Onbekend's avatar

Over Crazy Birder

Gedreven door natuur!

“FACTCHECK: Laatste knotes van Wellen geconserveerd”.

KNOTESSEN EN KNOTBOMEN

In juni ontving ’t Bokje van de gemeente Wellen een bedrag binnen het kader van de coronasubsidie voor Wellense cultuurverenigingen. Dit was een erkenning voor de toegankelijkheid van onze natuurgebieden in tijden van Corona.  ’t Bokje heeft dat geld gebruikt om een omgevallen knotes te conserveren. 

Knotessen zijn een uitstervende cultuursoort. Knotbomen werden al in de middeleeuwen aangeplant als grensafscheiding en beheerd als houtleverancier, dubbel gebruik dus. In onze streken vinden we knotwilgen, knotessen, knoteiken en sporadisch ook knotveldesdoorns terug (zei foto, Grote Beemd, Zavelsteeg). Het essenhout werd gebruikt om stelen te vervaardigen maar ook als brandhout.  Na de tweede wereldoorlog verdween dit gebruik. De knotbomen werden gekapt, verdwenen uit ons landschapsbeeld.  Her en der staan er nog een aantal exemplaren. Het historisch gebruik is zoek. Ze moeten meestal dringend geknot worden.  Knotessen werden bovendien nu ook geveld door de essenziekte. Ze zijn een uitstervende verschijning.  In 2016 velde de grote storm één van de mooiste knotessen.

KUNSTZINNIGE CONSERVATIE

Het is een geslaagde conservatie. In feite is het een afdruk. De kloven van de oude bast alsook de knoesten en verwondingen blijven in detail zichtbaar. De conservator heeft er een eigen betekenis ingelegd. De boom is ingewassen met een vleeskleurige balsem waardoor de boom iets menselijks krijgt. Hier ligt geen dode boom maar een dode mens. Hier ligt een heilige na de kruisafneming, getergd door lijden en smart, verbleekt na het wegstromen van de levenssappen. Over zijn lende is een doek gelegd om de schaamte  te verbergen. De schaamte, van wie, voor wie? Het kunstwerk zal opgesteld worden in de funeraire Sint Rochuskapel van Ulbeek waar ook een andere beroemde boom van Wellen zijn laatste rustplaats heeft gevonden.

WAAR OF NIET WAAR ?

Het verhaal hierboven is deels waar.  

Waar:                   ’t Bokje heeft een coronasubsidie gekregen van de gemeente Wellen !

Waar:                   Er bestaat een beeld van een omgevallen knotes onder naam “Embalmed Twins II (2017)”. Het is een kunstwerk, gemaakt door Berlinde Debruyckere. Het staat op dit ogenblik tentoongesteld in het Bonnefantenmuseum van Maastricht.

Onwaar:              ’t Bokje heeft zelf geen omgevallen knotes geconserveerd. Maar het beeld van de gebalsemde boom van Berlinde Debruyckere riep onmiddellijk een associatie op met het kwijnen en sterven van deze cultuurbomen in ons landschap. Hij zou echt wel een plek verdienen in Ulbeek.

ZOALS HET SCHRIJN VAN DE HEILIGE ODILIA

De boom is tentoongesteld in het Bonnefantenmuseum van Maastricht.  In de brochure van tentoonstelling staat dat hele kunstwerk iets heeft van “.. een reusachtig schrijn dat kan worden rondgedragen in religieuze processie”.  En dan moet ik onmiddellijk terugdenken aan het schrijn van de Heilige Odilia. Dat werd ooit echt rondgedragen in de processies.  Dat schrijn wordt nu beschouwd als meest betekenisvolle kunstwerk uit onze streek. Het is 800 jaar oud. De betekenis ervan werd pas 100 jaar geleden echt ingeschat. Ook dat schrijn werd geconserveerd. Het wordt sinds kort vergrendeld bewaard in de sacristie van de Odulphuskerk van Borgloon. Het Odiliaschrijn  is opgenomen in (het voorstel van) de Vlaamse canon. Verdient onze knotes daar ook geen plaats ??

Laat ons hopen dat het geen 800 jaar gaat duren voor we beseffen wat voor een kunstwerk er in een knotes schuilgaat. Om er nu nieuwe te planten. Nieuwe knotbomen kunnen een antwoord zijn op ons ruimtegebrek en energievraagstuk. Maar dat … is een ander verhaal.

Jan Nuijens

Voorzitter ’t Bokje

Sept. 2021

WELLEN: EEN DORP MET TWEE BERMEN

Zoals er mensen zijn met twee gezichten, zijn er dorpen met twee bermen.  Van een mens met twee gezichten zegt men dat men niet goed weet wat men er aan heeft.  Welnu, als je in Wellen naar de bermen kijkt, dat heb je die indruk ook.

HET EERSTE GEZICHT:  DE EENJARIGE BERM MET STINKERTJES

Het laatste wat je kunt zeggen is dat een berm met kleurrijke stinkertjes niet opvalt. Hij straalt. Als je het dorp indraait, lijkt het wel op  een pride parade. Deze berm is zeer zeldzaam geworden. De reden is gekend:  milieuonvriendelijk.  Vooral oudere mensen vinden deze berm mooi. Dat is ook normaal omdat deze berm stamt uit een tijd van vóór de Club van Rome en het klimaatplan van Rio. 

Deze berm toont het gezicht van Wellen als weinig milieubewuste en als natuuronvriendelijke gemeente. Deze stinkertjes wordt artificieel verwekt. Hun voedsel zit niet in de grond maar in de astronautenvoeding die de plantjes meekrijgen bij de aanplant. Deze berm vraagt veel onderhoud. Hij moet dagelijks water krijgen, opschietend nevenkruid moet gerooid worden. Deze berm is niet wild van Wellen. Bovendien is hij heel vergankelijk. Deze berm is misleidende schoonheid, hij is een zomerse dandy, een flierefluiter, een vat zonder bodem. Eenmaal uitgebloeid, verslenst hij snel. Zijn lot is onverbiddelijk: gedumpt als groenafval op het containerpark. Er blijft een kale, schrale grond achter die dan meestal ingezaaid wordt met gras. Klimaatwaarde nul, biodiversiteit nihil. Er zijn op dit ogenblikken bakken zaden voorhanden voor bijenvriendelijke en overlevende bloemenrijke bermen. Dit gezicht van Wellen zaait verwarring.

HET TWEEDE GEZICHT:  DE WILDE BERM MET KRUIDIGE PLANTEN   

Deze berm is kruidig. Bij oudere of conservatieve mensen krijgt hij wat kritiek. Te veel ‘smodder.’ Het is de berm van “de GRUN”, zullen velen in Wellen zeggen.  Hij is er dank zij het bermbeheersplan van de gemeente. Jawel, beslist en doordacht beleid voor de volgende generaties. Dank zij het goede beheer van de gemeente de laatste jaren evolueren ze naar echte bloemen- en kleurrijke bermen. Er zijn zowel schrale als voedselrijke bermen (die met brandnetel). Door het jaarlijks maaien en afvoeren van het kruid worden de bermen elk jaar voedselarmer en vragen ze dus ook minder en minder onderhoud. Het afgevoerde gras wordt deels verwerkt tot papier.

Deze berm toont het gezicht van een milieubewuste gemeente.  Deze berm provoceert ook een mentaliteitsverandering bij diegenen die het graag wat cleaner willen. Hier toont de gemeente zijn inwoners hoe het zou moeten. Want, het zou goed zijn als vele tuinen en landbouwgebieden er wat wilder en kruidiger zouden uitzien, voor ons klimaat, voor onze biodiversiteit en tegen het afstromend water.   

Deze bermen zijn letterlijk wild van Wellen. Ze zorgen ervoor dat bijen- en insectenpopulaties kunnen doorleven. Deze bermen bieden in de winter ook voedsel en dekking voor vele vogels die in de omliggende gebieden nauwelijks nog dekking of winterkruiden meer vinden.  Deze berm moet het ware gezicht van Wellen zijn. En, hij stinkt niet, hij is wild en Wellendoend.

Natte feiten

EVALUATIE VAN DE 1ste GROTE OVERSTROMING VAN DE EEUW VOOR DE NATUURGEBIEDEN IN WELLEN

We hebben een voorproefje gekregen van wat ons denkelijk nog te wachten staat. Nu de ‘zondvloed’ nog vers in het geheugen staat gegrift, is het een goed moment om een evaluatie te maken van de overstroming van 14 en 15 juli 2021 in onze beemd van Wellen. Een paar dagen er voor was het ook al prijs. Maar de tweede keer bleek toch de meest intensieve. We bekijken alles even per stroombekken.

De Herk

  • In Berlingen waren er geen melding van overstroming.
  • In Herten trad het wachtbekken in werking (achter ANL).  Dat zorgde ervoor dat Wellen centrum net niet overstroomde. In de Dorpsstraat scheelde het maar enkele centimeters. De petanquebaan en de wandelweg achter het gemeentehuis liepen wel onder.
  • Achteraf was het niet duidelijk of het wachtbekken van Herten nog een grotere opvangcapaciteit had om een eventuele overstroming in Wellen centrum te vermijden. De VMM onderzoekt dit.
  • In de Broekbeemd stroomde de Herk niet in de beemd. Het water kolkte aan Wellenmolen. In het natuurgebied stuwde het regenwater via de Vloedgracht en Broekbeemdgracht wel op vóór Wellen dorp (ter hoogte van het parkje aan het gemeenteplein) en zette delen van de Broekbeemd nabij de dorpskern onder water. Ook daar liep het water net niet over de duiker. Dat regenwater is een zegen voor de functie van de Broekbeemd als klimaatbuffer. Het veen heeft als een spons alles ondertussen opgezogen en zal later zijn afkoelende werking beter kunnen vervullen. Dijken bouwen – om ook hier een bufferbekken van te maken – rond dit natuurgebied zou trouwens zo goed als onmogelijk zijn. De veenlaag leent zich daar niet echt voor.
    De runderen en paarden vonden nog voldoende droge plekken en moesten niet geëvacueerd worden. De paarden zochten het droge op en de runderen schuwden de zompige ruigtes niet. Nieuwe soort op ons lijstje: de goudvis.
Overstroming van de Broekbeemd, vlak voor Wellendorp, dit is regenwater
Water kolkte langs Wellenmolen
Paardjes op het droge, Broekbeemd.
Waldo (?) loert om het hoekje

In de Grote Beemd treden de gecontroleerd overstromingsgebieden voor de tweede keer in korte tijd – met deze keer duidelijk grotere debieten – in werking.  Na de overstroming werd de geul – in opdracht van VMM – zelfs tijdelijk verdiept.

‘De instroom van een deel van het water uit de Herk in de beemden voorkwam heel wat wateroverlast’


Zowel ten noorden als ten zuiden van de Bodemstraat stroomde het water met kracht over de verlaagde dijksegmenten en zette grote delen van de beemd blank tot tegen de stuwen aan de Bodemstraat en op de grens met Alken. Dit voorkwam dat de Herk in Alken niet overstroomde. De overstromingen bij onze noorderburen in Alken hadden trouwens een andere oorzaak.

Overstroming wachtbekken Grote Beemd voor Bodemstraat
Wachtbekken ten noorden van de Bodemstraat in werking

Het is afwachten wat voor effect het overstromingswater zal hebben op de flora en fauna van de beemd. Zo stond de waardevolle Papenweide voor de eerste keer voor een langere tijd onder water. Omdat een deel van Wellen nog geen gescheiden riolering heeft is het water dat binnen stroomde in het natuurgebied zeker niet van goede kwaliteit.
De runderen hebben geen probleem gehad. Ze trokken naar de hoger gelegen gronden nabij Graetmolen die niet onder water liepen.
De Graeterbeemd aan de ander oever bleef relatief droog. Het was er alleen nat door het regenwater en de saturatie van de grond. De grazende schapen kwamen dan ook nooit in de problemen.

De Kleine Herk (Vrolingen – Alken)

  • In Vrolingen waren de wachtbekkens vóór Wellen dorp volgelopen en hebben zo eventuele wateroverlast voorkomen.
  • Aan de Bodemstraat kon de duiker het hoge water niet verwerken.  De kleine Herk leek plots een grote Herk.  Er ontstond een soort van nevenloop langs de Bodemstraat richting middelsloot. De Bodemstraat liep op die plaats onder water.
Kleine Herk wordt Grote Herk, Bodemstraat Wellen

In Alken, nabij de sporthal, trad de Kleine Herk – ondanks het overlopen aan de duiker aan de Bodemstraat – buiten haar oevers en zorgde daar onverwacht toch voor wateroverlast.

‘Een breuk in de dijk van de Herk was mogelijk de oorzaak van de wateroverlast in Alken’

Een van de hoofdredenen zou kunnen zijn dat vlak voor de betonnen brug richting manege de dijk van de Herk het had begeven. Het water zocht via een maisakker zijn weg naar de Kleine Herk die zo veel te veel water kreeg te verwerken. Het water van de Herk stuwde ook nog eens terug en zette de sportvelden onder water.
Op de Kleine Herk een extra wachtbekken voorzien zou misschien een oplossing zijn? Dit nader bekijken lijkt ons een goede optie.

Alken, omgeving manege

De Winterbeek:

  • Op de Winterbeek vulde het wachtbekken zich achter de begraafplaats aan de Zonneveldweg en zorgde zo dat er verderop geen wateroverlast kwam.

De Spaasbeek (Ulbeek)

  • Op de Spaasbeek traden de verschillende wachtbekkens achter de Bottelarij en aan Tervoortstraat in werking en vermeden dat er stroomafwaarts van de bekkens wateroverlast ontstond. Dit was in het verleden ooit anders. Dus de wachtbekken hebben hun functie prima vervuld.
Wachtbekken Tervoort in werking

  • De duiker onder de Herenstraat bleek opnieuw een ‘bottleneck’ en zette de straat onder water alsook delen van het Klein Uylenbroek. Op zich is een overstroming in het Klein Uylenbroek niet erg, maar natuurlijk wel voor de aanliggende huizen.

‘Het probleem aan de Herenstraat kan met een kleine ingreep opgelost worden’

  • In ons biodiversiteitsproject Uylenbroek hadden we aan de gemeente gevraagd om de duiker van de Spaasbeek onder de Herenstraat weg te nemen. De gemeente ging niet in op ons voorstel. Waarschijnlijk gaat de gemeente die vraag terug op tafel krijgen. Het is een zeer kleine ingreep die gemakkelijk door de gemeente zelf zou kunnen uitgevoerd worden. De dienst Waterbeheer van de provincie is bevoegd.   
Overstroming van de Herenstraat, duiker onder de Herenstraat kan capaciteit niet verwerken.

Op overige plaatsen buiten de valleien was er verspreid overlast door de lokale omstandigheden:

Akkers en tuinen en wegen geraakten gesatureerd door het water. De afvoerbeken en rioleringen kregen het water niet meer verwerkt. Lokaal was er wateroverlast op de meest kwetsbare plaatsen: ondergrondse garages en ondichte kelders liepen vol.  Onrechtstreeks zorgde het stijgend grondwater er voor dat kelders – die niet waterdicht waren – voor natte voeten. Het is opvallend hoeveel het er waren.  Als bijkomstigheid blijken de muggen te profiteren van het water dat overal blijft staan. Er zijn er miljoenen.

De conclusies zijn: 

  • De wachtbekkeninfrastructuur heeft gewerkt en zo Wellen dorp behoed van erger. Maar het was op het randje.
  • Toch moet de vraag beantwoord worden of het wachtbekken van Herten nog capaciteit heeft ?
  • Het knelpunt op de Herenstraat met de Spaasbeek kan – met een beperkte ingreep – snel opgelost worden. (Provincie is bevoegd, de gemeente moet echt aandringen). Het is daar kwestie van even door te duwen.   
  • De overstroming van de Kleine Herk moet bestudeerd worden door de instanties. Er is een Bottleneck aan de Bodemstraat die kan opgelost worden maar dat gaat voor problemen blijven zorgen in Alken. De Kleine Herk krijgt veel water van het verharde centrum van Wellen.

‘Een beter waterbeheer is een taak voor iedereen’

Tenslotte moet alles in het werk gesteld worden om overal waterafvoer te temperen en infiltratie te bevorderen. Dat is een taak voor iedereen. Hier moet de knop terug gedraaid worden door duizenden gespreide maatregelen bij besturen en particulieren op te leggen zoals: onthardingen, waterdoorlatende bestrating, wegnemen van duikers, aanplant van hagen en aanleg van grasstroken in landbouwgebieden, bufferstroken rond de beken, verhardingsvrije (voor)tuinen, (grotere) regenwaterputten, maximale infiltratie van water in de hoger gelegen gebieden, enz. Werk aan de winkel.   

Jan Nuijens

Voorzitter ’t Bokje

Opiniestuk: Jan zet een boompje op…

Kunnen we het beheer van grote bomen en kleine landschapselementen toevertrouwen aan landbouwers?

Boomgenocide 

Het doet pijn, de manier waarop de landbouwers in mijn buurt de bomen behandelen.  De volgende foto’s zijn genomen binnen 1 km rond mijn huis. Het is een echte veldslag die plaats vindt. Het woord is goed gekozen. Het gaat om territorium. En het is een ongelijke strijd. De landbouwer heeft de landmacht, de wapens, de agressie van een tractor van 150 pk.  De bomen kunnen zich niet weren. Nog een paar decennia zo verder, en de grote bomen zullen verdwenen zijn uit het landbouwlandschap rondom mij. Ik zou durven spreken van een sluipende bomenmoord. Als je het boek “Het geheime leven van de bomen “ hebt gelezen, mag je ook spreken van een genocide. Jawel, ik wik mijn woorden. Want voor de boeren rondom mij is een boom wat een neger moet geweest zijn in de Congovrijstaat  van Leopold II.  Onbegrip en onkunde.

Gewoon een aantal feiten  

Dit is de befaamde “Witte Abeel” of  “Esp” aan de Iderveldweg. Hij zou gekapt geweest zijn. De beroepsprocedure van ’t Bokje om de boom te redden is lopende. Denkelijk loopt dat goed af en zal de boom gered worden.  Maar is hij dan wel gered ??

Kijk eens hoe deze boom aan zijn wortels belaagd wordt door puinafval. Het getuigt van weinig inzicht en respect voor deze oude veteraan, ook al zou je intussen verwachten dat door alle commotie de landbouwer de boom wat hoger zou achten !  Nee hoor, de strijd gaat voort. De boom dient gepest. Hier is geen liefde.

Dit zijn de eiken rond het fietsknooppunt 145, gemeente Kortessem. Vroeger stonden ze aan de rand van een weiland, intussen van een  fruitplantage.

De landbouwer heeft aan de voet van deze eiken herbiciden gespoten.  Waarom ?  En hoeveel ? 

Dit is nefast voor de wortelwerking en bijgevolg voor de groei van de boom. Dat is zoiets als de opvoeding van een adolescent bewust kraken.

Bomen kunnen dit soort van groeiremmers en schadelijke stoffen missen. Bomen moeten ongestoord kunnen groeien. Hun leefruimte onder de grond is minstens even groot als dat van hun kruin. Geen landbouwer die dat blijkt te weten – of er om geeft. Bovendien zijn publieke dit straatbomen. 

Dertig jaar geleden werden laanbomen geplant langs de Vinckenroyestraat in Kortessem. Ongeveer 30 % van de straatbomen overleefden. Een goed werkende groendienst had de verdwenen straatbomen het jaar daarop moeten vervangen. In Kortessem duurde dat 30 jaar.  Dat is toch tenminste al iets.

Links zie je hoe die prille, kwetsbare jonge bomen worden onthaald door de landbouwer. Er wordt geploegd met kwaadheid. In een staaltje van tractorrijkunde wordt geploegd op 10 cm van de stam. Dit is dus de genoemde veldslag. De bomen zijn niet gewenst. Het gaat om land. De bomen staan nochtans in ons openbaar domein. Het zijn onze bomen, gekocht en geplant met geld van de gemeenschap.

Het perceel hierboven was een boomgaard tot 2020. De fruitteler kreeg een vergunning om de zieke bomen te kappen en te verjongen. De hoogstamboomgaard verdween. Een laagstamaanplanting kwam in de plaats. De nieuwe vergunde hoogstamfruitbomen werden mee in de rijen laagstammen geplant, met een opgestoken middenvinger naar het beleid, “kust mijn kl…”.   Zijn argument was nobel en vernieuwend: Agroforestry !    

Op de perceelsgrens staat een mooie eik, 100 jaar oud.  De nieuwe laagstamrijen werden tot onder de kruin van de eik geplant met een afgemeten doorgang tussen plantage en boomstam.  Dit heeft deze eik nog nooit meegemaakt in zijn leven. Hij was er nochtans eerst. Waarom werd er geen rekening gehouden met de aanwezigheid van die boom in de layout van de plantage??  Voor de grote boom betekent de plantage: bodemverdichting, bemesting, herbiciden, pesticiden, enz.  Dit is geen Agroforestry maar Agrodeforestry.  

Op deze foto tenslotte, zie je het resultaat van de jarenlange aanslagen.  3 robuuste eiken die kwijnen aan de rand van de plantage. Je ziet hun afsterven aan hun dode buitentakken in de kruin.  De bomen kunnen hun sappen niet meer de hoogte instuwen. Hun wortelwerking is beschadigd, hun  machinekamer ontwricht. Het proces van afsterven is begonnen.  Binnen 10 jaar zijn deze veteranen dood, vermoord.  

Vooraan een oude knotes, naar schatting 200 jaar oud. Hij kwijnt eveneens, niet door de landbouwer, maar door de essenziekte. In feite had deze boom wel al lang mogen geknot worden, als erfgoed.  10 jaar geleden hing deputé Ludwig Vandenhove met de nodige persaandacht nog een kerkuilkast in deze knotes.  De kerkuilen moesten de woelratenplaag bestrijden. 

2 jaar later viel de bodem uit de nestkast. Geen landbouwer die er om maalt, noch om de boom, noch om de nestkast, noch om de kerkuil, noch om het erfgoed, noch om het landschap.  

Als of er geen natuurdoelstellingen bestaan in het landbouwgebied !

Nochtans beweren de jonge boeren wel te geven om ons landschap.  Daarvoor betoogden ze, een maand geleden. Ik vond het een  ‘fout’ protest tegen het stikstofbesluit, alsof er niets aan de hand is ?

Ik ben de eerste om de vraag naar erkenning van de jonge boeren te steunen. Ja, we hebben jonge boeren nodig.  De essentiële vraag is echter: “Op welke manier verbouwen ze ons landschap ? “

Ik wil een landbouwlandschap met gezond voedsel en grote bomen en natuur en schoonheid en erfgoed.  Boeren is meer dan ploegen. En, ik sta niet alleen met mijn vraag. Ik ben in hoog gezelschap. De principebeslissing van de landbouw-ministers van de EU van 21/10/2020 vraagt om meer milieu- en klimaatdoelstellingen te koppelen aan het landbouwbeleid 2021 – 2027. Dat is nu !!

De provincie legt klimaatdoelstelling op voor het landbouwgebied. Ook het Wellens klimaatplan wil een “Bosrijke” gemeente, jawel. Concreet betekent dit dat natuur én milieu onderdeel moeten zijn van het landbouwgebied – in landbouwjargon het HAG (het Herbevestigd Agrarisch Gebied) en dat bomen en groen daarin dus ook een essentiële plaats zouden moeten hebben of krijgen.  Niet allen voor ons, maar ook voor die jonge boeren van de toekomst, die boeren die we nodig hebben.  

Beste jonge boeren, die landbouw van de toekomst heeft natuur nodig voor zijn bestuiving, voor de bodemvorming, voor de waterretentie, voor de erosiebestrijding en voor het klimaatevenwicht.  

Een beetje verder staat in een veld nabij het Bellevuebos sinds jaren een slogan op een muurtje geschilderd:  “De boer melkt de koe, de boerenbond de boer.”  Hieronder heb ik er mijn verbeelding “ En het klimaat de boerenbond”  bijgeschilderd.

Uit alles blijkt dat boeren en hun bonden niet bezig zijn met natuur, dat natuur hinderlijk is of afwezig in hun denken. De hele discussie tussen landbouw en natuur duurt al vijftig jaar. Dit leidde tot een segregatie tussen natuur- en landbouwgebieden. Dat was goed voor onze beemden. Maar het was nooit de bedoeling dat de natuur uit de landbouwgebieden zou verdwijnen. Het was nooit de bedoeling om een steriel landbouwgebied te creëren. Landbouw heeft natuur nodig, niet voor de natuur maar voor het  overleven van de landbouw zelf.   

Andere aanpak !  

Het is duidelijk dat het huidige generatie landbouwers van geen hout pijlen weet te maken van natuur.  Ze willen misschien wel, maar ze weten gewoon niet meer hoe. Ze zijn hun roots ontgroeid. Misschien ook ze ook wel ander zorgen dan natuur beschermen. Dus moeten wij hen helpen. Wij, als maatschappij, moeten vooruit denken op lange termijn. We moeten voorkomen dat het handelen van de huidige generatie landbouwers de volgend generatie landbouwers nekt – ja, voor het voedsel van onze kinderen. Dat kan door er voor te zorgen dat natuur van de landbouwgebieden beter beschermd, beheerd en ontwikkeld wordt.  Het gaat dan niet alleen over grote bomen, maar ook over sloten, hagen, houtkanten, bosjes, enz. We moeten streven naar een duurzaam en schoon landbouwschap. De weigering van een nieuw bosje in landbouwgebied door de gemeentebestuur van Wellen was een gemiste kans. De gemeente toonde hier geen visie en ambitie. De weigering was tegenstrijdig met het eigen klimaatplan en structuurplan. Ook hier is de eigenaar in beroep gegaan. Hopelijk krijgt hij gelijk.  

De WAL (Wellense Adviesraad voor Leefmilieu) heeft aan de gemeente gevraagd om voor de meest waardevolle veteraanbomen en Kleine Landschapselementen een Ruimtelijke Uitvoeringsplan op te maken waardoor ze planologisch beschermd worden. Zo krijgt de natuur in het landbouwgebied een strijdmacht die sterker is dan een tractor van 150 pk. Dit zou een zeer goede 1e stap zijn van een strategie zijn voor de natuurinclusief landbouwgebied van de toekomst.  

Jan Nuijens

Voorzitter ’t Bokje, Wellense natuurvereniging

Voorzitter Wellense Adviesraad voor Leefmilieu

Draulans schafft das.

Vlaamse Wielewaal in de Wellense natuurkern Langenakker

Op woensdag 21 april 2021 bracht Dirk Draulans een bezoek aan Wellen.  Aanleiding was het artikel op onze blog  over “De man met de knuppel”.  Dat relaas  had hem getriggerd.
En zo werd Wellen even Knackig.    

Afspraakplaats was de natuurkern Langenakker, tuin van Frieda en Stanny aan de Loystraat. De gordijntjes van de buren bewogen zachtjes. Dat heb je met BV’s, je voelt ze ‘aankomen’. Nadien heeft Draulans op zijn facebook lovende woorden geschreven over de tuin van Frieda en Stanny. Nou ja, in feite ging het niet over hun tuin – die is wat netjes – maar over het achterliggend graslandperceel dat ze op een bijzonder manier als miniatuurreservaat beheren en koesteren als een Wellens anno 1950. Herinner u dat het gemeentebestuur van Wellen in een ongezien Vlaams planologisch project dit gebied omzette van landbouwgebied naar natuurgebied. Dat is wat ik Draulans het eerste vertelde. Dat project is nog altijd geselecteerd voor Vlaamse planningsprijs 2021. Het Lam Gods stond ons op te wachten. 

Natuurminiatuurtje in Wellen (Foto: Lies Willaert)

Migrerende orchis

De verdienste van Frieda en Stanny voor het natuurbehoud is groot: kerngebied voor de kamsalamander, rondvliegende Bechsteins vleemuis, appelvink en goudvink, gevlekte orchis, kleine bonte specht, vermoedelijk aanwezigheid van de eikelmuis en sinds vorig jaar dus ook de das. Je hoeft maar naar de weide van de buren te kijken om te weten hoe het niet moet voor natuur en landschap, nochtans ook gelegen in natuurkern. Bij de buren verdwenen de laatste jaren minstens 500 gevlekte orchideeën door fout beheer en is een eeuwenoude houtwal fameus verminkt. “Nature is in the heart of the beholder”.  Die orchideeën migreren nu schoorvoetend naar de tuin van Stanny en Frieda.  Sinds een aantal jaren voert het ANB – met een stille trom – de regie in het gebied.

 “Welkom DAS” schreven we vorig jaar in maart op onze blog. In feite dachten we: “ Wir schaffen DAS”. Het pakte iets anders uit, voor deze burcht dan toch. Maar net zoals men de stroom en vermenging van de wereldbevolking op termijn niet gaan kunnen tegenhouden, gaat men de das ook niet kunnen blijven doodknuppelen. Mondiaal nieuws of regionaal nieuws? In de kern allemaal hetzelfde. De wereld evolueert nu eenmaal. 

Rode lijstsoorten in de natuurkern Langenakker  (Foto: Lies Willaert).

Bechsteins vleermuis

We staan ook op een milieujuridisch historische plek. De genoemde Bechsteins vleermuis, die in de schemering over de tuin van Frieda en Stanny vliegt tussen het aangrenzend hakhoutbosje en het Belleveubos, is mede oorzaak van het fameuze stikstofarrest.  Een arrest dat in extremis de bouw verhinderde van een megastal 1km verderop met 120.000 kippen, in een cyclus van 6 weken, 1 miljoen kippen per jaar.  Plofkippen noemen ze dat. De pluimen zouden tot in de tuin van Frieda en Stanny gevlogen zijn.  

– Welnu 1: niet het terechte bezwaar van honderden omwonenden van Kortessem tegen die megastal was doorslaggevend voor dat arrest. 
– Welnu 2: noch het negatief advies van de provincie,
– Welnu 3: noch de – zeer bedenkelijke – goedkeuring door de minister,
– Welnu 4: wel het daaropvolgende advies van de Raad voor vergunningenbetwisting, aangedragen door Natuurpunt. 

Dat arrest bepaalde dat geen megastal mocht gebouwd worden én dat Vlaanderen zijn stikstofbeleid grondig zou moeten herzien. Die Raad oordeelde in volle deskundigheid dat de bouw van de megastal niet alleen nadelig was voor de eutrofiëring van nabijgelegen Bellevuebos maar ook voor de schemerige vlucht van die kleine zeldzame Bechteinsvampier boven de tuin van Frieda en Stanny.   

 ‘Pire que le bruit des bottes, le silence des pantoufles’.  Wat zou er gebeurd zijn als Natuurpunt niet zou gereageerd hebben?  Alleen al om de pienterheid en strijdvaardigheid van die natuurpunters zou heel Kortessem lid moeten zijn van Natuurpunt. Dat stikstofarrest heeft Kortessem bevrijd. Beseffen ze het daar?
Als dan nadien de boeren betogen dat we hen nodig hebben voor de voorzieningen van ons voedsel en voor het behoud van landschap, dan kan ik dat alleen maar beamen. Het gaat niet daarover!  Het gaat over de manier waarop!  

Ingekleurd

Dirk Draulans – onderzoeksjournalist – was gefascineerd geraakt door ons verhaal over de knuppelman. Jawel, eindelijk hebben we de persoon gevonden die onze blog leest! Het gebeurt niet zo vaak dat Wellen nationaal nieuws haalt. Een – zelfs in hun hoogste rangen – zich sluitende jagerij rond een ondertussen dode das waren voldoende. Natuurlijk konden we Draulans niet zo veel vertellen. Hij bleef op zijn honger wat jacht en stroperij betreft.  Buiten onze beperkte contacten met de plaatselijke WBE kennen wij de wereld van de jagers/stropers niet. Daarvoor moet je misschien undercover gaan. We weten niet of ze met een ongeschonden of gespleten tong spreken. We weten niet of ze allemaal hetzelfde denken. We weten niet hoever ze zelf verdeeld zitten over man met de knuppel.

Dirk Draulans bleef wat op zijn honger zitten, zoals ook wij ’t Bokje, op onze honger blijven zitten met onze vraag naar meer natuurinclusieve landbouw en minder afgeborstelde tuinen. Maar ook rond logischere jachtgebieden. De hele gemeente is –  met dank aan een overijverige WBE – volledig ingekleurd als jachtgebied.  Er bestaat in Wellen wat misverstand over wat ‘een groene gemeente’  is 😊. Jan Hertoghs schreef er een aantal jaar geleden in Humo een nogal hilarisch artikel over: “Alle macht aan de jacht”. Tja, “Wild van Wellen” is als gemeentelijke slogan echt wel even geslaagd als gelaagd.  

Er gaat altijd een strijd blijven voor meer en betere natuur. De klok van milieu, klimaat en biodiversiteit tikt onverstoord (verkeerde woordkeuze hier) verder. Niet voor de natuur, niet voor de das, maar voor de mens. Zo’n bezoek van Draulans is hoopgevend. En de man met de knuppel heeft een tik uitgedeeld, denkelijk in zijn eigen ballen.

Epiloogje: Dirk Draulans is een kenner. Na 5 minuten wist hij dat rond de tuin van Frieda en Stanny kleine bonte specht en appelvink zat. ‘Once a birder, always a birder’. 
Leuk en stimulerend,  zo’n contact met een Vlaamse Wielewaal. Dank je Dirk voor de ontmoeting en de interesse.

Jan Nuijens, ’t Bokje Wellen

Het resultaat van deze ontmoeting: zie Knack 28/4/2021

De man met de knuppel

Het beeld staat intussen op ons netvlies gegrift. Een man met een stok in de sneeuw.  Voor hem: een doodgeknuppelde das.
Het landschap rondom hem als een volmaakt decor: ijzingwekkend. “Klik” een foto die hét moment vastlegt dat niet had mogen gezien worden en dat zich als een rukwind van verbijstering verspreidt over Wellen en Alken, Limburg en Vlaanderen.
Die foto, dat ijzige zwartwit beeld, maakte van de jager/stroper zelf opgejaagd wild. Hij ging lopen maar werd nadien zelf ‘neergeknuppeld’ door hét beeld.  De kracht van het moderne beeld tegen die van een primitieve knuppel.  De kracht van het bewijs tegen die van een verboden jacht. De kracht van de waarheid tegen de zwakte van de heimelijkheid.
Dank, aan die voorbijgangers voor het nemen van de foto, dank voor het documenteren van deze moord, dank voor het niet wegkijken, want dat doen we veel te veel en veel te graag.

Stil en verlaten

De jonge das was waarschijnlijk afkomstig van een burcht in de buurt.  De jonge das was zijn territorium aan het uitbreiden naar het noorden. Hij was een telg van een succesverhaal dat ergens 30 jaar geleden begon bij een net niet doodgeknuppelde populatie in het zuiden van de provincie.  Toen werd de das  beschermd en zwierf terug uit naar het noorden, heroverde zijn territorium.  Sinds 5 jaar is hij terug in Wellen.  Vorig jaar hebben wij als ‘t Bokje melding gemaakt van een nieuwe burcht op de Langenakker.  We kozen voor de eerlijkheid, voor de omarming.  We mogen er niet over nadenken dat daardoor het satans embryo werd gelegd voor een heimelijk jacht. De burcht ligt er momenteel stil en verlaten bij. Een ganse familie dassen is verdwenen. Hoeveel dassen werden zonder getuigen intussen al heimelijk neergeknuppeld.  We vroegen ons al langer af waarom die burcht op de Langenakker niet doorstartte? Ik denk dat we de reden ondertussen ontdekt hebben.

Topje van de ijsberg

Wij hadden nooit gedacht dat het maken van dit beeld, de man met de knuppel, nog mogelijk zou zijn geweest in 2021,  maar als we terugkijken kondigde ze zich – zoals een beurscrash – signaal per signaal aan.  Wij – ‘t Bokje –  kregen de laatste maanden regelmatige verdachte meldingen van overal in Wellen: er werd aas met vergif gevonden in onze natuurgebieden, een dode vos werd provocatief voor iemands deur gelegd, vossenburchten werden illegaal uitgegraven, er werden verdacht veel kadavers van (vergiftigde ?) roofvogels gevonden in de beemd, roofvogelnesten bleven zonder reden leeg, wildcamera’s werden gestolen,… Dit ene voorval – dat op foto werd vastgelegd – is volgens ons slechts het topje van een ijsberg van wandaden tegen de natuur.

Het leek wel of tijdens corona zich duistere krachten verenigden tegen meer biodiversiteit, klimaatbeleid en een beter leefmilieu. Een soort van contrarevolutie. Of worden er – omdat er meer mensen momenteel in de natuur rondwandelen – meer van deze wandaden ontdekt en gemeld? De man met knuppel is daarvan een climax, de Icarus van de arrogantie. 

Rotte appels

Hoe groot de verbijstering ook is, intussen gebeurt al terug het omgekeerde, wil men dé foto wissen en relativeren en sluit zich het krachtveld van de advocatuur met een betwistbaar pleidooi rond de man met de knuppel.  Het zijn dezelfde spelers die al jaren in de gesloten kamers van de 3de macht onze talloze bezwaren tegen overtredingen en de PV’s van het onderbemande en machteloze Agentschap Natuur en Bos seponeren en regelen.  De jagerslobby draait op volle toeren en heeft de mantel der liefde al klaar liggen naast een ondertussen stevig gevulde doofpot. Hun persbericht op hun website spreekt boekdelen. Opnieuw steken ze hun kop diep in het zand voor de – ondertussen enorme hoop – rotte appels in hun vereniging. We zullen zien wie in het verhaal van de man met de knuppel gelijk krijgt.

Duidelijk signaal

De enorme stroom aan reacties leert ons alvast dat onze maatschappij dit niet meer pikt. Daarom dat wij als Wellense natuurvereniging moeten reageren tegen dit onrecht tegen de natuur.
Samen met andere verenigingen –  en blijkbaar met de Minister – gaan ook wij ons als Wellense Natuurvereniging ’t Bokje vzw burgerlijke partij stellen. Wij zijn in ons hart en ziel geraakt.  We zijn er zeker van dat we spreken in naam van al onze leden en sympathisanten.  
Aan de stroom van verontwaardiging via allerlei kanalen en de aandacht die dit feit in de media krijgt is heel duidelijk geworden dat de maat voor veel mensen meer dan vol is.

Hoog tijd dat Hubertusvereniging Vlaanderen – de overkoepelende organisatie van de jacht – maar ook de plaatselijke jagers en Wildbeheerseenheden (want die blijven toch wel heel erg stil) aantonen dat hun beweringen dat zij opkomen voor de natuur klopt. Wij wachten vol ongeduld op een duidelijk signaal van hen. Een veroordeling van dit soort van wandaden.

Neem zelf actie

Ben jij ook zo geschokt door dit voorval en de reactie van de jachtlobby? Weet dat ook jij zelf actie kan ondernemen. Om zo een persoonlijk signaal te geven.
Jagers moeten met de eigenaars van percelen in het door hen ingekleurde jachtgebied een schriftelijke (sinds 2014) of – vroegere – mondelinge overeenkomst hebben. Dit is echter heel vaak niet het geval. Zo zien wij dat bijna gans Wellen is ingekleurd. Het zou ons verwonderen dat er voor elk perceel een overeenkomst bestaat. Elke andere burger in ons land moet – om gronden op een of andere manier te mogen gebruiken – daar netjes toestemming netjes voor vragen en op papier laten vastleggen in een overeenkomst. De jagers dus blijkbaar niet (ze hebben dit alvast in heel veel van de gevallen niet gedaan).
Het bizarre van dit fenomeen is dat als jouw perceel onterecht werd ingekleurd, jij zelf dit moet laten rechtzetten. De eigenaar moet dan actie ondernemen om dit te laten ‘uitkleuren’. Eigenlijk de omgekeerde wereld. Logischer zou zijn, alles uitkleuren en wie wil jagen op iemands eigendom de inspanning laten doen om alles – met duidelijke overeenkomsten op papier – te laten inkleuren.

Ingekleurd jachtgebied in en rond Wellen

Jij kan makkelijk zien of jouw eigendom jachtgebied is en – als je hiermee niet akkoord bent – vragen om dit dan te laten uitkleuren. Op http://www.geopunt.be/ kan je nakijken of jouw eigendom is ingekleurd.
Zodra de kaart is geopend kan je rechts kiezen uit het menu: natuur en milieu – jacht en dan het vakje jachtterreinen aanvinken. Daarna kan je bovenaan in de zoekbalk je straat en gemeente invullen.

Wil je jouw eigendom uitkleuren. Dan is de simpelste manier om via http://www.schietinactie.be/ contact op te nemen met Vogelbescherming Vlaanderen die jou alle info bezorgen en ook verder alles voor jou regelen.

10 april 2021

Wellense Natuurvereniging ’t Bokje Wellen

Stront aan de knikker

Het bericht verdween tussen de mediaberg van coronacijfers, kappers die open gaan of niet en voetballers die een peesje verrekt hebben. In Nederland en België werd tussendoor een bedrijfje geklist dat aan het sjoemelen was met wat mesttransportjes.

Drama

Maar wat voorbijfietste als een zaakje van niets is denkelijk de top van een immense ijsberg te zijn. Of beter gezegd: strontberg. Laten we even kijken wat er aan de hand is.

In de jaren ’80 kwam met in Europa tot de vaststelling dat de kwaliteit van ons grondwater wel heel belabberd was. Tijd voor actie! In 1991 – wat zijn we toch snel – en na een hoop gelobby door de landbouworganisaties kwam er een (voorzichtige) nitraatrichtlijn om de overbemesting tegen te gaan. Door deze richtlijn werd er in ons landje gestart met een mest-actie-plan, het zogenaamde MAP. Ondertussen zitten we aan MAP nummer 6. Deze laatste is van kracht sinds begin 2019 en is – zoals al de vorige elke keer – weer een stukje strenger geworden. Landbouwers moeten zich aan deze regels houden als het op de verspreiding, vervoer en verwerking van mest gaat. Wat de overgrote meerderheid dan ook doet, want er staan strenge boetes op het overtreden er van (dat is althans wat ik veronderstel).

Geld

Maar waar regels zijn en normen om je aan te houden, zijn er altijd opportunisten die hier winst uit proberen te halen. Vaak op legale wijze, maar ook jammer genoeg regelmatig ook op illegale manieren. Een grote speler op deze markt had het goed bekeken. Onbestaande transporten, subsidies op het omzeilen van wetten en landbouwers meer mest bezorgen om hun productie op te drijven. De betrokken firma’s werden – nog niet zo heel lang geleden – door de Boerenbond naar voor geschoven als ‘voorbeeld-bedrijf voor een milieuvriendelijke manier van werken’. Ondertussen is het van die kant wel erg stil geworden.

“Het aantal betrokkenen in dit verhaal zou wel eens veel groter kunnen zijn dan ze ons willen laten geloven”


Ofwel was hun plan zo geniaal dat ze zelfs deze organisatie een rad voor de ogen konden draaien. Ofwel werd er hier en daar een oogje dicht geknepen omdat er ook een deel van die winst bleef plakken aan andere vingers. Dat laat ik over aan de mensen die dit varkentje gaan wassen.

Want wat ik niet begrijp is dat dit zo lang ongemerkt kon gebeuren. Heel wat van het mest dat niet in het – blijkbaar niet zo waterdichte systeem – werd betrokken, vloeide – letterlijk in dit geval – wel ergens een akker op. Uitgereden of laten uitrijden door de betrokken landbouwer. Het aantal betrokken partijen in dit schijt-verhaal is dan ook veel groter dan het onbeduidende artikeltje in onze krant doet uitschijnen.

Eigen stront

Ondertussen blijft de stront zich lekker verder verspreiden in onze leefwereld. Want zelfs als de meeste landbouwers – wat voor alle duidelijkheid volgens mij ook zo is – zich strikt aan de regels houden loopt het nog steeds de verkeerde kant op. Om de simpele reden dat de basis van het probleem niet wordt aangepakt. Een verlaging van de mestproductie.

Misschien dat wij eens in de spiegel moeten durven kijken. De vleesstapel op onze wereld is veel te groot. Het productieproces om dat vlees van bij de boer – of soms ook van echte vleesfabrieken – tot op ons bord te krijgen is een enorme belasting voor ons milieu. Op allerlei vlakken.
Dit omdat wij niet te veel willen betalen voor ons stukje vlees en dat wij het er graag willen laten uitzien zoals wij denken dat ‘gezond’ vlees er moet uitzien.

Misschien moeten we toch overwegen om wat meer te betalen bij de locale landbouwer van een paar straten verder. Waarvan we weten hoe hij zijn vlees op de toonbank krijgt.
Of, nog een betere optie. Eet gewoon veel minder vlees of helemaal geen vlees meer. Dat is trouwens niet alleen goed voor het milieu, maar ook nog eens voor je gezondheid. Maar die discussie is dan weer voor een andere keer.

Droog!

“Zo weinig water hebben we nog nooit gehad” zeg ik tegen de wandelaars die ik tegenkom in de Grote Beemd. Met grote ogen en vol ongeloof kijken ze mij aan. Want zij hadden mij net verteld hoe ‘vettig’ het momenteel is in hun favoriete wandelgebied.

Grondwater

Inderdaad, het is niet makkelijk om op dit moment de stelling dat het in onze natuurgebieden veel te ‘droog’ is te verkondigen. En toch is het zo. Tijdens de winterperiode moeten de beemden blank staan. Het grondwater moet als het ware een stuk boven de bodem staan. Maar het is die waterlaag die er zo slecht aan toe is. Het water wat we nu zien en dat hier en daar toch blijft staan komt van boven, regenwater. Dat het grondwater laag staat kan je perfect zien aan foto’s van nu en van pakweg 10 jaar geleden.

Een poel in Graeterbeemd op dit moment (januari 2021)
Zelfde poel in januari 2010

Het verschil is duidelijk. Het water wat nu in de poel staat is het gevolg van een paar dagen regen. De bodem van het perceel waar de poel ligt is helemaal niet nat. Je kan er met gewone wandelschoenen door lopen. Iets wat in 2010 je zonder twijfel natte voeten had opgeleverd.

Cirkel

Water volgt een bepaalde weg, een cirkel als het ware. Laten we starten vanuit de lucht. Water dat verdampt vormt wolken en die valt in regen terug op het land. Daar sijpelt dat water in de bodem en vormt daar de grondwaterlaag. Als die laag vol zit wordt het overtollige water via beekjes, sloten en stromen afgevoerd om uiteindelijk in de zee terecht te komen. Een – misschien – wat simpele uitleg hoe het systeem werkt.

In de winter moeten de beemden blank staan

Maar door de jaren heen hebben wij deze cirkel meermaals doorbroken. Zo moesten gronden droger worden gemaakt om ze te kunnen bewerken. Hiervoor werd het water afgevoerd via drainage. Het kreeg niet meer de kans om in te sijpelen. Een enorme oppervlakte van Vlaanderen is verhard – en elke dag steeds meer – wat ook weer zorgt dat water wegvloeit in de plaats van in te sijpelen.
Uit angst voor overstromingen moest het water sneller afgevoerd worden. Daarom werden van – uit nature – kronkelende waterlopen recht getrokken en elk jaar dieper en dieper gemaakt. Een immense flater die we nu cash betalen. Ook in onze beemden kan je deze stommiteit van weleer zien.
Daarbij kwam dan nog eens dat wij water opgebruiken aan een razend tempo. Voor de landbouw, industrie en in onze huishoudens loopt het water nu netjes door de kraan. Maar de laatste jaren komen we tot het besef dat dit niet zo vanzelfsprekend is. “Misschien raakt die voorraad ooit wel op?” hoor je hier en daar sommige instanties voorzichtig zeggen.

Onderstaande kaart toont aan dat het erg gesteld is met ons grondwater:

Dramatisch

Ondertussen is het voor een aantal instanties duidelijk geworden dat we verkeerd bezig zijn. Water is levensbelangrijk. Niet alleen zijn we onze natuurgebieden aan het kapotmaken door ze te laten uitdrogen. Maar op termijn staan we voor een immens drama. Een probleem dat we deze keer niet met een vaccin gaan kunnen oplossen.

We moeten dringend onze manier van water ‘misbruiken’ aanpassen. Meer bufferen zodat de grondwatertafel weer liters kan opslurpen, beken en stromen ruimte geven en ze opnieuw door het landschap laten meanderen.
Maar vooral zuiniger omspringen met water. Productieprocessen die veel water verbruiken moeten we weren of zodanig aanpassen dat dit water hergebruikt wordt of – nog beter – minder verbruik geeft.
Landbouwgewassen die veel water nodig hebben schrappen van de lijst. Landbouwmethodes met veel verbruik afraden of zelfs verbieden. Ook zelf kunnen we ons steentje – druppel in dit geval – bijdragen door binnen ons gezin water te behandelen als een kostbaar goed.

Op die manier kunnen we misschien het tij keren. Dan kan ik – tijdens een babbeltje in de Grote Beemd – tegen de wandelaars die mij zeggen: “het is wel nat in de beemd”, bevestigend knikken. Terwijl ik achter hen de beemd zie zoals ze moet zijn in de winter. Nat, kleddernat!

Een natte beemd – april 2010

IN WELLEN IS MIJN EIGENDOM MEER WAARD ALS HET GELEGEN IS TEGEN EEN NATUURKERN !

Op sommige plaatsen in Wellen heeft een tuin bij een woning veel meer rechtszekerheid dan elders in Wellen, met name de tuinen die gelegen zijn tegen een Wellense natuurkern. Dat is ook goed voor de portemonnee. Dit vergt wat uitleg.

DE MEESTE TUINEN ZIJN ZONEVREEMD

Iedereen kent de gewestplannen. De landelijke woonzone hebben overal een diepte van 50 m vanaf de openbare weg. Omdat tuinen dikwijls langer zijn dan 50 m, doorsnijdt de scheidingslijn tussen de bestemming woongebied en de achterliggende bestemming meestal de tuin. 

De figuur illustreert deze situatie. Het is een fragment uit de Bosstraat. Links is de situatie uit het gewestplan. Rechts is de feitelijke situatie met tuinen die zonevreemd uitstulpen in agrarisch gebied.

Strikt juridisch is dat niet correct en rechtsonzeker. Het had moeten geregeld worden, maar dat is nooit gebeurd, behalve… op sommige plaatsen in Wellen.

HET RUP NATUURKERNEN VAN WELLEN

In 2013 werd in Wellen het RUP natuurkernen goedgekeurd. Aan de basis van dat RUP lag de vaststelling dat in 8 landbouwgebieden van het gewestplan hoge natuurwaarden aanwezig waren. Het gewestplan was dus niet juist. Om die natuurwaarden rechtszekerheid te geven werden die landbouwgebieden herbestemd naar gebieden met bestemming natuur of verwevingsgebied (natuur en landbouw samen). Dit was uiteraard goed voor de natuur.

Het RUP hertekende en verfijnde de contouren van het gewestplan op basis van de feitelijke situatie. De omliggende tuinen werden ingetekend volgens hun reëel grootte. De tuinen kregen een eigen groene bestemming als “bouwvrije tuin”. Daarmee verdween de zonevreemdheid van  het eigendom. Het RUP natuurkernen gaf rechtszekerheid. In de toekomst is dit waarschijnlijk ook goed voor het klimaat en…voor de grondwaarde.

VOORBEELD:  NATUURKERN LANGENAKKER

Wat een ruimtelijke uitvoeringsplan doet wordt geïllustreerd door de twee bovenste figuren. De situatie van het Gewestplan wordt vervangen en verfijnd door de situatie van het RUP.  Het RUP werkt op een ander detailniveau. De nieuwe contouren werden deze keer exact uitgetekend volgens kadastrale percelen. In het RUP werden de 50 m bebouwbare zone uit het gewestplan behouden maar in het hele achterliggend gebied werden de bestemmingen veranderd. De voorheen zonevreemde tuinen kregen de bestemming van “onbebouwbare tuin”. Op de kaarten wordt de situatie herkend aan de lichtgroene kleur tussen het groene natuurgebied en het rode woongebied. Rond de natuurkern Langenakker krijgen ongeveer 50 percelen een bouwvrije tuin.  
De uitsnede geeft een detailbeeld. Let op dat naast de bestemming natuur en tuin ook nog gewenste ontwikkelingen worden ingetekend rond te realiseren trage wegen en boomrijen. Voorlopig is dat nog niet gebeurd.

WERKPUNTEN

Er zijn – zoals overal in de Ruimtelijke Ordening – voorschriften verbonden aan deze bouwvrije tuinen. Omdat de tuinen zich bevinden tegen natuurgebied, moeten ze beheerd en ontwikkeld worden als ‘groene’ tuin met overwegend inheems plantenmateriaal.  Gebouwen die vergunningplicht zijn worden niet toegelaten (maar dit was en is overal zo).  

De natuurwaarde van vele tuinen is zeker nog een werkpunt. In de toekomst zal dit voorschrift – en de handhaving er van –  belangrijk worden voor de biodiversiteit en de klimaatadaptatie van onze totale omgeving. Het kan zijn dat de huidige generatie eigenaars daar nog wat argwanend tegenover staat, maar de volgende generaties zullen deze rechtszekere, grote, ‘groene tuinen‘ gewis appreciëren en… honoreren !

Eigenaars van deze tuinen, dank de gemeente Wellen om zo vooruitdenkend te zijn geweest voor uw eigendom. Dit is goede Ruimtelijke Ordening. Meer van dat !

Jan Nuijens

Voorzitter ’t Bokje – Wellense natuurvereniging

Voorzitter WAL – Wellense Adviesraad voor Leefmilieu

Tussen 2006 en 2013 werden in Wellen 10 RUP’s goedgekeurd.  Toen viel het stil.  Tijd voor een doorstart !

Bidden in de beemden

Bijna wekelijks zijn onze vrijwilligers bezig met allerhande kleine werkjes. Omheiningen herstellen, wandelpaden in orde houden, omgewaaide bomen opruimen, toezicht houden op de kudde en ga zo maar door. Werk genoeg.

Renovatie

Zo was er een nestkast voor torenvalken in de Grote Beemd aan vervanging toe. Na een succesvol broedsel – vorig jaar – was de bodem er uit gevallen. De zes pulli die er in groot werden hadden blijkbaar te veel ‘kakjes’ achter gelaten.
Zonder bodem vrees ik dat het niet meer gaat lukken om er eieren in te leggen. Dus moest er een nieuwe nestkast opgehangen worden. Dankzij Jef en Jan werd dit vandaag dan ook gedaan. Op een uurtje tijd hing een spiksplinternieuwe nestkast tegen de dode populier. Klaar om opnieuw een koppeltje torenvalken te ontvangen.

Jef, bij zijn eindresultaat

Natuurlijk

Dat onze natuurgebieden geschikt zijn voor deze kleine roofvogels is duidelijk. Iedereen kent ze wel van hun typische manier van jagen. Ze kunnen – door snel met hun vleugels te slaan – op een plek in de lucht blijven hangen terwijl ze naar hun prooi zoeken. Bidden noemt men dat.

Biddende torenvalk

Hun prooien bestaan voor bijna 100% uit muizen. Daarom dat de fruittelers in hun laagstamplantages vaak nestkasten plaatsen, die de torenvalken met plezier in gebruik nemen. Als ‘huurgeld’ vangen de roofvogels massaal de muizen weg in de plantages. Een schitterende win-win situatie.

Het grootste deel van de broedparen brengt – in onze regio – dan ook hun jongen groot in een nestkast. Maar in onze natuurgebieden hebben we minstens twee koppels die toch kozen voor een natuurlijk nest. Eentje gebruikte een oude kraaiennest, het andere koppel koos er voor om boven op een afgeknakte populier te broeden.
Wij zijn daar heel blij mee. Want het feit dat deze torenvalken niet kiezen voor een nestkast bewijst dat onze natuurgebieden voldoen aan hun eisen: geschikte biotoop, voldoende voedsel en voldoende rust.