
Momenteel laten wij een kapping uitvoeren in de Grote Beemd. Dit kadert in een grote houtverkoop die wij samen met andere partners uitschreven. Maar waarom zou een natuurvereniging in godsnaam bomen laten kappen in een natuurgebied?
Dat vraagt om uitleg. Voor elk natuurgebied moeten wij een beheerplan opstellen waarin wij beschrijven hoe wij de natuur willen verbeteren. Dit plan dient binnen 24 jaar worden uitgevoerd. Alle beheermaatregelen die wij daarin beschrijven en de te bereiken doelen worden kritisch bekeken door ANB (Afdeling Natuur en Bos – Vlaamse overheid). Zij geven daarna hun goedkeuring (of vragen om aanpassingen te doen). Na deze ‘go’ kunnen wij het beheer opstarten. Wij hoeven voor werken, waar normaal een vergunning voor moet aangevraagd worden, dit niet meer te doen. Alles valt binnen het goedgekeurde beheerplan.
Maar waarom zetten wij in dat plan dat we bomen willen kappen? Wel, soms moeten er ‘eieren gebroken worden’ om een bepaal doel te bereiken. Zo zullen we op de percelen waar we momenteel populieren laten weghalen, streven naar een bos met inheemse soorten die thuishoren in deze vallei. Daarbij zijn populieren opbrengstbomen en zijn die door de vroegere eigenaars aangeplant om ze ooit te ‘oogsten’. Maar omdat die percelen in de tussentijd aan ons verkocht werden, voeren wij die kapping nu uit. Op andere percelen gaan we dan weer voor soortenrijk grasland en komt er geen bos in de plaats. Maar dat moeten we dan weer – net als iedere andere burger – elders compenseren. Ook dit staat beschreven in het beheerplan.
De opbrengst van de houtverkoop wordt integraal terug geïnvesteerd in de Limburgs natuur. Zo is de cirkel wat ons betreft netjes rond. De tijdelijke ‘ravage’ en mogelijke overlast moeten we er wel bij nemen. Een kapping uitvoeren zonder schade is onmogelijk. Maar de firma die de kapping uitvoert probeert die tot een minimum te beperken. Zo sparen ze zo veel mogelijk toekomstbomen. Als je zou passeren langs de percelen die gekapt worden, moet je zeker eens gaan kijken. Heel veel bomen die straks het mooie inheemse bos gaan vormen staan er al.



