Via waarnemingen.be krijgen wij ook een mooi overzicht van welke soorten er in Wellen worden gespot. We gaan regelmatig leuke, bijzondere en opvallende meldingen bespreken op onze blog.
Bebopnepkapoentje – zeer zeldzaam Berlingen 26 augustus 2025 Waarnemer en foto: Ian Knaepen
Wie van de naam van dit kevertje niet vrolijk wordt is een hele straffe grommelpot. Het bebopnepkapoentje. Leuker kan je het toch niet bedenken. Ik zie drie delen die elk stevig bijdragen tot de funfactor van dit lievenheersbeestje. Want jawel, dit zwarte ding zonder vlekken behoort tot die familie. Dan weet je volgens mij al waar zijn middelste deel van zijn naam vandaan komt. Het is een nep-lieveheersbeestje. De echte vertegenwoordigers hebben stippen op hun schilden. Soms twee tot heel veel. Deze dus niet.
Het laatste deel van zijn naam is er eentje met knuffelgehalte. Kapoentje, dat zeg je – zeker in de verkleinvorm – tegen een lieve en wat ondeugende kleuter. Waarom dit kevertje dit verdient blijft een vraag. Misschien was hij in zijn jeugd wel de belhamel van de lieveheersbeestjesklas? Het blijft een mysterie. Maar het deel van zijn naam waar ik een sprongetje bij maak is het eerste. Bebop! Bebop is een muziekgenre. Jazz om juist te zijn. Ik stel voor dat je het eens intikt op Google en een filmpje beluistert. Muziek waar je blij van wordt, dat kan je toch niet ontkennen.
Dus de combinatie van catchy jazz een nep-figuurtje en een kapoentje. De persoon die dit beestje zijn naam gaf moet in een zeer goede bui geweest zijn. Het echte verhaal van dit lievenheersbeestje is echter minder leuk. Want het gaat hier om een – denkelijk evoluerend naar – invasieve exoot afkomstig uit Nieuw-Zeeland en Australië. Ze werden ingevoerd om schildluizen te bestrijden in kassen van voornamelijk orchideeën. Alweer maar eens een bewijs dat als wij mensen ingrijpen het vaak mis afloopt; Want sinds 2017 werden deze ‘kapoentjes’ ontdekt buiten die kassen. Een beestje van een paar millimeter vindt snel wel ergens een gaatje om te ontsnappen. Ze blijven zeldzaam, maar zijn duidelijk aan een opmars bezig. Klaar om hun plaats in te nemen in onze natuur. Want die natuur is past zich razendsnel aan. Ook als wij als mens weer blunderen.
Ondertussen is ons bebopnepkapoentje ook aangekomen in ons dorp. Met de jazz-fanfare op kop. Althans dat had ik stiekem gehoopt.
Het ontplofte internet en al zijn toepassingen heeft zo ook zijn voordelen. Op de website ‘waarnemingen.be’ komen jaarlijks een massa meldingen binnen. In 2024 waren er dat maar liefst 10.368.611. Daar kan je al wat mee.
Ook voor ons eigen dorp is dat een schat aan info. Zowel om te zien wat er allemaal leeft, kruipt, vliegt, bloeit en stoeit in onze eigen natuurgebieden. Maar het gaat nog veel verder. Want dankzij toegankelijke apps zoals ObsIdentify kan iedereen heel makkelijk soorten op naam brengen. De tijd dat je een halve bioloog moest zijn en je door een massa boeken moest ploeteren om planten of dieren te herkennen ligt al even achter ons. Als je die waarneming dan opslaat, komt die met foto in de database terecht en kan iedereen ze bekijken. Hier wordt het dan plots heel leuk. Want zo krijgen wij een hoop foto’s binnen gemaakt door – vaak – Wellenaren in Wellen.
Wij vonden, als plaatselijke natuurvereniging, dat het tijd was om deze nu meestal onbekende melders de eer te geven die ze verdienen. Niet enkel werken ze mee aan het in kaart brengen van de natuur, maar ze bezorgen ons ook regelmatig leuke foto’s. Uit die beelden halen wij elke maand een aantal opvallende, speciale of soms zelfs grappige foto’s waar wij proberen een verhaal aan te koppelen. Klopt dat verhaal? Denkelijk niet, maar het doel om de makers van die foto in de schijnwerpers te zetten is wel gehaald. De anonieme fotograaf krijgt wat zij of hij verdient, aandacht voor het moment dat zij- of hijzelf zich verwonderde voor die prachtige natuur. Here we go…
Stilleven of niet?
Fotografe: Elda Alpenwatersalamander – 4 september 2025 – Ergens in Vrolingen
Drijvend, denkelijk in een waterput op een koertje of in een tuinvijvertje, levend of niet? Dat is de eerste vraag die bij mij opkwam toen ik deze foto zag. Want de waarneming werd ingegeven vlakbij een huis ergens in Vrolingen. De foto straalt naast drama ook schoonheid uit. De weerspiegeling van de wolken in het water en het subtiel doorbreken van het wateroppervlak door de salamander. Wie goed kijkt ziet dat de oogjes netjes open zijn. Voor mij een teken dat het antwoord op mijn vraag in de eerste zin ‘levend’ is. In mijn hoofd heeft Elda voor ze dit diertje uit een benarde positie heeft gered het nog even op foto gezet.
Want ook zij – ik vermoed dat de fotografe een dame is – zag de schoonheid van deze salamander. Ook al is de alpenwatersalamander de meest voorkomende salamander in onze regio, het blijft een mooie verschijning. De mooi gemarmerde tekening op de flanken en de staart subtiel afgewerkt met oranje stipjes is goed zichtbaar vlak onder het wateroppervlak. De knaloranje buik is niet zichtbaar. Want vaak is dat wat de aandacht trekt. Dat onze fotografe dit heeft genegeerd en gekozen heeft voor deze pose maakt de foto nog unieker. Het aantal foto’s van een alpenwatersalamander op zijn rug om de buik in beeld te brengen komen veel vaker voor dan dit beeld. Foto’s die tijdens het maken zorgen voor gemor omdat die verdomde salamander niet stil wil blijven liggen. Hij kruipt steeds recht. Misschien omdat dat zijn geliefkoosde positie is? Dat er geen enkele foto bij deze waarneming stond van zo een kronkelend wezen bewijst dat Elda respect heeft voor de natuur en haar bewoners.
Het diertje ligt stil. Net als een krokodil die in een Afrikaanse rivier ligt te zonnen of te wachten op een prooi die zich van geen kwaad bewust aan de oever komt drinken om te eindigen als fastfood na een spectaculaire strijd op ons tv-scherm bij National Geographic. Maar het gaat hier om een klein salamandertje zonder kwade bedoelingen. Een teleurstelling voor alle lezers die op basis van de titel een VRTnieuws-waardig bericht hadden verwacht of die de moeite niet deden om verder te lezen en nu al op hun toetsenbord aan het rammen zijn om iedereen te waarschuwen voor het gevaar van exotische reptielen in de Herk en het feit dat we hier dadelijk iets aan moeten doen. De rust die de foto van Elda uitstraalt staat in schril contrast met al die digitale moraalridders. Gelukkig, hopelijk heb ik gelijk en is onze alpenwatersalamander nog in leven. Ergens in een vreedzame tuinvijver in Vrolingen. Zoals het hoort…
Jawel, wij hebben na onze das een tweede groot zoogdier dat er voor heeft gekozen om van Wellen zijn woonplaats te maken. Deze keer gaat het over de bever.
Er werden de voorbije jaren sporadisch sporen gezien en een enkele keer werd er ook een bever gemeld. Maar wij waren er toen vrij zeker van dat het over een ‘zwerver’ ging. Jonge bevers gaan namelijk na enkele jaren te verblijven bij hun ouders op zoek naar een nieuw leefgebied. Onze natuurgebieden leken wel gebruikt te worden als doorgang, maar om er nu met een familie bevers te komen wonen leek ons niet echt geschikt.
Mis poes!
Maar dit jaar waren de waarnemingen anders dan voordien. In februari ontdekte onze conservator Gert knaagsporen aan de oever van de Herk in de Grote Beemd. Niet veel later zagen we ook activiteit in die buurt. De typische ‘glijbanen’ – bevers maken in de modder wegjes waardoor ze zich al glijdend verplaatsen – gaven aan dat er toch meer aan de hand was dan even voorbij zwemmen. In april kregen we dan plots van meerdere wandelaars beelden doorgestuurd. Eerst van één bever die ongestoord aan een wilg zat te knagen. Maar dan kwamen er ook filmpjes binnen van een paartje grote knagers die in de Herk zwommen. Daarna werd het even stil. Maar in augustus kregen we opnieuw meldingen. Een mogelijk bewijs dat er toch een koppeltje bevers plannen heeft om de Grote Beemd als hun permanent verblijf te kiezen.
Beeld uit een van de doorgestuurde filmpjes
Happy?
Het zal nog niet zijn. Bevers hebben de geweldige eigenschap om gewoon hun ding te doen. Zij zorgen dat er een voor hen geschikte waterstand komt in een gebied waar ze hun burcht willen bouwen. Want de ingang van die burcht moet altijd onder water blijven. Hiervoor houden ze totaal geen rekening met gemaakte beheerplannen. Van bouwvergunningen hebben ze nog nooit gehoord. Dit zorgt er voor dat de natuur zich ongelofelijk kan ontwikkelen. De omgeving waar bevers wonen transformeert in een mum van tijd naar een biodiversiteits-bom. Honderden soorten profiteren van het werk van deze vlijtige bouwers. Soms (vaak) niet zoals wij mensen het willen. Maar wij weten een ding: als de natuur keuzes maakt zijn het vaak – eigenlijk altijd – de juiste.
Soms zorgen bevers voor overlast. Daarom heeft de overheid een ‘wenselijkheids-kaart’ opgesteld. Daar kan je zien waar bevers mogen ‘bestreden’ worden. Voor alle duidelijkheid. In Vlaanderen wil dat zeggen ‘verplaatsen’. Ze verdelgen mag nooit. Daarnaast staan er zones ingetekend waar de dammen mogen verwijderd of verlaagd worden. Tenslotte zijn er de zones waar de bever ongestoord zijn gangetje mag gaan. Natuurgebieden liggen meestal in die zones.
Blub, blub?
Gaan deze bevers de Grote Beemd nu volledig onder water zetten? Wij vermoeden van niet. Want het waterpeil in de Herk is blijkbaar diep genoeg. wij hebben althans nog geen enkel signaal doorgekregen dat ze aan een dam zijn begonnen. Want dat is hun manier om waterlopen af te dammen en zo het waterpeil op de voor hen gewenste hoogte te brengen. Volgens kenners is de kans veel groter dat – als de bevers zich bij ons zouden vestigen – dat ze in een van de oevers van de Herk een hol graven. Ook dan maken ze de ingang onder water. Dus het is niet makkelijk om dat hol te ontdekken. Het enige wat we dan wel goed moeten monitoren is de locatie. Want als er op die plaats zware machines rijden, kunnen die het hol doen instorten. Maar voorlopig hebben we nog geen idee of er een hol is. Laat staan waar het zich dan zou bevinden.
‘Onze’ bever aan het werk
Aanwinst!
Eigenlijk was het maar een kwestie van tijd voor we deze grote knager in ons natuurgebied zouden mogen verwelkomen. Want ze doen het goed in Limburg. De Maasvallei zit ondertussen goed vol, alsook alle vijvergebieden in noord en midden-Limburg. In de Kevie in Tongeren wonen al jaren bevers. En sinds een jaar heeft er zich ook een koppeltje gevestigd in natuurgebied Eggertingen in Kortessem (Vliermaal). In vogelvlucht – of in beverloop in dit geval – helemaal niet zo ver. Het ontbreken van een stromend – en in de zomer niet droogvallend – waterloopje in het gebied was volgens ons de factor die bevers deed beslissen om elders te gaan knagen. Maar blijkbaar vinden ze de Herk ook een optie. Hopelijk blijven ze. Welkom bever.
Op plekken waar natuur kwetsbaar is of slecht toegankelijk, worden in de natuurbieden plankenpaden ofwel knuppelpaden aangelegd. In Wellen werd in 1991 het – intussen verdwenen – eerste knuppelpad aangelegd in de Broekbeemd. Het werd ingewijd door deputé wijlen Steve Stevaert en door toenmalig burgemeester Francis Bosmans. Het was toen een primeur voor Limburg. Intussen liggen ze overal. ’t Bokje heeft dus ervaring met dergelijke paden. Plankenpad of knuppelpad: de begrippen worden dikwijls door elkaar gebruikt maar er is wel degelkijk een verschil !!
EEN PLANKENPAD
Een plankenpad is een pad gemaakt van planken. Die planken kunnen glad of ruw geschaafd zijn. De planken worden bevestigd op een onderconstructie van hout of kunststof zodat het pad als een soort van vlonder over het natuurgebied zweeft. Ze worden meestal aangelegd in moeraszones of permanent natte gebieden met water. Als je van de plank valt, heb je natte voeten. Bekende plankenpaden zijn die van het Vinne in Zoutleeuw en die van de Hoge Venen. Een plankenpaden is intussen een veelvoorkomende infrastructuur in vele natuurreservaten.
Plankenpad in ’t VinnePlankenpad Hoge Venen
In de Broekbeemd werd in 2006 een plankenpad gebouwd nabij de Wellenmolen. Het zweeft over een brongebied.
Een nadeel van plankenpaden is dat ze glad worden bij nat weer en daardoor onveilig. Om die reden worden ze meestal overspannen met kippengaas of zoiets. Er zijn intussen zelfs antislipplanken in de handel.
Het hout van het de plankenpaden is niet het eeuwige leven beschoren. Ze verslijten en ze moeten vervangen worden. Hun levensduur is ongeveer 20 jaar, afhankelijk van het gebruikte materiaal. (hardhout of zachthout). Ons plankenpad uit 2006 is nu aan vervanging toe.
Om de levensduur te verlengen worden plankenpaden meer en meer gebouwd uit gerecycleerd plastic. Dit is zeker aan te bevelen voor de onderbouw. Zo’n kunststofconstructie gaat vele decennia langer mee dan een houten en kan bovendien gerecycleerd worden na gebruik. Voor de zichtbare planken wordt meestal nog hout gebruikt omdat kunststofplanken (voorlopig nog) een te negatieve connotatie hebben. Ze trekken ook gemakkelijker krom bij hitte. Die kunststofbeplanking zouden ook kunnen geleverd worden met een antisliblaag.
EEN KNUPPELPAD
Een knuppelpad is een pad gemaakt van knuppels. Een knuppel is een min of meer rechte tak van een boom.
Knuppelpaden zijn eerder aangewezen op drassige zompige grond. Ze worden rechtstreeks op de drassige strook gelegd. De drukkracht wordt verdeeld over de knuppel waardoor je niet wegzakt. In de Broekbeemd is de ondergrond venig en extreem drassig. We experimenteren daar al sinds het begin van het natuurbeheer met de aanleg van knuppelpaden. We bouwen het knuppelpad met materieel dat afkomstig is van de Broekbeemd. Het aanleggen van knuppelpaden kan alleen uitgevoerd worden als de ondergrond voldoende droog is zodat we met de tractor aan de werf van het knuppelpad geraken. Zo hebben we het laatste half jaar geen knuppelpad kunnen aanleggen omdat het veel te nat was in de Broekbeemd. Dank zij de droogte in maart/ april 2025 hebben we een bestaand knuppelpad kunnen afwerken en verlengen. Ik licht even toe hoe we tewerk gaan.
Onderlaag: hooi
Als onderlaag leggen we hooi dat afkomstig is uit de beemd. Meestal hebben we hooi te veel. Zo’n overjarige baal rollen we uit als onderlaag van de knuppels. Dit geeft nadien nog meer draagvlak aan de knuppels. Ze zakken individueel minder weg.
Middenlaag: knuppels
Dat knuppelhout verzamelen we door het jaar heen uit de beheerswerken. We selecteren recht takhout dat een doormeter heeft rond de 10/15 cm. We hebben geleerd dat dikker takhout nadien meer onderhoud (kostbare pulp) vraagt. Op dunner takhout verspreid zich de houtpulp ook egaler en efficiënter. Dunner takhout dan 10 cm blijft goed om de spleten te vullen tussen de knuppels, waardoor we eveneens minder pulp nodig hebben. We zagen de knuppels voordien af – of bij het leggen – tot de knuppels van 1 m. Dikkere en langere rechte knuppels tot 20 cm selecteren we ook. We leggen ze als een soort kantopsluiting van het knuppelpad.
Het leggen van de knuppels in de Broekbeemd april 2024 (populier doormeter 15cm) en april 2025 (eik doormeter 10-15 cm).
Bovenlaag: hakselhout
Knuppels zijn rechtstreeks niet aangenaam om te lopen. Dus wordt hakselhout verspreid over de knuppels. Deze houtpulp moet uit het gebied komen. Houtpulp afkomstig van takhout van tuinen gebruiken we liever niet. Je weet nooit of uit de pulp iets invasiefs ontwaakt. De houtpulp die we gebruiken is eveneens een restant van de natuurbeheerswerken. Vroeger was de houtpulp gratis. Nu wordt het resttakhout vermalen en verkocht als grondstof voor bio-verbrandingsinstallties. Ook wij moeten tegenwoordig het hakselhout kopen. Zo heeft ‘t Bokje recent een voorraad aangekocht en gestockeerd uit de laatste kappingen in de Grote Beemd.
Vervolgens wordt de houtpulp verdeeld over de knuppels. Zo ontstaat een goed en aangenaam betreedbaar pad door het drassige gebied.
De knuppels houden vrij lang stand onder de natte condities. Ze worden samen met het hooi één met het veen. De houtpulp vergaat wel maar als de knuppels goed gelegd zijn is een nieuw laagje pulp snel aangebracht.
VOOR OF TEGEN – OF BETER WAAR – PLANKENPAD OF KNUPPELPAD
Plankenpaden zijn aangewezen in gebieden met een permanent waterstand. Het is een constructie die door deskundigen moet gebouwd worden en daardoor duur is (200 € /lm). De levensduur is afhankelijk van de constructie. In de eerste jaren vragen ze weinig onderhoud maar vervolgens takelen ze langzaam af en vergaan. Uit ervaring denken we dat de levensduur van een plankenpad 20 jaar is. Dat betekent dat het plankenpaden in Broekbeemd aan vervanging toe is. Voor de bouw kan minder beroep gedaan op vrijwilligers. De levensduur kan verlengd worden door gebruik van kunststof.
Een knuppelpad is eerder aangewezen in vochtige, drassige gebieden. Het materiaal waarmee het knuppelpad aangelegd is goedkoop omdat de knuppel een restproduct is van het natuurbeheer: takhout. De constructie is relatief eenvoudig. Het is een constructie die in eigen regie door de natuurbeheerder of door vrijwilligers kan aangelegd worden. Opgepast, onze ervaring toont dat aan die opbouw toch wat aandacht vergt om nadien het onderhoud te verminderen. Elk jaar – of om de twee jaar – moet een nieuwe toplaag van houtpulp uitgereden worden om het pad comfortabel te houden. Dat gaat snel. Maar daardoor kan het pad vele tientallen, zelfs honderden jaren dienst doen.
De weg was 800 meter lang en werd aangelegd door een Veengebied, zoals de Broekbeemd. Jaarringenonderzoek toont precies aan dat de weg werd aangelegd in het jaar 2549 v.Chr. Dit is absoluut hét bewijs dat knuppelpaden duurzaam zijn.
Onze paden in de Broekbeemd zouden er dan in 4.574 n. Chr zo uitzien.
Opgraving ‘Veenweg van Nieuw-Dordrecht’ aangelegd in v Chr. 2574 (zie Wikipedia).
Momenteel laten wij een kapping uitvoeren in de Grote Beemd. Dit kadert in een grote houtverkoop die wij samen met andere partners uitschreven. Maar waarom zou een natuurvereniging in godsnaam bomen laten kappen in een natuurgebied?
Dat vraagt om uitleg. Voor elk natuurgebied moeten wij een beheerplan opstellen waarin wij beschrijven hoe wij de natuur willen verbeteren. Dit plan dient binnen 24 jaar worden uitgevoerd. Alle beheermaatregelen die wij daarin beschrijven en de te bereiken doelen worden kritisch bekeken door ANB (Afdeling Natuur en Bos – Vlaamse overheid). Zij geven daarna hun goedkeuring (of vragen om aanpassingen te doen). Na deze ‘go’ kunnen wij het beheer opstarten. Wij hoeven voor werken, waar normaal een vergunning voor moet aangevraagd worden, dit niet meer te doen. Alles valt binnen het goedgekeurde beheerplan.
Maar waarom zetten wij in dat plan dat we bomen willen kappen? Wel, soms moeten er ‘eieren gebroken worden’ om een bepaal doel te bereiken. Zo zullen we op de percelen waar we momenteel populieren laten weghalen, streven naar een bos met inheemse soorten die thuishoren in deze vallei. Daarbij zijn populieren opbrengstbomen en zijn die door de vroegere eigenaars aangeplant om ze ooit te ‘oogsten’. Maar omdat die percelen in de tussentijd aan ons verkocht werden, voeren wij die kapping nu uit. Op andere percelen gaan we dan weer voor soortenrijk grasland en komt er geen bos in de plaats. Maar dat moeten we dan weer – net als iedere andere burger – elders compenseren. Ook dit staat beschreven in het beheerplan.
De opbrengst van de houtverkoop wordt integraal terug geïnvesteerd in de Limburgs natuur. Zo is de cirkel wat ons betreft netjes rond. De tijdelijke ‘ravage’ en mogelijke overlast moeten we er wel bij nemen. Een kapping uitvoeren zonder schade is onmogelijk. Maar de firma die de kapping uitvoert probeert die tot een minimum te beperken. Zo sparen ze zo veel mogelijk toekomstbomen. Als je zou passeren langs de percelen die gekapt worden, moet je zeker eens gaan kijken. Heel veel bomen die straks het mooie inheemse bos gaan vormen staan er al.
Het landschap verandert stevig na een kappingKlaar om afgevoerd te wordenWij informeren de bezoekers van ons natuurgebiedDe ‘toekomst’ is netjes gespaard, klaar om een stevige eik te worden.
Scheper Servaes Weeghmans, 1930, op de Kleeberg in Voort-Borgloon (Basteyns, 1999). Schaapherder Hendrik Martens (1907 – 1976) één van de laatste schaapsherder in Limburg Kortessem, 1950 Schaapsbegrazing natuurbeheer Grote Beemd Wellen, 2024.
Het naslagwerk van Eddy DUPAE over de landschapsgeschiedenis van Haspengouw is sinds kort raadpleegbaar onder de kennisbank van het Provinciaal Natuurcentrum: https://www.provinciaalnatuurcentrum.be/kennisbank zoeken naar: “Haspengouw anders bekeken”
Het is een zeer omvangrijk en diepgaand naslagwerk, vooral gericht aan degenen die echt willen weten hoe de vork van het landschap van Haspengouw in de steel zit.
Eddy Dupae was dé bioloog van de Vlaamse Landmaatschappij. Zijn boek beschouw ik als zijn professioneel testament. Het is een geschenk van zijn kennis aan ons. Het boek gaat niet over keizers, hertogen, graven, abten en abdissen, maar wel over het doen en gedoe van ons, de mens in het landschap. Het boek beschrijft met veel detail hoe bandkaramiekers, Eburonen, Romeinen, Middeleeuwers, Nieuwe Tijders en tenslotte wij via ontbossingen, drieslagstelsels, heerdgangen, ruilverkaveling en huisvesting het landschap kneedden en naar onze hand zetten tot wat het nu is. Het boek gaat – soms met ontluistering of verbazing – in op wat de gevolgen zijn op onze fauna en flora. Het boek is een turf van meer dan 700 bladzijden. Voer voor de vorsers onder u.
Canadawinning in Wellen, van ooit Landbouwbedrijf naar residentieel wonen. Omkeerbaar ??
Het werk bevat ook een uitvoerige ‘Kadertekst’ van ondertekende, over de invloed van de Ruimtelijk Ordening op de biodiversiteit van Haspengouw, met Wellen als testcase (vanaf blz. 468). Ook die kadertekst is geschreven naar de natuur/landschapsbeschermers onder u die meer willen weten over de ruimtelijke Ordening in het algemeen en die van Wellen in het bijzonder.
Het boek van Eddy is geen bedliteratuur. Binnenkort verschijnt er een toegankelijk verkorte versie van met mooie illustraties en hardcover voor de boekhandel ( en voor de Kerstboom ?).
De geïnteresseerden wens ik een leervolle ontdekkingsreis. Als we de ontstaansgeschiedenis van ons landschap niet begrijpen, is het moeilijk om nadien de fouten te remediëren.
’ t BOKJE KRIJGT JAARLIJKS VAN DE GEMEENTE GEEN 8.000 €,
INTEGENDEEL,
HET SCHENKT DE GEMEENTE MINSTENS HET DUBBELE.
Vroeger was de zondagse kerkgang het wekelijks roddelmoment, nu is dat het bezoek aan het de containerpark. Zo beweerde recent iemand bij het wegwerpen van mijn papierberg dat ’ t BOKJE van de gemeente 8.000 € / jaar kreeg voor het onderhoud van de beemd.
Wel: dat is flagrant onwaar.
’t Bokje ontvangt van de gemeente geen cent. Alleen tijdens corona was dat eenmalig het geval voor een bedrag van 1.910 €. Samen met tal van andere Wellense verenigingen die toen een welgekome duwtje in de rug kregen.
Omgekeerd geeft ’t Bokje onrechtstreeks wel geld. ’t BOKJE investeert in de beemd. Al het geld dat ’t Bokje uitgeeft voor het beheer van de beemd gaat naar jou, de gemeenschap van Wellenaren. Het gaat om:
Herstellingen, vooral van onze oude hoestende tractor,
Bijdrage aan de aankoop van gronden bij Lila,
Administratieve VZW kosten,
De uitgaven schommelen jaarlijks rond de 6.000 €. Maar elke Euro die uitgegeven wordt in de natuur brengt maatschappelijk minstens 10 keer meer op. Die bewering komt van onze klimaatexpert Ignace Schops. Ze werd gefactcheckt door Knack (januari 2024) als ‘ eerder waar’. Dus, roddelaars op het containerpark, wij ontvangen jaarlijks geen 8.000 € maar schenken de gemeenschap van Wellen minstens 60.000 €. “Dank u ’t Bokje”, zou ik zeggen.
En beste Wellenaren, waar komt dat geld vandaan ??? Niet van de gemeente, niet van het Vlaams Gewest of van de provincie, niet van Limburgs Landschap, maar van u. Jawel van jou. We krijgen ons geld door de verkoop van het natuurvlees en door de verkoop van planten. Dus aub, blijf ons verder steunen door de aankoop van vlees of planten, en bijgevolg ook de natuur in Wellen en iedereen die van deze natuur komt genieten.
Uw Wellense Natuurvereniging ’t Bokje verkoopt opnieuw natuurvlees. Het is vlees is afkomstig van de Galloways die het hele jaar hebben rondgelopen in de beemd. Het vlees in onbehandeld en bijzonder door zijn geaderde structuur. Op basis van de vele positieve reacties die wij kregen was de kwaliteit vorig jaar top. Dat zal dit jaar niet anders zijn. Het is bovendien een lokaal Wellens product.
De runderen moeten geslacht worden omdat de aankoop van de gebieden – spijtig genoeg – niet gelijk loopt met de natuurlijke aanwas van de kudde. Anders krijgen we overbegrazing.
De opbrengst van onze vleesverkoop gaat integraal naar de Wellense natuur.
Het vlees wordt verpakt bezorgd in gemengde assortiment van 5 tot 6 kg: steak, worst, stoofvlees, hamburger, gehakt, entrecote, enz… De pakketten zijn voorzien van etiket en kunnen onmiddellijk de diepvries in.
Bestellen kan nog voor 15/10.
Je kan je bestelling plaatsen via een mail naar dirk.ottenburghs@skynet.be met vermelding van je naam en het aantal pakketten van 5 à 6 kg dat je wenst.
Zet dan ook je GSMnr in de mail. Dan kunnen wij je eventueel bellen als we vragen hebben of je je pakket niet bent komen afhalen (zo hebben we er elk jaar wel een paar).
Wegens de gestegen kosten is de prijs aangepast naar 20 euro per kg, dus ongeveer 110 tot 130 euro (hangt af van juiste gewicht) per pakket.
De datum van afhalen is op zaterdag 9 november bij de slager Frank Bielen (Overrepen). Betalen gebeurt via een overschrijving die je meekrijgt met je pakket (dus geen cash geld nodig bij afhalen zoals vorig jaar).
Net als vorige jaren : leden van VZW Limburgs Landschap krijgen 10% korting. Dus als je lid bent dit even melden in je mail. Bij aankoop van één pakket heb je dat al meer dan de helft van je lidgeld terug verdiend en je bent dan lid van een super natuurvereniging die de Limburgs natuur hoog in zijn vaandel draagt.
Dus word dadelijk al lid en laat dit weten bij je bestelling. Dan kan je heel simpel door nu al 20€ op ons rekeningnummer BE95 0017 7199 2158 te storten met vermelding lidgeld Limburgs Landschap. Wel zorgen dat je lid bent voor 20/10.
Ken je nog mensen die interesse zouden hebben in ons aanbod. Stuur hen dan gerust deze mail door.
Eerst en vooral willen we het bestaande bestuur bedanken. De samenwerking was goed en vooral praktisch. ’t Bokje, uw Wellense natuurvereniging, hoopt dan ook dat het volgende gemeentebestuur:
Haar goede verstandhouding met ’t Bokje behoudt,
Haar goede verstandhouding met Limburgs Landschap behoudt,
Zo veel mogelijk samenwerkt met het Regionaal Landschap Haspengouw en Voeren voor bovengemeentelijke projecten,
De wandelweg naar Alken verder maait,
De afspraak behoudt om elkaar te depanneren als door overmacht de tractor van één van de partijen het laat afweten,
De landschapsteams van het Regionaal Landschap verder zo veel mogelijk inschakelt,
Alle medewerking verleent aan projecten die te maken hebben met de bescherming en uitbreiding van het biotoop van de Wellense adoptiesoort Kamsalamander,
Maar…. we hebben tijdens de voorbije legislatuur geen potten gebroken of bakens verzet. We verwachten van het volgende gemeentebestuur meer initiatief, ambitie en daadkracht op het vlak van natuur en milieu.
’t Bokje vraag aan het volgende gemeentebestuur om werk te maken van een aantal projecten die we meermaals hebben aangekaart maar die zijn blijven liggen. Het gaat om het volgende.
DE NATUURGEBIEDEN
’t Bokje werkt per definitie voor de gemeenschap van Wellen (in tegenstelling tot vb. de jagers). Het werk wordt vooral uitgevoerd door Limburgs Landschap, de landschapsteams en de vrijwilligers van ’t Bokje. Buiten het maaien van de wandelweg naar Alken, vragen we aan de gemeente geen extra hulp. Wel vragen we aan het nieuwe gemeentebestuur hulp als de middelen en mogelijkheden van ’t Bokje ontoereikend zijn. Dat zou kunnen voor:
Het vullen van diepe sporen in wandelwegen met het materiaal van de gemeente na houttransport (van privéeigenaars),
Het leveren van houtpulp voor de wandelpaden in de Broekbeemd,
De occasionele inzet van groot gemeentelijk materieel na calamiteiten (storm, overstromingen, ….)
DE WANDELWEGEN
Over het grondgebied van Wellen ligt een netwerk van slapende, omgeploegde of afgesloten trage wegen. Deze wegen zijn openbaar. Wij vinden dat de Wellenaren recht hebben op dit netwerk van trage openbare wegen. Het vergt wat moed en incubatietijd om ze terug open te krijgen. En ze moeten niet allemaal terug open.
Op de eerste plaats en fundamenteel vraagt ’t Bokje om werk te maken van een trage wegenplan voor het grondgebied van heel de gemeente Wellen (Alken en Kortessem en Hasselt en Sint Truiden hebben er een in opmaak). Het trage wegenplan zou niet alleen de kwetsbare beemden ontlasten van te veel wandelaars, het zou ook een aanvulling zijn en spreiding van wandelmogelijkheden. In de winter is het dikwijls te nat in de beemd. Als die trage wegen terug opengesteld worden dan kunnen de inwoners er gebruik van maken: verspreid over het grondgebied en jaarrond.
Het trage wegenplan is een basis. Dat plan moet selecteren welke trage wegen er behouden moeten worden, afgeschaft of beter verbonden en door wie ze mogen gebruikt worden: landbouwers, ruiters, wandelaars, mountainbikers, snelle en/of recreatieve fietsers. Zo krijgt de gemeente een leidraad om gestructureerd te werken aan de toekomst van haar trage wegen. Al jaren beloven diverse gemeentebesturen dat plan op te stellen. Het wordt dus hoog tijd dat het er eindelijk komt. Dat verwachten we van het nieuwe bestuur.
We zouden ook graag zien dat het nieuwe bestuur de volgende evidente trage wegen onmiddellijk (her)opent.
De nieuwe wandellus naar Alken door de beemd: wij vragen aan de gemeentebesturen van Alken en Wellen om een leidende en samenwerkende rol op te nemen om deze verbinding te realiseren en formaliseren. Dit project ligt al lang op tafel als uitbreiding van de bestaande verborgen moois wandeling en is bekend in Alken en het Regionaal Landschap Haspengouw en Voeren. Maar niemand neemt de leiding. Het zou goed zijn dat in de volgende regeerperiode de besturen van Alken en Wellen dit project doorzetten. Het is ook niet onbelangrijk voor het toerisme van beide gemeenten.
Het heropenen van een aantal evidente trage wegen die aanbevolen werden door de WAL (Wellense Adviesraad voor Leefmilieu). Chemin 104 en 26: koppelen Printhagen en Vrolingen/Bellevue
Chemin 69: Iderveldstraat: koppelt Bosveld aan Grote Beemd/Alken
Chemin 139: koppelt Vrolingen/Kerniel aan Bellevuebos
Voor het heropenen van deze wegen moet een procedure gevolgd worden die is beschreven en het nieuwe decreet op de gemeentewegen. Deze procedure is bekend bij de gemeente.
ONTHARDINGEN
We zijn allemaal verplicht om het regenwater meer te laten infiltreren. Dat betekent dat in het algemeen aandacht moet besteed worden aan de onthardingen en vertuining van woonstraten. Meestal worden door zulke projecten de straten ook leefbaarder. De gemeente heeft intussen een regenwater en droogteplan. Hier moet dus alleen maar de koe bij de horens gepakt worden. We vragen dit ook omdat in de beemden overstromingen mogelijk zijn, maar niet wenselijk omwille van de vervuiling op de soortenrijke graslanden. Hoe minder overstroming in de beemd, hoe beter.
Belangrijk Deelplan uit het droogte en regenwaterplan.
In het bijzonder zouden we graag willen zien dat het volgende gemeentebestuur werk maakt van 3 pilootprojecten waarmee ook de natuurgebieden van Wellen gediend zijn:
de ontharding van de Broekstraat ter hoogte van het onbebouwd gedeelte tegen Broekbeemd. De Broekstraat is een straat met sluipverkeer. Het zou beter een doodlopende woonstraat worden. Ter hoogte van de Broekbeemd zou deze (retentie) straat dan, kunnen opgebroken en heraangelegd als een fiets- en wandelpad.
de ontharding van delen van de Herentraat tussen de Grote Beemd rond Graetmolen en het Uylenbroek (achter hoeve Corfs) als onderdeel van:
de natuurverbinding tussen de drie natuurkernen Grote Beemd, Graeterbeemd en Uylenbroek,
de veilige trage weg voor fietsers en wandelaars tussen het centrum van Wellen en Maupertuus (staat al 10 jaar op het programma van de gemeente),
het oplossen van de overstromingsproblematiek door de Kaatsbeek,
het infiltratieprogramma voor deze straat.
de herinrichting van de Bodemstraat als semiverharde weg dwars door de Herkvallei
De Bodemstraat mag maar hoeft niet afgesloten te worden maar wel heringericht. Ze doorsnijdt de kwetsbare Herkvallei en de auto’s rijden er veel te snel. Het wegdek is er veel te breed. Wij vragen aan het volgende gemeentebestuur om de Bodemstraat her in te richten als een tweesporenweg. Dit kan als onderdeel van de aanleg van de collector van Aquafin. Bij de heraanleg kan ook rekening gehouden worden met de veiligheid van de fietsers. Het wegnemen van een deel van de verharding zal de natuurverbinding tussen de twee beemdgebieden versterken.
GROTE BOMEN
Wij allen gaan in de toekomst grote bomen nodig hebben. En Wellen heeft er veel te weinig. Wellen is een boomarme gemeente. Grote delen van de natuurgebieden in de beemden zitten in bosontwikkeling. Daar ligt dus niet de uitdaging. Bomen moeten in de toekomst ook ruimte krijgen in de woon- en landbouwgebieden. Het duurt even voor een boom groot wordt, dus er moet nu gehandeld, gepland en beheerd worden. In het algemeen vragen we aan het volgende gemeentebestuur om een plan uit te werken om te weten waar welke bomen in het openbaar domein staan, waar er kunnen bijkomen en hoe ze moeten behandeld worden om oud te kunnen worden. We vragen aan het nieuwe gemeentebestuur om:
een continue sensibilisatiecampagne te voeren naar het verdragen en introduceren van grote bomen en bosjes in de grote tuinen en voortuinen van de Wellenaren. Er is daar namelijk meer dan plaats genoeg.
Met de landbouwers en fruittelers van de gemeente in overleg te gaan waar en hoe in het agrarisch landschap bosjes, hagen, heggen, struwelen en grote bomen kunnen uitgroeien als onderdeel van het voedsellandschap.
Iderveldesp: Grote Boom in landbouwgebied gered met dank aan ’t Bokje.
In het bijzonder en concreet vragen we aan de gemeente om voor de volgende beleidsperiode:
verder werk te maken van het aanplanten van vele klimaatbomen,
te stoppen met het terugsnoeien van laanbomen (al herhaaldelijk gevraagd),
de onherstelbaar verminkte laanbomen systematisch te vervangen door gezonde nieuwe laanbomen die gerust gelaten worden (bv. Langenakker). Spaart ook veel tijd.
werk te maken van het planten van de bomenrijen die zijn aangeduid in het GEMRUP natuurkernen. Ze hebben sinds 10 jaar een juridisch beschermde standplaats maar er is nog niet één boom geplant.
Na de maaiwerken was er een mooie kans om dood hout of omgewaaide bomen te verwijderen uit de te hooien percelen. Je zag ze perfect liggen. Daarom staken we met een groepje Bokken de handen uit de mouwen en in geen tijd was al het hout netjes aan de kant gelegd. Unicum deze keer: een vrouwelijke Bok vervoegde onze rangen. We zoeken nog naar een goede aanspreektitel. Want haar aanspreken met het woord voor een vrouwelijke bok, dat gaan we niet doen. We zouden gewoonweg een pak rammel krijgen. En dat zou ook nog eens verdiend zijn. Welkom Vanessa!
Zwoegende BokkenZoekend naar meer op te ruimen hout
Wat ons wel opviel is dat de gemaaide percelen vol stonden met al flink opgeschoten moerasspirea. Een bewijs dat deze ingreep met de speciale maaimachine zeker zijn nut had. Want het is deze plant die de naam geeft aan het natuurdoel dat we op een aantal van deze zones hebben geplakt: spirearuigtes. De plek voor heel wat soorten, waaronder bosrietzanger, wijngaardslak. Maar ook bijkomende plantensoorten als valeriaan en ander moois.
Moerasspirea in wording
Minder leuk was de vaststelling dat iemand het nodig vond om een van de pas geplaatste slagboom al te vernielen. Met een tractor of ander zwaar vervoer werd de ketting stuk geduwd en de pin waar de slagboom op zat krom gebogen. Vandalisme en duidelijk kwaad opzet. Jammer.