Kunnen we het beheer van grote bomen en kleine landschapselementen toevertrouwen aan landbouwers?
Boomgenocide
Het doet pijn, de manier waarop de landbouwers in mijn buurt de bomen behandelen. De volgende foto’s zijn genomen binnen 1 km rond mijn huis. Het is een echte veldslag die plaats vindt. Het woord is goed gekozen. Het gaat om territorium. En het is een ongelijke strijd. De landbouwer heeft de landmacht, de wapens, de agressie van een tractor van 150 pk. De bomen kunnen zich niet weren. Nog een paar decennia zo verder, en de grote bomen zullen verdwenen zijn uit het landbouwlandschap rondom mij. Ik zou durven spreken van een sluipende bomenmoord. Als je het boek “Het geheime leven van de bomen “ hebt gelezen, mag je ook spreken van een genocide. Jawel, ik wik mijn woorden. Want voor de boeren rondom mij is een boom wat een neger moet geweest zijn in de Congovrijstaat van Leopold II. Onbegrip en onkunde.
Gewoon een aantal feiten
Dit is de befaamde “Witte Abeel” of “Esp” aan de Iderveldweg. Hij zou gekapt geweest zijn. De beroepsprocedure van ’t Bokje om de boom te redden is lopende. Denkelijk loopt dat goed af en zal de boom gered worden. Maar is hij dan wel gered ??

Kijk eens hoe deze boom aan zijn wortels belaagd wordt door puinafval. Het getuigt van weinig inzicht en respect voor deze oude veteraan, ook al zou je intussen verwachten dat door alle commotie de landbouwer de boom wat hoger zou achten ! Nee hoor, de strijd gaat voort. De boom dient gepest. Hier is geen liefde.
Dit zijn de eiken rond het fietsknooppunt 145, gemeente Kortessem. Vroeger stonden ze aan de rand van een weiland, intussen van een fruitplantage.

De landbouwer heeft aan de voet van deze eiken herbiciden gespoten. Waarom ? En hoeveel ?
Dit is nefast voor de wortelwerking en bijgevolg voor de groei van de boom. Dat is zoiets als de opvoeding van een adolescent bewust kraken.
Bomen kunnen dit soort van groeiremmers en schadelijke stoffen missen. Bomen moeten ongestoord kunnen groeien. Hun leefruimte onder de grond is minstens even groot als dat van hun kruin. Geen landbouwer die dat blijkt te weten – of er om geeft. Bovendien zijn publieke dit straatbomen.
Dertig jaar geleden werden laanbomen geplant langs de Vinckenroyestraat in Kortessem. Ongeveer 30 % van de straatbomen overleefden. Een goed werkende groendienst had de verdwenen straatbomen het jaar daarop moeten vervangen. In Kortessem duurde dat 30 jaar. Dat is toch tenminste al iets.

Links zie je hoe die prille, kwetsbare jonge bomen worden onthaald door de landbouwer. Er wordt geploegd met kwaadheid. In een staaltje van tractorrijkunde wordt geploegd op 10 cm van de stam. Dit is dus de genoemde veldslag. De bomen zijn niet gewenst. Het gaat om land. De bomen staan nochtans in ons openbaar domein. Het zijn onze bomen, gekocht en geplant met geld van de gemeenschap.

Het perceel hierboven was een boomgaard tot 2020. De fruitteler kreeg een vergunning om de zieke bomen te kappen en te verjongen. De hoogstamboomgaard verdween. Een laagstamaanplanting kwam in de plaats. De nieuwe vergunde hoogstamfruitbomen werden mee in de rijen laagstammen geplant, met een opgestoken middenvinger naar het beleid, “kust mijn kl…”. Zijn argument was nobel en vernieuwend: Agroforestry !
Op de perceelsgrens staat een mooie eik, 100 jaar oud. De nieuwe laagstamrijen werden tot onder de kruin van de eik geplant met een afgemeten doorgang tussen plantage en boomstam. Dit heeft deze eik nog nooit meegemaakt in zijn leven. Hij was er nochtans eerst. Waarom werd er geen rekening gehouden met de aanwezigheid van die boom in de layout van de plantage?? Voor de grote boom betekent de plantage: bodemverdichting, bemesting, herbiciden, pesticiden, enz. Dit is geen Agroforestry maar Agrodeforestry.

Op deze foto tenslotte, zie je het resultaat van de jarenlange aanslagen. 3 robuuste eiken die kwijnen aan de rand van de plantage. Je ziet hun afsterven aan hun dode buitentakken in de kruin. De bomen kunnen hun sappen niet meer de hoogte instuwen. Hun wortelwerking is beschadigd, hun machinekamer ontwricht. Het proces van afsterven is begonnen. Binnen 10 jaar zijn deze veteranen dood, vermoord.
Vooraan een oude knotes, naar schatting 200 jaar oud. Hij kwijnt eveneens, niet door de landbouwer, maar door de essenziekte. In feite had deze boom wel al lang mogen geknot worden, als erfgoed. 10 jaar geleden hing deputé Ludwig Vandenhove met de nodige persaandacht nog een kerkuilkast in deze knotes. De kerkuilen moesten de woelratenplaag bestrijden.
2 jaar later viel de bodem uit de nestkast. Geen landbouwer die er om maalt, noch om de boom, noch om de nestkast, noch om de kerkuil, noch om het erfgoed, noch om het landschap.
Als of er geen natuurdoelstellingen bestaan in het landbouwgebied !
Nochtans beweren de jonge boeren wel te geven om ons landschap. Daarvoor betoogden ze, een maand geleden. Ik vond het een ‘fout’ protest tegen het stikstofbesluit, alsof er niets aan de hand is ?

Ik ben de eerste om de vraag naar erkenning van de jonge boeren te steunen. Ja, we hebben jonge boeren nodig. De essentiële vraag is echter: “Op welke manier verbouwen ze ons landschap ? “
Ik wil een landbouwlandschap met gezond voedsel en grote bomen en natuur en schoonheid en erfgoed. Boeren is meer dan ploegen. En, ik sta niet alleen met mijn vraag. Ik ben in hoog gezelschap. De principebeslissing van de landbouw-ministers van de EU van 21/10/2020 vraagt om meer milieu- en klimaatdoelstellingen te koppelen aan het landbouwbeleid 2021 – 2027. Dat is nu !!
De provincie legt klimaatdoelstelling op voor het landbouwgebied. Ook het Wellens klimaatplan wil een “Bosrijke” gemeente, jawel. Concreet betekent dit dat natuur én milieu onderdeel moeten zijn van het landbouwgebied – in landbouwjargon het HAG (het Herbevestigd Agrarisch Gebied) en dat bomen en groen daarin dus ook een essentiële plaats zouden moeten hebben of krijgen. Niet allen voor ons, maar ook voor die jonge boeren van de toekomst, die boeren die we nodig hebben.
Beste jonge boeren, die landbouw van de toekomst heeft natuur nodig voor zijn bestuiving, voor de bodemvorming, voor de waterretentie, voor de erosiebestrijding en voor het klimaatevenwicht.
Een beetje verder staat in een veld nabij het Bellevuebos sinds jaren een slogan op een muurtje geschilderd: “De boer melkt de koe, de boerenbond de boer.” Hieronder heb ik er mijn verbeelding “ En het klimaat de boerenbond” bijgeschilderd.

Uit alles blijkt dat boeren en hun bonden niet bezig zijn met natuur, dat natuur hinderlijk is of afwezig in hun denken. De hele discussie tussen landbouw en natuur duurt al vijftig jaar. Dit leidde tot een segregatie tussen natuur- en landbouwgebieden. Dat was goed voor onze beemden. Maar het was nooit de bedoeling dat de natuur uit de landbouwgebieden zou verdwijnen. Het was nooit de bedoeling om een steriel landbouwgebied te creëren. Landbouw heeft natuur nodig, niet voor de natuur maar voor het overleven van de landbouw zelf.
Andere aanpak !
Het is duidelijk dat het huidige generatie landbouwers van geen hout pijlen weet te maken van natuur. Ze willen misschien wel, maar ze weten gewoon niet meer hoe. Ze zijn hun roots ontgroeid. Misschien ook ze ook wel ander zorgen dan natuur beschermen. Dus moeten wij hen helpen. Wij, als maatschappij, moeten vooruit denken op lange termijn. We moeten voorkomen dat het handelen van de huidige generatie landbouwers de volgend generatie landbouwers nekt – ja, voor het voedsel van onze kinderen. Dat kan door er voor te zorgen dat natuur van de landbouwgebieden beter beschermd, beheerd en ontwikkeld wordt. Het gaat dan niet alleen over grote bomen, maar ook over sloten, hagen, houtkanten, bosjes, enz. We moeten streven naar een duurzaam en schoon landbouwschap. De weigering van een nieuw bosje in landbouwgebied door de gemeentebestuur van Wellen was een gemiste kans. De gemeente toonde hier geen visie en ambitie. De weigering was tegenstrijdig met het eigen klimaatplan en structuurplan. Ook hier is de eigenaar in beroep gegaan. Hopelijk krijgt hij gelijk.
De WAL (Wellense Adviesraad voor Leefmilieu) heeft aan de gemeente gevraagd om voor de meest waardevolle veteraanbomen en Kleine Landschapselementen een Ruimtelijke Uitvoeringsplan op te maken waardoor ze planologisch beschermd worden. Zo krijgt de natuur in het landbouwgebied een strijdmacht die sterker is dan een tractor van 150 pk. Dit zou een zeer goede 1e stap zijn van een strategie zijn voor de natuurinclusief landbouwgebied van de toekomst.
Jan Nuijens
Voorzitter ’t Bokje, Wellense natuurvereniging
Voorzitter Wellense Adviesraad voor Leefmilieu