De wilde wegwijzers

Ze hingen er al een tijdje, dus de wandelingen waren denkelijk al een tijdje afgewerkt. Wij konden de organisators van deze activiteit niet vinden. Daarom ruimden we ze deze week zelf op. De uitzondering op de regel.

Wij begrijpen dat ze dit vergeten zijn op te ruimen. Wij zijn ook een vereniging van vrijwilligers en vaak ook actief bij andere evenementen. Op het einde zijn het vaak maar een handjevol helpers die de boel mogen opruimen. Dat men dan vergeet om die wegwijzers weg te halen is begrijpelijk. Ik hoor al iemand zeggen: ‘ik zal dat in de week wel doen’. Om het dan te vergeten.

Maar het zijn gelukkig de uitzonderingen. Zo hebben we al jaren een prima samenwerking met de wandelclub de Wellense Bokkerijders. Zij bevestigen alles natuurvriendelijk – de organisatie met de oranje pijlen deden dat trouwens ook -, volgen de juiste paden, ruimen alles nadien netjes op. Ze doen zelfs een extra ronde om eventueel achtergelaten zwerfvuil op te rapen. Ook vragen ze voor elke wandeling die door de natuurgebieden loopt telkens een toestemming aan.

Toestemming? Moet dat dan? Jawel. De wet schrijft voor (regelgeving in natuurgebieden opgesteld door ANB) dat bij elke activiteit in groep – wij nemen als grens 25 deelnemers – in een natuurgebied een toestemming dient aan te vragen. Zelfs al volg je de paden die zijn opengesteld in de toegankelijkheidsregeling van het desbetreffende natuurgebied. Activiteiten buiten de paden, commercieel (als er inkom gevraagd wordt of nadien drank of eten wordt aangeboden tegen betaling) of na zonsondergang hebben altijd een toestemming nodig. Geen zorgen: deze toestemming wordt zelden geweigerd. Maar je bent in orde en vooral je weet aan welke voorwaarden je moet voldoen.

Zoals het opruimen van de wegwijzers na de activiteit. Moest iemand van de organisatie die de oranje pijltjes hebben opgehangen dit lezen. Die in de grote beemd hingen zijn opgeruimd. Wij zijn er trouwens zeker van dat als we hadden ontdekt wie die organisators waren, zij – na een welgemeende sorry – alles netjes hadden opgeruimd. Iedereen kan wel eens iets vergeten.

Gru gru gru

De voorbije week heb jij ze misschien ook opgemerkt. Meerdere groepen kraanvogels passeerden boven Wellen. Je hoort ze vaak aankomen. Hun kenmerkende ‘gru-gru-gru’ roep klinkt voor vele natuur- en vogelfanaten als muziek in de oren. Zelf word ik er heel blij van. Grus grus is trouwens hun wetenschappelijke naam.

Kraanvogels zijn prachtige dieren die elk jaar hun broedgebieden in het noorden van Europa verlaten en naar warmere oorden trekken. Dat doen ze in grote groepen. De jongen van dat jaar krijgen hun eerste les ‘navigatie in groep’ door mee te vliegen met hun ouders. Gezinnetjes blijven vaak tot volgend broedseizoen en soms zelfs langer samen. Tijdens hun trek vormen ze grote V-formaties. Vaak met honderden exemplaren. zo was de grootste groep die we boven Wellen konden spotten minstens 500 exemplaren! Door in zulke formaties te vliegen sparen de vogels veel energie. De luchtstroom van hun voorganger zorgt voor minder weerstand en dus minder energie om te blijven vliegen. Ze leggen op de dagen dat ze trekken enorme afstanden af van meerdere honderden kilometers.Als de wind goed staat hebben wij in het oosten van onze landje kans om kraanvogels te zien. Dit najaar was het weer prijs. Op enkele dagen passeren er dan duizenden vogels.

Jammer genoeg lazen en zagen we ook minder goed nieuws over deze fascinerende vogels. Op hun verzamelplaatsen – ze komen elk jaar op vaste locaties samen om nadien in grote groepen te vertrekken – werden honderden exemplaren dood aangetroffen. Vogelgriep, bleek. Hun manier van leven, samenkomen met veel, blijkt de ideale plek voor dit virus om zich te verspreiden. Hopelijk is het negatieve effect beperkt.

Ondertussen broeden er opnieuw kraanvogels in Vlaanderen. In natuurgebied de Zwarte Beek heeft een koppel al enkele jaren jongen grootgebracht. In 2021 zagen Gru en Dru het levenslicht. Dit broedseizoen werden er al drie broedparen gezien. Eentje was succesvol, maar de populatie breidt zich langzaam maar zeker uit. Zien we ooit broedende kraanvogels in onze natuurgebieden in Wellen? Ik vrees van niet. Niet alleen zijn onze natuurgebieden hiervoor niet groot genoeg, maar kraanvogels staan graag met hun voetjes in het water. De omstandigheden moeten optimaal zijn. In de Zwarte Beek is dit het geval. In onze Herkvallei niet. Toch niet voor deze geweldige soort.

Kaboutertijd

Heel wat huisvrouwen of – mannen – want tegenwoordig moet je opletten met stereotypes – gaan een mooie tijd tegemoet. Want met het verschijnen van paddenstoelen in deze herfsttijd, komen ook de kaboutertjes mee. Althans dat is wat ik wil geloven. De uitspraak ‘denk jij dat de kaboutertjes dat gaan doen’ is misschien wel mogelijk op dit moment.

Maar blijkbaar is het geen goed jaar voor paddenstoelen en bij uitbreiding voor kabouters. Tijdens mijn wandelingen door de beemd valt het mij op dat ik niet de overvloed van allerlei soorten zie langs de wandelweg van de voorbije jaren. Het is soms zoeken met een vergrootglas naar de in het gras opduikende parasolletjes.De oorzaak is eigenlijk vrij simpel: het weer werkt niet mee. Paddenstoelen houden van vocht en gematigde temperaturen. De droge en warme nazomer van dit jaar heeft de bodem uitgedroogd, en zonder voldoende vocht kunnen de schimmeldraden in de grond geen vruchtlichamen – oftewel paddenstoelen – vormen. Pas als het een tijdje nat en koel is, schieten ze weer uit de grond.

Kapjesinktzwam – Foto: Olivier VB

Deze schimmels, want dat zijn ze toch, spelen ook nog eens een zeer belangrijke rol in het hele natuurverhaal. Het zijn de gieren van het bos. Net als deze prachtige vogels ruimen ze heel veel ‘afval’ op. De verkeerde woordkeuze, want afval in de natuur bestaat niet. Tenzij dat wij mensen het er gaan neersmijten.
Sommige soorten hebben zelfs een aparte relatie met bepaalde bomen of struiken. Zo zal je de vliegenzwam heel vaak aantrekken vlak onder een berk. Moesten er geen paddenstoelen of andere schimmels bestaan, dan zou een bos binnen de kortste keren volledig verstikken – letterlijk – in zijn eigen dood hout. Waarom wordt er dan geen dood hout opgeruimd in het bos? Dan heb je die schimmels toch niet nodig? Wel, ten eerste is dat onbegonnen werk. Maar vooral, dood hout dan stilletjes aan vergaat is een ideaal leefgebied van een massa soorten. Je zou verstomd staan hoeveel leven je kan ontdekken in, onder en rond een rottende boomstam. Het gaat om miljoenen exemplaren.

Bleke knolhoningzwam – Foto: Ilse Reyskens

Gelukkig komt er een natte periode aan. Misschien een bizarre uitspraak. Maar voor onze paddenstoelen en de daar wonende kabouters een zegen. Mogelijk krijgen we de komende dagen een explosie van schitterende paddenstoelen in alle kleuren en vormen. Ga zeker naar buiten de komende dagen.

Toch zag ik, ondanks de schaarste, op waarnemingen.be een aantal foto’s passeren van leuke soorten. Een aantal zie je op de foto’s in deze post, met dank aan de fotografen.
Voor mij de meest speciale is zonder twijfel onze kroontjesknotszwam. Niet alleen is ze redelijk zeldzaam. Maar het is ook een prachtige verschijning. Wie de moeite neemt om ze even van dichtbij te bekijken, ontdekt een ‘kasteeltje’ met honderden marmeren torentjes. In mijn verbeelding is dit het paleisje van de koninklijke familie van onze kabouters. Volgens mij zag ik de laatste keer dat ik er passeerde, een klein autootje stoppen waar Wendy Van Wanten uit stapte. Maar dat is dan weer een heel ander verhaal.

Kroontjesknotszwam – Foto: Lieve Schols

Ready for take-off

Hennepnetelgoudhaantje – Grote Beemd – 13 september 2025
Foto: Liv

Toen ik deze foto zag kon ik enkel maar denken aan de Engelse term Take-Off. Dit schitterende kevertje is daar zonder twijfel mee bezig. Liv kon hem op de foto zetten net voor de dekschildjes open gingen en hij zijn vleugeltjes kon spreiden. Een prachtig en ondanks dat een foto stil staat, toch een dynamisch moment.

Ik praat bewust in verkleinwoorjes, want ons hennepnetelgoudhaantje is slechts 6 tot 8 millimeter groot. Maar die mini-afmetingen compenseert hij makkelijk met zijn schitterende dekschilden. De metaalkleur zal menig ontdekker doen stilstaan. Wat een beauty! De kleuren veranderen ook voortdurend als hij rondkruipt. Bij elke andere lichtinval krijg je weer een bommetje van kleurenglans cadeau.

Deze kevertjes komen vrij algemeen voor in onze Wellense natuurgebieden. Ze brengen hun ganse leven door in vochtige gebieden met een variatie aan planten. Dat is wat wij hen proberen aan te bieden en blijkbaar lukt dat vrij goed. Hun waardplant – de plant waar ze zich op voortplanten en die dan ook als voedsel dient voor hun larven – is de witte en paarse dovenetel. Veel voorkomende planten in de beemden. De kevertjes zetten daar hun eitjes af en de larven vreten de blaadjes met smaak op. Tot ze verpoppen naar weer zo een geweldig glanzend kleurenspektakeltje. Waar wij dan weer volop van kunnen genieten. Als je nog eens in de beemd komt moet je bij een plekje met veel dovenetels even stoppen en door de knieën gaan. Want wie weet zit die traktatie van de natuur daar wel netjes te wachten om speciaal voor jou te glanzen.

De swingende Nieuw-Zeelander

Via waarnemingen.be krijgen wij ook een mooi overzicht van welke soorten er in Wellen worden gespot. We gaan regelmatig leuke, bijzondere en opvallende meldingen bespreken op onze blog.

Bebopnepkapoentje – zeer zeldzaam
Berlingen 26 augustus 2025
Waarnemer en foto: Ian Knaepen

Wie van de naam van dit kevertje niet vrolijk wordt is een hele straffe grommelpot. Het bebopnepkapoentje. Leuker kan je het toch niet bedenken. Ik zie drie delen die elk stevig bijdragen tot de funfactor van dit lievenheersbeestje. Want jawel, dit zwarte ding zonder vlekken behoort tot die familie. Dan weet je volgens mij al waar zijn middelste deel van zijn naam vandaan komt. Het is een nep-lieveheersbeestje. De echte vertegenwoordigers hebben stippen op hun schilden. Soms twee tot heel veel. Deze dus niet.

Het laatste deel van zijn naam is er eentje met knuffelgehalte. Kapoentje, dat zeg je – zeker in de verkleinvorm – tegen een lieve en wat ondeugende kleuter. Waarom dit kevertje dit verdient blijft een vraag. Misschien was hij in zijn jeugd wel de belhamel van de lieveheersbeestjesklas? Het blijft een mysterie. Maar het deel van zijn naam waar ik een sprongetje bij maak is het eerste. Bebop! Bebop is een muziekgenre. Jazz om juist te zijn. Ik stel voor dat je het eens intikt op Google en een filmpje beluistert. Muziek waar je blij van wordt, dat kan je toch niet ontkennen.

Dus de combinatie van catchy jazz een nep-figuurtje en een kapoentje. De persoon die dit beestje zijn naam gaf moet in een zeer goede bui geweest zijn. Het echte verhaal van dit lievenheersbeestje is echter minder leuk. Want het gaat hier om een – denkelijk evoluerend naar – invasieve exoot afkomstig uit Nieuw-Zeeland en Australië. Ze werden ingevoerd om schildluizen te bestrijden in kassen van voornamelijk orchideeën. Alweer maar eens een bewijs dat als wij mensen ingrijpen het vaak mis afloopt; Want sinds 2017 werden deze ‘kapoentjes’ ontdekt buiten die kassen. Een beestje van een paar millimeter vindt snel wel ergens een gaatje om te ontsnappen. Ze blijven zeldzaam, maar zijn duidelijk aan een opmars bezig. Klaar om hun plaats in te nemen in onze natuur. Want die natuur is past zich razendsnel aan. Ook als wij als mens weer blunderen.

Ondertussen is ons bebopnepkapoentje ook aangekomen in ons dorp. Met de jazz-fanfare op kop. Althans dat had ik stiekem gehoopt.

Krokodil gespot

Het ontplofte internet en al zijn toepassingen heeft zo ook zijn voordelen. Op de website ‘waarnemingen.be’ komen jaarlijks een massa meldingen binnen. In 2024 waren er dat maar liefst 10.368.611. Daar kan je al wat mee.

Ook voor ons eigen dorp is dat een schat aan info. Zowel om te zien wat er allemaal leeft, kruipt, vliegt, bloeit en stoeit in onze eigen natuurgebieden. Maar het gaat nog veel verder. Want dankzij toegankelijke apps zoals ObsIdentify kan iedereen heel makkelijk soorten op naam brengen. De tijd dat je een halve bioloog moest zijn en je door een massa boeken moest ploeteren om planten of dieren te herkennen ligt al even achter ons. Als je die waarneming dan opslaat, komt die met foto in de database terecht en kan iedereen ze bekijken. Hier wordt het dan plots heel leuk. Want zo krijgen wij een hoop foto’s binnen gemaakt door – vaak – Wellenaren in Wellen.

Wij vonden, als plaatselijke natuurvereniging, dat het tijd was om deze nu meestal onbekende melders de eer te geven die ze verdienen. Niet enkel werken ze mee aan het in kaart brengen van de natuur, maar ze bezorgen ons ook regelmatig leuke foto’s. Uit die beelden halen wij elke maand een aantal opvallende, speciale of soms zelfs grappige foto’s waar wij proberen een verhaal aan te koppelen. Klopt dat verhaal? Denkelijk niet, maar het doel om de makers van die foto in de schijnwerpers te zetten is wel gehaald. De anonieme fotograaf krijgt wat zij of hij verdient, aandacht voor het moment dat zij- of hijzelf zich verwonderde voor die prachtige natuur. Here we go…

Stilleven of niet?

Fotografe: Elda
Alpenwatersalamander – 4 september 2025 – Ergens in Vrolingen

Drijvend, denkelijk in een waterput op een koertje of in een tuinvijvertje, levend of niet? Dat is de eerste vraag die bij mij opkwam toen ik deze foto zag. Want de waarneming werd ingegeven vlakbij een huis ergens in Vrolingen. De foto straalt naast drama ook schoonheid uit. De weerspiegeling van de wolken in het water en het subtiel doorbreken van het wateroppervlak door de salamander. Wie goed kijkt ziet dat de oogjes netjes open zijn. Voor mij een teken dat het antwoord op mijn vraag in de eerste zin ‘levend’ is. In mijn hoofd heeft Elda voor ze dit diertje uit een benarde positie heeft gered het nog even op foto gezet.

Want ook zij – ik vermoed dat de fotografe een dame is – zag de schoonheid van deze salamander. Ook al is de alpenwatersalamander de meest voorkomende salamander in onze regio, het blijft een mooie verschijning. De mooi gemarmerde tekening op de flanken en de staart subtiel afgewerkt met oranje stipjes is goed zichtbaar vlak onder het wateroppervlak. De knaloranje buik is niet zichtbaar. Want vaak is dat wat de aandacht trekt. Dat onze fotografe dit heeft genegeerd en gekozen heeft voor deze pose maakt de foto nog unieker. Het aantal foto’s van een alpenwatersalamander op zijn rug om de buik in beeld te brengen komen veel vaker voor dan dit beeld. Foto’s die tijdens het maken zorgen voor gemor omdat die verdomde salamander niet stil wil blijven liggen. Hij kruipt steeds recht. Misschien omdat dat zijn geliefkoosde positie is? Dat er geen enkele foto bij deze waarneming stond van zo een kronkelend wezen bewijst dat Elda respect heeft voor de natuur en haar bewoners.

Het diertje ligt stil. Net als een krokodil die in een Afrikaanse rivier ligt te zonnen of te wachten op een prooi die zich van geen kwaad bewust aan de oever komt drinken om te eindigen als fastfood na een spectaculaire strijd op ons tv-scherm bij National Geographic. Maar het gaat hier om een klein salamandertje zonder kwade bedoelingen. Een teleurstelling voor alle lezers die op basis van de titel een VRTnieuws-waardig bericht hadden verwacht of die de moeite niet deden om verder te lezen en nu al op hun toetsenbord aan het rammen zijn om iedereen te waarschuwen voor het gevaar van exotische reptielen in de Herk en het feit dat we hier dadelijk iets aan moeten doen. De rust die de foto van Elda uitstraalt staat in schril contrast met al die digitale moraalridders. Gelukkig, hopelijk heb ik gelijk en is onze alpenwatersalamander nog in leven. Ergens in een vreedzame tuinvijver in Vrolingen. Zoals het hoort…

Welkom bever!

Jawel, wij hebben na onze das een tweede groot zoogdier dat er voor heeft gekozen om van Wellen zijn woonplaats te maken. Deze keer gaat het over de bever.

Er werden de voorbije jaren sporadisch sporen gezien en een enkele keer werd er ook een bever gemeld. Maar wij waren er toen vrij zeker van dat het over een ‘zwerver’ ging. Jonge bevers gaan namelijk na enkele jaren te verblijven bij hun ouders op zoek naar een nieuw leefgebied. Onze natuurgebieden leken wel gebruikt te worden als doorgang, maar om er nu met een familie bevers te komen wonen leek ons niet echt geschikt.

Mis poes!

Maar dit jaar waren de waarnemingen anders dan voordien. In februari ontdekte onze conservator Gert knaagsporen aan de oever van de Herk in de Grote Beemd. Niet veel later zagen we ook activiteit in die buurt. De typische ‘glijbanen’ – bevers maken in de modder wegjes waardoor ze zich al glijdend verplaatsen – gaven aan dat er toch meer aan de hand was dan even voorbij zwemmen.
In april kregen we dan plots van meerdere wandelaars beelden doorgestuurd. Eerst van één bever die ongestoord aan een wilg zat te knagen. Maar dan kwamen er ook filmpjes binnen van een paartje grote knagers die in de Herk zwommen. Daarna werd het even stil. Maar in augustus kregen we opnieuw meldingen. Een mogelijk bewijs dat er toch een koppeltje bevers plannen heeft om de Grote Beemd als hun permanent verblijf te kiezen.

Beeld uit een van de doorgestuurde filmpjes

Happy?

Het zal nog niet zijn. Bevers hebben de geweldige eigenschap om gewoon hun ding te doen. Zij zorgen dat er een voor hen geschikte waterstand komt in een gebied waar ze hun burcht willen bouwen. Want de ingang van die burcht moet altijd onder water blijven. Hiervoor houden ze totaal geen rekening met gemaakte beheerplannen. Van bouwvergunningen hebben ze nog nooit gehoord. Dit zorgt er voor dat de natuur zich ongelofelijk kan ontwikkelen. De omgeving waar bevers wonen transformeert in een mum van tijd naar een biodiversiteits-bom. Honderden soorten profiteren van het werk van deze vlijtige bouwers. Soms (vaak) niet zoals wij mensen het willen. Maar wij weten een ding: als de natuur keuzes maakt zijn het vaak – eigenlijk altijd – de juiste.

Soms zorgen bevers voor overlast. Daarom heeft de overheid een ‘wenselijkheids-kaart’ opgesteld. Daar kan je zien waar bevers mogen ‘bestreden’ worden. Voor alle duidelijkheid. In Vlaanderen wil dat zeggen ‘verplaatsen’. Ze verdelgen mag nooit. Daarnaast staan er zones ingetekend waar de dammen mogen verwijderd of verlaagd worden. Tenslotte zijn er de zones waar de bever ongestoord zijn gangetje mag gaan. Natuurgebieden liggen meestal in die zones.

Blub, blub?

Gaan deze bevers de Grote Beemd nu volledig onder water zetten? Wij vermoeden van niet. Want het waterpeil in de Herk is blijkbaar diep genoeg. wij hebben althans nog geen enkel signaal doorgekregen dat ze aan een dam zijn begonnen. Want dat is hun manier om waterlopen af te dammen en zo het waterpeil op de voor hen gewenste hoogte te brengen. Volgens kenners is de kans veel groter dat – als de bevers zich bij ons zouden vestigen – dat ze in een van de oevers van de Herk een hol graven. Ook dan maken ze de ingang onder water. Dus het is niet makkelijk om dat hol te ontdekken. Het enige wat we dan wel goed moeten monitoren is de locatie. Want als er op die plaats zware machines rijden, kunnen die het hol doen instorten. Maar voorlopig hebben we nog geen idee of er een hol is. Laat staan waar het zich dan zou bevinden.

‘Onze’ bever aan het werk

Aanwinst!

Eigenlijk was het maar een kwestie van tijd voor we deze grote knager in ons natuurgebied zouden mogen verwelkomen. Want ze doen het goed in Limburg. De Maasvallei zit ondertussen goed vol, alsook alle vijvergebieden in noord en midden-Limburg. In de Kevie in Tongeren wonen al jaren bevers. En sinds een jaar heeft er zich ook een koppeltje gevestigd in natuurgebied Eggertingen in Kortessem (Vliermaal). In vogelvlucht – of in beverloop in dit geval – helemaal niet zo ver.
Het ontbreken van een stromend – en in de zomer niet droogvallend – waterloopje in het gebied was volgens ons de factor die bevers deed beslissen om elders te gaan knagen. Maar blijkbaar vinden ze de Herk ook een optie. Hopelijk blijven ze. Welkom bever.

KNUPPELPAD OF/EN PLANKENPAD ?  

EXPERIMENTEREN IN DE BROEKBEEMD  

Op plekken waar natuur kwetsbaar is of slecht toegankelijk, worden in de natuurbieden plankenpaden ofwel knuppelpaden aangelegd.  In Wellen werd in 1991 het – intussen verdwenen – eerste knuppelpad aangelegd in de Broekbeemd.  Het werd ingewijd door deputé wijlen Steve Stevaert en door toenmalig burgemeester Francis Bosmans.  Het was toen een primeur voor Limburg.  Intussen liggen ze overal.  ’t Bokje heeft dus ervaring met dergelijke paden.  Plankenpad of knuppelpad:  de begrippen worden dikwijls door elkaar gebruikt maar er is wel degelkijk een verschil !!  

EEN PLANKENPAD  

Een plankenpad is een pad gemaakt van planken. Die planken kunnen glad of ruw geschaafd zijn. De planken  worden bevestigd op een onderconstructie van hout of kunststof zodat het pad als een soort van vlonder over het natuurgebied zweeft. Ze worden meestal aangelegd in moeraszones of permanent natte gebieden met water. Als je van de plank valt, heb je natte voeten.  Bekende plankenpaden zijn die van het Vinne in Zoutleeuw en die van de Hoge Venen.  Een plankenpaden is intussen een veelvoorkomende infrastructuur in vele natuurreservaten. 

Plankenpad in ’t Vinne
Plankenpad Hoge Venen

In de Broekbeemd werd in 2006 een plankenpad gebouwd nabij de Wellenmolen. Het zweeft over een brongebied.    

Een nadeel van plankenpaden is dat ze glad worden bij nat weer en daardoor onveilig.  Om die reden worden ze meestal overspannen met kippengaas of zoiets.  Er zijn intussen zelfs antislipplanken in de handel.    

Het hout van het de plankenpaden is niet het eeuwige leven beschoren. Ze verslijten en ze moeten vervangen worden. Hun levensduur is ongeveer 20 jaar, afhankelijk van het gebruikte materiaal. (hardhout of zachthout).  Ons plankenpad uit 2006 is nu aan vervanging toe.   

Om de levensduur te verlengen worden plankenpaden meer en meer gebouwd uit gerecycleerd plastic.  Dit is zeker aan te bevelen voor de onderbouw. Zo’n kunststofconstructie gaat vele decennia langer mee dan een houten en kan bovendien gerecycleerd worden na gebruik. Voor de zichtbare planken wordt meestal nog hout gebruikt omdat kunststofplanken (voorlopig nog) een te negatieve connotatie hebben. Ze trekken ook gemakkelijker krom bij hitte.  Die kunststofbeplanking zouden ook kunnen geleverd worden met een antisliblaag.     

EEN KNUPPELPAD  

Een knuppelpad is een pad gemaakt van knuppels.  Een knuppel is een min of meer rechte tak van een boom.    

Knuppelpaden zijn eerder aangewezen op drassige zompige grond. Ze worden rechtstreeks op de drassige strook gelegd. De drukkracht wordt verdeeld over de knuppel waardoor je niet wegzakt.  In de Broekbeemd is de ondergrond venig en extreem drassig.  We experimenteren daar al sinds het begin van het natuurbeheer met de aanleg van knuppelpaden.  We bouwen het knuppelpad met materieel dat afkomstig is van de Broekbeemd.  Het aanleggen van knuppelpaden kan alleen uitgevoerd worden als de ondergrond voldoende droog is zodat we met de tractor aan de werf van het knuppelpad geraken.  Zo hebben we het laatste half jaar geen knuppelpad kunnen aanleggen omdat het veel te nat was in de Broekbeemd.  Dank zij de droogte in maart/ april 2025 hebben we een bestaand knuppelpad kunnen afwerken en verlengen. Ik licht even toe hoe we tewerk gaan.  

Onderlaag:  hooi 

Als onderlaag leggen we hooi dat afkomstig is uit de beemd. Meestal hebben we hooi te veel.  Zo’n overjarige baal rollen we uit als onderlaag van de knuppels. Dit geeft nadien nog meer draagvlak aan de knuppels. Ze zakken individueel minder weg.  

Middenlaag: knuppels  

Dat knuppelhout verzamelen we door het jaar heen uit de beheerswerken.  We selecteren recht takhout dat een doormeter heeft rond de 10/15 cm.  We hebben geleerd dat dikker takhout nadien meer onderhoud (kostbare pulp) vraagt.  Op dunner takhout verspreid zich de houtpulp ook egaler en efficiënter.  Dunner takhout dan 10 cm blijft goed om de spleten te vullen tussen de knuppels,  waardoor  we eveneens minder pulp nodig hebben.  We zagen de knuppels voordien af – of bij het leggen – tot de knuppels van 1 m.  Dikkere en langere rechte knuppels tot 20 cm selecteren  we ook. We leggen ze als een soort kantopsluiting van het knuppelpad.    

Het leggen van de knuppels in de Broekbeemd april 2024 (populier doormeter 15cm)  en  april 2025 (eik doormeter 10-15 cm). 

Bovenlaag: hakselhout  

Knuppels zijn rechtstreeks niet aangenaam om te lopen.  Dus wordt hakselhout verspreid over de knuppels.  Deze houtpulp moet uit het gebied komen. Houtpulp  afkomstig van takhout van tuinen gebruiken we liever niet. Je weet nooit of uit de pulp iets invasiefs ontwaakt. De houtpulp die we gebruiken is eveneens een restant van de natuurbeheerswerken.  Vroeger was de houtpulp gratis. Nu wordt het resttakhout vermalen en verkocht als  grondstof voor bio-verbrandingsinstallties.  Ook wij moeten tegenwoordig het hakselhout kopen.  Zo heeft ‘t Bokje recent een voorraad aangekocht en gestockeerd uit de laatste kappingen in de Grote Beemd.  

Vervolgens wordt de houtpulp verdeeld over de knuppels. Zo ontstaat een goed en aangenaam betreedbaar pad door het drassige gebied.   

De knuppels houden vrij lang stand onder de natte condities. Ze worden samen met het hooi één met het veen.  De houtpulp vergaat wel maar als de knuppels goed gelegd zijn is een nieuw laagje pulp snel aangebracht.  

VOOR OF TEGEN – OF BETER WAAR –  PLANKENPAD OF KNUPPELPAD 

Plankenpaden zijn aangewezen in gebieden met een permanent waterstand.  Het is een constructie die door deskundigen moet gebouwd worden en daardoor duur is (200 € /lm).  De levensduur is afhankelijk van de constructie. In de eerste jaren vragen ze weinig onderhoud maar vervolgens takelen ze langzaam af en vergaan.  Uit ervaring denken we dat de levensduur van een plankenpad 20 jaar is.  Dat betekent dat het plankenpaden in Broekbeemd aan vervanging toe is. Voor de bouw kan minder beroep gedaan op vrijwilligers.  De levensduur kan verlengd worden door gebruik van kunststof.    

Een knuppelpad is eerder aangewezen in vochtige, drassige gebieden.  Het materiaal waarmee het knuppelpad aangelegd is goedkoop omdat de knuppel een restproduct is van het natuurbeheer: takhout.  De constructie is relatief eenvoudig. Het is een constructie die in eigen regie door de natuurbeheerder of door vrijwilligers kan aangelegd worden.   Opgepast, onze ervaring toont dat aan die opbouw toch wat aandacht vergt om nadien het onderhoud te verminderen.  Elk jaar – of om de twee jaar –  moet een nieuwe toplaag van houtpulp uitgereden worden om het pad comfortabel te houden. Dat gaat snel.  Maar daardoor kan het pad vele tientallen, zelfs honderden jaren dienst doen.   

De weg was 800 meter lang en werd aangelegd door een Veengebied, zoals de Broekbeemd. Jaarringenonderzoek toont precies aan dat de weg werd aangelegd in het jaar 2549 v.Chr.   Dit is absoluut hét bewijs dat knuppelpaden duurzaam zijn.    

Onze paden in de Broekbeemd zouden er dan in 4.574 n. Chr zo uitzien.  

 Opgraving ‘Veenweg van Nieuw-Dordrecht’ aangelegd in v Chr. 2574 (zie Wikipedia). 

Jan Nuijens  

Wellen,  15 april 2025  

Bomen kappen in natuurgebied?

Momenteel laten wij een kapping uitvoeren in de Grote Beemd. Dit kadert in een grote houtverkoop die wij samen met andere partners uitschreven. Maar waarom zou een natuurvereniging in godsnaam bomen laten kappen in een natuurgebied?

Dat vraagt om uitleg. Voor elk natuurgebied moeten wij een beheerplan opstellen waarin wij beschrijven hoe wij de natuur willen verbeteren. Dit plan dient binnen 24 jaar worden uitgevoerd. Alle beheermaatregelen die wij daarin beschrijven en de te bereiken doelen worden kritisch bekeken door ANB (Afdeling Natuur en Bos – Vlaamse overheid). Zij geven daarna hun goedkeuring (of vragen om aanpassingen te doen). Na deze ‘go’ kunnen wij het beheer opstarten. Wij hoeven voor werken, waar normaal een vergunning voor moet aangevraagd worden, dit niet meer te doen. Alles valt binnen het goedgekeurde beheerplan.

Maar waarom zetten wij in dat plan dat we bomen willen kappen? Wel, soms moeten er ‘eieren gebroken worden’ om een bepaal doel te bereiken. Zo zullen we op de percelen waar we momenteel populieren laten weghalen, streven naar een bos met inheemse soorten die thuishoren in deze vallei. Daarbij zijn populieren opbrengstbomen en zijn die door de vroegere eigenaars aangeplant om ze ooit te ‘oogsten’. Maar omdat die percelen in de tussentijd aan ons verkocht werden, voeren wij die kapping nu uit. Op andere percelen gaan we dan weer voor soortenrijk grasland en komt er geen bos in de plaats. Maar dat moeten we dan weer – net als iedere andere burger – elders compenseren. Ook dit staat beschreven in het beheerplan.

De opbrengst van de houtverkoop wordt integraal terug geïnvesteerd in de Limburgs natuur. Zo is de cirkel wat ons betreft netjes rond. De tijdelijke ‘ravage’ en mogelijke overlast moeten we er wel bij nemen. Een kapping uitvoeren zonder schade is onmogelijk. Maar de firma die de kapping uitvoert probeert die tot een minimum te beperken. Zo sparen ze zo veel mogelijk toekomstbomen. Als je zou passeren langs de percelen die gekapt worden, moet je zeker eens gaan kijken. Heel veel bomen die straks het mooie inheemse bos gaan vormen staan er al.

Het landschap verandert stevig na een kapping
Klaar om afgevoerd te worden
Wij informeren de bezoekers van ons natuurgebied
De ‘toekomst’ is netjes gespaard, klaar om een stevige eik te worden.

(DIEP) GRAVEN IN DE LANDSCHAPSGESCHIEDENIS VAN HASPENGOUW

En een beetje van Wellen.  

Scheper Servaes Weeghmans, 1930, op de Kleeberg in Voort-Borgloon (Basteyns, 1999).
Schaapherder Hendrik Martens (1907 – 1976) één van de laatste schaapsherder in Limburg Kortessem, 1950 
Schaapsbegrazing natuurbeheer Grote Beemd Wellen,  2024.

Het naslagwerk van Eddy DUPAE over de landschapsgeschiedenis van Haspengouw is sinds kort raadpleegbaar onder de kennisbank van het Provinciaal Natuurcentrum:  https://www.provinciaalnatuurcentrum.be/kennisbank  zoeken naar: “Haspengouw anders bekeken”

Het is een zeer omvangrijk en diepgaand naslagwerk, vooral gericht aan degenen die echt willen weten hoe de vork van het landschap van Haspengouw in de steel zit. 

Eddy Dupae was dé bioloog van de Vlaamse Landmaatschappij.  Zijn boek beschouw ik als zijn professioneel testament.  Het is een geschenk van zijn kennis aan ons. Het boek gaat niet over keizers, hertogen, graven, abten en abdissen, maar wel over het doen en gedoe van ons, de mens in het landschap. Het boek beschrijft met veel detail hoe bandkaramiekers, Eburonen, Romeinen, Middeleeuwers, Nieuwe Tijders  en tenslotte wij via ontbossingen, drieslagstelsels, heerdgangen, ruilverkaveling en huisvesting het landschap kneedden en naar onze hand zetten tot wat het nu is.  Het boek gaat – soms met ontluistering of verbazing – in op wat de gevolgen zijn op onze fauna en flora. Het boek is een turf van meer dan 700 bladzijden.  
Voer  voor de vorsers onder u.  

Canadawinning in Wellen, van ooit Landbouwbedrijf naar residentieel wonen.  Omkeerbaar ??

Het werk bevat ook een uitvoerige ‘Kadertekst’ van ondertekende, over de invloed van de Ruimtelijk Ordening op de biodiversiteit van Haspengouw,  met Wellen als testcase (vanaf blz. 468).  Ook die kadertekst is geschreven naar de natuur/landschapsbeschermers onder u die meer willen weten over de ruimtelijke Ordening in het algemeen en die van Wellen in het bijzonder.

Het boek van Eddy is geen bedliteratuur. Binnenkort verschijnt er een toegankelijk verkorte versie van met mooie illustraties en hardcover voor de boekhandel
( en voor de Kerstboom ?). 

De geïnteresseerden wens ik een leervolle ontdekkingsreis. Als we de ontstaansgeschiedenis van ons landschap niet begrijpen, is het moeilijk om nadien de fouten te  remediëren. 

Jan Nuijens,  Voorzitter ’t Bokje

Oktober 2024