Geringd

Elk najaar worden er in een van onze natuurgebieden vogels geringd. Dit gebeurt door een erkend ringer die hiervoor de nodige opleiding en vergunningen kreeg. Interessant, omdat we op deze manier weten wat er over en door deze gebieden passeert. Dit levert vaak leuke verrassingen op.
Elke vogel die de ringer door zijn handen laat gaan krijgt een wetenschappelijke ring mee. Maar daarnaast worden een aantal gegevens genoteerd zoals soort, leeftijd, geslacht, gewicht, vleugellengte, vetscore en zo meer. Al deze gegevens worden bewaard in een enorme database die wordt beheerd door het Koninklijke Belgische Instituut voor Natuurwetenschappen in Brussel. Een enorme bron aan informatie die heel vaak door wetenschappers wordt geraadpleegd om onderzoek te doen.
Wil je meer weten over het Belgische ringwerk? Kijk dan eens op hun website.
Dit jaar werden er in Wellen 4.137 vogels geringd of gecontroleerd. Dit gedurende 356 uur veldwerk. Voornamelijk in de zeer vroege uurtjes. Wie vogels wil ringen mag geen langslaper zijn.

Zwartkop wint weer

Van dit aantal neemt de zwartkop een grote hap uit het geheel. Deze onopvallende maar zeer talrijke soort wordt op bijna elke ringplaats het meest gevangen. Met 1.215 exemplaren was dat ook bij ons het geval. De tweede in de top 5 moet het al doen met minder dan helft. De kleine karekiet pakte zilver met 515 exemplaren.
Voor deze locatie toch geen slecht resultaat omdat er in de ruime omgeving geen rietveld te bespeuren valt. Toch de biotoop die deze soort verkiest.
Op drie vinden we de heggenmus met 394 exemplaren, gevolgd door roodborst (372) en pimpelmees (313). Deze laatste werd vooral in november gevangen. Op dat moment bleek er een kleine golf over ons landje te rollen van deze sympathieke meesjes.

Mannetje zwartkop

Daar doen we het voor

151, dat is het aantal vogels dat kon gecontroleerd worden omdat ze al een ringetje rond hun poot hadden. Dit zijn de leuke vangsten. Want deze vogel draagt met zijn ring al heel wat info met zich mee.
Zo komen we te weten hoe oud hij minstens is en ook waar hij of zij vandaan komt.
Van die 151 waren er 113 eigen terugvangsten van datzelfde jaar. Sommige vogels blijven ‘plakken’ omdat ze in de buurt genoeg eten en dekking vinden om even bij te tanken. Soms zijn het ook plaatselijke vogels die de ringplek als leefgebied hebben.
Maar er zijn ook eigen terugvangsten van voorbije jaren. zo vingen we een zwartkop die op dezelfde locatie werd geringd in 2020. Die heeft er in zijn korte leven al een trip opzitten naar zijn overwinteringsgebied en besloot om net als in 2020 om nog eens te passeren in Wellen. Is de Grote Beemd zijn jaarlijkse broedgebied of is het een jaarlijkse tussenstop op zijn lange reis naar warmere oorden in de winter? Die vraag blijft open. Tenzij hij ook eens in de handen komt van een ringer in die regio. Boeiende materie dat ringwerk.
We controleerden ook 2 vogels die in 2019 al door ons geringd werden. Een heggenmus en een roodborst. Ook hier blijft die vraag open.

Letland

Maar we weten natuurlijk op die manier wanneer we een ‘buitenlander’ in onze handen hebben. Dat zorgt elke keer weer voor een kleine opstoot van adrenaline. Zo vingen we een bosrietzanger, tuinfluiter en zwartkop uit Nederland. Logisch, want deze vogels passeren normaal gezien op hun tocht naar het zuiden eerst Nederland en dan ons landje als ze in het noorden vertrekken.

Ring met inscriptie van ringcentrale uit Litouwen


Maar toch is het niet altijd de klassieke noord naar zuid story die bij de trek van vogels van toepassing is. Dat bewijzen een bosrietzanger die werd geringd in Tsjechië, een pimpelmees die uit Litouwen komt of een fitis met een Russische ring rond de poot.
Er waren ook twee kleine karekieten met een ‘buitenlands verhaal’. Eentje had een ring gekregen in Polen en den andere in Letland.
Vooral deze laatste was leuk en interessant, omdat het ging om een 1ste jaars vogel. Dat wil zeggen dat hij dit jaar uit het ei is gekropen. Dit in Letland of nog verder naar het noorden. Hij heeft dus in zijn jonge leven al een stevige tocht achter de rug. Maar die tocht stopte niet in Wellen, maar gaat denkelijk nog door tot een rietveld aan een Afrikaanse stroom of waterplas.

Grote

Elk jaar worden er ook zeldzamere soorten geringd. Op zich niet het hoofddoel van al dit veldwerk, maar toch een leuke bonus. Zo weten we op deze manier zeker dat er waterral, snor, siberische tjiftjaf – een ondersoort van onze plaatselijke tjiftjaf -, blauwborst en nachtegaal passeerde in onze Wellense natuurgebieden.

Grote karekiet in zijn biotoop, verborgen in het riet.


De verrassing van dit jaar was zonder twijfel de vangst van een grote karekiet. Een nieuwe soort voor deze ringplek en eentje die nog nooit in onze natuurgebieden in Wellen werd waargenomen.
Wel niet totaal onverwacht omdat deze soort net als de meeste soorten die hun leven slijten in waterrijke rietgebieden, het de laatste jaren beter doet en in aantal is toegenomen.
Maar het bleef een leuke kers op de stevige ringtaart van dit jaar.

Plaats een reactie