beter doet en in aantal is toegenomen. Maar het bleef een leuke kers op de stevige ringtaart van dit jaar.
Deze zin stond tijdens mijn schooltijd vaak op mijn rapport. Een standaard quote die mijn leerkrachten snel neerpenden bij de middelmaat van de klas om zo snel mogelijk hun verbeterwerk af te haspelen. Ditzelfde gevoel heb ik bij de op dit moment lopende klimaattop in Glasgow.
Veel blabla
COP26 geeft aan dat het niet de eerste keer is dat al deze wereldleiders en hun gevolg samen zitten rond deze kwestie. Dat is op zich al een zeer verontrustende vaststelling. Een lichtpuntje is dat ze het momenteel blijkbaar er over eens zijn dat er iets aan de hand is met onze planeet. Eindelijk! Hoog tijd dat we er iets aan doen zou je denken. Jammer maar helaas. Ik ben er zeker van dat er de komende dagen door bijna elk van hen weer grote beloftes gedaan worden. Een opbod van straffe acties en toekomstige resultaten. De eerste reeks heb ik al horen voorbijkomen. Maar jammer genoeg blijft het meestal met veel blabla en geen boemboem. Om een voormalige Vlaamse politiekster te citeren. ‘We gaan dit en dat doen tegen 2030, 2050, 2060’. Jaartallen die als een wortel die met een stok voor een ezel hangt te bengelen steeds vooruit worden geschoven. Maar de voelbare resultaten blijven uit. Integendeel, het wordt elke jaar, elke maand, elke dag nog erger.
Bossen sparen
De nieuwste wortel die ik zag bengelen was de belofte om tegen 2030 op de ganse aarde de oppervlakte aan bossen niet meer te laten dalen. Dus kan er nog 10 jaar lustig met de hakbijl – lees grote bosvernietigingsmachines – gezwaaid worden. Aan het huidige tempo van kappen gaat er nog heel wat hectares bos tegen de vlakte. Van de ‘longen van onze aarde’ zullen tegen dan nog maar een hoopje longblaasjes over zijn. Als het over bossen vernietigen gaat is er veel boemboem en hoor je er weinig blabla over. De bedrijven die aan deze kappingen veel geld verdienen – op welk manier dan ook – doen wat op mijn rapport stond: gewoon verder.
Negatief
Waarom zo negatief? Moeten we dit overleg al afschieten nog voor het goed begonnen is? Ik vrees van wel. De vorige edities hebben al aangetoond dat het nog steeds niet is doorgedrongen tot al deze harde koppen dat het hoog tijd is om te handelen. Als het al niet te laat is. Ze vertellen elkaar dit trouwens op hun overleg. De vraag is of die boodschap gemeend is en of ze bij de rest binnen komt. Ik denk het niet. Voor de meesten onder hen weegt het ‘nadeel’ van te handelen nog steeds op tegen de ‘voordelen’ om het probleem aan te pakken. De kostprijs van acties, het ongemak van de rotverwende burger die een deel van zijn pleziertjes moet laten, de lobby van de enorme rij aan ‘benadeelden’ die minder winst gaan maken of zelfs hun bedrijf zien verdwijnen (of gewoon denken dat dit kan gebeuren). Allemaal argumenten om niet tot actie over te gaan. Ook onze eigen Belgische politici trappen in deze val en hebben de ballen niet om het probleem aan te pakken. Ze houden ons een wortel voor en schrijven op ons rapport: doe zo verder, we hebben nog tijd om alles op te lossen. Wat velen onder ons dan ook gewoon doen. Zich niet bewust van de catastrofe die elke dag dichterbij komt.
De hete kastanjes
‘Had ik maar wat beter mijn best gedaan’. Een gedachte die volgens mij velen van ons soms maken als ze terugdenken aan hun schooltijd. Ik hoor daar alvast bij. Toen waren we ons niet bewust van de kans die we toen lieten liggen. Te druk met feesten en te lui – in mijn geval – om grotere uitdagingen aan te gaan. Maar dat is voorbij. Maar zitten we met ons klimaatverhaal niet in hetzelfde schuitje. Gaan we ons de laksheid en de onwil om knopen door te hakken later niet beklagen? Onze generatie zeker niet. Want als het echt gaat mislopen liggen wij allemaal netjes onder de graszodes of staan we ergens in een urne met een pot chrysanten aan onze voetjes. Onze kinderen, kleinkinderen en zeker onze achterkleinkinderen zullen de kastanjes uit het vuur mogen halen. Als er tegen dan nog kastanjes zijn. Aan vuur zal er geen gebrek zijn. Ze zullen ons rapport dan maken en er met een dikke stift op schrijven: zij deden gewoon verder! Jammer.
Wij hopen – en dat menen we echt – dat we binnen een aantal jaar onze woorden moeten inslikken. En dat we dan mogen zeggen, in een positieve zin, doe zo verder!
In juni ontving ’t Bokje van de gemeente Wellen een bedrag binnen het kader van de coronasubsidie voor Wellense cultuurverenigingen. Dit was een erkenning voor de toegankelijkheid van onze natuurgebieden in tijden van Corona. ’t Bokje heeft dat geld gebruikt om een omgevallen knotes te conserveren.
Knotessen zijn een uitstervende cultuursoort. Knotbomen werden al in de middeleeuwen aangeplant als grensafscheiding en beheerd als houtleverancier, dubbel gebruik dus. In onze streken vinden we knotwilgen, knotessen, knoteiken en sporadisch ook knotveldesdoorns terug (zei foto, Grote Beemd, Zavelsteeg). Het essenhout werd gebruikt om stelen te vervaardigen maar ook als brandhout. Na de tweede wereldoorlog verdween dit gebruik. De knotbomen werden gekapt, verdwenen uit ons landschapsbeeld. Her en der staan er nog een aantal exemplaren. Het historisch gebruik is zoek. Ze moeten meestal dringend geknot worden. Knotessen werden bovendien nu ook geveld door de essenziekte. Ze zijn een uitstervende verschijning. In 2016 velde de grote storm één van de mooiste knotessen.
KUNSTZINNIGE CONSERVATIE
Het is een geslaagde conservatie. In feite is het een afdruk. De kloven van de oude bast alsook de knoesten en verwondingen blijven in detail zichtbaar. De conservator heeft er een eigen betekenis ingelegd. De boom is ingewassen met een vleeskleurige balsem waardoor de boom iets menselijks krijgt. Hier ligt geen dode boom maar een dode mens. Hier ligt een heilige na de kruisafneming, getergd door lijden en smart, verbleekt na het wegstromen van de levenssappen. Over zijn lende is een doek gelegd om de schaamte te verbergen. De schaamte, van wie, voor wie? Het kunstwerk zal opgesteld worden in de funeraire Sint Rochuskapel van Ulbeek waar ook een andere beroemde boom van Wellen zijn laatste rustplaats heeft gevonden.
WAAR OF NIET WAAR ?
Het verhaal hierboven is deels waar.
Waar: ’t Bokje heeft een coronasubsidie gekregen van de gemeente Wellen !
Waar: Er bestaat een beeld van een omgevallen knotes onder naam “Embalmed Twins II (2017)”. Het is een kunstwerk, gemaakt door Berlinde Debruyckere. Het staat op dit ogenblik tentoongesteld in het Bonnefantenmuseum van Maastricht.
Onwaar: ’t Bokje heeft zelf geen omgevallen knotes geconserveerd. Maar het beeld van de gebalsemde boom van Berlinde Debruyckere riep onmiddellijk een associatie op met het kwijnen en sterven van deze cultuurbomen in ons landschap. Hij zou echt wel een plek verdienen in Ulbeek.
ZOALS HET SCHRIJN VAN DE HEILIGE ODILIA
De boom is tentoongesteld in het Bonnefantenmuseum van Maastricht. In de brochure van tentoonstelling staat dat hele kunstwerk iets heeft van “.. een reusachtig schrijn dat kan worden rondgedragen in religieuze processie”. En dan moet ik onmiddellijk terugdenken aan het schrijn van de Heilige Odilia. Dat werd ooit echt rondgedragen in de processies. Dat schrijn wordt nu beschouwd als meest betekenisvolle kunstwerk uit onze streek. Het is 800 jaar oud. De betekenis ervan werd pas 100 jaar geleden echt ingeschat. Ook dat schrijn werd geconserveerd. Het wordt sinds kort vergrendeld bewaard in de sacristie van de Odulphuskerk van Borgloon. Het Odiliaschrijn is opgenomen in (het voorstel van) de Vlaamse canon. Verdient onze knotes daar ook geen plaats ??
Laat ons hopen dat het geen 800 jaar gaat duren voor we beseffen wat voor een kunstwerk er in een knotes schuilgaat. Om er nu nieuwe te planten. Nieuwe knotbomen kunnen een antwoord zijn op ons ruimtegebrek en energievraagstuk. Maar dat … is een ander verhaal.
Zoals er mensen zijn met twee gezichten, zijn er dorpen met twee bermen. Van een mens met twee gezichten zegt men dat men niet goed weet wat men er aan heeft. Welnu, als je in Wellen naar de bermen kijkt, dat heb je die indruk ook.
HET EERSTE GEZICHT: DE EENJARIGE BERM MET STINKERTJES
Het laatste wat je kunt zeggen is dat een berm met kleurrijke stinkertjes niet opvalt. Hij straalt. Als je het dorp indraait, lijkt het wel op een pride parade. Deze berm is zeer zeldzaam geworden. De reden is gekend: milieuonvriendelijk. Vooral oudere mensen vinden deze berm mooi. Dat is ook normaal omdat deze berm stamt uit een tijd van vóór de Club van Rome en het klimaatplan van Rio.
Deze berm toont het gezicht van Wellen als weinig milieubewuste en als natuuronvriendelijke gemeente. Deze stinkertjes wordt artificieel verwekt. Hun voedsel zit niet in de grond maar in de astronautenvoeding die de plantjes meekrijgen bij de aanplant. Deze berm vraagt veel onderhoud. Hij moet dagelijks water krijgen, opschietend nevenkruid moet gerooid worden. Deze berm is niet wild van Wellen. Bovendien is hij heel vergankelijk. Deze berm is misleidende schoonheid, hij is een zomerse dandy, een flierefluiter, een vat zonder bodem. Eenmaal uitgebloeid, verslenst hij snel. Zijn lot is onverbiddelijk: gedumpt als groenafval op het containerpark. Er blijft een kale, schrale grond achter die dan meestal ingezaaid wordt met gras. Klimaatwaarde nul, biodiversiteit nihil. Er zijn op dit ogenblikken bakken zaden voorhanden voor bijenvriendelijke en overlevende bloemenrijke bermen. Dit gezicht van Wellen zaait verwarring.
HET TWEEDE GEZICHT: DE WILDE BERM MET KRUIDIGE PLANTEN
Deze berm is kruidig. Bij oudere of conservatieve mensen krijgt hij wat kritiek. Te veel ‘smodder.’ Het is de berm van “de GRUN”, zullen velen in Wellen zeggen. Hij is er dank zij het bermbeheersplan van de gemeente. Jawel, beslist en doordacht beleid voor de volgende generaties. Dank zij het goede beheer van de gemeente de laatste jaren evolueren ze naar echte bloemen- en kleurrijke bermen. Er zijn zowel schrale als voedselrijke bermen (die met brandnetel). Door het jaarlijks maaien en afvoeren van het kruid worden de bermen elk jaar voedselarmer en vragen ze dus ook minder en minder onderhoud. Het afgevoerde gras wordt deels verwerkt tot papier.
Deze berm toont het gezicht van een milieubewuste gemeente. Deze berm provoceert ook een mentaliteitsverandering bij diegenen die het graag wat cleaner willen. Hier toont de gemeente zijn inwoners hoe het zou moeten. Want, het zou goed zijn als vele tuinen en landbouwgebieden er wat wilder en kruidiger zouden uitzien, voor ons klimaat, voor onze biodiversiteit en tegen het afstromend water.
Deze bermen zijn letterlijk wild van Wellen. Ze zorgen ervoor dat bijen- en insectenpopulaties kunnen doorleven. Deze bermen bieden in de winter ook voedsel en dekking voor vele vogels die in de omliggende gebieden nauwelijks nog dekking of winterkruiden meer vinden. Deze berm moet het ware gezicht van Wellen zijn. En, hij stinkt niet, hij is wild en Wellendoend.
EVALUATIE VAN DE 1ste GROTE OVERSTROMING VAN DE EEUW VOOR DE NATUURGEBIEDEN IN WELLEN
We hebben een voorproefje gekregen van wat ons denkelijk nog te wachten staat. Nu de ‘zondvloed’ nog vers in het geheugen staat gegrift, is het een goed moment om een evaluatie te maken van de overstroming van 14 en 15 juli 2021 in onze beemd van Wellen. Een paar dagen er voor was het ook al prijs. Maar de tweede keer bleek toch de meest intensieve. We bekijken alles even per stroombekken.
De Herk
In Berlingen waren er geen melding van overstroming.
In Herten trad het wachtbekken in werking (achter ANL). Dat zorgde ervoor dat Wellen centrum net niet overstroomde. In de Dorpsstraat scheelde het maar enkele centimeters. De petanquebaan en de wandelweg achter het gemeentehuis liepen wel onder.
Achteraf was het niet duidelijk of het wachtbekken van Herten nog een grotere opvangcapaciteit had om een eventuele overstroming in Wellen centrum te vermijden. De VMM onderzoekt dit.
In de Broekbeemd stroomde de Herk niet in de beemd. Het water kolkte aan Wellenmolen. In het natuurgebied stuwde het regenwater via de Vloedgracht en Broekbeemdgracht wel op vóór Wellen dorp (ter hoogte van het parkje aan het gemeenteplein) en zette delen van de Broekbeemd nabij de dorpskern onder water. Ook daar liep het water net niet over de duiker. Dat regenwater is een zegen voor de functie van de Broekbeemd als klimaatbuffer. Het veen heeft als een spons alles ondertussen opgezogen en zal later zijn afkoelende werking beter kunnen vervullen. Dijken bouwen – om ook hier een bufferbekken van te maken – rond dit natuurgebied zou trouwens zo goed als onmogelijk zijn. De veenlaag leent zich daar niet echt voor. De runderen en paarden vonden nog voldoende droge plekken en moesten niet geëvacueerd worden. De paarden zochten het droge op en de runderen schuwden de zompige ruigtes niet. Nieuwe soort op ons lijstje: de goudvis.
Overstroming van de Broekbeemd, vlak voor Wellendorp, dit is regenwaterWater kolkte langs WellenmolenPaardjes op het droge, Broekbeemd.Waldo (?) loert om het hoekje
In de Grote Beemd treden de gecontroleerd overstromingsgebieden voor de tweede keer in korte tijd – met deze keer duidelijk grotere debieten – in werking. Na de overstroming werd de geul – in opdracht van VMM – zelfs tijdelijk verdiept.
‘De instroom van een deel van het water uit de Herk in de beemden voorkwam heel wat wateroverlast’
Zowel ten noorden als ten zuiden van de Bodemstraat stroomde het water met kracht over de verlaagde dijksegmenten en zette grote delen van de beemd blank tot tegen de stuwen aan de Bodemstraat en op de grens met Alken. Dit voorkwam dat de Herk in Alken niet overstroomde. De overstromingen bij onze noorderburen in Alken hadden trouwens een andere oorzaak.
Overstroming wachtbekken Grote Beemd voor BodemstraatWachtbekken ten noorden van de Bodemstraat in werking
Het is afwachten wat voor effect het overstromingswater zal hebben op de flora en fauna van de beemd. Zo stond de waardevolle Papenweide voor de eerste keer voor een langere tijd onder water. Omdat een deel van Wellen nog geen gescheiden riolering heeft is het water dat binnen stroomde in het natuurgebied zeker niet van goede kwaliteit. De runderen hebben geen probleem gehad. Ze trokken naar de hoger gelegen gronden nabij Graetmolen die niet onder water liepen. De Graeterbeemd aan de ander oever bleef relatief droog. Het was er alleen nat door het regenwater en de saturatie van de grond. De grazende schapen kwamen dan ook nooit in de problemen.
De Kleine Herk (Vrolingen – Alken)
In Vrolingen waren de wachtbekkens vóór Wellen dorp volgelopen en hebben zo eventuele wateroverlast voorkomen.
Aan de Bodemstraat kon de duiker het hoge water niet verwerken. De kleine Herk leek plots een grote Herk. Er ontstond een soort van nevenloop langs de Bodemstraat richting middelsloot. De Bodemstraat liep op die plaats onder water.
Kleine Herk wordt Grote Herk, Bodemstraat Wellen
In Alken, nabij de sporthal, trad de Kleine Herk – ondanks het overlopen aan de duiker aan de Bodemstraat – buiten haar oevers en zorgde daar onverwacht toch voor wateroverlast.
‘Een breuk in de dijk van de Herk was mogelijk de oorzaak van de wateroverlast in Alken’
Een van de hoofdredenen zou kunnen zijn dat vlak voor de betonnen brug richting manege de dijk van de Herk het had begeven. Het water zocht via een maisakker zijn weg naar de Kleine Herk die zo veel te veel water kreeg te verwerken. Het water van de Herk stuwde ook nog eens terug en zette de sportvelden onder water. Op de Kleine Herk een extra wachtbekken voorzien zou misschien een oplossing zijn? Dit nader bekijken lijkt ons een goede optie.
Alken, omgeving manege
De Winterbeek:
Op de Winterbeek vulde het wachtbekken zich achter de begraafplaats aan de Zonneveldweg en zorgde zo dat er verderop geen wateroverlast kwam.
De Spaasbeek (Ulbeek)
Op de Spaasbeek traden de verschillende wachtbekkens achter de Bottelarij en aan Tervoortstraat in werking en vermeden dat er stroomafwaarts van de bekkens wateroverlast ontstond. Dit was in het verleden ooit anders. Dus de wachtbekken hebben hun functie prima vervuld.
Wachtbekken Tervoort in werking
De duiker onder de Herenstraat bleek opnieuw een ‘bottleneck’ en zette de straat onder water alsook delen van het Klein Uylenbroek. Op zich is een overstroming in het Klein Uylenbroek niet erg, maar natuurlijk wel voor de aanliggende huizen.
‘Het probleem aan de Herenstraat kan met een kleine ingreep opgelost worden’
In ons biodiversiteitsproject Uylenbroek hadden we aan de gemeente gevraagd om de duiker van de Spaasbeek onder de Herenstraat weg te nemen. De gemeente ging niet in op ons voorstel. Waarschijnlijk gaat de gemeente die vraag terug op tafel krijgen. Het is een zeer kleine ingreep die gemakkelijk door de gemeente zelf zou kunnen uitgevoerd worden. De dienst Waterbeheer van de provincie is bevoegd.
Overstroming van de Herenstraat, duiker onder de Herenstraat kan capaciteit niet verwerken.
Op overige plaatsen buiten de valleien was er verspreid overlast door de lokale omstandigheden:
Akkers en tuinen en wegen geraakten gesatureerd door het water. De afvoerbeken en rioleringen kregen het water niet meer verwerkt. Lokaal was er wateroverlast op de meest kwetsbare plaatsen: ondergrondse garages en ondichte kelders liepen vol. Onrechtstreeks zorgde het stijgend grondwater er voor dat kelders – die niet waterdicht waren – voor natte voeten. Het is opvallend hoeveel het er waren. Als bijkomstigheid blijken de muggen te profiteren van het water dat overal blijft staan. Er zijn er miljoenen.
De conclusies zijn:
De wachtbekkeninfrastructuur heeft gewerkt en zo Wellen dorp behoed van erger. Maar het was op het randje.
Toch moet de vraag beantwoord worden of het wachtbekken van Herten nog capaciteit heeft ?
Het knelpunt op de Herenstraat met de Spaasbeek kan – met een beperkte ingreep – snel opgelost worden. (Provincie is bevoegd, de gemeente moet echt aandringen). Het is daar kwestie van even door te duwen.
De overstroming van de Kleine Herk moet bestudeerd worden door de instanties. Er is een Bottleneck aan de Bodemstraat die kan opgelost worden maar dat gaat voor problemen blijven zorgen in Alken. De Kleine Herk krijgt veel water van het verharde centrum van Wellen.
‘Een beter waterbeheer is een taak voor iedereen’
Tenslotte moet alles in het werk gesteld worden om overal waterafvoer te temperen en infiltratie te bevorderen. Dat is een taak voor iedereen. Hier moet de knop terug gedraaid worden door duizenden gespreide maatregelen bij besturen en particulieren op te leggen zoals: onthardingen, waterdoorlatende bestrating, wegnemen van duikers, aanplant van hagen en aanleg van grasstroken in landbouwgebieden, bufferstroken rond de beken, verhardingsvrije (voor)tuinen, (grotere) regenwaterputten, maximale infiltratie van water in de hoger gelegen gebieden, enz. Werk aan de winkel.
Kunnen we het beheer van grote bomen en kleine landschapselementen toevertrouwen aan landbouwers?
Boomgenocide
Het doet pijn, de manier waarop de landbouwers in mijn buurt de bomen behandelen. De volgende foto’s zijn genomen binnen 1 km rond mijn huis. Het is een echte veldslag die plaats vindt. Het woord is goed gekozen. Het gaat om territorium. En het is een ongelijke strijd. De landbouwer heeft de landmacht, de wapens, de agressie van een tractor van 150 pk. De bomen kunnen zich niet weren. Nog een paar decennia zo verder, en de grote bomen zullen verdwenen zijn uit het landbouwlandschap rondom mij. Ik zou durven spreken van een sluipende bomenmoord. Als je het boek “Het geheime leven van de bomen “ hebt gelezen, mag je ook spreken van een genocide. Jawel, ik wik mijn woorden. Want voor de boeren rondom mij is een boom wat een neger moet geweest zijn in de Congovrijstaat van Leopold II. Onbegrip en onkunde.
Gewoon een aantal feiten
Dit is de befaamde “Witte Abeel” of “Esp” aan de Iderveldweg. Hij zou gekapt geweest zijn. De beroepsprocedure van ’t Bokje om de boom te redden is lopende. Denkelijk loopt dat goed af en zal de boom gered worden. Maar is hij dan wel gered ??
Kijk eens hoe deze boom aan zijn wortels belaagd wordt door puinafval. Het getuigt van weinig inzicht en respect voor deze oude veteraan, ook al zou je intussen verwachten dat door alle commotie de landbouwer de boom wat hoger zou achten ! Nee hoor, de strijd gaat voort. De boom dient gepest. Hier is geen liefde.
Dit zijn de eiken rond het fietsknooppunt 145, gemeente Kortessem. Vroeger stonden ze aan de rand van een weiland, intussen van een fruitplantage.
De landbouwer heeft aan de voet van deze eiken herbiciden gespoten. Waarom ? En hoeveel ?
Dit is nefast voor de wortelwerking en bijgevolg voor de groei van de boom. Dat is zoiets als de opvoeding van een adolescent bewust kraken.
Bomen kunnen dit soort van groeiremmers en schadelijke stoffen missen. Bomen moeten ongestoord kunnen groeien. Hun leefruimte onder de grond is minstens even groot als dat van hun kruin. Geen landbouwer die dat blijkt te weten – of er om geeft. Bovendien zijn publieke dit straatbomen.
Dertig jaar geleden werden laanbomen geplant langs de Vinckenroyestraat in Kortessem. Ongeveer 30 % van de straatbomen overleefden. Een goed werkende groendienst had de verdwenen straatbomen het jaar daarop moeten vervangen. In Kortessem duurde dat 30 jaar. Dat is toch tenminste al iets.
Links zie je hoe die prille, kwetsbare jonge bomen worden onthaald door de landbouwer. Er wordt geploegd met kwaadheid. In een staaltje van tractorrijkunde wordt geploegd op 10 cm van de stam. Dit is dus de genoemde veldslag. De bomen zijn niet gewenst. Het gaat om land. De bomen staan nochtans in ons openbaar domein. Het zijn onze bomen, gekocht en geplant met geld van de gemeenschap.
Het perceel hierboven was een boomgaard tot 2020. De fruitteler kreeg een vergunning om de zieke bomen te kappen en te verjongen. De hoogstamboomgaard verdween. Een laagstamaanplanting kwam in de plaats. De nieuwe vergunde hoogstamfruitbomen werden mee in de rijen laagstammen geplant, met een opgestoken middenvinger naar het beleid, “kust mijn kl…”. Zijn argument was nobel en vernieuwend: Agroforestry !
Op de perceelsgrens staat een mooie eik, 100 jaar oud. De nieuwe laagstamrijen werden tot onder de kruin van de eik geplant met een afgemeten doorgang tussen plantage en boomstam. Dit heeft deze eik nog nooit meegemaakt in zijn leven. Hij was er nochtans eerst. Waarom werd er geen rekening gehouden met de aanwezigheid van die boom in de layout van de plantage?? Voor de grote boom betekent de plantage: bodemverdichting, bemesting, herbiciden, pesticiden, enz. Dit is geen Agroforestry maar Agrodeforestry.
Op deze foto tenslotte, zie je het resultaat van de jarenlange aanslagen. 3 robuuste eiken die kwijnen aan de rand van de plantage. Je ziet hun afsterven aan hun dode buitentakken in de kruin. De bomen kunnen hun sappen niet meer de hoogte instuwen. Hun wortelwerking is beschadigd, hun machinekamer ontwricht. Het proces van afsterven is begonnen. Binnen 10 jaar zijn deze veteranen dood, vermoord.
Vooraan een oude knotes, naar schatting 200 jaar oud. Hij kwijnt eveneens, niet door de landbouwer, maar door de essenziekte. In feite had deze boom wel al lang mogen geknot worden, als erfgoed. 10 jaar geleden hing deputé Ludwig Vandenhove met de nodige persaandacht nog een kerkuilkast in deze knotes. De kerkuilen moesten de woelratenplaag bestrijden.
2 jaar later viel de bodem uit de nestkast. Geen landbouwer die er om maalt, noch om de boom, noch om de nestkast, noch om de kerkuil, noch om het erfgoed, noch om het landschap.
Als of er geen natuurdoelstellingen bestaan in het landbouwgebied !
Nochtans beweren de jonge boeren wel te geven om ons landschap. Daarvoor betoogden ze, een maand geleden. Ik vond het een ‘fout’ protest tegen het stikstofbesluit, alsof er niets aan de hand is ?
Ik ben de eerste om de vraag naar erkenning van de jonge boeren te steunen. Ja, we hebben jonge boeren nodig. De essentiële vraag is echter: “Op welke manier verbouwen ze ons landschap ? “
Ik wil een landbouwlandschap met gezond voedsel en grote bomen en natuur en schoonheid en erfgoed. Boeren is meer dan ploegen. En, ik sta niet alleen met mijn vraag. Ik ben in hoog gezelschap. De principebeslissing van de landbouw-ministers van de EU van 21/10/2020 vraagt om meer milieu- en klimaatdoelstellingen te koppelen aan het landbouwbeleid 2021 – 2027. Dat is nu !!
De provincie legt klimaatdoelstelling op voor het landbouwgebied. Ook het Wellens klimaatplan wil een “Bosrijke” gemeente, jawel. Concreet betekent dit dat natuur én milieu onderdeel moeten zijn van het landbouwgebied – in landbouwjargon het HAG (het Herbevestigd Agrarisch Gebied) en dat bomen en groen daarin dus ook een essentiële plaats zouden moeten hebben of krijgen. Niet allen voor ons, maar ook voor die jonge boeren van de toekomst, die boeren die we nodig hebben.
Beste jonge boeren, die landbouw van de toekomst heeft natuur nodig voor zijn bestuiving, voor de bodemvorming, voor de waterretentie, voor de erosiebestrijding en voor het klimaatevenwicht.
Een beetje verder staat in een veld nabij het Bellevuebos sinds jaren een slogan op een muurtje geschilderd: “De boer melkt de koe, de boerenbond de boer.” Hieronder heb ik er mijn verbeelding “ En het klimaat de boerenbond” bijgeschilderd.
Uit alles blijkt dat boeren en hun bonden niet bezig zijn met natuur, dat natuur hinderlijk is of afwezig in hun denken. De hele discussie tussen landbouw en natuur duurt al vijftig jaar. Dit leidde tot een segregatie tussen natuur- en landbouwgebieden. Dat was goed voor onze beemden. Maar het was nooit de bedoeling dat de natuur uit de landbouwgebieden zou verdwijnen. Het was nooit de bedoeling om een steriel landbouwgebied te creëren. Landbouw heeft natuur nodig, niet voor de natuur maar voor het overleven van de landbouw zelf.
Andere aanpak !
Het is duidelijk dat het huidige generatie landbouwers van geen hout pijlen weet te maken van natuur. Ze willen misschien wel, maar ze weten gewoon niet meer hoe. Ze zijn hun roots ontgroeid. Misschien ook ze ook wel ander zorgen dan natuur beschermen. Dus moeten wij hen helpen. Wij, als maatschappij, moeten vooruit denken op lange termijn. We moeten voorkomen dat het handelen van de huidige generatie landbouwers de volgend generatie landbouwers nekt – ja, voor het voedsel van onze kinderen. Dat kan door er voor te zorgen dat natuur van de landbouwgebieden beter beschermd, beheerd en ontwikkeld wordt. Het gaat dan niet alleen over grote bomen, maar ook over sloten, hagen, houtkanten, bosjes, enz. We moeten streven naar een duurzaam en schoon landbouwschap. De weigering van een nieuw bosje in landbouwgebied door de gemeentebestuur van Wellen was een gemiste kans. De gemeente toonde hier geen visie en ambitie. De weigering was tegenstrijdig met het eigen klimaatplan en structuurplan. Ook hier is de eigenaar in beroep gegaan. Hopelijk krijgt hij gelijk.
De WAL (Wellense Adviesraad voor Leefmilieu) heeft aan de gemeente gevraagd om voor de meest waardevolle veteraanbomen en Kleine Landschapselementen een Ruimtelijke Uitvoeringsplan op te maken waardoor ze planologisch beschermd worden. Zo krijgt de natuur in het landbouwgebied een strijdmacht die sterker is dan een tractor van 150 pk. Dit zou een zeer goede 1e stap zijn van een strategie zijn voor de natuurinclusief landbouwgebied van de toekomst.
Vlaamse Wielewaal in de Wellense natuurkern Langenakker
Op woensdag 21 april 2021 bracht Dirk Draulans een bezoek aan Wellen. Aanleiding was het artikel op onze blog over “De man met de knuppel”. Dat relaas had hem getriggerd. En zo werd Wellen even Knackig.
Afspraakplaats was de natuurkern Langenakker, tuin van Frieda en Stanny aan de Loystraat. De gordijntjes van de buren bewogen zachtjes. Dat heb je met BV’s, je voelt ze ‘aankomen’. Nadien heeft Draulans op zijn facebook lovende woorden geschreven over de tuin van Frieda en Stanny. Nou ja, in feite ging het niet over hun tuin – die is wat netjes – maar over het achterliggend graslandperceel dat ze op een bijzonder manier als miniatuurreservaat beheren en koesteren als een Wellens anno 1950. Herinner u dat het gemeentebestuur van Wellen in een ongezien Vlaams planologisch project dit gebied omzette van landbouwgebied naar natuurgebied. Dat is wat ik Draulans het eerste vertelde. Dat project is nog altijd geselecteerd voor Vlaamse planningsprijs 2021. Het Lam Gods stond ons op te wachten.
Natuurminiatuurtje in Wellen (Foto: Lies Willaert)
Migrerende orchis
De verdienste van Frieda en Stanny voor het natuurbehoud is groot: kerngebied voor de kamsalamander, rondvliegende Bechsteins vleemuis, appelvink en goudvink, gevlekte orchis, kleine bonte specht, vermoedelijk aanwezigheid van de eikelmuis en sinds vorig jaar dus ook de das. Je hoeft maar naar de weide van de buren te kijken om te weten hoe het niet moet voor natuur en landschap, nochtans ook gelegen in natuurkern. Bij de buren verdwenen de laatste jaren minstens 500 gevlekte orchideeën door fout beheer en is een eeuwenoude houtwal fameus verminkt. “Nature is in the heart of the beholder”. Die orchideeën migreren nu schoorvoetend naar de tuin van Stanny en Frieda. Sinds een aantal jaren voert het ANB – met een stille trom – de regie in het gebied.
“Welkom DAS” schreven we vorig jaar in maart op onze blog. In feite dachten we: “ Wir schaffen DAS”. Het pakte iets anders uit, voor deze burcht dan toch. Maar net zoals men de stroom en vermenging van de wereldbevolking op termijn niet gaan kunnen tegenhouden, gaat men de das ook niet kunnen blijven doodknuppelen. Mondiaal nieuws of regionaal nieuws? In de kern allemaal hetzelfde. De wereld evolueert nu eenmaal.
Rode lijstsoorten in de natuurkern Langenakker (Foto: Lies Willaert).
Bechsteins vleermuis
We staan ook op een milieujuridisch historische plek. De genoemde Bechsteins vleermuis, die in de schemering over de tuin van Frieda en Stanny vliegt tussen het aangrenzend hakhoutbosje en het Belleveubos, is mede oorzaak van het fameuze stikstofarrest. Een arrest dat in extremis de bouw verhinderde van een megastal 1km verderop met 120.000 kippen, in een cyclus van 6 weken, 1 miljoen kippen per jaar. Plofkippen noemen ze dat. De pluimen zouden tot in de tuin van Frieda en Stanny gevlogen zijn.
– Welnu 1: niet het terechte bezwaar van honderden omwonenden van Kortessem tegen die megastal was doorslaggevend voor dat arrest. – Welnu 2: noch het negatief advies van de provincie, – Welnu 3: noch de – zeer bedenkelijke – goedkeuring door de minister, – Welnu 4: wel het daaropvolgende advies van de Raad voor vergunningenbetwisting, aangedragen door Natuurpunt.
Dat arrest bepaalde dat geen megastal mocht gebouwd worden én dat Vlaanderen zijn stikstofbeleid grondig zou moeten herzien. Die Raad oordeelde in volle deskundigheid dat de bouw van de megastal niet alleen nadelig was voor de eutrofiëring van nabijgelegen Bellevuebos maar ook voor de schemerige vlucht van die kleine zeldzame Bechteinsvampier boven de tuin van Frieda en Stanny.
‘Pire que le bruit des bottes, le silence des pantoufles’. Wat zou er gebeurd zijn als Natuurpunt niet zou gereageerd hebben? Alleen al om de pienterheid en strijdvaardigheid van die natuurpunters zou heel Kortessem lid moeten zijn van Natuurpunt. Dat stikstofarrest heeft Kortessem bevrijd. Beseffen ze het daar? Als dan nadien de boeren betogen dat we hen nodig hebben voor de voorzieningen van ons voedsel en voor het behoud van landschap, dan kan ik dat alleen maar beamen. Het gaat niet daarover! Het gaat over de manier waarop!
Ingekleurd
Dirk Draulans – onderzoeksjournalist – was gefascineerd geraakt door ons verhaal over de knuppelman. Jawel, eindelijk hebben we de persoon gevonden die onze blog leest! Het gebeurt niet zo vaak dat Wellen nationaal nieuws haalt. Een – zelfs in hun hoogste rangen – zich sluitende jagerij rond een ondertussen dode das waren voldoende. Natuurlijk konden we Draulans niet zo veel vertellen. Hij bleef op zijn honger wat jacht en stroperij betreft. Buiten onze beperkte contacten met de plaatselijke WBE kennen wij de wereld van de jagers/stropers niet. Daarvoor moet je misschien undercover gaan. We weten niet of ze met een ongeschonden of gespleten tong spreken. We weten niet of ze allemaal hetzelfde denken. We weten niet hoever ze zelf verdeeld zitten over man met de knuppel.
Dirk Draulans bleef wat op zijn honger zitten, zoals ook wij ’t Bokje, op onze honger blijven zitten met onze vraag naar meer natuurinclusieve landbouw en minder afgeborstelde tuinen. Maar ook rond logischere jachtgebieden. De hele gemeente is – met dank aan een overijverige WBE – volledig ingekleurd als jachtgebied. Er bestaat in Wellen wat misverstand over wat ‘een groene gemeente’ is 😊. Jan Hertoghs schreef er een aantal jaar geleden in Humo een nogal hilarisch artikel over: “Alle macht aan de jacht”. Tja, “Wild van Wellen” is als gemeentelijke slogan echt wel even geslaagd als gelaagd.
Er gaat altijd een strijd blijven voor meer en betere natuur. De klok van milieu, klimaat en biodiversiteit tikt onverstoord (verkeerde woordkeuze hier) verder. Niet voor de natuur, niet voor de das, maar voor de mens. Zo’n bezoek van Draulans is hoopgevend. En de man met de knuppel heeft een tik uitgedeeld, denkelijk in zijn eigen ballen.
Epiloogje: Dirk Draulans is een kenner. Na 5 minuten wist hij dat rond de tuin van Frieda en Stanny kleine bonte specht en appelvink zat. ‘Once a birder, always a birder’. Leuk en stimulerend, zo’n contact met een Vlaamse Wielewaal. Dank je Dirk voor de ontmoeting en de interesse.
Jan Nuijens, ’t Bokje Wellen
Het resultaat van deze ontmoeting: zie Knack 28/4/2021
Het beeld staat intussen op ons netvlies gegrift. Een man met een stok in de sneeuw. Voor hem: een doodgeknuppelde das. Het landschap rondom hem als een volmaakt decor: ijzingwekkend. “Klik” een foto die hét moment vastlegt dat niet had mogen gezien worden en dat zich als een rukwind van verbijstering verspreidt over Wellen en Alken, Limburg en Vlaanderen. Die foto, dat ijzige zwartwit beeld, maakte van de jager/stroper zelf opgejaagd wild. Hij ging lopen maar werd nadien zelf ‘neergeknuppeld’ door hét beeld. De kracht van het moderne beeld tegen die van een primitieve knuppel. De kracht van het bewijs tegen die van een verboden jacht. De kracht van de waarheid tegen de zwakte van de heimelijkheid. Dank, aan die voorbijgangers voor het nemen van de foto, dank voor het documenteren van deze moord, dank voor het niet wegkijken, want dat doen we veel te veel en veel te graag.
Stil en verlaten
De jonge das was waarschijnlijk afkomstig van een burcht in de buurt. De jonge das was zijn territorium aan het uitbreiden naar het noorden. Hij was een telg van een succesverhaal dat ergens 30 jaar geleden begon bij een net niet doodgeknuppelde populatie in het zuiden van de provincie. Toen werd de das beschermd en zwierf terug uit naar het noorden, heroverde zijn territorium. Sinds 5 jaar is hij terug in Wellen. Vorig jaar hebben wij als ‘t Bokje melding gemaakt van een nieuwe burcht op de Langenakker. We kozen voor de eerlijkheid, voor de omarming. We mogen er niet over nadenken dat daardoor het satans embryo werd gelegd voor een heimelijk jacht. De burcht ligt er momenteel stil en verlaten bij. Een ganse familie dassen is verdwenen. Hoeveel dassen werden zonder getuigen intussen al heimelijk neergeknuppeld. We vroegen ons al langer af waarom die burcht op de Langenakker niet doorstartte? Ik denk dat we de reden ondertussen ontdekt hebben.
Topje van de ijsberg
Wij hadden nooit gedacht dat het maken van dit beeld, de man met de knuppel, nog mogelijk zou zijn geweest in 2021, maar als we terugkijken kondigde ze zich – zoals een beurscrash – signaal per signaal aan. Wij – ‘t Bokje – kregen de laatste maanden regelmatige verdachte meldingen van overal in Wellen: er werd aas met vergif gevonden in onze natuurgebieden, een dode vos werd provocatief voor iemands deur gelegd, vossenburchten werden illegaal uitgegraven, er werden verdacht veel kadavers van (vergiftigde ?) roofvogels gevonden in de beemd, roofvogelnesten bleven zonder reden leeg, wildcamera’s werden gestolen,… Dit ene voorval – dat op foto werd vastgelegd – is volgens ons slechts het topje van een ijsberg van wandaden tegen de natuur.
Het leek wel of tijdens corona zich duistere krachten verenigden tegen meer biodiversiteit, klimaatbeleid en een beter leefmilieu. Een soort van contrarevolutie. Of worden er – omdat er meer mensen momenteel in de natuur rondwandelen – meer van deze wandaden ontdekt en gemeld? De man met knuppel is daarvan een climax, de Icarus van de arrogantie.
Rotte appels
Hoe groot de verbijstering ook is, intussen gebeurt al terug het omgekeerde, wil men dé foto wissen en relativeren en sluit zich het krachtveld van de advocatuur met een betwistbaar pleidooi rond de man met de knuppel. Het zijn dezelfde spelers die al jaren in de gesloten kamers van de 3de macht onze talloze bezwaren tegen overtredingen en de PV’s van het onderbemande en machteloze Agentschap Natuur en Bos seponeren en regelen. De jagerslobby draait op volle toeren en heeft de mantel der liefde al klaar liggen naast een ondertussen stevig gevulde doofpot. Hun persbericht op hun website spreekt boekdelen. Opnieuw steken ze hun kop diep in het zand voor de – ondertussen enorme hoop – rotte appels in hun vereniging. We zullen zien wie in het verhaal van de man met de knuppel gelijk krijgt.
Duidelijk signaal
De enorme stroom aan reacties leert ons alvast dat onze maatschappij dit niet meer pikt. Daarom dat wij als Wellense natuurvereniging moeten reageren tegen dit onrecht tegen de natuur. Samen met andere verenigingen – en blijkbaar met de Minister – gaan ook wij ons als Wellense Natuurvereniging ’t Bokje vzw burgerlijke partij stellen. Wij zijn in ons hart en ziel geraakt. We zijn er zeker van dat we spreken in naam van al onze leden en sympathisanten. Aan de stroom van verontwaardiging via allerlei kanalen en de aandacht die dit feit in de media krijgt is heel duidelijk geworden dat de maat voor veel mensen meer dan vol is.
Hoog tijd dat Hubertusvereniging Vlaanderen – de overkoepelende organisatie van de jacht – maar ook de plaatselijke jagers en Wildbeheerseenheden (want die blijven toch wel heel erg stil) aantonen dat hun beweringen dat zij opkomen voor de natuur klopt. Wij wachten vol ongeduld op een duidelijk signaal van hen. Een veroordeling van dit soort van wandaden.
Neem zelf actie
Ben jij ook zo geschokt door dit voorval en de reactie van de jachtlobby? Weet dat ook jij zelf actie kan ondernemen. Om zo een persoonlijk signaal te geven. Jagers moeten met de eigenaars van percelen in het door hen ingekleurde jachtgebied een schriftelijke (sinds 2014) of – vroegere – mondelinge overeenkomst hebben. Dit is echter heel vaak niet het geval. Zo zien wij dat bijna gans Wellen is ingekleurd. Het zou ons verwonderen dat er voor elk perceel een overeenkomst bestaat. Elke andere burger in ons land moet – om gronden op een of andere manier te mogen gebruiken – daar netjes toestemming netjes voor vragen en op papier laten vastleggen in een overeenkomst. De jagers dus blijkbaar niet (ze hebben dit alvast in heel veel van de gevallen niet gedaan). Het bizarre van dit fenomeen is dat als jouw perceel onterecht werd ingekleurd, jij zelf dit moet laten rechtzetten. De eigenaar moet dan actie ondernemen om dit te laten ‘uitkleuren’. Eigenlijk de omgekeerde wereld. Logischer zou zijn, alles uitkleuren en wie wil jagen op iemands eigendom de inspanning laten doen om alles – met duidelijke overeenkomsten op papier – te laten inkleuren.
Ingekleurd jachtgebied in en rond Wellen
Jij kan makkelijk zien of jouw eigendom jachtgebied is en – als je hiermee niet akkoord bent – vragen om dit dan te laten uitkleuren. Op http://www.geopunt.be/ kan je nakijken of jouw eigendom is ingekleurd. Zodra de kaart is geopend kan je rechts kiezen uit het menu: natuur en milieu – jacht en dan het vakje jachtterreinen aanvinken. Daarna kan je bovenaan in de zoekbalk je straat en gemeente invullen.
Wil je jouw eigendom uitkleuren. Dan is de simpelste manier om via http://www.schietinactie.be/ contact op te nemen met Vogelbescherming Vlaanderen die jou alle info bezorgen en ook verder alles voor jou regelen.