Dieven op pad

(Foto: Tibbout Van de Walle)

De voorbije dagen trokken er enkele honderden wespendieven over ons dorp. De meeste mensen waren zich hier totaal niet bewust van. Maar aan de kapel van Oetersloven stonden een aantal vogelkijkers die dat wel waren. Want daar is een trektelpost. Op die plek worden al bijna 30 jaar vanaf augustus alle voorbijvliegende trekvogels geteld. Wie dat eens wil meemaken, altijd welkom.

Afrika

Maar even terug naar deze wespendieven. Deze roofvogels die vooral in de bossen van Limburg broeden, maken elk jaar een verre tocht naar hun overwinteringsgebieden in Afrika. Ze zijn dan nog maar een paar maanden in ons land. Want wespendieven komen heel laat – pas ergens eind mei of zelfs juni – aan om hier een nest groot te brengen. Vanaf augustus pakken ze alweer hun koffers om terug naar het zuiden te vliegen. Vaak doen ze dat in groep. Zoals bijna alle grote vogels en dus ook roofvogels gebeurt dat op een ‘luie’ manier. Dankzij thermiek. Dit zijn kolommen van opwarmende lucht waarin ze met gespreide vleugels omhoog cirkelen. Dit vaak zonder ook maar een keer te moeten flappen. Vaak zie je tientallen vogels samen omhoog draaien in zo een kolom. Vogelkijkers noemen dit een ‘bel’ van roofvogels. De voorbije dagen zagen we in Oetersloven zo heel wat bellen. Eenmaal ze hoog genoeg zijn laten ze zich afglijden, alweer zonder veel te flappen met hun vleugels, in de goede richting op zoek naar de volgende kolom met opwarmende lucht. En daar begint het opstijgen opnieuw. Een manier om met zo weinig mogelijk energie toch heel ver te vliegen. Of glijden in hun geval.

Bel wespendieven (Foto: Wouter Berden)

Wespen

Wespendieven hebben een heel strikt menu. Zoals hun naam zegt eten ze bijna uitsluitend wespenlarven. Ook de jongen worden hiermee grootgebracht. Ze graven hiervoor wespennesten uit en nemen de raten met daarin de lekkere larven mee of eten ze ter plaatse op. Om deze klus te klaren zijn ze wonderlijk uitgerust.
Hun kopveren lijken wel schubben. Ze zijn kort en stug en liggen met heel veel dicht op elkaar. Geen wesp die daar door kan. Ook hun poten zitten vol met harde en dikke schubben. Ze zijn ook voorzien van lange klauwen zodat ze goed kunnen graven. Hun neusgaten zijn lang en smal om te voorkomen dat er via deze weg wespen naar binnen geraken. Ook zand of aarde bij het graven houden ze zo uit hun neus. Hun kop is smal met een wat langere hals om zo hun kop diep in het nest van wespen te kunnen steken. Zelfs hun tong is aangepast met een speciale groef waarmee ze de larven uit de raten kunnen plukken. De broedperiode is ook zo laat omdat ze wespenlarven nodig hebben om hun jongen te voeden. Ook de reden waarom ze wegtrekken in de winter heeft te maken met wespen. Want op dat moment zijn er gewoonweg geen te vinden.

Het is een genot om deze, voor velen onbekende, roofvogel in grote groepen te zien voorbijtrekken op onze telpost. Wij hebben ze alvast een veilige en prettige reis toegewenst. Hopelijk tot volgende zomer.

Plaats een reactie