Onbekend's avatar

Over Crazy Birder

Gedreven door natuur!

Balans 2020 – Deel 4 – Last but not least

Wij sluiten onze balans voor 2020 af met een aantal losse feiten. Maar die zijn stuk voor stuk ook belangrijke feitjes.

Beheerplan

Zeer belangrijk is het feit dat in 2020 het nieuwe beheerplan werd goedgekeurd door de minister. Dit voor de ganse Herkvallei. Deze goedkeuring is de garantie dat Limburgs Landschap vzw en wijzelf dit natuurreservaat – want dat is het hierdoor – verder kunnen ontwikkelen volgens een vooraf ingediend en goedgekeurd plan Ondertussen zijn we al gestart met het toepassen van dit plan. Zo werden er op verschillende plaatsen in de Grote Beemd percelen aangepakt en ook in Graeterbeemd en de Broekbeemd werden al voorbereidingen getroffen. Een proces waar we jullie zeker van op de hoogte gaan houden.

Kudde

Hier is 2020 dus ook een kanteljaar. Zoals we al lieten weten zijn de eerste galloway-runderen aangekomen. Maar daarnaast konden we – dankzij onze opmerkzame conservator Gert – ook samen met twee partners een begrazing met schapen opstarten. De combinatie van hooilandbeheer, jaarrond begrazing met runderen en stootbegrazing met schapen is een goede keuze volgens ons. De plantjes zullen het ons in de nabije toekomst zeker laten zien of dat effectief ook zo is. Dit beheer benadert alleszins heel dicht de historische werkwijze die door de Wellense bevolking halfweg de vorige eeuw werd toegepast.

Samenwerking

Daarnaast blijven we onze partners – die op een of andere manier meewerken in ons beheer – koesteren. De gemeente Wellen, Gemeente Alken, Regionaal Landschap Haspengouw en Voeren, Vlaamse Landmaatschappij, Vlaamse Milieu Maatschappij, Wildbeheerseenheid De Herk, De Winning en De Wroeter – met de kans dat ik nog iemand vergeet – hebben allemaal op een of andere manier een bijdrage geleverd.
Een speciale vermelding wil ik doen voor de landbouwers en hobbyboeren waar we al jaren goed mee samenwerken. Door het hooien of laten begrazen van percelen in onze natuurgebieden vervullen zij een belangrijke rol in het Wellense natuurverhaal.
Maar we willen onze samenwerking zeker nog uitbreiden. Ook andere privé-eigenaars willen we meekrijgen in ons verhaal. Zelfs als ze de percelen niet aan ons verkopen of verhuren kunnen ook zij hun steentje bijdragen aan de ontwikkeling van de Herkvallei. Hoe we dit zien lees je binnenkort zeker op deze blog.

Kern

Onze kerngroep zit al een tijdje in een VZW-structuur. Dit maakt ons als plaatselijke vereniging een stuk zekerder en sterker. Ook hier werd er in 2020 het een en ander uitgevoerd.
Onze statuten werden aangepast naar de huidige wettelijke normen. We maakten van deze gelegenheid gebruik om bestuurslid Joeri Philtjens – die al een tijd meedraait – toe te voegen als bestuurslid van de VZW. Daarnaast bestaat de kans dat we onze vrouwelijke krachten in ons bestuur gaan verdubbelen. Gerda, voorlopig ons enige dame in de rangen, zal het graag horen. Het zou alvast een prachtige manier zijn om 2021 mee te starten.

Tenslotte wil ik al onze ‘losse’ vrijwilligers van harte bedanken. Heel wat sympathisanten dragen op een of andere manier hun deel bij om de Wellense natuur nog mooier en sterker te maken. Zodra het weer mag, krijgt elk van hun een dikke knuffel. Dat is het minste wat ze verdienen.

Wij wensen iedereen alvast een natuurvol en gezond 2021.

Balans 2020 – Deel 3: Kamnieuws

De kamsalamander blijft ons paradepaardje. Buiten heel wat andere soorten is de Wellense waterdraak toch een beestje dat een groot stuk van ons natuurhart heeft veroverd. Daarnaast hebben we met onze ‘Kamman’, Davy Huygen een expert ter zake in onze rangen. Hij besteedt een massa tijd en energie aan de bescherming van de kamsalamander. Dit zowel in als rond Wellen.

Davy in actie

Nieuw

Het hoogtepunt van 2020 wat betreft de kamsalamander was zonder twijfel de ontdekking van een nieuwe poel met adulte beestjes. Dit dan ook nog eens in nieuw aangelegde poelen in samenwerking met gemeente Wellen en Regionaal Landschap Haspengouw en Voeren. Deze poelen werden gegraven in het wachtbekken aan de tervoortstraat. Een redelijk afgesloten gebied, maar blijkbaar geen probleem voor de kamsalamander om het toch te bevolken. Hoopgevend!

Stabiel

De cijfers van Davy tonen ondertussen aan dat de aantallen kamsalamanders stabiel blijven. Onze kern-populatie aan de koningsstraat blijft het goed doen. Maar ook in Ulbeek – rond de oude brouwerij – en op de langenakker blijven ze aanwezig.
Een grote zorg is wel de enorme verdroging die optreedt overal in de natuur. Zo vallen poelen vaak veel te snel droog, waardoor de larven het niet halen. Op andere plaatsen treedt dan weer een snelle vorm van verlanding op die de soort doet beslissen om andere oorden op te zoeken. Gelukkig dat via verschillende kanalen er opties zijn om deze problemen aan te pakken door het regelmatig onderhoud van bestaande poelen.

Poel achter brouwerij in Ulbeek

De verdroging is natuurlijk een ander paar mouwen. Daar hebben we niet zo maar een kant en klare en snelle oplossing voor. Alsook het – nog steeds zonder dat er veel tegenstand komt – aantal poelen dat illegaal verdwijnt. Maar we blijven ons toch inzetten voor onze Wellense waterdraak!

Balans 2020 – Deel 2: Soorten

Naar het einde van het jaar toe maken wij graag een balans op van onze werking. De voorbije jaren deden wij dat tijdens een gezellige ledenavond. Maar jammer genoeg zit dat er dit jaar niet in. Dus bezorgen wij het jullie even digitaal – met dagelijks een bericht – via onze blog. Deze keer overlopen we de belangrijke waarnemingen.

Veren

We beginnen met onze gevederde vrienden. Als fervent vogelkijker maak ik natuurlijk die keuze.
We kijken dan vooral naar de aanwezige broedvogels. Opnieuw hadden we één koppel nachtegaal in onze natuurgebieden. Een soort die ondertussen de status zeer zeldzaam heeft gekregen in gans Limburg. Wielewaal was opnieuw van de partij. Er ‘jodelden’ minstens vier mannetjes met als gevolg – hopelijk – evenveel broedparen in de Herkvallei. IJsvogel was er weer met minstens twee broedparen. Het vermelden waard was de aanwezigheid van maar liefst 6 nesten van buizerd. Een mooi aantal op zo een oppervlakte.
Dan waren er de ‘losse’ waarnemingen van even pleisterende of doortrekkende soorten. Op 10 april werd aan het kalkmoeras een snor gehoord. Andere overtrekkende soorten waren kraanvogel, rode wouw, slechtvalk en ooievaar. Maar de waarneming wat vogels betreft was zonder twijfel een nachtzwaluw die op 31/8 ’s avonds door onze conservator Gert werd opgestoten.

Buizerd in de vlucht

Flora

Wat planten betreft wordt het elk jaar leuker. Door ons hooilandbeheer en mozaïeklandschap duiken er steeds meer soorten op.
Wat orchideeën betreft zitten we met gevlekte-, bos-, wespen- en moeraswespenorchis al met vier soorten die we op ons lijstje mogen zetten. Maar ook harige ratelaar, schubzegge en paddenrus noteren we elk jaar fier. Dit jaar ontdekten we langs de Herk nog twee – weliswaar exoten – zeldzame planten: schildblad en ijzervaren. Hier was een expert nodig om de determinatie tot een goed einde te brengen.

Schildblad

Ondertussen blijft onze eenzame koraalmeidoorn jaarlijks enkele bessen produceren. Maar uitbreiding blijft uit. Bij de rozen is het een ander verhaal. Kraagroos, viltroos en mogelijk nog een paar zeldzame soorten krijgen zeker opvolging. Wij zijn druk bezig met het opkweken van plantgoed om onze hagenstructuur hier en daar op te vullen met wilde rozen.

Ander gekruip

Daarnaast blijven we soorten als zeggekorfslak en kamsalamander (komen we later nog wat uitgebreider op terug) opvolgen. Daar kwam dit jaar nog eikelmuis bij. Verspreid over onze natuurgebieden werden nestkasten opgehangen zodat we konden ontdekken of deze – ooit talrijke soort – nog aanwezig is in Wellen.
Wie er wel nog is, is onze das. Met ondertussen bewoonde burchten op zeker drie plaatsen is de ‘Limburgs panda’ zich stilaan aan het settelen in onze Bokkerijdersgemeente.

Eikelmuis

Oproep: als er mensen zijn die graag willen meewerken met het opvolgen van soorten in onze natuurgebieden in Wellen. Altijd welkom. Geef maar een seintje naar dirk.ottenburghs@skynet.be

Balans 2020: deel 1 – aankopen

Naar het einde van het jaar toe maken wij graag een balans op van onze werking. De voorbije jaren deden wij dat tijdens een gezellige ledenavond. Maar jammer genoeg zit dat er dit jaar niet in. Dus bezorgen wij het jullie even digitaal – met dagelijks een bericht – via onze blog. We starten met onze aankopen van natuur voor 2020.

Meer dan 2 ha

Ondanks het rare jaar konden wij toch nog meer dan 2 ha natuur aankopen in Wellen en (een klein stukje) in Alken. Zo hebben we deze oppervlakte in natuurgebied de Herkvallei kunnen veilig stellen voor de toekomst.
Het begon met twee kleinere percelen van net iets meer dan 20a. Eentje is een populierenbos, waar de verkopers de komende jaren de bomen nog zelf gaan kappen. Daarna zal het perceel mogen verbossen met streekeigen soorten.
Het andere perceel was een gemengd bosje van els en berk in Alken. Het sloot mooi aan bij een grasland die wij reeds in eigendom hebben. We gaan dit bosje zeker behouden als buffer.

Schapenwei

Een andere perceel – dat we later op het jaar kregen aangeboden – is een mooi hooilandje dat momenteel via een combinatie van hooien en begrazing met schapen onderhouden wordt. Wij hebben de eigenaar van de schapen – die niet de verkoper is van het perceel – alvast laten weten dat wij graag met hem verder werken.

Zicht op de mooie houtkant langs een van de aangekochte percelen

Historisch

Een mooie aankoop waren een aantal hooilandjes die door de – jammer genoeg overleden – landbouwer tot zijn laatste dagen werden gebruikt als hooiland en graasweides. Dat ze ook nog eens aansloten op percelen die wij in hooilandbeheer hebben maakte het alleen nog maar mooier. Welk beheer we hier gaan toepassen was dan ook snel beslist. Dankzij deze aankoop stijgt de oppervlakte van historisch en nog steeds zo beheerd soortenrijk grasland met bijna 1 ha.

Eikjes

Tenslotte sloten wij 2020 af met een aankoop van een populierenbos. Ook hier kozen de verkopers er voor om de bomen zelf te kappen. Wat ondertussen trouwens al gebeurd is. Hoewel de beheerder van ons natuurgebied nog niet heeft laten weten welk beheer we hier gaan toepassen, is de kans toch groot dat we ook hier gaan voor een herbebossing met streekeigen soorten. Een aantal mooie eiken – die de firma die de kapping uitvoerde netjes liet staan – zijn alvast een mooi begin.

Een beeld van dit perceel tijdens de kapping van de populieren

Ken jij eigenaars of ben je zelf eigenaar van een perceel in de Herkvallei en wil je meer weten over het verkopen of in beheer geven van deze gronden aan Limburgs Landschap vzw? Dan mag je ons altijd – vrijblijvend – contacteren via dirk.ottenburghs@skynet.be

Open brief Jan Nuijens – voorzitter ’t Bokje en WAL

IK NEEM DE HANDSCHOEN OP VOOR EEN BETER BOSVELD
VOOR EN DOOR LANDBOUWERS

Aanleiding van deze open brief is de malafide interpretatie van de omgevingsvergunning voor het kappen en heraanplanten van een kersenboomgaard aan de Laagbulsstraat in het Bosveld.

Het vergrijp

Het Bosveld is een intensief landbouwgebied tussen Bosstraat, Laagbulsstraat, Langenakker en Houtstraat in Wellen. In het Bosveld kreeg een fruitteler een vergunning om een oude dode kersenboomgaard te kappen en her aan te planten.  Dat deed hij ook.   Maar de oude boomgaard werd gescheurd,  omgeploegd en verlaagstamd.  Als letterlijke kers op de taart werden de nieuwe hoogstamkersen aangeplant tussen de laagstamrijen,  en dat onder het mom van de agroforestry of voedselbos.  Dat was een loopje nemen met de geest van de wetgeving en met de eerlijke landbouw zelf.   Het Bosveld en de landbouw verdient beter.  

Landbouwgebied Bosveld

In het Bosveld zitten een aantal dynamische landbouwbedrijven.  Er zijn twee actieve varkensboeren met thuisverkoop (Mattes en Markelbach), er is een dynamisch aardbeibedrijf (Welroy), er zijn voedselboslievende  fruittelers, er zijn paardenweiden met nieuwe kleine landschapselementen, er zijn natuurkernen.  Tegen het Bosveld  liggen ook de voetbalpleinen van Wellen SK.  Recent verleende het gemeentebestuur de proefopstart voor een fazantenkwekerij met 5.000 dieren.  

Aan de ecologische kant is er de natuurkern Bonderkuil en er zijn nog een aantal privébosjes ( populieraanplantingen). Er is erfgoed aanwezig: de historische “ Bonderkuil,  de Mot van Markelbach,  de kapel van “den Blauwen Eergisteren”, een aantal geklasseerde vakwerkhuizen, … Er is zelfs een B@B, dus ook toeristische ambities.

Bosveldsamenwerking ?

Ik vraag met af of al die ondernemers ooit samen hebben gepraat over hun bedrijf in de toekomst?  Werken ze samen of verzwijgen ze hun plannen voor elkaar?  Ik heb de indruk dat ze het afzonderlijk allemaal heel goed doen, maar samen verkeerd.  Vandaar dat ik de handschoen opneem.  Als ze samen zouden werken, dan zou er een beter Bosveld kunnen komen voor iedereen, ook voor de omwonenden.  En .. de gemeente moet flankerend en ondersteunend meewerken. Dat is nu niet zo.

Bosveldproblemen

Want er zijn ook problemen in het Bosveld.  Oude of informele paden lopen dood, de afwatering is vervuild, de beek is diep uitgegraven en trekt het gebied droog, de infrastructuur van de landbouwbedrijven is meestal lelijk en hard, er zijn wat illegale rommelactiviteiten aan de rand, de natuurkwaliteit is laag, het klimaatbuffer afwezig, de landschappelijke kwaliteit nihil.    

De handschoen Bosveld

Welnu, ik neem de handschoen op om van het Bosveld een beter en toekomstgericht landbouwgebied te maken. Daarvóór moet natuurlijk gepraat worden.  Wellen is geen schoolvoorbeeld van  goede ruimtelijke ordening, noch in de bebouwde kern en zeker niet in de landbouwgebieden.  Laat ons de ontwikkeling van het Bosveld  eens plannen om een betere garanties te krijgen voor de ondernemers in de toekomst.  Laat ons van het Bosveld eens een voorbeeldig  landbouwproject maken !  Ik neem de handschoen op voor een mooi Bosveld, dat gemaakt wordt door en voor de landbouwers, met medegebruik van de omwonenden.  We kunnen toch niet ieder voor zich blijven ploeteren in onze landbouwgebieden.

Ons Bosveld ?

Ons ?  Ik zie geen andere mogelijkheid dan dit idee te lanceren via een Open Brief.  Met deze open brief richt ik mij aan het gemeentebestuur, met de openlijke vraag om het overleg op te starten en organiseren met de stakeholders. Met deze open brief richt ik mij vooral naar de ondernemers in het gebied met de vraag of er draagvlak is voor mijn ideeën, om met een open geest te praten en te vragen of er draagvlak is om zich te engageren voor aan een meer maatschappelijk Bosveld.     

Ambities en uitdagingen voor het Bosveld
Ik schuif – om het gesprek en het maatschappelijk discours te openen de volgende thesen naar voor voor het Bosveld:

  • Het Bosveld is vooreerst een landbouwgebied. De bedrijfszetels moeten kunnen ontwikkelen naar  echte groene bedrijfserven met winkels voor lokale verkoop, zoals het op dit ogenblik in volle ontwikkeling is,
  • De fruitboeren moeten echt en gemeend Agroforstry in hun bedrijfsvoering integreren. Dit zal zorgen voor meer ecologische infrastructuur en biodiversiteit en gezonder fruit.  
  • De natuurkernen blijven behouden en beheerd door ANB of een natuurbeherende organisatie maar worden verbonden door ecologische infrastructuur van bomen en houtkanten.   
  • De Veergracht, die centraal door het gebied loopt, moet meer body krijgen.  Het valleitje moet  een blauwe groene ader worden, dwars door het gebied.  Het waterpeil moet omhoog. De overwelvingen  moeten zo veel mogelijk heropend worden om een ecologische verbinding te vormen tussen de natuurkern Langenakker en het natuurgebied Grote beemd, oa als migratiezone voor de kamsalamander.  
  • De storende legale activiteiten (fazantenkwekerij) worden ingekapseld. Storende illegale activiteiten moeten worden verwijderd, gewoon door het handhavingsbeleid.
  • De gewenste snelle fietsverbinding vanaf Wellen naar Hasselt loopt dwars door het Bosveld.  Dit wordt een nieuwe weg.  Hij kan aangelegd worden door een aantal in onbruik geraakte buurtwegen te koppelen tussen de insteek aan de Rechtstraat en de insteek aan de Houtstraat.   De snelle fietsverbindingen van Kortessem (komende van Vinkenroyestraat) takt hierop aan in het Bosveld.   Snelle fietsverbindingen worden voor 100 % gefinancierd door de provincie.
  • De doodlopende trage wegen moeten herschakeld worden tot een netwerk van paden, ten dienste van de landbouwers maar ook voor de omwonenden.  Bosveld kan best een fraai wandelgebied worden, want sinds corona wordt er veel meer gewandeld.  Bosveld krijgt dus ook een recreatief medegebruik.  
  • Het aanwezige erfgoed wordt landschappelijk ondersteund (Bonderkuil, de Mot bij Markelbach, kapel van den Blauwen Eergisteren, vakwerhuizen, knotbomen,  oude bomen,…),
  • Hobbyboeren kunnen restpercelen in gebruik nemen, maar professionele landbouw moet altijd voorrang krijgen (grondregie installeren, voorkooprecht).
  • Het terrein van Wellen SK moet ontwikkeld worden tot een heus sportpark met een goede voorziening, met de fiets bereikbaar van uit heel Wellen.  De Houtstraat wordt daarbij best geknipt voor doorgaand autoverkeer ter hoogte van de parkings. 
  • In het Bosveld is plaats voor twee tot drie windturbines. Dit moet uitgerold worden als een collectief project met de gemeente als eigenaar en de bewoners van en rond het Bosveld als prioritaire investeerders.  De winsten kunnen ook collectief aangewend worden om het gebied beter in te richten.

Al deze ontwikkelingen kunnen best gerealiseerd worden op basis van vrijwilligheid en samenwerking, maar daarnaast kan ook beroep gedaan worden op nieuwe instrumenten en subsidies die in pijplijn zitten op het vlak van ruimtelijke Ordening.   

Reageer kan via deze blog (van ’t Bokje) maar ook naar mij als voorzitten van de WAL (Wellense Adviesraad voor Leefmilieu).  Ik neem graag de handschoen op om na coronatijden hierover een overleg en strategie op te starten.

Jan Nuijens
Voorzitter WAL  – Wellense Adviesraad voor Leefmilieu
jan.nuijens@skynet.be

Schaapjes tellen

Een tijdje geleden liep onze conservator Gert een schapenboer tegen het lijf bij hem in de straat. Hij had een kudde van een 50-tal schapen lopen op een weiland vlakbij. Al gauw bleek dat wij elkaar mogelijk konden vinden in een samenwerking rond de begrazing met zijn kudde in natuurgebied. De eerste afspraken werden gemaakt en sinds vorige week kan je de resultaten al zien op percelen in Alken.

Samenwerken

Wij werken al jaren samen met landbouwers en hobbyboeren. Zij hooien onze graslanden en krijgen het afgevoerde hooi als beloning. Anderen gebruiken sommige percelen om paarden of koeien te laten grazen in het najaar. Voor hen een goedkope oplossing. Voor ons en – vooral – voor de natuur een duidelijke win-win situatie.

“De begroeiing op onze graslanden gaat vaak te hoog de winter in”

Grasland zou – om zo veel mogelijk soorten de kans te geven om er te groeien en bloeien – kort de winter moeten ingaan. Vaak niet makkelijk omdat – door de huidige hogere temperaturen in het najaar – na de laatste maaibeurt het gras nog stevig groeit. Ik denk dat iedereen met een gazon dat de voorbije jaren kan bevestigen. Vaak is zo een heel late hooibeurt voor de gebruiker niet echt rendabel omdat er te weinig hooi afkomt. Of zijn de weersomstandigheden ook niet goed genoeg om alles droog binnen te halen. Resultaat is dat het grasland dikwijls met een te hoge begroeiing de winter in gaat.

Achtermoat

Vroeger – toen bijna de ganse vallei nog werd gehooid – werd dit opgelost door de ganse beemd in het najaar te laten begrazen door runderen. Nadat alle hooi was binnengehaald kon het gras terug wat groeien. Ze noemden het frisse, groene gras dat na het hooien terug opschoot in Wellen de ‘achtermoat’. Als dit lang genoeg was kon elke Wellenaar (of Alkenaar) tegen betaling zijn beestjes in de beemd laten rondlopen. De koeien kregen hiervoor – als bewijs van betlaing – zelfs een mooie medaille rond hun nek. Zo vormde zich een grote kudde die – als ‘wilde’ grote grazers – vrij rondliepen en zo tot aan de winter de ganse beemd kaal graasden. Zodra het winter werd stroomde een groot deel van de beemd onder water. Dus gingen de dieren vanaf dan netjes op stal.

De kudde druk grazend op de Alkense percelen

Dit systeem was ideaal voor soortenrijke graslanden met als resultaat een prachtig bloementapijt in het voorjaar en de zomer. Een beeld waar ook wij naar streven op een aantal percelen die Limburgs Landschap in eigendom en beheer heeft.

Stootbegrazing

Dus kwam de ontmoeting met deze schapenboer als een geschenk uit de hemel. Met een verplaatsbare omheining kan hij zo wat elk perceel laten begrazen. De kudde – met ruim 50 schapen – graast in een mum van tijd een groot perceel netjes kaal. Daarna verhuizen ze weer naar een andere plaats.
Dit systeem noemt met stoot – of drukbegrazing. Op korte tijd met veel dieren alles zo kaal mogelijk laten begrazen. Net het omgekeerde van de jaarrondbegrazing die we toepassen in de Broekbeemd. Hier laten we zo weinig mogelijk runderen per hectare – we kiezen voor ongeveer 2 dieren per ha – het ganse jaar een zo groot mogelijk gebied begrazen. Beide systemen passen bij het gekozen beheer. Jaarrond en lage begrazingsdruk voor een mozaïek-landschap met een diverse kruidenlaag, struiklaag en verspreide bosjes. De combinatie hooilandbeheer met stootbegrazing voor soortenrijke graslanden.

Lange termijn

Hopelijk kunnen we deze samenwerking volgend jaar – en de jaren nadien – verder uitbreiden en bestendigen. Zo zal de biodiversiteit op de begraasde percelen hier zeker van profiteren. Met een mooi en divers kleurenpallet aan bloemen in de volgende zomers.
Onze bezoekers krijgen een leuk beeld van een rustig grazende kudde schapen in de natuur. Terwijl de schaapjes genieten van heel wat mooie plekjes in onze Wellense natuur. Zowel wat betreft uitzicht als een lekkere maaltijd. Smakelijk.

Wissel van de wacht

De beslissing werd al enkele tijd geleden genomen. De argumenten die men ons voorschotelde waren onweerlegbaar en eigenlijk ook juist. De bittere pil was ondertussen doorgeslikt. Maar nu wordt het dan plots concreet. Want de eerste ‘vreemde’ runderen hebben hun intrek genomen in de Broekbeemd. Drie Galloways struinen vanaf gisteren nieuwsgierig door het natuurgebied.

Meters

Vorig jaar werd de stier van de kudde Schotse Hooglanders al uit de groep verwijderd. Zo werd de weg naar een aangroei met ‘teddy’-kalveren afgeblokt. Goed een maand geleden verhuisde de laatste generatie Schotten naar de Grote Beemd. Drie rosse puber-dames gingen hun daar al aanwezig broer of neef gezelschap houden. Ook deze mannelijke vertegenwoordiger werd al een tijd geleden van ‘munitie’ ontdaan. Hiermee is het einde van het Schotten-verhaal voor Wellen in zicht.
In de Broekbeemd bleven vijf oude, statige Schotse dames achter. Zij worden voorlopig de meters van de Galloways die stilaan zullen binnendruppelen. Hopelijk vinden ze elkaar en vormen ze voor een tijd een gemengde kudde. Onze oude Schotten mogen er blijven lopen tot ze hun laatste adem uitblazen. Na het noeste werk dat ze voor de Wellense natuur hebben geleverd is dat het minste wat we hen kunnen bieden.

De drie nieuwkomers

24/7

Bedoeling is dat we in onze natuurgebieden een nieuwe kudde opbouwen met uitsluitend Galloways. Hoewel wij het heel jammer vinden dat het beeld met de Schotten zal verdwijnen, gaat dit ook wel wennen. Elke verandering roept wel ergens weerstand op en lijkt niet makkelijk. Maar voor ons beheer van de natuurgebieden zal deze wissel van de wacht niet veel verschil maken. De nieuwe kudde zal ook het ganse jaar ingezet worden om de Broekbeemd en een deel van de Grote Beemd te begrazen.
Denkelijk gaan ze – onder leiding van hun meters – snel dezelfde gewoontes overnemen en plaatsen met lekkere planten en de beste oversteekplaatsen door beekjes ontdekken. Mogelijk komt er later ook nog een stier bij en daarna dan ook schattige Galloway-kalveren. Wedden dat die dan even veel fans gaan hebben als onze jonge Schotjes indertijd?

Aankondiging

Er hangt een geel papier in de Grote Beemd. Mogelijk heb je dit al gezien. Zo een aankondiging betekent dat er werken op komst zijn. Wij geven graag wat duiding.

Droog

Een van de problemen in onze natuurgebieden – maar ook daarbuiten – is dat de grondwatertafel bedroevend laag staat. Poelen vallen steeds vroeger droog, beken staan zeer laag en natte percelen liggen er zieltogend bij. Water is een belangrijke factor in onze natuur. Je kan er eigenlijk nooit genoeg van hebben. Daar willen wij – samen met Gemeente Wellen – in de Grote Beemd iets aan doen. Zodat Wellen – het dorp met honderden bronnen – zijn naam verder alle eer kan aandoen.

Aquaduct

Aan recreatiedomein Maupertuus ‘springt’ een grote bron die de vijver voedt. Vlak voor de zomer wordt dit water gebruikt om het openluchtzwembad te vullen. Hiermee hebben wij een zwembad – misschien wel het enige in Limburg – dat volledig wordt gevuld met bronwater. Koud bronwater. Wie er al eens is gaan zwemmen kan dit bevestigen.

“Dit project gaat mogelijk prachtige hooilandsoorten terug brengen”

Het water van deze bron wordt via een overstort vanuit de vijver in de Herk geloosd. Jammer, want het gaat om heel zuiver en waardevol water. Daarom dienden wij – nu ongeveer twee jaar geleden – een voorstel in om dit water in natuurgebied de Grote Beemd te brengen. Dit voorstel werd goedgekeurd en zit nu in openbaar onderzoek (vandaar dat gele papier).

Dit gaan we doen door een heus aquaduct te bouwen over de beek. Voor je je immense bouwwerken – waar de Romeinen jaloers op zouden zijn – gaat voorstellen, het is iets simpeler. Met een stalen profiel-balk – bij ons beter bekend als een ‘poutrel’ – gaan we het bronwater over de Herk laten stromen. Vanaf de overloop van de vijver komt een ondergrondse buis die het water tot aan de poutrel zal brengen. Aan de overzijde van de beek stroomt het water onder de wandelweg door – die gelukkig al wat hoger ligt dan de achterliggende percelen – de beemd in.
Via een brede sloot en mogelijk een paar poelen laten we het water daar zijn weg zoeken.
De percelen waar het water over zal stromen zijn allemaal eigendom van Limburgs Landschap vzw.

Overzicht plan met de ondergrondse buis (rood) – overbrugging Herk (geel) – en uitstroom (blauw)

Biodiversiteit

Naast het feit dat we op deze manier een aantal percelen in het natuurgebied van zuiver bronwater voorzien, verwachten we ook dat de vegetatie hier zeker een boost door gaat krijgen. Vochtminnende planten, die oorspronkelijk hier voorkwamen, zullen hopelijk opnieuw opduiken. De ooit natte beemd had vermoedelijk een scala aan prachtige hooilandsoorten. De kans is dan ook groot dat van een aantal de zaadbanken nog aanwezig zijn.

Wij kijken alvast uit naar dit project en de invloed die het zal hebben op de natuur in natuurgebied de Grote Beemd.

Zicht op perceel waar de bron zal over uitstromen vanuit de beemd.

Grassprietjes met een geschiedenis

Momenteel maken we in onze beemden de hooilandjes winterklaar. Kort gemaaid de winter ingaan is een pluspunt voor een prachtig bloementapijt voor volgende zomer. Maar waarom steken wij zo veel energie en tijd in die arbeidsintensieve hooilandjes? Gewoon laten verbossen is toch veel makkelijker? En bomen hebben we toch nodig om ons klimaat te redden?

Bosbalans

Laten we starten met die laatste vraag. Bomen en bossen zijn op dit moment inderdaad hot (letterlijk soms). Er kan nergens een boom gekapt worden of er ontstaat een actiegroep die hem wil redden. Schitterend natuurlijk. Maar slaat de balans niet een beetje door?

Eigenlijk niet. We moeten onze huidige bossen kost wat kost behouden. Elke boom die we kappen is er eentje te veel. Zeker als het ten koste gaat van de natuur en de open ruimte en er fabrieken, woningen, parkings of ander beton in de plaats komen. Gekapte bossen compenseren met nieuwe bossen is nodig. Maar eigenlijk maar een pleister op een houten been. Voor dat deze bossen of bomen dezelfde waarde hebben op natuurvlak of effect op de klimaatopwarming is het plantertje – denkelijk – al lang dood. Dus onze bestaande bossen behouden en nieuwe planten is een goede keuze. Daar bestaat geen twijfel over.

Ondergronds

Maar het is niet zo eenvoudig als we denken. Want uit studies blijkt dat door de opwarming van de aarde bossen heel kwetsbaar zijn. Verdroging zorgt voor enorme bosbranden. Australië en de westkust van Amerika waren de voorbije jaren duidelijke bewijzen van deze stelling. Als bossen in vlammen opgaan – zeker op deze grote schaal – dan worden het in plaats van bondgenoten bij de strijd tegen de klimaatopwarming, bronnen van massale CO2-uitstoot.Dat is iets wat we niet willen.

“Grasland is een goede optie om CO2 te stockeren”

Gras- en hooilanden daarentegen hebben dat probleem veel minder. Ook hier wordt een massa CO2 opgeslagen. Maar niet enkel in de planten, maar vooral ondergronds, in de wortels. Bij het verdwijnen van de grassen of planten, blijft alles netjes in de bodem zitten. Of dit nu via brand is of via maaien. Het maakt niet uit. Zitten we met graslanden op veengronden dan wordt de oefening nog interessanter. Intacte veengebieden slaan een massa CO2 op. Ik zeg wel intacte. Want als deze verdrogen of vernietigd worden – door ploegen bijvoorbeeld – komt die CO2 ook plots massaal vrij.
Het behouden en beheren van hooilanden – zeker in veengebieden, zoals de Broekbeemd er eentje is – is enorm belangrijk en nuttig. Zeker voor ons klimaat.

Historisch

Maar er is meer aan de hand met onze hooilandjes. Uit diverse studies rond historische graslanden – dit zijn graslanden die al heel lang deze functie hebben – blijkt dat ooit verstoorde hooilandjes nooit de waarde en biodiversiteit kunnen evenaren van graslanden die steeds hun functie hebben behouden.
Graslanden die ooit in gebruik werden genomen door landbouw of zelfs gewoon bos werden, kunnen gemiddeld slechts 63% van de plantendiversiteit bevatten die ‘eeuwenoude’ graslanden kunnen huisvesten. Om dit percentage terug te bereiken hebben ze meer dan 100 jaar nodig. Dat is lang, nietwaar? Een aantal soorten kan je nooit meer terug krijgen. Meestal omdat de voorwaarden om hun zaden te verspreiden of te laten kiemen niet meer aanwezig zijn. Daarom is het van het grootste belang dat je nog bestaande historische hooilandjes nooit omzet naar een ander natuurtype. Want dit is catastrofaal.

“Bij verstoring van historische graslanden kan je ze nooit meer 100% terug herstellen”

Nu blijkt dat wij in onze beemden gezegend zijn op het gebied van historische graslanden. Waarom? Wel, omdat blijkt dat de Grote Beemd vroeger een groot hooiland was. Je kan dit mooi zien op luchtbeelden uit WOII. In die periode werd de Grote Beemd elke zomer volledig gehooid. Nadien, als het gras terug iets hoger werd – de ‘achtermoat’ – kon iedereen die hier voor betaalde zijn koebeesten er laten grazen. Een – toen vanuit economisch standpunt bekeken – ideaal beheer van maaien, afvoeren en nabegrazing. Hierdoor kregen wij – dankzij onze voorouders – een schitterend cadeau wat betreft natuurwaarde in onze beemden.

Luchtbeelden van de Grote Beemd: links WOII – rechts Google Earth nu

Sneltrein

Maar dit cadeau waren we stilletjes aan, aan het teniet doen. Door de aanplant van populieren, breken van bodems om ze in te zaaien – zelfs met andere grassen – en vermesting, ging deze natuurwaarde met een sneltreinvaart achteruit. Het aantal historische graslandjes is ondertussen verminderd tot een aantal verspreid gelegen percelen over de ganse beemd.
We moeten deze kost wat kost redden! Daarom dat wij in de Grote Beemd voor zo veel mogelijk percelen inzetten of hooilandbeheer. Het bewaren van de biodiversiteit die onze voorouders ons schonken is onze verdomde plicht. Maar ook een zegen voor de natuur en haar bewoners.

Dat vergaat toch?

Na een wandeling door ons natuurgebied kom ik – weer maar eens – wat gefrustreerd en boos terug thuis. Op een perceel van ons ligt een hoop grasmaaisel. Aan de mooie vierkante vormen te zien, netjes afgeleverd met een kruiwagen. Triest en onbegrijpelijk.

Kan toch geen kwaad?

Als wij er mensen over aanspreken of het ter sprake komt, dan is de meest gehoorde opmerking: ‘dat vergaat toch?’. Een groot misverstand. Want door tuinafval in de natuur te kieperen verstoor je voor heel lange tijd de bodem en daardoor ook het ecosysteem. Op die plek ga je jaren lang stikstofminnende planten hebben zoals brandnetels.

Maar er is nog een groot gevaar. Soms worden ook uitgetrokken of afgeknipte plantenresten in de natuur gegooid. Daar zitten wortels of zaden tussen die gretig profiteren van de kans om op deze nieuwe plek te kiemen. Zo krijg je soms een overwoekering door tuinplanten ten koste van onze inheemse soorten. Een voorbeeld is de gele dovenetel. Wij zijn fier dat er in de bosrestanten aan de Zonneveldweg nog een redelijke populatie groeit en bloeit. Maar zodra, door tuinafval te storten, zijn uitheemse gevlekte neef verschijnt is het boeken toe voor deze redelijk zeldzame verschijning. Op een mum van tijd vormt deze een dicht tapijt dat alle andere planten totaal geen kans geeft. Ze bestrijden kost een massa energie en is vaak een onbegonnen zaak.

Respect

Maar mijn hoofdreden waarom ik mij – als ik weer eens ergens tuinafval of grasmaaisel zie liggen – enorm kan opwinden, is het feit dat mensen er blijkbaar geen probleem mee hebben om hun afval elders te dumpen. In natuurgebieden, maar ook in straatbermen.

‘Als een perceel niet van jou is, dan is het van iemand anders’

De regel is nochtans simpel. Als een perceel grond niet van jou is, dan is het van iemand anders. Een mede-Wellenaar, de gemeente, een natuurvereniging,… het maakt niet uit. En iets gaan storten op iemands anders eigendom dat doe je toch toch niet!
Stel je voor dat er plots iemand met een kruiwagen jouw tuin inwandelt en doodleuk zijn snoeisel of grasmaaisel vanuit zijn tuin bij jou komt droppen. Ik denk dat je dit niet zonder enige slag of stoot zal laten gebeuren.
En toch is dit net wat er in onze natuurgebieden bijna wekelijks gebeurt!

Tip

Daarom – voor degenen die zich door dit artikel aangesproken voelen – volgende info:

In het containerpark in onze gemeente kan je tuinafval, grasmaaisel en snoeihout gratis kwijt. De openingsuren kan je op de website van de gemeente vinden. Een rit naar het containerpark is misschien wel korter dan naar de beemd.

Vind je die inspanning om naar het containerpark te rijden toch te groot. Maak dan een composthoop in je eigen tuin. Dat is zelfs een betere en goedkopere oplossing. Het feit dat je tuinafval hebt om te dumpen, is ook een teken dat je een ruime tuin hebt. Gewoon in een hoekje van je tuin. Als je het goed aanpakt levert dat ook nog eens goede compostaarde op voor je plantjes.

Voila, ik hoop dat ik via deze tips enkele mensen heb kunnen overtuigen om geen tuinafval in de natuur te storten. zodat ik mijn wandelingen frustratievrij kan afronden. Bedankt.