Onbekend's avatar

Over Crazy Birder

Gedreven door natuur!

Multiculturele natuur.

Deze week las ik een artikel over de opmars van de grijze eekhoorn met blijkbaar rampzalige gevolgen voor onze schattige rode inheemse soortgenoten. Dus werd er opgeroepen om waarnemingen van die grijze snoodaards te melden. Waarom ? Zodat ze ze konden verbannen ? Of nog erger, naar de eekhoornhemel te helpen.

Exoten, want zo noemt men ze, komen wel vaker voor in onze natuur. Onlangs meldde Etienne zijn ontdekking van een vreemde plant in één van onze gebieden. Het bleek een aronskelk te zijn. En niet de ons bekende gevlekte maar dit keer de Italiaanse. Hoe is die daar geraakt ? Niet vanzelf want planten met pootjes kom je niet zo vaak tegen. Denkelijk is het een restant van een illegale donatie van tuinafval in ons gebied. Een ramp ? Tsja, ik vind het niet echt een lelijke plant. integendeel, als je de bloemen ziet dan kan ze volgens mij menig natuurliefhebber bekoren.

nieuw-plant-1.jpg

Etienne’s arondskelk.

nieuw-plant-2.jpg

Toch een mooi patroontje.

Welkom of niet ?

In de wereld van natuurbeheer en blijkbaar ook daarbuiten worden exoten met boze blikken bekeken. Ze horen hier niet thuis. Ze verdrijven andere soorten. Ze verstoren het evenwicht in een gebied. Dat zijn allemaal uitspraken die ik kon lezen of horen over die inwijkelingen. Maar is dat zo ? Vanuit het oogpunt van de mens denkelijk wel. Want wij willen bepalen welke soort waar thuis hoort. En als daar verandering in komt ten nadele van een soort waarvan wij vinden dat ze moet blijven waar ze is dan proberen we dit te regelen. En dit vaak zonder veel succes.

De natuur bekijkt alles totaal anders. De tactiek ik wie zich het best aanpast en de grootste kans heeft om succesvol te worden en zich dan ook voort te planten mag blijven. Wie daar niet in slaagt verdwijnt. Op het eerste zicht een wrede en onrechtvaardige regel, maar wel heel effectief als je lang wil blijven verder kruipen, lopen, vliegen of groeien op deze aardkloot. Een streefdoel van elke soort in de natuur. En als ik het mag zeggen dat wij als mens daar duidelijk niet zo goed in zijn.

Turkse inwijkeling.

Een soort die bewijst dat aanpassing succes oplevert is de turkse tortel. Met zo een naam krijg je van een aantal mensen alvast een stempel met niet zo positieve eigenschappen. Tegenwoordig vind je in elke tuin wel een koppeltje turkse tortels die met hun gezellig gekoer je ’s morgens uit je slaap halen. Dit in tegenstelling tot de zomertortel die wordt aanzien als onze inheemse soort. Die is dramatisch achteruitgegaan met een heus hulpprogramma tot gevolg. En als men deze twee feiten samenbrengt wordt de turkse tortel vaak als zondebok aanzien en schuldig geacht aan het verdwijnen van haar neefje de zomertortel. Maar is dat wel zo ? Was de zomertortel niet gedoemd te verdwijnen ? Zo blijkt ondertussen dat hun achteruitgang voor een groot deel het gevolg is van hun jaarlijkse trektocht naar het warme zuiden. Boven landen waar jacht wordt gemaakt op alles wat beweegt worden ze met duizenden afgeknald. En in de winter rustig in een tuintje blijven zitten met een rijkgevulde voedertafel op een paar meter van je slaapplek is een stuk veiliger dan een lange tocht met duizenden gevaren. Vraag dat maar aan de turkse tortel. Als er ooit een zomertortel had beslist om ook te kiezen voor die voedertafel waren er misschien meer zomertortels dan turkse. We zullen het nooit weten.

tortel0001.jpg

Duwtje in de rug.

Een andere uitspraak in het nadeel van opduikende exoten is dat ze er enkel zijn gekomen door hulp van de mens. Voor alle duidelijkheid, onze turkse tortel had die hulp niet nodig en veroverde bijna gans de wereld. Maar inderdaad, het moet gezegd, heel wat soorten blijken ergens op te duiken na een ingreep van de mens. Bewust of onbewust. 

Mijn bedenking. In ons landje en eigenlijk in bijna gans Europa vind je zo goed als geen vierkante meter waar de mens geen invloed op heeft gehad. Als we natuur zouden omschrijven als “vanzelf ontstane leefgemeenschap zonder tussenkomst van de mens” dan bestaat natuur eigenlijk niet. En, mea culpa, ook in natuurgebieden of moet ik zeggen vooral in natuurgebieden probeert de mens via weldoordachte ingrepen soorten te benadelen of bevoordelen. Dus vind ik dit argument om exoten te veroordelen omdat ze ergens opduiken niet echt sterk. Ze grijpen gewoon een geboden kans om hun succesverhaal proberen op te schrijven op een ander plekje dan er voor.

Wat ik wel een stap te ver vind is dat je soorten die blijkbaar niet echt op succes af stevenen met kunstmatige ingrepen probeert te bevoordelen. Een vanzelfsprekend voorbeeld is de fazant. Deze soort die ooit werd ingevoerd door mensen vanuit het verre oosten omdat het ideaal jachtwild bleek is een exoot. Hoewel in relatie met wie je deze discussie voert dit kan variëren. Maar het is duidelijk dat deze fazanten zonder hulp van bepaalde mensen die ze graag zouden zien blijven in onze natuur geen schijn van kans maakten. Het bewijs is er. In gebieden waar ze die hulp niet krijgen verdwijnen fazanten vrij vlug. Dus als we deze soort nadat we ze hadden verplaatst hun plan lieten trekken dan ben ik er vrij zeker van dat ze nu niet meer in ons landje zou voorkomen.

fazant0001.jpg

Wie wel en wie niet ?

Natuurlijk is het zo dat nieuwe soorten, op welke manier ze hier ook gekomen zijn, nadeel betekenen voor bestaande soorten. Om het met de woorden van de pas overleden Johan Cruyf te zeggen “elke exoot heb zijn nadeel”. Maar de vraag is of wij als mens dan moeten ingrijpen. Is de natuur niet slimmer en logischer dan wij ? Met welk recht bepalen wij wie hier wel thuishoort en wie niet ?

Halsbandparkieten bedreigen andere holenbroeders (hoewel uit studies dat effect nog blijkt mee te vallen). Maar moeten ze daarom uitgeroeid worden ? Amerikaanse eiken domineren stukken bos. Omhakken of niet ? Als ik in de herfst door een bos met amerikaanse eiken loop twijfel ik toch wel even. Nijlganzen zijn veel te agressief en palmen zelfs nesten van buizerds in (en dat zijn toch één van mijn favoriete vogels). Afknallen of niet ? Als je ze goed kan bekijken zijn het toch mooie watervogels, zeker als er een rijtje donzige ganzenkuikens achter hobbelen. En voorlopig vond ik nog geen enkel artikel waar de mandarijneend werd uitgescholden als een verdomde exoot die met alle middelen moest bestreden worden. Te mooi gekleurd en schattig misschien ?

_MG_2335.JPG

Controversie.

Ik ben er mij bewust van dat er in dit artikeltje een hoop controversiële uitspraken zitten. Het is dan ook geen kwestie van gelijk of geen gelijk. Het is een mening die ik wilde opschrijven over een “probleem” dat momenteel ook in mensenland actueel is. Kiezen we voor een multiculturele wereld ? Ik denk dat dit een duidelijke ja is. Kiezen we voor een multiculturele natuur ? Waarom niet ? Laat de natuur haar eigen beslissingen nemen en ik garandeer dat ze het zeker beter gaat doen dan met veel hulp van ons. En laat ons, de mensheid, af en toe door onze flaters daar verder een rolletje in spelen. Want meer dan een figurantenrolletje verdienen we eigenlijk niet.

Kijk eens naar het vogeltje.

Neen, dit is geen oproep om gehuld in camouflage-kledij en gewapend met een verrekijker de bosjes in te trekken om gevederde beestjes te gaan zoeken (hoewel ik dat aan iedereen kan aanbevelen). Maar een nazindering van een avondje met de vrijwilligers die gaan meehelpen aan onze monitoring.

Hooivork.

En we zijn zeer ambitieus. Vogels inventariseren (toch wel dan), insecten zoeken, plantenlijsten opmaken, kamsalamanders infuiken. Plannen en werk in overvloed. De goede raad die dan ook werd gegeven was om zeker niet te veel hooi op de vork te nemen. En we gaan ook op zoek naar de zeggekorfslak. Dit minuscule weekdiertje is naast de kamsalamander onze zeldzaamheid met sterallures. Voor al deze activiteiten hopen we op veel enthousiaste zoekers. We zijn dan ook van plan om hier groepsacticviteiten van te maken. Hou dus jullie facebook of mailbox maar in het oog.

Plaatjes schieten.

Maar één van de voor onze projecties waar we hoge verwachtingen over koesteren is het fotograferen van alle percelen die we beheren. Bedoeling is om vier keer per jaar in vastgelegde maanden foto’s te nemen. Hierdoor kunnen we de evolutie van deze percelen mooi opvolgen. Reeksen foto’s uit het verleden bewijzen dit. Echt boeiend en leuk om te zien hoe percelen door de jaren heen veranderen dankzij het gekozen beheer.

Daarom stop ik even met woorden intikken en laat de beelden voor zichzelf spreken. Hieronder een reeks over het kalkmoeras in de Broekbeemd.

2005 07-3 kalkmoeras.jpg

Juli 2005, nog geen kalkmoeras.

2006 08-3 kalkmoeras.jpg

Augustus 2006, vlak na de graafwerken.

2006 11-4 kalkmoeras.jpg

November 2006, en toen kwam er water

2007 09-2 kalkmoeras.JPG

September 2007, de eerste maaibeurt.

DSC05203.JPG

Maart 2015, tien jaar later.

Natuurvandaal.

Dit slachtveld willen we niet meer in de beemd.

kapping grote beemd0001-2.jpg

kapping grote beemd0001.jpg

Beste lezers,

als jullie de volgende dagen in de Grote Beemd komen via de Bamptweg dan zie je na ongeveer 500m aan de linkerkant een zwaar gehavende houtkant. Ik zou beter zeggen, “met voorbedachte rade mishandelde onschuldige natuur.”

De dader is volledig toerekeningsvatbaar maar ….. hij houdt niet van natuur. De werken zijn nochtans uitgevoerd in natuurgebied. Woongebieden zijn er om woningen te bouwen. In natuurgebieden bouw je natuur, vernietig je zet niet. Het lijkt wel of de dader is blijven hangen in de middeleeuwen, toen natuur nog werd bestreden.   De dader heeft er niets beter op gevonden om hoogstammige bomen pardoes op de houtkant te laten vallen – alsof er geen ruimte genoeg was ernaast. Vervolgens heeft hij er de boomstammen met een deugddoend machinaal sadisme uitgesleurd. Het resultaat is schaamteloos. De stuiken en bomen in de houtkant werden met een zieke drift afgerukt, uitgerukt, vernietigd en verminkt. Het uitgerukte dode materiaal werd niet gerecycleerd, gecremeerd of verhakseld, maar achteloos gedumpt op een perceel dat zelfs niet van de dader was. Maar dat was niet de enige misdaad .   Een beetje verder rukte hij op zijn percelen meidoornstruiken uit de grond met wortel en al en dumpt ze gewoonweg over de draag op onze percelen. Vieze meidoorn, bah, gevaarlijk.

kapping grote beemd0001-5.jpg

   

Heel deze strijd ging gepaard met een vernietiging van de Bamptweg en het valt te betwijfelen of één haar op het hoofd van de dader er aan denkt om de weg te herstellen, openbare weg, jawel. Wandelweg, verborgen moois, Wellen toeristische potentie ?  

Dit is geen aanklacht tegen landbouw. Een beetje verder beheren we samen met landbouwers een aantal prachtige graslanden die gehooid en nabegraasd worden . En vlak achter het belaagde perceel werden vorig jaar poelen uitgegraven en graslanden geklepeld om volgend jaar gehooid te kunnen worden.    Idyllische plekjes, biodivers en mooi. En dan is er iemand die het helemaal niet begrijpt en respectloos vernietigt.
Wel, dit soort van misdaad, dit soort van gedrag, dit soort van foute mentaliteit willen we niet meer in de beemd. Het is niet te tolereren dat iemand net in natuurgebied, natuur met opzet respectloos mishandeld. Dit is gewoonweg provocatie. Iedereen welkom, maar dit niet !

We kennen de dader, hij loopt vrij rond. We hebben aangifte gedaan. De klacht loopt en we gaan er van uit dat vervolgens gerechtigheid volgt en hopelijk inzicht en geen herhaling van zulk slagveld.

Jan    

Stoute bomen.

De voorbije week viel mijn oog op een kort artikeltje in de regionale katern van mijn krant. Een mevrouw deed er met veel overgave haar  verhaal over de overlast die ze had van de bomen in haar straat. En het gemeentebestuur volgde haar grieven en besloot om de tamme kastanjes te kappen.

Bomenoverlast960.jpg

Om te weten hoe de denkwereld van zulke mensen in elkaar zit doken wij via haar linkeroor even in dat wereldje binnen (nvdr deze zin toegevoegd aan ons stukje omdat het sarcasme blijkbaar bij verschillende lezers niet doordrong, verontrustend maar tegelijk ook wel grappig).

En dit is wat we haar hoorden denken…

“Bomen kunnen behoorlijk irritant uit de hoek komen. Bij mij strooiden ze lustig hun bladeren in het rond zodat de opritten gevaarlijk glad werden. Een ongeoorloofde crisissituatie waar dringend iets moest aan gedaan worden. Bomen zijn echte lastposten. Zo ken ik exemplaren die zomaar met hun wortels het wegdek of mooi aangelegde fietspaden omhoog duwen zodat we er tijdens onze wekelijkse fietstochten niet meer vlot kunnen doorrijden. De schurken. En het wordt nog erger. Zo zijn er groepen bomen die samenscholen tot grote hangbendes en zo bossen vormen. En dan blijkt er een wet te bestaan waar je zulke groeperingen niet meer mag laten verdwijnen. Tenzij je iemand kent die toch mag beslissen dat zulke samenscholingen mag verwijderen. Neen, het loopt echt de spuigaten uit met die bomen. Hoog tijd dat we ingrijpen. Zo zijn er momenteel commissies die zich buigen over de ongehoorzaamheid van deze baldadige bomen. Er gaan zelfs stemmen op om ze te verbannen naar hun land van oorsprong. De grenzen als het ware afsluiten met stenen muren en de bomen zo buitenspel te zetten. Maar dit is voorlopig slechts een idee.”

Ik las in het artikel wel dat de burgemeester vertelde dat de gekapte stoute bomen bij die mevrouw in de straat vervangen zouden worden. En dit door een ander soort bomen. Maar dan zal hij ze wel goed moeten opvoeden en ze leren hun blaadjes ofwel dadelijk in een bladerkorf te droppen. Of ze de ganse winter te blijven vasthouden. Misschien kunnen we ze wel kruisen met sparren. Bomen, we gaan er nog iets mee meemaken.

Gelukkig dat we ze niet nodig hebben. wink

 

 

Van oud naar nieuw.

We kunnen er niet rond. Het topic van de voorbije dagen. Onze regering geeft groen licht aan een transportbedrijf om uit te breiden ten koste van een hoop bomen. Het argument waarmee ze iedereen doodslaan zijn maar liefst 400 jobs en een pak extra en volgens hen waardevollere natuur. Ik ga hier geen pleidooi houden tegen deze (volgens mij trouwens ook totaal onbegrijpelijke) beslissing. Dat laat ik over aan mensen die het dossier veel beter kennen. En zoals het er uit ziet zal de wetgevende macht de knoop moeten doorhakken. Neen, ik wil wat dieper ingaan op het compenseren van verloren natuur door nieuwe natuur.

12771903_10153499871657635_3693170910808491034_o.jpg

Deze vond ik wel goed gevonden.

Plant een boom.

Het blijft mij verbazen dat er binnen onze samenleving nog steeds heel wat mensen rondlopen die geloven dat ze de macht hebben om zomaar natuur bij te creëren. Als het ware de power van een echte superheld. Na superman en spiderman is er plots ook maaknatuurman. Maaknatuurman kan vanuit het niets of sterker nog vanuit sterk vermeste of vervuilde gronden gewapend met enkel een schup en een kruiwagen vol plantgoed van 1m50 hoog een bos laten verrijzen met een volledig en waardevol ecologisch evenwicht met alle daartoe behorende soorten. In een wip staan we wat natuur betreft dankzij maaknatuurman positief op de schaal van waardevolle bossen. 

Maar elke normaal denkende en nuchtere burger weet dat superman niet echt kan vliegen maar dat hij op een tafeltje ligt voor een blauw scherm en een ventilator om zijn modieuze cape te laten flapperen. En dat spiderman niet echt met spinrag rondstrooit. Ook ironman blijkt niet echt te bestaan. Voor iedereen die nog twijfelde. Al deze superhelden zijn pure fictie. En jammer genoeg is maaknatuurman één van deze superhelden op de lijst van uit iemands creatieve inbeelding bedachte helden. 

Boompje groot…

Een ecologisch waardevol bos maakt zichzelf. Het aanplanten van boompjes kan de weg naar een volwaardig bos versnellen met, laat ons zeggen 1 of 2 jaar. Dat is een winst van ruw geschat 0,002%. Doe de test eens en je zal mij gelijk moeten geven. Laat een perceel braak liggen en doe er helemaal niets op. Binnen een paar jaar staan er, als de natuur het goed vindt, tussen de ruigte al een aantal bomen die de natuur daar zelf geplant heeft. En soms zijn die al groter dan de 1m50 van ons plantgoed. Nog een verschil, de natuur weet perfect welke bomen er daar passen. Wij moeten soms vaststellen dat die eiken niet willen groeien en die essen ook omgetoverd worden tot dode takjes. Neen, laat de natuur de keuze waar er het best bossen komen en hoe die er gaan uitzien. En dan start een lange weg naar een schitterend bos. Geplande werktijd om dit te bereiken ? Een paar honderd jaren. Voorlopig iets langer dan een mensenleven.

77470558.JPG

Nieuwe aanplant, nog lang geen bos.

124652.jpg

Waardevol bos, al jaren bezig om natuur te creëren.

Wat wij wel kunnen is er voor zorgen dat op plaatsen waar de natuur graag bossen zou willen dit stopzetten. Dat kan wel op één of twee dagen. Van een mooi evenwichtig bos naar een kale vlakte. Daar moet je geen superheld voor zijn. Of misschien toch wel, superidioot.

Tellen moet.

Monitoring, een duur woord voor beestjes en plantjes tellen. En het is belangrijk welk plantje of beestje je telt. Want onze overheid vindt dat sommige plantjes en beestjes belangrijker zijn dan andere plantjes en beestjes. Voor hen is natuur niet altijd natuur. Neen, ze willen resultaten zien. En dit moet aangetoond worden met harde bewijzen. Wie centjes wil krijgen om die natuur te redden moet dat doen voor de “goede” soorten. Dat is de regels die de overheid ons oplegt. Een beetje jammer vind ik dat.

Rood.

Belangrijk is dat je soorten in je gebied krijgt die op hun lijst staan. Vaak zijn dat rode lijst soorten. Een lijst die elk jaar  een hitparade maakt van wie er achteruit gaat en wie er vooruit gaat. Misschien dat ze Ad Visser (wie deze naam kent zal alvast in mijn leeftijdscategorie vertoeven) om raad kunnen vragen. Die heeft wel wat ervaring met stijgers en dalers. Europees beschermd is ook top. Dan tel je ook mee. Nu is het natuurlijk vanzelfsprekend dat deze soorten van het beruchte lijstje ook bijna uitsluitend in natuurgebieden voorkomen. De omstandigheden buiten de grenzen van deze veilige havens zijn vaak veel minder optimaal om er een rode soort tegen te komen. Alvast een goede zet van de overheid om niet te vaak gebieden tegen te komen waar ze dan plots problemen krijgen met hun zelf uitgedokterde systeem. Ze zorgen dan ook dat de vrijwilligers hun handen vol hebben met soorten te zoeken in hun gebieden. Stel je voor dat er plots heel veel “goede” soorten opduiken daarbuiten. Je mag er niet aan denken.

JM_20101001_120950_1.jpg

Zeggekorfslak staat op de juiste lijst.

Op de kist.

Hun systeem zorgt er ook voor dat er veel rapporten moeten geschreven worden. Massaal sneuvelen er bossen en bomen om voor voldoende papier te zorgen dat vol moet geprint worden met wat, hoe, waar en wanneer we iets gaan doen om die of deze soort te redden van de ondergang. Een bijverschijnsel van hun regeltjes waar een normaal denkende mens toch even de wenkbrauwen van fronst. En die papieren belanden op één of ander bureau op een of ander ministerie en niemand die ooit kan bewijzen of die teksten en goede voornemens wel worden gelezen en geanalyseerd. Volgens welingelichte bronnen zal dat ooit wel eens gebeuren en komt er een ministerieel besluit van. En ik ben er zeker van dat dit besluit heel gedetailleerd en minuscuul wordt overwogen want het duurt jaren voor dat dit een feit is. En geen “goede” soorten dan geen of minder centen. Een strenge maar volgens de overheid rechtvaardige regel. En om er voor te zorgen dat ze niet dadelijk zonder te lezen verslagen vallen mag iedereen die denkt te kunnen bijdragen ook zijn zegje doen en zo meedingen naar al die centjes. Maar dan wel volgens de vooraf opgestelde regels. Tijdrovend zal dat zeker zijn en een jaartje meer daar kijken we toch niet op. Die soorten wachten geduldig op hun rode lijst tot dat ze aan de beurt zijn.

vos0506-2.jpg

Deze staat duidelijk niet op de lijst.

Vermoeden.

Nu hoor ik sommigen van jullie mompelen dat deze manier van werken niet echt bevorderlijk is om de natuur in ons landje te laten floreren. Maar het zal toch niet zo zijn dat al deze regeltjes, lijstjes en procedures zijn gemaakt om centjes te besparen of langer in hun schatkist te houden. De lange wachttijden voor er een erkenning is en de elk jaar slinkende subsidies die richting natuurbehoud en beheer gaan zouden inderdaad dat vermoeden kunnen versterken. Maar jullie geloven toch niet dat onze overheid dit met opzet zou doen, wetende dat ze achteraan van het achtergebleven peloton bengelen van de landen waar de natuur met rasse schreden achteruit gaat. En natuurlijk heb je een negatieve bosbarometer, dossiers die gaan over bedrijfjes met vrachtwagens en zonder bomen en vandaag nog de hallucinerende cijfers van afgeschoten vossen in Vlaanderen. Dan zou je toch denken…? Neen, dat zal toch niet het geval zijn.

Gelukkig dat de natuur niet denkt in lijstjes, procedure, centjes of andere rotzooi en gewoon verder doet waar ze goed in is… overleven ondanks de inmenging van geleerde mensen achter bureaukes. En de vrijwilligers zij tellen noodgedwongen verder.

 

 

De kluts kwijt.

Dat is wat ze nu vaak zeggen, de natuur is de kluts kwijt. Maar is dat wel zo. Wij mensen vinden dat de natuur zich aan onze regeltjes moet houden en één van die regeltjes is dat de lente start op 21 maart. En elk plantje, vogeltje of kevertje dat voor die datum beslist van lentegedrag te vertonen is fout.

Ik denk dat de natuur beter dan wie ook weet wanneer het tijd is om wat te doen. Soms pakt dat wel eens verkeerd uit, maar heel vaak blijkt de natuur toch gelijk te krijgen. Een kalender hebben ze daar echt niet voor nodig.

En momenteel is de natuur volgens mij dan ook al stilaan begonnen aan wat wij lente noemen. Een aantal beelden genomen tijdens de voorbije dagen geeft mij toch alvast die indruk. Oordeel zelf…

lente 20160001-6.jpg

De hazelaar laat zijn katjes los.

lente 20160001-7.jpg

Heel veel katjes.

lente 20160001-4.jpg

Sneeuwklokjes, meestal de vroegsten van de bende.

lente 20160001.jpg

De eerste bloempjes van het speenkruid.

lente 20160001-2.jpg

De aronskelken zijn ook al daar.

lente 20160001-3.jpg

Groot hoefblad begint bescheiden.

lente 20160001-9.jpg

Het ultieme cliché van lentegevoel.

lente 20160001-8.jpg

De poelen zijn kam-klaar.

lente 20160001-5.jpg

En de Schotten, zij werken verder aan het beheer.

 

Weer een primeur.

Nadat hij ons eerst met de neus op de naakte feiten had geduwd, “Wellen staat bijna helemaal onderaan bij de soortenlijsten van insecten (shame on you)”, kwam er een paar dagen later een iets meer euforische mail van Luc Crevecoeur. Hij had er persoonlijk voor gezorgd dat er één soort ongewervelden extra op de lijst stond. En niet zomaar de eerste de beste. Het bleek de eerste waarneming van deze soort voor Limburg. Dadelijk een primeur !

Astenus immaculatus.

Jawel, zo zeldzaam dat er zelfs geen nederlandse naam voor bestaat. Voor wie op basis van de naam het nog niet door had (99,99% van de lezers veronderstel ik), het gaat over een soort kortschildkever. Dat is een kever die je kan herkennen aan zijn korte vleugelschilden (die insecten-mannen maken er niet zoveel poespas over als ze beestjes een naam moeten geven). Ze kunnen vliegen en hun vleugels zitten vakkundig opgevouwen onder die korte schildjes. Dan stel ik mij voor dat al die kevertjes ’s avonds samen komen en net zoals parachutisten hun parachute heel gecontroleerd opplooien zij dat doen met hun vleugeltjes. Hopelijk zit er geen Els Van Doren – exemplaar tussen (remember de parachutemoord).

D111411.JPG

Een beeld van de primeur van dienst.

Veel vind je trouwens niet over deze kereltjes. Op waarnemingen 1 foto en twee waarnemingen, eentje in 2012 in Oudenaarde in het t’Enamebos en eentje in 2015 in Elverdinge (dat ligt blijkbaar ergens in West-Vlaanderen) in de Galgenbossen.

Bij de beschrijving een groot leeg scherm en op wikipedia van hetzelfde. Van de familie van die kortschildbeestjes vond ik wel wat info. Trouwens een hele lijst familieleden, voor hun reünie zoeken ze best een ruime feestzaal. En hun buffet is best ook redelijk uitgebreid. Volgens het www eten ze insecten, denkelijk exemplaren die kleiner zijn dan hen, waar ze een gaatje in maken en die ze daarna leeg zuigen (beelden die in elke horrorfilm niet zouden mistaan). Maar sommige leden verkiezen een vegetarisch menu met planten en schimmels. Een beetje onrustwekkend was de melding dat het felle jagers zijn en dat de grotere exemplaren makkelijk de huid van een mens kunnen doorboren. Voor dat je nu dadelijk je huis ontvlucht en jullie kinderen met strenge toon de toegang tot de Grote Beemd verbied even ontspannen. Want iets verder lees ik dat ze volledig ongevaarlijk zijn. Een beetje een tegengestelde mededeling, maar ik onthou dan toch maar het woord ongevaarlijk.

Zoektocht.

Waarom werd dit beestje niet eerder ontdekt in onze gebieden ? Een mogelijke verklaring is volgens mij dat er niet naar gezocht is. Het aantal natuurliefhebbers dat wild enthousiast worden van deze kleine en onopvallende wezentjes zijn even zeldzaam als de beestjes zelf. Hoewel, zijn ze wel zo zeldzaam ? Misschien moeten we beter en meer op zoek gaan naar insecten en andere ongewervelden. Want een groot aantal (en het zijn er veel meer dan vogeltjes of zoogdieren) kan onze zintuigen best wel prikkelen. Felle kleuren, bizarre en boeiende vormen en opmerkelijk gedrag mag je daar zeker bij verwachten. Misschien een leuke activiteit om samen eens te doen. En dan is Luc ook content want dan wordt de Wellense lijst met ongewervelden dadelijk een stuk langer.

tor2.jpg

Eentje om jullie te motiveren.

Vogelvrij.

Een onrustwekkend bericht op facebook en in de kranten deze week. Onze minister van leefmilieu (hoewel sommigen hier het woord “tegen” al durven tussen schuiven) neemt nog maar eens een dwaze beslissing en verklaart de oorlog aan een aantal vogelsoorten. Dat ze hiervoor weinig of geen overleg zou gepleegd hebben met mensen die kennis van zaken bezitten wordt door heel wat experts geopperd. En ik wil dat graag geloven. Want dit slaat echt nergens op.

Slecht imago.

Twee soorten verkregen hun nominatie als “outlaw” dankzij een slechte reputatie. Als ik met 100 mensen over de vlaamse gaai (er is een strekking die dat vlaams zou willen laten vallen) en ekster praat dan zijn er toch 90 die niet zo heel veel lovende woorden gebruiken. Deze slechteriken laten al de kleine, lieve vogeltjes die in hun tuin thuishoren verdwijnen en dit dankzij een sluw en goed uitgekiend plan waarmee ze elke mogelijke nestplaats systematisch ontdekken. Zulke slechte vogels horen niet thuis in onze ideale wereld.

gaai0001-3.jpg

Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt echter dat op de menukaart van gaaien en eksters slecht een klein percentage  jonge vogels en eieren staat. En dan nog enkel tijdens het broedseizoen omdat ze dan hun jongen zo voedselrijk mogelijke prooien willen geven en natuurlijk omdat dit het enige moment is dat andere soorten met jongen zitten. Dat deze soorten de ganse dag strooptochten organiseren en alles wat ze voor hun snavel krijgen meedogenloos afmaken en binnen spelen is dus een totaal onwaar verhaal. Maar menige gesprekspartner waar ik dit tegen vertel bekijkt mij met een blik die duidelijk zegt dat ik maar wat onzin uit mijn nek sla. En blijkbaar hoort onze minister bij die groep van “ik-weet-het-wel-beter-dan-die-wereldvreemde-wetenschappers”.

Dat deze soorten dan ook nog eens hun leefgebied om praktische redenen verplaatsen naar “onze” woongebieden creëert nog eens de indruk dat er heel veel van die beesten rondvliegen. Maar dat er in de natuurgebieden of landbouwgebieden geen of heel weinig gaaien en eksters zitten wordt even vergeten.

Spreeuwen-shit.

spreeuw2.jpg

Nog erger is dat de minister, denkelijk onder druk van de landbouw-lobby, ook nog eens de spreeuw bij dat lijstje dropt. Ik zie in mijn hoofd terug de gruwelijke beelden van duizenden dode spreeuwen die met dynamiet naar de spreeuwenhemel werden geblazen. Maar wees gerust, dat beeld gaan we niet meer meemaken. Gewoonweg omdat die duizenden spreeuwen er niet meer zijn. Onze glanzende kwetteraar maakt barre tijden mee en de aantallen gaan dramatisch achteruit. Sovon, die toch al heeft bewezen dat ze met gegevens van vogelkijkers goed trends kunnen voorspellen, hebben op hun website volgende grafiek bij de spreeuw staan. Dat gaat dus duidelijk bergaf.

soorttrend.asp.png

Maar ook hier weer is het gedrag van spreeuwen de oorzaak van hun nominatie door de minister. Deze beestjes hebben namelijk de gewoonte om in de winter elkaars gezelschap op te zoeken. En dan ook de nacht gezellig met zijn allen door te brengen op zogenaamde slaapplaatsen. Voor vogelkijkers schitterende beelden van sierlijk bewegende zwermen die magische figuren tekenen tegen een hemel met de gloed van de ondergaande zon. Maar een ander deel van de kijkers zien dit als een grote last met veel lawaai en vooral veel shit. Deze beestjes laten wel eens iets vallen en met veel samen kan dat soms veel zijn dat ze laten vallen. En zeg nu zelf, het is als rondvliegende spreeuw een helse taak om je poepje in onze dicht bebouwde mensenwereld te laten vallen op een plekje waar je niemand mee stoort. Je zal altijd wel een dak, auto, tuintje, fruitboompje en noem maar op raken.

Plaag.

Maar voor velen zijn deze soorten een plaag. En de minister heeft geteld dat dit meer kiezers zijn dan diegene die deze soorten in hun hart hebben gesloten. Dus stond haar besluit dan ook vast. Opruimen die boel.

Maar wanneer is een soort een plaag ? In dit geval denk ik dat ze aan drie criteria moeten voldoen. Ze moeten in grote groepen voorkomen, ze moeten onze leefomgeving vervuilen en ze moeten andere soorten schade toebrengen. Volgens mij komt het voor de minister en nog wat mensen op deze definitie neer. 

Ik toon nu drie beelden en laat deze voor zichzelf spreken. Of zoals de politiekers zouden zeggen : “geen commentaar”.

113843558.jpg

media_xll_6353871.jpg

Human-destroying-this-planet-658x516.jpg

Red de hamster.

Heel veel natuurnieuws de laatste weken in de krant. Ik kon kiezen tussen een bosbarometer die blijkbaar ondersteboven hangt, de soap Essers die haar zoveelste week ingaat of het ridicule besluit van de minister om een aantal vogelsoorten vogelvrij te verklaren (wie had ooit gedacht dat die twee woorden achter elkaar zouden geschreven worden). Maar ik blijf bij het voor mij opmerkelijkste feit van de voorbije weken : er wordt geld vrij gemaakt om de hamster te redden.

hamster.jpg

Nog zes.

De hamster was ooit een veel voorkomende soort in Haspengouw. Wat zeg ik, het was ooit voor de landbouwers een plaag. Ooit, in lang vervlogen tijden, kreeg je een premie als je een hamster kon naar de eeuwige jachtvelden helpen. Iets wat dan ook massaal gebeurde en samen met de evolutie van de landbouw van kleinschalig naar immense akkers luidde de ondergang van deze beestjes in.

Ondertussen kan je ze vinden (eigenlijk hun holletjes in de grond) in nog een paar kleine gebiedjes waar een paar landbouwers met subsidies hun akkers hamstervriendelijk maken. Maar voorlopig zonder veel succes. Ondanks jaren van opvolging en inkleding van die akkergebiedjes en het uitzetten van nieuwe beesten slinkt de populatie als de sneeuw van het voorbije weekend. Een verloren zaak of is er toch hoop ?

hamster_burchtenzoeken.jpg

Vrijwilligers op zoek naar de laatste hamsters.

Bijlsma-gevaar.

Het feit dat er aandacht is voor deze soort kan ik natuurlijk alleen maar toejuichen. Maar toch heb ik een paar grote bedenkingen. Allereerst is er de landbouw. Deze hardwerkende sector heeft het zeer moeilijk om te overleven en zoekt naar extra centen om de rekeningen betaald te krijgen. Europa wisselt dan ook nog eens om de haverklap het geweer van schouder omdat ze volgens mij ook niet meer goed weten van welk hout ze pijlen moet maken. Met als gevolg dat maatregelen (al dan niet gebonden aan natuurbehoud) om de zoveel jaar verschijnen, verdwijnen of drastisch worden aangepast. Zo herinner ik mij de regel van de braaklegging. Elke landbouwer moest een deel van zijn gronden braak laten liggen en kreeg daar centen voor. Een zegen voor heel wat akkersoorten die hier voedsel, broedgelegenheid en beschutting vonden. Maar van het ene jaar op het andere verdween deze regeling en zo ook de braakliggende percelen. Weg voedsel, weg beschutting, weg akkersoorten. Hopelijk maken we met de maatregelen voor de hamster niet hetzelfde verhaal mee. 

En dan heb je het wat ik noem “Bijlsma-effect”. In zijn boek “Mijn roofvogels” wijdt deze onderzoeker eerste klasse een hoofdstuk aan een project op de Hoge Veluwe over het uitzetten van korhoenders. Met veel tromgeroffel en persaandacht werden er in de jaren 90 een aantal van deze prachtige hoenders uitgezet in de natuur. Maar een paar maanden later bleken ze allemaal verdwenen. Geconsumeerd door de haviken die in het gebied broedden. Zij zagen deze makkelijke prooien graag komen en kozen, zoals steeds, voor de makkelijkse manier om aan eten te raken. Dus stond er die weken korhoenders op het menu. De ideale prooi qua grootte en gewicht die al jaren ontbrak in hun jachtgebied. En de mens was zo goed om die even te voorzien. De eerste reactie van de initiatiefnemers was dat die verdomde haviken allemaal moesten afgemaakt worden om “hun” korhoenders te redden. Neen, ze hadden beter moeten nadenken voor ze een ondoordachte actie hadden op poten gezet.

Voordeel van de twijfel.

Hopelijk verdwijnen mijn bedenkingen binnen een paar jaar in de voetnoten van een artikel waar de opmars van de hamster wordt beschreven als een succesverhaal zonder weerga. Maar toch…

Een soort kan pas overleven in een gebied als dit voor die soort geschikt is. Dus eerst het gebied inrichten of zichzelf laten ontplooien voor je de soort terug introduceert. Pas op voor de ecologische val, een klein gebied met veel soorten is als een cafe in de woestijn, dat trekt veel volk aan. Als ik dus raad zou mogen geven aan onze beleidsmakers (moesten die al luisteren of onze blog lezen, stel je voor) dan is het zie het groots, op lange duur en zorg dat alles klaar is. En wie weet duiken die hamsters dan wel vanzelf weer op. 

Ik wens alle hamsters die in de toekomst onze regionen gaan bevolken dan ook alle sterkte en succes.

Luchtfotos-zand-en-water-015.jpg