Voor alle duidelijkheid…

’ t BOKJE KRIJGT JAARLIJKS VAN DE GEMEENTE GEEN 8.000 €,

INTEGENDEEL,

HET SCHENKT DE GEMEENTE MINSTENS HET DUBBELE.

Vroeger was de zondagse kerkgang het wekelijks roddelmoment, nu is dat het bezoek aan het de containerpark. Zo beweerde recent iemand bij het wegwerpen van mijn papierberg dat ’ t BOKJE van de gemeente 8.000 € / jaar kreeg voor het onderhoud van de beemd.

Wel:  dat is flagrant onwaar.  

’t Bokje ontvangt van de gemeente geen cent.  Alleen tijdens corona was dat eenmalig het geval voor een bedrag van 1.910 €. Samen met tal van andere Wellense verenigingen die toen een welgekome duwtje in de rug kregen.

Omgekeerd geeft ’t Bokje onrechtstreeks wel geld.   ’t BOKJE investeert in de beemd.  Al het geld dat ’t Bokje uitgeeft voor het beheer van de beemd  gaat naar jou, de gemeenschap van Wellenaren. Het gaat om:  

  • Aankoop omheiningsmateriaal (palen, krammen, bokrijktwijgen, enz).
  • Aankoop houtpulp (Broekbeemd),  
  • Aankoop werktuig  (bosmaaier, kettingzaag, schoppen, snoeischaren, snijmessen,… )
  • Aankoop brandstof voor tractor en machines,
  • Herstellingen, vooral van onze oude hoestende tractor,   
  • Bijdrage aan de aankoop van gronden bij Lila,
  • Administratieve VZW kosten,  

De uitgaven schommelen jaarlijks rond de 6.000 €.  Maar elke Euro die uitgegeven wordt in de natuur brengt maatschappelijk minstens 10 keer meer op. Die bewering komt van onze klimaatexpert Ignace Schops.  Ze werd gefactcheckt door Knack (januari 2024) als ‘ eerder waar’.  Dus, roddelaars op het containerpark, wij ontvangen jaarlijks geen 8.000 € maar schenken de gemeenschap van Wellen minstens 60.000 €.   “Dank u ’t Bokje”, zou ik zeggen.

En beste Wellenaren, waar komt dat geld vandaan ???  Niet van de gemeente, niet van het Vlaams Gewest of van de provincie,  niet van Limburgs Landschap, maar van u.  Jawel van jou.  We krijgen  ons geld door de verkoop van het natuurvlees en door de verkoop van planten.  Dus aub, blijf ons verder steunen door de aankoop van vlees of planten, en bijgevolg ook de natuur in Wellen en iedereen die van deze natuur komt genieten. 

Jan Nuijens, Voorzitter ’t Bokje Oktober 2024

STEUN ONS : KOOP NATUURVLEES UIT WELLEN

Uw Wellense Natuurvereniging ’t Bokje verkoopt opnieuw natuurvlees.  Het is vlees is afkomstig van de Galloways die het hele jaar hebben rondgelopen in de beemd. Het vlees in onbehandeld en bijzonder door zijn geaderde structuur.  Op basis van de vele positieve reacties die wij kregen was de kwaliteit vorig jaar top. Dat zal dit jaar niet anders zijn.  Het is bovendien een lokaal Wellens product.

De runderen moeten geslacht worden omdat de aankoop van de gebieden  – spijtig genoeg – niet gelijk loopt met de natuurlijke aanwas van de kudde. Anders krijgen we overbegrazing. 

De opbrengst van onze vleesverkoop gaat integraal naar de Wellense natuur.

Het vlees wordt verpakt bezorgd in gemengde assortiment van 5 tot 6 kg:   steak, worst, stoofvlees, hamburger, gehakt, entrecote, enz…  De pakketten zijn voorzien van etiket en kunnen onmiddellijk de diepvries in.

Bestellen kan nog voor 15/10.

Je kan je bestelling plaatsen via een mail naar dirk.ottenburghs@skynet.be  met vermelding van je naam en het aantal pakketten van 5 à 6 kg dat je wenst.

Zet dan ook je GSMnr in de mail. Dan kunnen wij je eventueel bellen als we vragen hebben of je je pakket niet bent komen afhalen (zo hebben we er elk jaar wel een paar).

Wegens de gestegen kosten is de prijs aangepast naar 20 euro per kg, dus ongeveer 110 tot 130 euro (hangt af van juiste gewicht) per pakket.

De datum van afhalen is op zaterdag 9 november bij de slager Frank Bielen (Overrepen).  Betalen gebeurt via een overschrijving die je meekrijgt met je pakket (dus geen cash geld nodig bij afhalen zoals vorig jaar).

Net als vorige jaren : leden van VZW Limburgs Landschap krijgen 10% korting. Dus als je lid bent dit even melden in je mail. Bij aankoop van één pakket heb je dat al meer dan de helft van je lidgeld terug verdiend en je bent dan lid van een super natuurvereniging die de Limburgs natuur hoog in zijn vaandel draagt.

Dus word dadelijk al lid en laat dit weten bij je bestelling. Dan kan je heel simpel door nu al 20€ op ons rekeningnummer BE95 0017 7199 2158 te storten met vermelding lidgeld Limburgs Landschap. Wel zorgen dat je lid bent voor 20/10.

Ken je nog mensen die interesse zouden hebben in ons aanbod. Stuur hen dan gerust deze mail door.

Met vriendelijke groeten,

VZW Wellense Natuurvereniging ’t Bokje

Oktober 2024

Open Brief aan ons toekomstig gemeentebestuur

Beste toekomstig gemeentebestuur,

Eerst en vooral willen we het bestaande bestuur bedanken. De samenwerking was goed en vooral praktisch.
’t Bokje, uw Wellense natuurvereniging, hoopt dan ook dat het volgende gemeentebestuur:  

  • Haar goede verstandhouding met ’t Bokje behoudt,
  • Haar  goede verstandhouding met Limburgs Landschap behoudt,
  • Zo veel mogelijk samenwerkt met het Regionaal Landschap Haspengouw en Voeren voor bovengemeentelijke projecten,
  • De wandelweg naar Alken verder maait,  
  • De afspraak behoudt om elkaar te depanneren als door overmacht de tractor van één van de partijen het laat afweten,
  • De landschapsteams van het Regionaal Landschap verder zo veel mogelijk inschakelt,
  • Alle medewerking verleent aan projecten die te maken hebben met de bescherming en uitbreiding van het biotoop van de Wellense adoptiesoort Kamsalamander,
  •  
  • Maar….  we hebben tijdens de voorbije legislatuur geen potten gebroken of bakens verzet.  We verwachten van het volgende gemeentebestuur meer initiatief, ambitie en daadkracht op het vlak van natuur en milieu. 

’t Bokje vraag aan het volgende gemeentebestuur om werk te maken van een aantal projecten die we meermaals hebben aangekaart maar die zijn blijven liggen.  Het gaat om het volgende.  

DE NATUURGEBIEDEN

’t Bokje werkt per definitie voor de gemeenschap van Wellen (in tegenstelling tot vb. de jagers). Het werk wordt vooral uitgevoerd door Limburgs Landschap, de landschapsteams en de vrijwilligers van ’t Bokje.  Buiten het maaien van de wandelweg naar Alken, vragen we aan de gemeente geen extra hulp.
Wel vragen we aan het nieuwe gemeentebestuur hulp als de middelen en mogelijkheden van ’t Bokje ontoereikend zijn. Dat zou kunnen voor:    

  • Het vullen van diepe sporen in wandelwegen met het materiaal van de gemeente na houttransport (van privéeigenaars),
  • Het leveren van houtpulp voor de wandelpaden in de Broekbeemd,
  • De occasionele inzet van groot gemeentelijk materieel na calamiteiten (storm, overstromingen, ….)

DE WANDELWEGEN

Over het grondgebied van Wellen ligt een netwerk van slapende, omgeploegde of afgesloten trage wegen.  Deze wegen zijn openbaar. Wij vinden dat de Wellenaren recht hebben op dit netwerk van trage openbare wegen.  Het vergt wat moed en incubatietijd om ze terug open te krijgen. En ze moeten niet allemaal terug open.

Op de eerste plaats en fundamenteel vraagt ’t Bokje om werk te maken van een trage wegenplan voor het grondgebied van heel de gemeente Wellen (Alken en Kortessem en Hasselt en Sint Truiden hebben er een in opmaak).  Het trage wegenplan zou niet alleen de kwetsbare beemden ontlasten van te veel wandelaars, het zou ook een aanvulling zijn en spreiding van wandelmogelijkheden.  In de winter is het dikwijls te nat in de beemd.  Als die trage wegen terug opengesteld worden dan kunnen de inwoners er gebruik van maken: verspreid over het grondgebied en jaarrond.  

Het trage wegenplan is een basis.  Dat plan moet selecteren welke trage wegen er behouden moeten worden, afgeschaft of beter verbonden en door wie ze mogen gebruikt worden:  landbouwers, ruiters,  wandelaars, mountainbikers, snelle  en/of recreatieve fietsers.   Zo krijgt de gemeente een leidraad om gestructureerd te werken aan de toekomst van haar trage wegen.  Al jaren beloven diverse gemeentebesturen dat plan op te stellen.  Het wordt dus hoog tijd dat het er eindelijk komt.  Dat verwachten we van het nieuwe bestuur.

We zouden ook graag zien dat het nieuwe bestuur de volgende evidente trage wegen onmiddellijk (her)opent.    

  1. De nieuwe wandellus naar Alken door de beemd:  wij vragen aan de gemeentebesturen van Alken en Wellen om een leidende en samenwerkende rol op te nemen om deze verbinding te realiseren en formaliseren.  Dit project ligt al lang  op tafel als uitbreiding van de bestaande verborgen moois wandeling en is bekend in Alken en het Regionaal Landschap Haspengouw en Voeren.  Maar niemand neemt de leiding.  Het zou goed zijn dat in de volgende regeerperiode de besturen van Alken en Wellen dit project doorzetten.  Het is ook niet onbelangrijk voor het toerisme van beide gemeenten.   
  • Het heropenen van een aantal evidente trage wegen die aanbevolen werden door de WAL (Wellense Adviesraad voor Leefmilieu).
    Chemin 104 en 26: koppelen Printhagen en Vrolingen/Bellevue

Chemin 69:  Iderveldstraat:  koppelt Bosveld aan Grote Beemd/Alken  

Chemin 139: koppelt Vrolingen/Kerniel aan Bellevuebos

Voor het heropenen van deze wegen moet een procedure gevolgd worden die is beschreven en het nieuwe decreet op de gemeentewegen.  Deze procedure is bekend bij de gemeente. 

ONTHARDINGEN

We zijn allemaal verplicht om het regenwater meer te laten infiltreren. Dat betekent dat in het algemeen aandacht moet besteed worden aan de onthardingen en vertuining van woonstraten.  Meestal worden door zulke projecten de straten ook leefbaarder. De gemeente heeft intussen een regenwater en droogteplan. Hier moet dus alleen maar de koe bij de horens gepakt worden. We vragen dit ook omdat in de beemden overstromingen mogelijk zijn, maar niet wenselijk omwille van de vervuiling op de soortenrijke graslanden. Hoe minder overstroming in de beemd, hoe beter.

Belangrijk Deelplan uit het droogte en regenwaterplan.

 In het bijzonder zouden we graag willen zien dat het volgende gemeentebestuur werk maakt van 3 pilootprojecten waarmee ook de natuurgebieden van Wellen gediend zijn:

  1. de ontharding van de Broekstraat ter hoogte van het onbebouwd gedeelte tegen Broekbeemd.  De Broekstraat is een straat met sluipverkeer.  Het zou beter een doodlopende woonstraat worden.  Ter hoogte van de Broekbeemd zou deze (retentie) straat dan, kunnen opgebroken en heraangelegd als een fiets- en wandelpad.
  • de ontharding van delen van de Herentraat tussen de Grote Beemd rond Graetmolen  en het Uylenbroek (achter hoeve Corfs) als onderdeel van:
    • de natuurverbinding tussen de drie natuurkernen Grote Beemd, Graeterbeemd en Uylenbroek,  
    • de veilige trage weg voor fietsers en wandelaars tussen het centrum van Wellen en Maupertuus (staat al 10 jaar op het programma van de gemeente),
    • het oplossen van de overstromingsproblematiek door de Kaatsbeek,
    • het infiltratieprogramma voor deze straat.
  • de herinrichting van de Bodemstraat als semiverharde weg dwars door de Herkvallei  

De Bodemstraat mag maar hoeft niet afgesloten te worden maar wel heringericht.  Ze doorsnijdt de kwetsbare Herkvallei en de auto’s rijden er veel te snel.  Het wegdek is er veel te breed.  Wij vragen aan het volgende gemeentebestuur om de Bodemstraat her in te richten als een tweesporenweg. Dit kan als onderdeel van de aanleg van de collector van Aquafin. Bij de heraanleg kan ook rekening gehouden worden met de veiligheid van de fietsers.  Het wegnemen van een deel van de verharding zal de natuurverbinding tussen de twee beemdgebieden versterken.  

GROTE BOMEN

Wij allen gaan in de toekomst grote bomen nodig hebben.  En Wellen heeft er veel te weinig.  Wellen is een  boomarme gemeente.  Grote delen van de natuurgebieden in de beemden zitten in bosontwikkeling. Daar ligt dus niet de uitdaging.  Bomen moeten in de toekomst ook ruimte krijgen in de woon- en landbouwgebieden.  Het duurt even voor een boom groot wordt, dus er moet nu gehandeld, gepland en beheerd worden. 
In het algemeen vragen we aan het volgende gemeentebestuur om een plan uit te werken om te weten waar welke bomen in het openbaar domein staan, waar er kunnen bijkomen en hoe ze moeten behandeld worden om oud te kunnen worden.  We vragen aan het nieuwe gemeentebestuur om:

  1. een continue sensibilisatiecampagne te voeren naar het verdragen en introduceren van grote bomen en bosjes in de grote tuinen en voortuinen van de Wellenaren.  Er is daar namelijk meer dan plaats genoeg.
  2. Met de landbouwers en fruittelers van de gemeente in overleg te gaan waar en hoe in het agrarisch landschap bosjes, hagen, heggen, struwelen en grote bomen kunnen uitgroeien als onderdeel van het voedsellandschap.   

Iderveldesp:  Grote Boom in landbouwgebied gered met dank aan ’t Bokje.

In het bijzonder en concreet vragen we aan de gemeente om voor de volgende beleidsperiode:

  1. verder werk te maken van het aanplanten van vele klimaatbomen,
  2. te stoppen met het terugsnoeien van laanbomen (al herhaaldelijk gevraagd),
  3. de onherstelbaar verminkte laanbomen systematisch te vervangen door gezonde nieuwe laanbomen die gerust gelaten worden (bv. Langenakker).  Spaart ook veel tijd.  
  4. werk te maken van het planten van de bomenrijen die zijn aangeduid in het GEMRUP natuurkernen. Ze hebben sinds 10 jaar een juridisch beschermde standplaats maar er is nog niet één boom geplant.  

Wellense Natuurvereniging ’t Bokje VZW

Handen uit de (vrouwelijke) mouwen

Na de maaiwerken was er een mooie kans om dood hout of omgewaaide bomen te verwijderen uit de te hooien percelen. Je zag ze perfect liggen. Daarom staken we met een groepje Bokken de handen uit de mouwen en in geen tijd was al het hout netjes aan de kant gelegd.
Unicum deze keer: een vrouwelijke Bok vervoegde onze rangen. We zoeken nog naar een goede aanspreektitel. Want haar aanspreken met het woord voor een vrouwelijke bok, dat gaan we niet doen. We zouden gewoonweg een pak rammel krijgen. En dat zou ook nog eens verdiend zijn. Welkom Vanessa!

Zwoegende Bokken
Zoekend naar meer op te ruimen hout

Wat ons wel opviel is dat de gemaaide percelen vol stonden met al flink opgeschoten moerasspirea. Een bewijs dat deze ingreep met de speciale maaimachine zeker zijn nut had. Want het is deze plant die de naam geeft aan het natuurdoel dat we op een aantal van deze zones hebben geplakt: spirearuigtes. De plek voor heel wat soorten, waaronder bosrietzanger, wijngaardslak. Maar ook bijkomende plantensoorten als valeriaan en ander moois.

Moerasspirea in wording

Minder leuk was de vaststelling dat iemand het nodig vond om een van de pas geplaatste slagboom al te vernielen. Met een tractor of ander zwaar vervoer werd de ketting stuk geduwd en de pin waar de slagboom op zat krom gebogen. Vandalisme en duidelijk kwaad opzet. Jammer.

Vernielde slagboom. Waarom?

Spontaan

Begin 2023 werd een door ons toen aangekocht perceel tegenover de manége in Alken door de verkoper nog ‘geoogst’. Hij liet alle populieren – die toen trouwens kaprijp waren – omhakken en zo kregen wij een kaal perceel in beheer.

Aangezien een aanplant met populieren in ons landje wordt gezien als een bos, was de keuze van welk beheer we hier moesten doen snel gemaakt. Opnieuw bebossen. Maar hoe? Gelukkig is takhout tegenwoordig ook waardevol (ze maken er pellets van) en dus werd dit – zoals we hadden afgesproken – door de kapper netjes opgeruimd. Dat was al een opsteker.

De opties waren bosgoed aanplanten of spontaan laten verbossen.
Bij de eerste optie worden er nieuwe bomen of struiken aangeplant. Voordeel is dat je sneller resultaat hebt. Maar er zijn ook nadelen. De ingebrachte planten moeten willen groeien. Droogte of te nat – zoals we nu ook wel weten dat dit kan – kunnen voor grote uitval zorgen bij de pas aangeplante boompjes. Nadien moet je de aanplant ook alle kansen geven. Beschermen tegen vraat van reetjes of andere grazers. Jaarlijks vrijmaaien tot ze er zelf in slagen om boven de andere begroeiing uit te piepen. Veel werk en kosten.
Tweede optie – spontane verbossing – heeft als voordeel dat de juiste soorten op de juiste plek staan. De natuur maakt hier de keuzes en die is meestal de juiste. Bescherming is minder nodig, ook hier heeft moeder natuur wel wat oplossingen voorzien. De grazers mogen hun gang gaan en bepalen dan ook voor een deel welke soorten er komen, waar ze groeien en waar ze worden opgegeten. Extra onderhoud is ook niet echt nodig, ze trekken hun plan wel die nieuwe bospioniers. Want dat is dan wel een keuze. Een nieuw bos komt er in fases. Eerst de pionierssoorten om nadien langzaam maar zeker plaats te maken voor andere soorten. Grote nadeel: het kost heel veel tijd voor je een bos hebt.

Dat is nu net wat wij niet hebben. Ik zeg het verkeerd. We hebben wel tijd, maar geen geduld. Als je natuurbeheerder bent leer je wel geduld hebben. Ooit komt dat bos er wel. Het komt wel in orde, al is het pas voor een volgende generatie. Bij de ontwikkeling of herstel van bossen is volgens ons spontane bebossing de beste keuze. Laat de natuur haar ding maar doen. Of het de goede keuze is? Dat zal ik eens gaan vragen aan de volgende generaties.

Perceel vlak na de kapping februari 2023
Toestand juli zelfde jaar (2023)
Zelfde perceel op dit moment (foto mei 2024)

Geel beest in de beemd

Maaiwerken in een modderige beemd. Is dat wel een goed idee? Met het juiste materiaal en de nodige kennis kan het perfect. Met onze missie naar het creëren van soortenrijke graslanden was dit een uniek project om ons doel te halen.

Maar moet er nu gemaaid worden? We hadden nog even kunnen afwachten. Maar de firma die gespecialiseerd is in zulke werken heeft een superdrukke agenda. Dus was het nu of dit jaar denkelijk niet meer.
Met steun via een project van Provincie Limburg en Regionaal Landschap Haspengouw en Voeren konden we deze maaimachines op rupsbanden in Wellen krijgen. De percelen die ze gingen aanpakken waren vooraf zorgvuldig geselecteerd.
Ruigere percelen die wij anders met de klepelmaaier moesten aanpakken. Grote nadeel van die techniek is dat alle maaisel meestal blijft liggen. Zo verarm je de bodem maar gedeeltelijk. Dankzij het maaiwerk dat nu werd uitgevoerd wordt alles netjes afgemaaid en niet kapot geslagen. Daarbij werd alle maaisel nog eens netjes afgevoerd. Voorlopig kreeg het een plaatsje aan een van de ingangen van de beemd. Zodra het wat droger wordt komen ze dit ophalen. De ideale manier om ruige percelen om te vormen naar maaibare vlaktes.

Tussendoor pakte de firma ook even wat wandelwegen mee. Die lagen er vaak heel modderig en kapotgereden bij. Dit door de langdurige regen en de quads en jeeps van bezoekers die het nodig vonden om er door te ploeteren. Soms onbewust, maar vaak ook omdat ze het geweldig vinden om door de modder te scheuren. Dat hierdoor de wandelaars geconfronteerd worden met onbegaanbare wandelpaden is hun zorg niet. Jammer.
Na de doortocht van het ‘gele beest’ lagen sommige wandelpaden er terug wat beter bij. Een verrassende bonus.

Dankzij deze werken staan we op de aangepakte percelen weer een stapje dichter bij soortenrijke graslanden en bloemenpracht voor de toekomst. De vlindertjes en bijtjes zullen er alvast heel tevreden van worden. Wij ook!

Eén van de aangepakte percelen vlak na de maaiwerken
Ondanks de huidige doordrenkte bodem nauwelijks spoorvorming
Het ‘gele beest’ dat de klus klaarde

Vermiljoen

Vermiljoenkever – topsoort

Neen, dit is geen rare vloek. Maar de ontdekking van opnieuw een topsoort in een van onze Wellense natuurgebieden. Op gehoopt en – na het plaatsen van een insectenval – aangetroffen. Een prachtig volwassen exemplaar.

In de val

De beste manier om deze soort te vinden is door een insectenval te plaatsen. Hier ging het om een exemplaar waar insecten in vallen en in een potje belanden. Daarna kan je ze er uit halen en op je gemak determineren. In dit geval ging dit redelijk vlug. Want vermiljoenkever Cucujus cinnaberinus is een opvallende en makkelijk te herkennen soort.
Ze worden 11-15 mm groot en hebben een heel afgeplat lichaam. Het halsschild, uitgezonderd de getande smalle zwarte zijranden, zijn glanzend helder rood, de dekschilden mat rood. De poten en de lange sprieten zijn zwart.

Dood hout

Het favoriete plekje van deze kevers zijn vochtige bossen, houtwallen of zelfs lanen met liefst wat – net afgestorven – dik takhout. Deze takken mogen toch een diameter van 10cm tot zelfs 20cm hebben. Het zijn zonneliefhebbers. Dus plaatsen met te veel schaduw mijden ze dan ook. Blijkbaar genieten populieren hun voorkeur. Wat onze vindplaats dan ook bewees. Het zijn pioniers die goed en ver kunnen vliegen. De vrouwtjes leggen hun eitjes in maart-juni op dode takken waarna ze deze locaties lange tijd kunnen koloniseren. Het wasd insecten-expert, Luc Crevecoeur, die de val kwam plaatsen en ons vertelde dat deze soort hier wel eens zou kunnen opduiken. Wat dan ook gebeurde.

Oude bomen

Dit is weer maar eens het bewijs dat het behouden en sparen van oude bomen of bossen, ook al gaat het om kleine oppervlaktes, voor heel wat soorten levensnoodzakelijk is. Het aantal populieren dat de kans krijgt om zo lang te blijven staan is een zeldzaamheid.
Het was onze voorzitter, Jan Nuijens, die op heel wat vergaderingen een vurig pleidooi voerde om de bomen, waar we de vermiljoenkever ontdekten, te sparen. Een verzoek dat wij gelukkig hebben ingewilligd.

Europees beschermd

Vermiljoenkever staat op de habitatrichtlijn 2-lijst. In het mooie gezelschap van soorten als otter, wolf, bechsteins-vleermuis, beekprik, modderkruiper,…
Allemaal soorten waar de overheid van het land waar ze voorkomen de nodige maatregelen moet treffen om ze te beschermen en te minstens te behouden.
Misschien even bellen naar de bevoegde minister dat de Herkvallei weer een extra bonus heeft gescoord. Na de zeggekorfslak en de kamsalamander, hebben we met de vermiljoenkever nu dus al drie soorten van Europees belang in ons natuurgebied. Dat kan niet iedereen zeggen denken wij.

Milly vertelt… het begin.

We gaan terug in de tijd. En niet zo maar een korte periode, ruim 10.000 jaar. Dat is toch al eventjes geleden. Maar toch ligt daar de basis van onze natuur in Wellen.

Begrazing met rosse beestjes

Eigenlijk was er op dat moment ook al begrazing in de beemden. Wel niet de ruige Schotten of de iets minder woeste Galloways, maar wel soorten als de wolharige neushoorn, muskusossen en mammoeten. Het verschil had je misschien niet gemerkt. Die mammoeten hadden net als onze huidige grazers een lange, rosse pels en twee vervaarlijk uitziende steekdingen aan hun kop. Nu zijn het horens, toen waren het slagtanden.
De omgeving was wel iets anders dan nu. Vlak na de ijstijd had de, ondertussen terugtrekkende, ijsmassa het landschap en het reliëf een stevige herschikking gegeven. Hier in Wellen lieten ze een mooie vallei achter door een hoger gelegen oppervlak te maken waartegen de toenmalige rivier werd opgestuwd. De omgeving van ons huidige dorp werd op die plaats gevormd. De basis van de Herkvallei werd gelegd op dat moment doordat de rivier meanderend een kom uitschuurde. Alles stond op dat moment denkelijk het ganse jaar lang onder water. Als de stroming wat trager werd, zakten fijnere kleideeltjes naar de bodem om daar een ondoordringbare laag te vormen. De basis van een natte en later moerassige biotoop met honderden bronnen die de kom bleven vullen met water.

Ooit waren dit de grote grazers in de Herkvallei

1 millimeter per jaar

Bij hogere waterstanden greep de rivier ver om zich heen. Begroeiing aan de oevers of op ondiepere plaatsen kwam dan ook onder water te staan en stierf af. Als die hogere waterstand langer aanhield, we spreken dan over periodes van tientallen, soms zelfs honderden jaren, dan kregen deze plantendelen de kans niet om te ontbinden. Op deze laag groeiden dan weer andere planten, die op hun beurt weer onder water kwamen te staan. Dit proces noemen we veenvorming. Dat heeft zich eeuwen voltrokken in deze vallei.
Hoe lang is dat al het geval? Een voorzichtige schatting van de specialisten brengt ons op minstens 6.000 jaar. Via een simpele rekenoefening komen we op dit antwoord. Veenvorming is een traag proces. De veen-experts spreken van 1 millimeter per jaar. Bij boringen in de Broekbeemd, waar we de veenlaag gevonden hebben, werden lagen met een dikte van ongeveer 6 meter gevonden. Aan het tempo dat we net aangaven, is die veenvorming dus ongeveer 6.000 jaar geleden begonnen.
De kans dat er in die onderste lagen nog sporen te vinden zijn van onze heel verre voorouders is dan ook niet onbestaande. Toch geweldig als je er begint over na te denken.

Gevonden

Zelf was ik bijna mijn hele leven gefascineerd over alles wat met die oertijden te maken had. Geschiedenis in het algemeen trouwens. Zo heb ik heel wat tijd door gebracht met het afzoeken van akkers naar sporen van die vroegste bewoners van de Herkvallei en omgeving. Soms ploegde ik met opzet een aantal centimeters dieper om zo de kans dat er weer iets leuks naar boven kwam te vergroten. En met succes.
Ik kon in mijn leven een mooie verzameling voorhistorische gebruiksvoorwerpen bij elkaar zoeken. Een waardevolle verzameling die ik dan ook, vlak voor ik hier vertrok, aan het Gallo-Romeinse museum schonk. Zij bewaren ze voor het nageslacht in hun goed gedocumenteerde collectie. Toen de huidige ‘Bokjes-leden’ via mail de vraag stelden of zij ons iets meer konden vertellen hierover, kregen ze binnen een paar dagen al een leuke reactie van Igor Van den Vonder, coördinator van het collectiebeheer van het Gallo-Romeinse museum in Tongeren. Wat een eer!
Hij stuurde hen niet enkel alle info over mijn collectie, maar was ook bereidt om hen een aantal foto’s te bezorgen van mijn vondsten. De herinneringen aan mooie tijden kwamen terug boven.

Vliegenstront

Een van de mooie dingen die ik na mijn korte leven kon achterlaten. Toch een geruststelling.
Want het leven is zo al snel voorbij. Zelf zat ik, met mijn 60 jaar, stevig onder het gemiddelde. Tegenwoordig zijn de eeuwelingen al lang geen uitzondering meer. Maar toch is een mensenleven niet meer dan een stevig vliegenstrontje. Rare uitspraak? Ik denk het niet.
Laten we eens heel ver terug gaan en de geschiedenis van onze aarde even op een tijdslijn zetten. Onze kloot waarop wij rondlopen zou volgens de wetenschap pakweg 4,5 miljard jaar oud zijn. Dan neem ik de lage kant van de schatting. Wij mensen lopen op die bol nu ongeveer 300.000 jaar rond. Als we het bestaan van onze aarde als één dag zouden zien, 24 uur dus. Dan zijn wij pas verschenen in de laatste minuut van die dag. Bekijken we een mensenleven in dit geheel dan wordt het nog wat meer confronterend. Want, stel dat we 100 jaar nemen dat jij hier rondloopt, komt dit overeen met 1/50ste van een seconde.
Dan weet je dat onze aarde het al immens lang doet zonder ‘hulp’ van de mens en dat onze impact als individu echt verwaarloosbaar is. in tijd dan toch, want op die minuut hebben we al stevig de boel naar de kloten proberen te helpen. Maar dat is een ander verhaal.
Als je bij die flits van 1/50ste van een seconde even stilstaat, dan is het enorm grappig om te bedenken dat ‘wij mensen’ denken dat wij die hele aardbol onder controle hebben of moeten houden. Het grootste misverstand. Opgelet, wij hebben wel effect op alles wat er gebeurt, leeft of nog gaat leven op de aarde – ik vertik het om ze ‘onze’ aarde te noemen. Maar dit komt enkel omdat we met zo veel zijn en zo een grote impact hebben. Maar controle? Vergeet het!
Om terug te komen op mijn vliegenstrontje. Eigenlijk zijn wij als een bromvlieg die onze huiskamer binnen vliegt. Ze is er maar een minuutje, maar ze denkt dat ze op die tijd eventjes alles gaat regelen, moest ze redeneren zoals veel mensen. Tussendoor zet ze zich even tegen het raam om daar in 1/50ste van een seconde een zwart strontje achter te laten. Dat is onze bijdrage aan dit immense systeem.
Moeten we ons dan niets aantrekken van ons verblijf op aarde? Zeker wel, ik stel voor dat jij, net als ik probeerde, op een of andere manier ons vliegenstrontje zo goed mogelijk achter te laten. Elk strontje telt, zou ik zeggen.


De kroniek van een aangekondigd einde

Het is gebeurd. De aanvraag tot verkaveling van twee bouwpercelen luidt het einde in van een era. In onze beleving zijn ze er altijd geweest, de zeven oude perelaars en de traditionele haag op de ‘Oude Kukkelberg’. Ze zijn stille getuigen van een tijd waarin nog geen sprake was van bouwwoede of ruimtelijke ordening. In de jaren 70 en 80 van de vorige eeuw speelden wij als kinderen nog op straat en in ’t veld. Na forse sneeuwbuien vormde de haag het zijdecor voor sleepartijen vanaf de heuvel en in de lente was de haag de thuishaven van de meikever. Tijdens het fruitseizoen verdween er al eens een gevallen peer door de snaren van het tennisracket. Ja, straattennis was enorm populair destijds. Achterin lag vroeger ook een kleine poel die barstte van het leven. Tot een buurtbewoner het nodig achtte om het gat te dichten met de inhoud van zijn beerput. De persoon in kwestie heeft van mij nooit vergiffenis gekregen voor zijn wandaad. Anderzijds heeft hij nooit beseft welke drijfveer tot natuurbehoud toen in gang is gezet!

Het bewuste perceel op de Topografische kaart 1939

Op heel jonge leeftijd had ik angst om die mysterieuze haag te passeren op donkere winteravonden. Dit zijn de plekken waar de Bokkenrijders verzamelden, weet je wel? Kapotte fietsbanden, daarover kon ik ook meespreken. In principe niet de schuld van de meidoorn, in die tijd werd de haag nog regelmatig gesnoeid. En dan was er die keer dat mijn vriendjes en ik heel hard schrokken van een reusachtige salamander, met de blote handjes geschept uit diezelfde poel! Wie had kunnen denken dat deze gebeurtenis op latere leeftijd een kantelmoment teweeg zou brengen om daarna uit te monden in een levenswerk?

Kamsalamander, de ‘reus’ onder de amfibieën

Het zat er al 48 jaar aan te komen. Het laatste stukje groene ruimte met veteranen langs de Kukkelberg moet nu plaats maken voor de completisering van de plaatselijke lintbebouwing. Nostalgie maakt plaats voor vooruitgang. Het zal pijn doen, niet alleen aan het oog, maar vooral in het hart. Bedankt om er (geweest) te zijn, Kleine Landschapselementen. Onze belevenissen van weleer hebben in grote mate richting gegeven aan het verloop mijn (beroeps)leven. Vaarwel!

Davy Huygen

Milly vertelt… het kleinste natuurgebied van Vlaanderen.

Hallo, mijn naam is Milly. Denkelijk ken je mij niet. De kans dat je mij de laatste tijd bent tegengekomen is heel klein omdat ik in 1996 het tijdelijke voor het eeuwige heb verwisseld. ‘Veel te vroeg’ zeiden mijn vrienden en familie. Maar die stap kan niemand voorspellen of tegenhouden.

Ulbeek

Ik ben een van de telgen uit een groot gezin met 8 kinderen. Mijn ouders, Emiel en Antonie, woonden eerst in Veulen (Heers). Maar in 1936 verhuisden we met zijn allen naar Ulbeek, waar ik mijn hele verdere leven bleef wonen. Eerst met mijn ouders, later met een paar van mijn zussen. Op de foto ben ik de jongste van de hoop, gezeten op de schoot van mijn vader. De jongere mensen die aankomen op de plek waar ik nu veel verblijf zeggen – als ze deze foto zien – dat ik hetzelfde kapsel heb als Krusty the Clown. Maar ik heb geen idee waar ze het over hebben.

Mijn gezinnetje, sommige van ons moesten toen nog wel geboren worden.

Hart voor natuur

In de tijd dat ik in Ulbeek woonde, vertoefde ik heel veel in de natuur. Ik kon er uren rondlopen en zo al mijn zorgen – wie heeft er geen nietwaar – even vergeten.
Zo kwam ik ook terecht bij een leuke bende andere natuurgekken: de mannen van ’t Bokje. Natuurlijk waren er ook vrouwen bij. Maar in die tijd mocht je zoiets nog zeggen zonder dat je een WOKE-verwittiging kreeg. Ik heb heel veel tijd doorgebracht met dit clubje. Vergaderen, na-vergaderen, na-na-vergaderen, werken in de natuur of gewoon samen genieten van al die wonderlijke planten en beestjes die wij ontdekten. Het was een heel mooie tijd.

Schenken

Daarom dat ik – net voor ik mijn laatste adem uitblies – vond dat ik een deel van mijn geluk dat ik via die natuur vond ook op een of andere manier moest teruggeven.
Zo had ik een mooie collectie historische vondsten bij elkaar gespeurd. Deze schonk ik aan het Gallo-Romeins museum in Tongeren.
Ook voor mijn goede vrienden van ’t Bokje had ik wat achter de hand. Tegenover onze boerderij lag een stukje grond met daarop een mooie houtkant. Dit kleine paradijsje heb ik heel vaak uitgekamd. Dit hoorde thuis bij de natuur en via een schenking hoopte ik het voor de toekomst veilig te stellen. Want deze houtkant heeft al een lange geschiedenis.

Op de kaart van Ferraris uit de 18de eeuw is die houtkant al aanwezig. Ook de U-vormige hoeve waar ik woonde kan je al zien. De houtkant lag er recht tegenover. (Bron – Geopunt)
Zo ziet het er nu uit. Een groot deel van de hagen is verdwenen, maar de houtkant is er nog.

Kleinste

We zijn nu toch al meer dan 25 jaar verder. De mensen van Limburgs Landschap vzw en de Wellense Natuurvereniging ’t Bokje – zo heten ze nu – zijn nog steeds eigenaar van dit stukje natuur. Het is niet het meest belangrijke gebied dat ze in beheer hebben. Maar ik denk dat dit wel het kleinste stukje natuur is dat ze beheren. Neen, ik ben er zeker van: dit is het kleinste natuurgebied van Vlaanderen, misschien zelfs België.
De term natuurgebied klopt – officieel gezien – natuurlijk niet. Dan zou er een beheerplan moeten goedgekeurd worden door het Agentschap voor Natuur en Bos. die zouden nog al ogen opentrekken als de natuurvereniging dit zou insturen.
Het heeft ook totaal geen beschermde status. Buiten het feit dat je de bomen die er op staan niet zo maar mag omhakken. Een paar jaar geleden heeft de gemeente er nog stevige snoeiwerken in uitgevoerd. Blijkbaar waren er klachten dat er takken het verkeer hinderden. Zij dachten dat ze op openbaar domein bezig waren. Maar gelukkig was een van mijn zussen – die nog in de hoeve woonden toen – alert genoeg om dit even aan de mensen van ’t Bokje te melden. Gelukkig werden er enkel wat snoeiwerken uitgevoerd en werd een dode knotwilg opgeruimd.
Verder bleef deze houtkant al die jaren zo goed als onaangeroerd. Enerzijds omdat er geen ingrepen nodig waren, anderzijds omdat Limburgs Landschap en ’t Bokje mijn houtkant een klein beetje uit het oog waren verloren. Maar ondertussen hebben ze mijn houtkant terug ontdekt. Je gaat er zeker nog van horen.

Een van de ‘bewoners’ van de houtkant