Daar is Willem weer!

Bever – 17 juli 2026 (Foto: Guido Menten)

Gisteren kregen wij via onze ondertussen toch een beetje beroemde – vooral in Wellen – natuurfotograaf Guido Menten een mooie reeks foto’s van een bever doorgestuurd. We waren wel een beetje verbaasd dat hij zijn ontmoeting met deze geweldige soort deed in de Broekbeemd. Dat er bevers aanwezig waren in de Grote Beemd is al langer geweten. Maar nu zat er dus ook eentje in de Broekbeemd.

Moeten we hier op zoek naar een burcht? Vermoedelijk niet. Waarnemingen van bevers in juli zorgen meestal voor drie opties. Ofwel zit er een familie vlak in de buurt. Maar dan zouden we veel meer waarnemingen doorkrijgen. Wat niet het geval is. Mogelijk hebben we dan te maken met een ‘zwerver’. Een tweejarig beestje dat op zoek is naar een nieuwe plek om een gezinnetje te stichten. Ook dit is onwaarschijnlijk om twee redenen. Zwervers zien we meestal in het vroege voorjaar en het zijn zo goed als volgroeide dieren.
De meest logische verklaring is dat dit een jong dier is dat ergens in de buurt is geboren en als puber voor het eerst een stapje in de wereld heeft gezet. Deze theorie heeft trouwens een paar extra pluspuntjes die deze optie ondersteunen: in de Mombeekvallei in Alken wonen wel bevers wonen en dit exemplaar is duidelijk geen volwassen beest is. Die zijn een stuk groter. De onervarenheid van deze jonge bever is ook een verklaring waarom Guido hem iets makkelijker dan normaal kon op foto krijgen. Hoewel de prestatie een dikke duim verdient. Een bever fotograferen is geen doordeweekse zaak. Vroeg opstaan loont altijd. Deze bever is dus even op verkenning in de Broekbeemd.

Trouwens. Wie bij het lezen van de titel van deze post zich afvroeg wie Willem is, is vermoedelijk een stuk jonger dan mij. Ooit liep er op mijn tv-scherm in een bos met een uil die kon zingen en de krant vol fabetjes kon lezen, twee bever-broers rond. Eentje noemde Ed en de andere Willem. Handige en hardwerkende bevers. Zo kennen we ze.

Bedankt Guido voor deze waarneming en melding. Wij zijn er alvast heel blij mee.

Ed en Willem bever uit de Fabeltjeskrant

Fotowedstrijd Klik met Natuur

Twee Wellense verenigingen, Fotoclub ’t Klikske en Natuurvereniging ’t Bokje, slaan de handen in elkaar. Samen organiseren we een jaar lang een fotowedstrijd in Wellen waarmee we zo veel mogelijk mensen willen laten genieten van de natuur die hen omringt.

Terwijl je op zoek bent naar natuur in je buurt om te fotograferen, ontdek je misschien wel leuke plekken, planten of dieren. En misschien ervaar je ook het plezier van fotografie als hobby. Elk seizoen organiseren we ook een aantal activiteiten gekoppeld aan deze wedstrijd. Deze worden aangekondigd via social media. Dus volg ons zeker op facebook en Instagram.

Wie kan deelnemen?

Iedereen!
We splitsen de deelnemers wel op in twee categorieën:
De jeugd: deelnemers tot en met 16 jaar
16-plus: deelnemers ouder dan 16 jaar

Hoe kan je deelnemen?
Maak met je smartphone of digitale camera mooie foto’s in de Wellense natuur of je eigen tuin.

Stuur je mooiste foto door naar klikmetnatuur@pm.me en vermeld in je mail:
1. Jouw voor- en achternaam
2. De categorie waarin je deelneemt (Jeugd of 16+)
3. De locatie waar je je foto maakte (niet verplicht)
4. Het onderwerp van je foto (niet verplicht)
Zet jouw naam ook in de bestandsnaam van je foto.

Wat zijn de regels?

Als je foto’s inzendt voor deze fotowedstrijd, verklaar je je automatisch akkoord met dit wedstrijdreglement.

  1. Deze fotowedstrijd loopt van 21/09/26 t.e.m. 20/09/27 en focust op vier seizoenen. Tijdens elk seizoen kan je deelnemen met een foto (of meer?) gemaakt tijdens dat seizoen.
    Herfst: van 21 september 2026 t.e.m. 20 december 2026
    Winter: van 21 december 2026 t.e.m. 20 maart 2027
    Lente: van 21 maart 2027 t.e.m. 20 juni 2027
    Zomer: van 21 juni 2027 t.e.m. 20 september 2027
  • Foto’s komen alleen in aanmerking als ze gemaakt zijn in Wellen. Dit kan op elke locatie in Wellen zijn (natuurgebied, tuinen, bermen, …) als het onderwerp maar in verband staat met het thema natuur.
  • De foto’s moeten gemaakt worden met de grootste zorg en respect voor het onderwerp en de natuur in het algemeen. Foto’s van vogelnesten of dieren in gevangenschap worden niet aanvaard.
  • Als je foto’s inzendt, geef je de organisatie automatisch toestemming om jouw foto’s te gebruiken in het kader van deze wedstrijd en gedurende de periode dat de wedstrijd loopt. Je foto kan dan gedeeld worden op sociale media (met jouw naam erbij) en tijdens de tentoonstelling in het najaar van 2027.
  • Op de foto’s die je inzendt, mag geen watermerk staan. Foto’s met watermerk worden niet aanvaard.
  • Het gebruik van AI (artificiële intelligentie) voor het samenstellen of bewerken van je foto is niet toegestaan.
  • De jury is samengesteld uit drie leden van Fotoclub ’t Klikske en drie leden van het bestuur van Natuurvereniging ’t Bokje. Beslissingen van de jury zijn definitief en kunnen niet weerlegd worden.

Deelnemen, en in dit geval foto’s maken en van de Wellense natuur genieten, is veel belangrijker dan winnen. Toch kan je wel iets winnen!

EREPRIJS.

Foto’s die meedingen voor de eer van beste foto van het seizoen, worden op Facebook en Instagram gedeeld met de naam van de maker erbij.
Na afloop van elk seizoen selecteert de jury in elke categorie drie foto’s (brons, zilver en goud). Mensen die de geselecteerde foto’s instuurden, krijgen een EREPRIJS. Hun foto wordt ook afgedrukt op groot formaat en getoond tijdens onze fototentoonstelling in het najaar van 2027. Elke winnaar ontvangt dan zelf ook een grote afdruk van zijn foto.

GROTE PRIJS

Als je een EREPRIJS krijgt voor jouw foto, ding je daarmee ineens mee naar de GROTE PRIJS in oktober 2027. Ook daar zijn er weer 3 winnaars per categorie (brons, zilver en goud).

PUBLIEKSPRIJS

Wie naast de EREPRIJS grijpt, maakt nog kans op de PUBLIEKSPRIJS (één in elke categorie). Ook deze winnaars ontvangen een mooie afdruk van hun winnende foto.

Veel succes alvast!

Ze zijn terug

Kudde van De Kleynaert in de Grote Beemd

Wie de laatste weken in de Herkvallei is gaan wandelen heeft ze zonder twijfel al gezien. De schaapjes zijn terug. Momenteel loopt er een kudde in de Grote Beemd in de buurt van dijken langs de bodemstraat. En eentje in de Broekbeemd. Het gaat om schapen van de twee bioboeren Hoeve BelleVue en De Kleinaert die ons een ‘schaapje’ komen helpen. Binnenkort verwachten we ook onze eigen kudde van Limburgs Landschap. Vermoedelijk starten zij in Graeterbeemd.

Waarom drie kuddes in de natuur?

Wij hebben twee methodes om de natuur in de Herkvallei een upgrade te geven: vernatting en verschraling. De schapen helpen ons met het tweede. Naast hooilandbeheer (maaien afvoeren) is begrazing een goede oplossing. Hooilandbeheer gebeurt op de ‘betere’ stukken. Met mooi grasland en goed te maaien. Schapen zetten wij in op de wat ruigere of minder maaibare stukken, zoals de steile randen van de dijken. Hoewel hooien meer ‘rijkdom’ afvoert, is begrazing met schapen ook niet slecht. De dieren nemen voedsel op en verbruiken energie. Hierdoor is wat ze achterlaten – hun kakskes – veel minder dan wat ze afvoeren. Je kan dit doen met runderen of paarden. Maar om die op een perceel te houden is een stevige en meestal permanente omheining nodig. Schapen hebben het voordeel dat dit kan met flexinetten. Zo kan je de dieren makkelijk verplaatsen of op een locatie houden.

Kudde van Hoeve BelleVue in de Broekbeemd

Daarnaast grazen schapen anders dan runderen of paarden. Wij passen hier stootbegrazing toe. Veel dieren tijdens een korte periode op een kleiner perceel. Hierdoor blijft er een vrij kaal grasland over. Meestal komt er nog een maaibeurt met een klepelmaaier achteraan. Zo kan alles kort de winter in. Soms wordt gekozen om nog eens een nabegrazing te laten doen. Dit is als het gras of de ruigte voor de winter terug opkomt. In Wellen noemen ze dit de ‘achtermoat’. Ook op gehooide percelen passen we soms deze vorm van beheer toe.

Dit alles om de bodem uit te putten en ‘armer’ te krijgen. Waardoor veel meer planten de kans krijgen om ook te groeien en bloeien. Die dan op hun beurt weer meer insecten, ongewervelden of andere dieren aantrekken. En dat is nu net wat wij nastreven. Meer en betere natuur.

Spirearuigte vol leven

Leuk…isme!

Snikheet, dus zit ik wat meer achter mijn computer dan anders om daar van de natuur te genieten. Dat doe ik vaak door op waarnemingen.be foto’s te bekijken van waarnemingen van anderen. Dikwijls van andere Wellenaren. En zo kwam ik de foto van Geert tegen. Genomen ergens op de Langenakker. Ik denk dat ik weet over welke Geert het gaat, maar zijn achternaam had hij er niet bij gezet. Maar dit totaal terzijde, kom ik straks wel even op terug.

Het ging mij vooral over de foto. Want wat Geert op beeld kon zetten kom je echt niet vaak tegen. Een huismus met een kleurafwijking. Wat je ziet is een mannetje huismus met partieel leucisme. Jawel, zelfs bij deze hitte schuwen we de moeilijk woorden niet.

Geen albino, wat mensen vaak denken als ze een vogel of beestje zien dat er veel bleker uitziet dan normaal. Neen, want dan was deze huismus volledig wit en had ze – en dat is belangrijk – een duidelijk rood oog. Want bij albinisme ontbreekt elk pigment.

Bij dit exemplaar zie je dat het oog nog zwart is en er op de zijkant van de kop en de schouders nog de normale kastanjebruine veren zitten die daar bij een ‘normale’ huismus horen te zitten. Wat is hier aan de hand? Deze vogel heeft een genetische afwijking waardoor de pigmentcellen die melanine produceren – het pigment dat zwarte, bruine of grijze kleuren veroorzaakt – niet goed functioneren. Bij sommige veren ontbreken dan ook deze kleuren en die zie je op de foto als witte veren. Bij andere veren lukt dat wel en die kleuren hier bruin. Soms heb je dan ook vogels met maar een paar witte veren. Soms heb je bijna volledig witte vogels. Hier zien we het tweede. Wat vrij zeldzaam is. Mooie vondst van Geert dus.

Nu is onze huismus op de foto waarschijnlijk geen lang leven beschoren. Want zulke vogels vallen tussen al die andere huismussen wel op. Voor een predator, zoals bijvoorbeeld een sperwer dan ook een makkelijk doelwit. Daarnaast is een vrouwtje vinden voor hem ook een stuk moeilijker. Want mannetjes huismussen moeten het hebben van een opvallende bef – die zwarte vlek op hun keel – om de dames te imponeren. Hoe groter die bef, hoe meer succes. Wel, deze kerel mist die bef volledig. Er mee uitpakken zal dan ook moeilijk zijn.

Maar zijn vader heeft toch een vrouwtje gevonden. Anders was hij er nooit geweest. Hoor ik je denken. Toch niet. Want leucisme vererft meestal autosomaal recessief – sorry voor alweer wat moeilijke woorden – wat wil zeggen dat beide ouders de factor bezitten in hun genen, maar daarom nog niet tonen. Een deel van hun nakomelingen krijgen de factor dubbel door – zowel van mama als papa – en dan pas komt die te voorschijn. De ouders kunnen er volledig normaal uitzien, maar de factor wel dragen. Dit verklaart waarom zulke vogels maar sporadische verschijnen.
Het is uiteraard veel ingewikkelder dan mijn uitleg hier (kenners zullen mij hierop wel wijzen). Bij huismussen is dit trouwens nog nooit echt volledig uitgezocht. De reden waarom er soms meerdere opduiken in dezelfde kolonies is omdat er mogelijk inteelt ontstaat als een populatie te klein is geworden. Huismussen zijn namelijk, zoals hun naam het ook zegt, geen grote reizigers. Ze blijven hun ganse leven in de buurt van hun geboorteplek. Soms is hun territorium waar een groep – want het zijn ook koloniebroeders – rondhangt niet groter dan een paar honderd meter. Als door slechte omstandigheden zoals verdwijnen van hagen of andere begroeiing, renovatie van huizen waardoor broedplaatsen onder daken wegvallen of minder eten omdat in een buurt geen kippen worden gehouden (zo kan ik nog even doorgaan) de populatie onder druk komt te staan door minder jongen, dan is het vinden van een partner een hele opgave. Een nestje grootbrengen met je zus, broer, moeder of vader is dan vaak de enige oplossing. Jammer genoeg komt dit bij huismussen – vooral in steden – steeds vaker voor. Onze trouwe dakgoot-tsjilpers staan al jaren onder druk.

Maar laten we eindigen met een positieve noot. De huismus die Geert op beeld kon zetten is speciaal, maar ik vind ze wel mooi. Leu…cistisch mooi durf ik zelfs te zetten. Proficiat met jouw foto Geert (reageer zeker op ons bericht, dan weet ik dat ik de juiste Geert voor ogen heb).

Hooi hooi hoera

Het is weer hooitijd in de grote beemd. Meerdere percelen werden al gemaaid en dankzij het goede weer zijn er al heel wat balen hooi vertrokken samen met de landbouwer die voor ons goed werk leverde. Maar waarom al die moeite?

Biodiversi-wat?

Ooit was de Grote Beemd een groot hooiland. Zelfs nog niet zo heel lang geleden. Op militaire luchtbeelden uit WOII kan je mooi zien dat de ganse beemd een open gebied was met zo goed als geen bomen. Toen werd elke zomer de beemd nog gehooid om nadien met runderen het opkomende gras te laten opeten. Een beheer dat zonder twijfel zorgde voor een prachtig bloementapijt. Hooiland met een soortenrijkdom waar we nu enkel van kunnen dromen. Maar wij durven die droom na te streven. Wel niet op dezelfde schaal – als we konden deden we dat zonder twijfel – maar met kleinere stukjes. Door dezelfde werkwijze toe te passen krijgen we langzaam maar zeker heel veel soorten terug. Niet enkel planten, maar ook insecten. Die op hun beurt dan weer voedsel zijn voor andere soorten, zoals vogels of kleine zoogdieren. Die verzameling van soorten vormen de biodiversiteit van het gebied. Hoe meer soorten, hoe rijker en vooral gezonder ons natuurgebied wordt.

Luchtfoto Grote Beemd tijdens WOII

Dank voor de hulp

Gelukkig moeten we al dat werk niet zelf doen. Want de kunst is om dit jarenlang vol te houden. Een hele uitdaging. We kunnen rekenen op heel wat helpende handen. Zo werken we momenteel samen met een tiental landbouwers of hobbyboeren. Zij voeren het beheer uit zoals wij dat met hen afspreken. Vooral de datum dat er gemaaid wordt is belangrijk. Hoe ruiger de vegetatie, hoe vroeger ze kunnen maaien. Vaak in dat geval ook meerdere keren per jaar. Maar eenmaal de zeldzame planten opduiken schuift de datum verder naar achter in het jaar. Want die bloemen moeten hun zaden kunnen verspreiden. Onze helpers krijgen het hooi als ‘betaling’ voor hun werk. Een mooie deal. Want hiermee wordt het maaisel ook afgevoerd en maken we de bodem ‘armer’. Hoe minder rijk de bodem, hoe meer planten en hoe biodiverser het gebied wordt. En dat is nu net ons doel.

De planten helpen trouwens ook nog een handje. Een geweldige vriend van ons is de ratelaar. Deze parasiet leeft op de wortels van grassen. Omdat die dan minder voedsel krijgen blijft het gras in de buurt van ratelaar veel lager. De ideale omstandigheden om kansen te geven aan andere soorten.

Die combinatie van op het juiste moment maaien, afvoeren van het maaisel en de hulp van onze vriend de ratelaar zorgt voor een explosie in de hooilandjes die wij zo beheren. Iets waar wij heel blij van worden.

Ratelaar

Dansparty in de Broekbeemd

Plots sta ik in midden in een zwerm vliegende wezentjes. Ik onderdruk de reflex om met mijn armen beginnen te zwaaien. Al snel heb ik door dat dit geen muggen zijn. Enkele beestjes uit de zwerm gaan op de wiegende bladeren aan de oever van de Herk zitten. Dan pas zie ik welke vreemde creaturen hier rondvliegen.

Het blijken langsprietmotten te zijn, de geelbandlangsprietmot om juist te zijn. Wat dadelijk opvalt zijn de lange voelsprieten of antennes. Een woord dat de jonge lezers van onze blog misschien zelfs niet meer kennen. Toch niet als huis-en keuken term. Want een persoonlijke antenne is iets uit het verleden – tja, de tijd vliegt blijkbaar – die je op elk dak kon vinden. Men ving er de signalen van de tv- en radiozenders mee op. Er stonden er vroeger ook op auto’s. Niet zo een zielig pukkeltje op het dak van je wagen zoals je nu kan zien, maar stevige, zwiepende en uitschuifbare metalen stokken. In het begin moest je die nog met de hand uittrekken en terug in elkaar schuiven als je met de auto op pad ging en naar je radio wilde luisteren. Toen er een model uitkwam met een knop binnenin waarmee je die antenne van achter je stuur kon bedienen, was dat een geweldige uitvinding. Tijden veranderen. Terug naar onze motjes. Hun antennes zijn vier tot vijf keer zo lang als hun lichaam. Dat kan je vergelijken alsof jij elke dag met twee visstokken van pakweg 8 meter loopt rond te sleuren. Niet echt handig. Ga daarmee eens een drukke winkel binnen. Je zal er welkom zijn. Het waren ook die lange sprieten die er voor zorgden dat ik ze ontdekte, zittend op de rietgrasbladeren. Want het zijn met een spanwijdte van pakweg 20mm echt geen grote vlindertjes.

Waarom zou je zo een lange sprieten meesleuren? Wel, aangezien enkel de mannetjes die hebben is het antwoord – zoals wel vaker met de vertegenwoordigers van het mannelijke geslacht – om de vrouwtjes te versieren. Deze onhandige sprieten bevatten sensoren om de feromonen (geurstoffen) die de vrouwtjes afscheiden op te vangen. Hoe langer je sprieten zijn, hoe meer sensoren en hoe meer kans je hebt om vrouwtjes te ontdekken. Ook al vind ik hun oplossing om dat aantal zo hoog mogelijk te krijgen een beetje overdreven. Maar wie ben ik? En iedereen kent uit zijn jeugd ook wel een paar uitslovers die wel heel ver gingen om de dames voor zich te winnen. Dus, niet te snel oordelen.
Eenmaal onze langsprietmotjes de vrouwtjes ontdekt hebben begint de party. De mannetjes gaan sierlijke vluchten uitvoeren in de buurt van hun mogelijke partners. Stoefen met hun lange voelsprieten. Omdat je die in het donker niet zou zien, doen deze nachtvlinders dit overdag. Liefst op een zonnige dag, waardoor hun vleugels ook nog eens extra schitteren in het zonlicht als kleine goudklompjes. Ze dansen onvermoeibaar op en neer, hopend dat een van de aanwezige vrouwtjes daarna met hen wil paren. Want daar draait het allemaal om.

En in zo een feestje was ik terecht gekomen. Niet als deelnemer (gelukkig, mijn danstalent ligt thuis ergens in een heel klein doosje op zolder zich kapot te schamen), maar als toeschouwer. Genietend van een mooi schouwspel waar ik toch een aantal minuten bij heb stilgestaan. Verwonderd over zulke kleine maar wonderlijke spektakeltjes die elke dag gebeuren in onze natuur. Vlakbij, dus tijdens jouw volgende wandeling in de beemd, uitkijken naar dartelende zwermen en lange antennes. Trek misschien je dansschoenen al aan? Veel succes!

Maanmannetje op bezoek

Foto: Wim Morias

Op 30 april deed Wim Morias, een van onze kersverse bestuursleden, in zijn tuin in de russeltstraat een mooie waarneming. Op een blad vond hij de superzeldzame maanmot (Pammene regiana). Dit is een kleine nachtvlinder uit de familie van de bladrollers (Tortricidae). Ondanks de Nederlandse naam “maanmot” hoort ze niet bij de grote, opvallende maanvlinders. Het is een microvlinder van slechts ongeveer 13–16 mm spanwijdte. Dus Wim heeft blijkbaar goede ogen.

Het opvallendste kenmerk is zonder twijfel de grote geel-oranje vijfhoekige vlek op de binnenrand van de voorvleugel. Met wat fantasie lijkt die wel op een volle maan. Volgens ons dan ook de reden waarom men dit mooie nachtvlindertje zijn naam heeft gegeven.

De rupsen van deze zeldzaamheid zijn verlekkerd op esdoorns. Zowel de gewone esdoorn (Acer pseudoplatanus), als de veldesdoorn (Acer campestre). Zo hebben we er wel wat staan in de het nabijgelegen natuurgebied. Ze leven vooral in de zaden van de kenmerkende helicoptertjes (zaaddozen) van deze esdoorns. Het zijn echte zaadeters, wat voor motten toch bijzonder is. Verpoppen doen ze dan weer vaak onder de losse schors van bomen.

Deze soort komt voor in ons landje. Maar wordt niet zo hele vaak gemeld. Zeldzaam of onder-gerapporteerd? Wie zal het zeggen. Misschien moeten we gewoon wat beter zoeken. De volgende maanden heb je zeker kans. Want de volwassen vlinders vliegen nu rond. Het zijn dagactieve nachtvlinders. Dus je kan ze ook overdag tegenkomen. Zoeken doe je best in de buurt van esdoorns. Hoewel het kleine onopvallende vlindertjes zijn, kunnen ze in het zonlicht, dankzij hun metaalkleurige schubben, toch verrassend fel glanzen. Moest je er eentje tegenkomen, laat het ons zeker weten!

Ingestort

Onze conservator Gert meldde het gisteren, ons plankenpad ik de Broekbeemd heeft het begeven. Deels dan toch. Was het een aanslag met een drone van onbekende afkomst? (wij wachten nog op bevestiging van het kabinet van minister Vrancken, maar hij denkt dat het een helikopter was). Is onze bever ook eens in de Broekbeemd op pad geweest? Heeft een groep Weight-Watcher-leden een groepsfoto willen maken op deze mooie plek? We weten het niet. Wat we wel weten is dat het pad is scheef gezakt. Een van de steunpalen is doorgebroken.

Versleten

Wat we wel weten is dat het plankenpad al langer in niet zo goede staat was. Het heeft zijn houdbaarheidsdatum al even overschreden. Daarom werden en onlangs plannen gemaakt om het te vervangen. Eigenaar en beheerder Limburgs Landschap zou een dossier indienen voor subsidies om een nieuw plankenpad aan te leggen. Ons gemeentebestuur zou de 20% die niet gesubsidieerd wordt bijleggen – waarvoor onze dank. Want de wandeling door de Broekbeemd is zeer populair. En om de wandellus intact te houden is dit plankenpad cruciaal. Planning van uitvoering eind 2026, begin 2027. Maar blijkbaar kon een van de steunpalen niet zo lang wachten.

Geen paniek

Dus zullen we de volgende weken samen met Regionaal Landschap Haspengouw en Voeren – die mee instaan voor het onderhoud van de wandelpaden in de Herkvallei – overleggen hoe we dit gaan aanpakken. Hopelijk kan het zonder veel kosten voorlopig hersteld worden. Worst-case: een korte omleiding tot er een nieuw pad ligt. Wordt vervolgd.

Dus wie ons wil laten weten dat het pad scheef hangt. Alvast bedankt, maar we zijn dus op de hoogte. Wie zich afvraagt of het gaat hersteld worden. Bij deze zijn jullie mee met het verhaal van de renovatie. Trouwens nog een weetje. Ook het brugje aan de Drienootstraat zal binnen hetzelfde project vernieuwd worden. Want ook dit heeft zijn beste tijd gehad. Dit is wel niet op eigendom van Limburgs Landschap, maar wij werken graag mee om iedere wandelaar via die weg ook toegang te geven tot onze Wellense natuurparel, de Broekbeemd. Op een veilige en comfortabele manier.

Verborgen parel

Mogelijk heb je er nog nooit van gehoord: de Ulbeekse bossen. Naast de beemden in de Herkvallei is Limburgs Landschap ook eigenaar en beheerder van deze oude bossen in Wellen. Voor Haspengouw een niet zo veel voorkomend natuurtype.

Luchtfoto Ulbeekse bossen 2024
Ferrariskaart eind 18de eeuw

Op bovenstaande kaarten kan je zien dat deze bossen al in de 18de eeuw bestonden. De huidige percelen liggen nu wel los van elkaar. Het gaat om drie delen. Vroeger waren ze verbonden door een – volgens mij – hoogstamboomgaard. Alle bosdelen terug verbinden is voor ons alvast een doel. Momenteel zijn de tussenliggende percelen in landbouwgebruik. Misschien staat de daar actieve landbouwer wel open om hierover mee te denken? De hele zone is trouwens landbouwgebied. Er lopen geen wegen naartoe, dus voorlopig zijn ze niet toegankelijk. Voor deze bossen werd in eerste instantie een bosbeheerplan opgemaakt. Maar op termijn gaan we hier ook voor een natuurgebied type 4. De eerste aankopen om dit te realiseren werden al gedaan. Een mooi hooilandje in Beurs en dit jaar werd er ook een aanliggend perceel aangekocht. De start van zonder twijfel een mooi natuurverhaal.

Bosanemonen, getuigen van oude bossen
Muskuskruid, klein maar zo mooi
Gulden boterbloem, teken van de kwaliteit van de nieuwe hooilandjes

Zakdoek leggen

De lente staat voor de deur en de voorjaarsbloeiers steken hun kopjes alvast naar boven. Een heerlijke tijd om in de natuur te vertoeven – maar is dat niet altijd het geval. Daarom trok ik naar een prachtig bos iets buiten onze gemeente, BelleVue in Kortessem. Daar werd ik na een paar honderd meter wandelen begroet door een hele bende sneeuwklokjes. Prachtig. Maar wie goed heeft opgelet ziet dat er iets niet klopt op de foto. Zie jij het? Inderdaad, tegen de boomstam rechts ligt een papieren zakdoekje. Achteloos weggeworpen door een andere wandelaar. Want papier, dat vergaat toch. Maar is dat zo? Ik telde er tijdens mijn tocht meer dan twintig.

Parfum

Een papieren zakdoekje weggooien lijkt onschuldig, maar is dat niet. Niet enkel verpesten ze vaak het zicht op mooie plekjes, maar ze breken ook heel langzaam af. Soms duurt het maanden voor ze verdwenen zijn. ‘Verdwenen’ is dan het verkeerde woord. Want in heel wat zakdoekjes zitten minuscule plastieken vezeltjes om ze steviger te maken. En die verdwijnen nooit en komen door de zakdoekjes zo maar ergens neer te gooien in de bodem en zelfs ons grondwater terecht.
Ook de geurstoffen die er vaak opzitten zijn schadelijk. Ze zorgen voor verwarring bij haal wat dieren die er rondlopen. Vreemde geuren schrikken vaak af. Daarnaast zijn er ook soorten die zakdoekjes wel eens durven opeten. Wat ook niet echt gezond is. We dragen daarnaast op die manier mogelijke ziektes over. Waar wij vaak zitten te foeteren dat dieren ziektes verspreiden doen wij hier net hetzelfde. Het verhaal van de pot en de ketel.

Uitvinding

Maar geen paniek. Er is een simpele oplossing. Blijkbaar bestaat er een geweldige uitvinding. Een stoffen doek die je in je zak kan steken. Telkens je je neus snuit kan je die gebruiken. Gewoon even bovenhalen, snuiten, opvouwen en terug in je zak. Als je thuis komt kan je hem gewoon in de vuile was gooien. Nadien is hij weer netjes proper en klaar voor gebruik. Ongelofelijk. Wie verzint het? Ze noemen het een zakdoek. Je kan ze kopen in allerlei kleurtjes en motieven. Een stuk goedkoper dan die papieren
Vind je dit geen optie? Dan stellen wij voor om die papieren zakdoekjes niet meer in de natuur te droppen, maar bij elke wandeling netjes terug mee naar huis te nemen om ze daar in de vuilbak te smijten. Of denk toch nog maar eens na over die geweldige uitvinding.