Onbekend's avatar

Over Crazy Birder

Gedreven door natuur!

Toevallige ontmoeting met een markante filosoof.

Wat een lange titel deze keer. Maar door die in deze titel vermelde ontmoeting heb ik mijn plannen voor onze blog in laatste instantie volledig overboord gegooid. Toeval bestaat niet zeggen ze soms. 

Steenuiltjes.

Omdat er één nestkast die ik wilde controleren niet bereikbaar was omdat de weide waar ze hing met een hangslot was vergrendeld kwam ik via via bij de eigenaar van de pony’s die daar liepen terecht. Het was Gaston zelf die mij namiddag belde dat hij graag meeging om de weide open te doen zodat ik bij de nestkast kon. Zijn beschrijving naar zijn woning had bij mij al een lampje moeten doen branden. “Je gaat mijn huisnummer niet kunnen lezen, want mijn tuin heb ik al 30 jaar niet meer gemaaid”. Tot op dat moment een uitspraak die mij voorlopig nog totaal niet deed vermoeden wie ik ging ontmoeten. Toen ik bij zijn huis stopte werd die uitspraak plots heel reëel. Want tegenover het café dat hij als herkenningspunt had vermeld zag ik een bos en langs een kleine, verroeste brievenbus ontdekte ik een smalle ingang. Toen ik die op ontdekkingsachtige wijze inliep kwam ik bij een bouwsel wat zijn huis moest zijn. De deur stond open en mijn geklop en geroep werd eerst met hondengeblaf beantwoord. En iets later stond ik oog in oog met Gaston die blijkbaar op het terras van het café op mij zat te wachten.

Respect.

Hij overspoelde mij dadelijk met een visie op zijn manier van leven. Als mens in de natuur. En als ik rondkeek nam hij dat wel echt letterlijk en tot in het extreme. Zijn tuin was een symfonie van plaatselijke planten, struiken en bomen die alle vrijheid hadden gekregen om te groeien en te bloeien hoe en waar ze dat wilden. Zijn woning was er totaal in opgenomen op harmonieuze wijze. Woning is een groot woord want het bleek een oud boerderijtje dat in “normale” omstandigheden al lang was belast met taksen  die onbewoonbaarheid suggereerden of door één of andere projectmakelaar tot puin was herleid. Zonder ook maar even te twijfelen nodigde hij mij uit om in zijn nederige stulpje binnen te treden. Een gordijn van spinrag aan het plafond en donkere kamertjes met gedrapeerde doeken die de functie van muren hadden overgenomen. Het woord dat menige vlijtige poetsvrouw dadelijk zou uitgesproken hebben kwam zelfs niet in mijn gedachten op. Want het filosoferende en onstopbare pleidooi van Gaston slorpte al mijn aandacht op. Hij vertelde mij van zijn passie voor de natuur waar hij zichzelf in beschouwde als een klein radertje in het geheel. Met duidelijke trots liet hij mij zijn voor hem duidelijk meesterwerk zien. Een boekje vol met met de hand geschreven teksten, foto’s, tekeningen en krantenknipsels die hij met zijn visie doordrenkte en vereeuwigde voor het nageslacht. Zijn verhaal van een vlinder die hem de ganse winter vergezelde in zijn slaapkamer en vlak voor de eerste lentezon toch schielijk overleed nam ik met volle teugen op. Die vlinder had hij met een minutieuze precisie in zijn dagboek geplakt achter een stukje plastiek die deze bladzijde voorzagen van een venster met levensechte illustratie van zijn verhaal. Ik vergat bijna waarom ik naar hier was gekomen. Mijn steenuiltjes.

Wijsheid.

Tijdens onze rit naar de weide met de nestkast, tijdens de controle (ze waren jammer voor Gaston al uitgevlogen) en op de terugweg bleef de stroom van gedreven woorden en opvallende uitspraken voorbij komen. En een aantal wil ik jullie zeker niet onthouden.

“Met airco maak je het alleen maar warmer”. Zijn visie is dat je met het gebruik van airco veel elektriciteit en energie moet gebruiken wat de opwarming van de aarde dan weer sneller doet verlopen. Een simpele maar heel rake redenering.

“Ook een mug heeft het recht om onmisbaar te zijn”. Gaston heeft respect voor elk beestje, plantje of minuscuul organisme in de natuur. Elk wezen heeft zijn recht van bestaan en geeft zin aan het geheel. Amai, wat een diepzinnige uitspraak zet ik nu op deze blog. Maar oh zo waar. Zo vertelde hij mij dat hij zijn muren nooit zou verven omdat hij dan miljoenen organismen zou vernietigen. Extreem, naar het krankzinnige toe zou je denken. Maar toch ook weer raak. 

Een korte ontmoeting met een markant figuur. Velen zouden hem de stempel zonderling, rare kwiet of wereldvreemd geven. Maar misschien kan hij ons wel heel veel van die vreemde wereld leren. Toeval bestaat niet. Ik ben er zeker van dat ik Gaston nog ga tegen komen. En ga genieten van zijn bijzondere kijk op onze wereld en de natuur rondom ons. 

d63dcdb31d842e971d0a1736cd981845_400x400.png

 

 

Beton-overload.

Nat.

Jawel, momenteel het enige onderwerp van gesprek. Het weer met regen, regen en nog eens regen. En dan duiken weer snel beelden op van gelaarsde medemensen in onder water gelopen straten. Of met kuisgerief gewapende mannen en vrouwen in woonkamers gevuld met modderig water. Het worden jaarlijks terugkerende fenomenen die voor veel ellende zorgen. Wat is er verkeerd gelopen ? Slaat de natuur op hol ? De schuld van de opwarming van de aarde ? Want dit hebben we vroeger toch nooit meegemaakt. Of toch wel ?

flood_62835.jpg

Foutjes.

Toch wel. Vroeger, en dan heb ik het over niet zo heel lang geleden, stond Wellen centrum regelmatig onder water. En als ik met de nog iets oudere generaties praat dan hoor ik verhalen van ondergelopen beemden. En dit met de regelmaat van de klok. Toen traden de beken ook regelmatig buiten hun oevers. Maar waar dit vaak gebeurde stonden toen geen huizen. Zelfs hun vee stond op zulke momenten op hoger gelegen plaatsen. Een koe van toen was verstandiger dan de mensen nu. Mijn conclusie is dan dat de natuur alles goed geregeld had tot de domme en hebzuchtige mensheid er zich mee ging moeien.

Om meer grond te kunnen gebruiken voor vanalles en nog wat moest de natuur haar plan aanpassen. Overstromingsgebieden werden omgevormd naar landbouwgronden, industrieterreinen of zelfs woongebieden. Alles werd netjes volgestort met beton of andere vergaringen voorzien van de nodige gootjes, buizen en andere systemen om het water snel naar de beken te brengen. En om het opdringerige water te verwijderen werden die beken en stromen rechtgetrokken en van ingekorfde oevers voorzien. Dit om het aanstromende water zo vlug mogelijk voorbij te laten gaan. Waar ze niet aan gedacht hadden is dat dit water niet op toverslag verdwijnt maar gewoon een paar kilometer verder terecht komt. En daar liep het dan vaak mis of beter gezegd daar liep de boel over. Zo dus ook een aantal keer in Wellen.

media_xll_5426179.jpg

Oplossing.

En nu komt men plots tot het besef dat dit allemaal toch niet zo een goed idee was. En dat we eigenlijk niet naar een oplossing hadden moeten zoeken. Die oplossing lag gewoon voor het grijpen. Gebruik de bestaande overstromingsgebieden en bouw op plaatsen waar het droog blijft. Dit wisten onze voorouders maar al te goed. Maar die waren iets minder hebberig dan de huidige mensheid. Dat hielp natuurlijk wel een beetje. En stop met alles vol beton te storten. Want dat water moet ergens naartoe. Zelfs onze overheid beseft dat het hoog tijd wordt om het tij te keren (een mooie woordspelling als je tot je knieën in het water staat), maar blijkbaar hebben ze het nog niet helemaal begrepen. “Er komt in 2050 een betonstop” hoorde ik zojuist op het nieuws. Alweer duwen ze het water en het probleem voor zich uit. Met deze uitspraak zeggen ze eigenlijk “dat onze kinderen het maar oplossen, wij doen nog even verder alsof er niets aan de hand is”. Jammer.

Toch zie ik dat er mensen zijn die de boodschap wel begrepen hebben. Zo zal de Grote Beemd worden ingericht als overstromingszone. Moesten de werken op tijd klaar zijn geweest dan hadden we de voorbije dagen het systeem al eens kunnen testen. Een briljant idee van de VMM ? Neen, gewoon kijken hoe de natuur dit probleem vroeger aanpakte. En dit gewoon opnieuw toepassen. 

Meer luisteren naar moeder natuur. Meer moet dat niet zijn.

Goed en kwaad.

Deze week stond er een artikel in ons Belangske over het herintroduceren van een wezel in een laagstamplantage als bestrijding van de woelmuizenplaag. Het kan verkeren.

PG4I3443-web.jpg

Slechte dieren.

Nog niet zo heel lang geleden werden door heel wat mensen deze beestjes met hand en tand bestreden. Want ze behoorden tot de verkeerde groep. Er waren namelijk goede en slechte dieren. En die slechte dieren waren meestal dieren die op hun menu zaken hadden staan die de mensen liever zelf opaten. Of voor de ondernemers onder ons zo veel mogelijk zelf oogsten om zo veel mogelijk te verdienen.

Dus alle roofvogels moesten er aan geloven want zij aten de jagers hun boskiekens op. Spreeuwen werden opgeblazen met dynamiet want zij aten de kersen op die naar de veiling moesten. Vossen moesten dood want zijn kwamen de kippen stelen. En zo kan ik nog wel even doorgaan.

Vergif.

Maar wat bleek. Plots verschenen er een overvloed aan andere beestjes. De prooien van de ondertussen sterk verminderde slechteriken kenden gouden tijden. Muizen konden zich zonder vrees overal laten zien, rupsen en kevers kwamen in grote getale te voorschijn en niemand die hen opat, ratten liepen al fluitend rond zonder dat ze constant moesten opletten voor gevaar uit de lucht of rond hen. Zij kwamen dan ook terecht in de groep van slechte dieren. En dit omdat ze een plaag waren. Ze waren met te veel. De oplossing werd door de veroorzakers van dit probleem snel aangepakt. En dit met straf vergif in grote hoeveelheden zoals DDT of ander ziekmakend goedje. Resultaat was dat de weinige exemplaren die er nog waren van roofvogels en roofdieren ook het loodje legden. Ze werden zo goed als volledig uitgeroeid. 

En die plaaggeesten van muizen en ratten dan ? Die slaagden er in om zich te wapenen tegen al dat vergif en namen opnieuw in aantal toe. Gevolg was dus dat het probleem steeds groter werd en de remedie door kortzichtig denken naar de eeuwige jachtvelden was geholpen.

Grote lot.

En nu hebben we dan toch ingezien dat we verkeerd bezig waren. Althans dat hoop ik toch. De natuur biedt ons gratis en voor niets de oplossing voor elk probleem. Maar dan moeten we dat wel willen aannemen.  Maar er zijn toch mensen die dit willen proberen. Torenvalkenkasten in plantages, steenuilenkasten in de buurt en nu huisjes voor wezels. Nog iets simpeler. Laat hier en daar wat houthopen liggen en maai wat minder zodat je hoger gras krijgt. Soorten als steenmarter en misschien de prachtige hermelijn zullen je dankbaar zijn. En als je dan een vos hebt die in de buurt komt wonen heb je helemaal het grote lot gewonnen. Want die kunnen nog een pak meer muizen en ratten naar de knaagdierenhemel helpen dan wezels of steenmarters.

Alleen er voor zorgen dat je je kippen of ander pluimvee ’s nachts veilig opsluit. Dan kunnen je bondgenoten zich volledig concentreren op de woelmuizen en ander gemuis.

vos6.jpg

 

Wit.

Zoals de winter de beemd bedekt met een wit sneeuwtapijt, zo doet de meidoorn het ook. Maar dan met wolken en geen vol deken zoals koning winter. Wie zich door de natuur wil laten overweldigen met schoonheid en een parfum dat je in geen enkele winkel kan kopen is het nu het moment.

De witte bloesems van de meidoorn bezorgen je gegarandeerd kippenvel. Daarom deze keer weinig woorden en een paar sprekende beelden. Maar weet dat je the real stuff kan gaan bekijken met eigen ogen en ruiken met eigen neus in onze natuurgebieden. Zeker gaan doen…

knolsteenbreek0001-5.jpg

knolsteenbreek0001-6.jpg

knolsteenbreek0001-2.jpg

knolsteenbreek0001-3.jpg

knolsteenbreek0001-4.jpg

Turbo-groen.

Elk jaar laat ik mij weer verrassen. Het moment waarop de kale bomen en struiken veranderen in frisgroene natuurloly’s kon ik ook dit jaar weer niet waarnemen. Plots zijn ze daar. De groene blaadjes waar menig oude bok ’s nachts van wakker schiet badend in het zweet. En dit in tinten groen waar geen enkele schilder, kunstenaar of fabrikant van kleurpotloden ook maar ooit aan heeft gedacht. En ze komen snel te voorschijn. De ene dag zijn het nog knoppen en de volgende zijn het volgroeide blaadjes. Als we dit als energiebron konden exploiteren dan waren we al een stuk dichter bij de voorgestelde norm van heel wat klimaattoppen. Voorlopig houden we het nog even op wind en zon. Onze bomen laten we gerust om hun energie elk voorjaar weer om te toveren naar honderd tinten groen.

papenwei0001.jpg

Applausje.

En tussen dat groen ontdek je, als je goed kijkt, massa’s stippeltjes in weer andere kleuren. Dat zijn bloemen. Die verschijnen nog onopvallender dan de groene blaadjes. En ze slagen er ook in om ons om de tuin te leiden. Want ze beslissen pas op het laatste moment waar ze gaan opduiken. Dus dat is elk jaar weer zoeken waar wie nu weer gaat te vinden zijn. En hun kleurenpallet is onbeperkt. Voorlopig heb ik nog geen doe-het-zelf of decoratiewinkel gevonden die genoeg rekken heeft om verfpotten te plaatsen met al de kleuren die je in de natuur kan vinden. 

En wat mij nog meer fascineert zijn de namen die deze bloei-dingen kregen. Niet zozeer omdat ik ze wil kunnen benoemen. Want die poging blijft voorlopig heel beperkt tot een aantal veelvuldig voorkomende soorten. Maar gewoon hoe men aan het idee kwam om een bloem zus of zo te noemen. Ik kan mij, op basis van de naam vrij goed voorstellen waar en onder welke omstandigheden de naamgeving heeft plaatsgevonden. 

Heel wat planten kregen een logische naam waar op dat moment door heel slimme en serieuze mensen is over nagedacht. Knolsteenbreek bijvoorbeeld. Een naam die ontzag en eerbied afdwingt. De man die deze naam bedacht en uitsprak in het bijzijn van mede-biologen kreeg voorzeker menige felicitatie met een stevige handdruk en een beleefd applaus. Breedbladige wespenorchis is nog zo een naam die mij lijkt uitgesproken tijdens een congres van flora-onderzoekers. Wel eentje die fan was van ballet of melodieuze concerten. Want zeg nu zelf, als je deze naam uitspreekt wordt je toch kunstzinnig geprikkeld. Ik toch.

papenwei0001-2.jpg

Knolsteenbreek.

Eenzaam.

Maar dan heb ik toch een paar bloemen op mijn lijst staan waar ik mijn twijfels over heb. Neem nu fluitenkruid. Je gaat mij niet vertellen dat op een wetenschappelijke bijeenkomst iemand plots deze naam uitriep. Neen, dan zie ik eerder drie of vier congres-gangers die ’s avonds na het plenaire gedeelte tot een gat in de nacht aan de toog van het hotel bleven plakken. En met een stevige promille voor de grap op een powerpoint een serieuze naam veranderden in iets als fluitenkruid. En lol dat ze hadden de dag erna toen hun collega zijn presentatie gaf en hun flauwe grap ontdekte. Te laat, de naam werd aangenomen.

En dan heb je het vergeet-mij-nietje. Ontstaan volgens mij in diezelfde bar waar een eenzame professor een blauwtje liep bij een vrouwelijke collega. Hij had gehoopt op een vurige relatie, maar zij zag het anders. En om zijn liefdesverdriet te verwerken en met een romantische toon in zijn gedachten gaf hij een sympathiek en delicaat blauw bloempje met een geel hartje een naam… vergeet-mij-nietje.

s371606347927039474_p1_i1_w2560.jpeg

Romantisch plantje.

Zoektochten.

Bloemen, een wereld vol kleur en ronkende namen. Kom die zeker eens ontdekken.

En dat kan. Volgende data gaan we op zoek naar de bewoners van deze boeiende wereld. Dinsdag 17 mei om 19u samenkomst aan het Gemeentehuis en dinsdag 31 mei om 19u samenkomst aan het laatste huis van de Bampdweg (zijstraat van de Vloeiherkstraat). Tot dan.

Bloesems en spelen.

Het is weer zover. De fietsende, wandelende, scooterende en oldtimer-rijdende massa is neergestreken in ons Haspengouwse landschap. Met groten getale zijn ze als paddestoelen uit de grond geschoten. Hun ijzeren rossen voorzien van kilometers verslindende GPSen en fietsroute-netwerk-nummers-houdertjes. In ijltempo zich verplaatsend van knooppunt naar knooppunt. Met tussendoor een welverdiend terrasje waar ze vruchteloos ronddolen op zoek naar een plaatsje om hun zuurverdiende centjes te consumeren.

bloesem0001.jpg

Hun tocht brengt hen naar rechte rijen van witbebloemde agrarische aanplantingen. Op de digitale zoekmachines vonden zij de ideale datum om hun queeste te starten. Het ontluiken van de bloesems werd daar punctueel opgevolgd en aangekondigd in de gekende volgorde van kers, peer en appel. Op andere sites werd dit jaarlijks fenomeen bewierookt om de massa te lokken. Blijkbaar met veel succes. Deze toeristische attractie werd maanden op voorhand voorbereid met minutieus gepland snoeiwerk en uitgebreid sproeiwerk. Het weerbericht wordt angstvallig opgevolgd en stortregens, hagelbuien en vrieskou wordt bestreden met alle middelen die er zijn. 

De massa geniet, terecht, met volle teugen van het witte bloesemdeken dat tijdelijk over het Haspengouwse landschap ligt. Soms iets langer, maar vaak maar kort en krachtig. En dan verdwijnen alle stalen rossen, puffende scooters en cabriolerende oldtimers even snel als ze gekomen zijn.

De bloemen in de wegberm zien dit alles met lede ogen aan. Niemand heeft oog voor hen. Ze worden schromelijk over het hoofd gezien. Marjolein, fluitenkruid, dagkoekoeksbloem en ook de ordinaire pisbloem krijgen niet de eer die ze verdienen. De massa is te veel gefocust op het volgende knooppunt en laat deze bermbewoners volledig links (of soms ook rechts) liggen. Zij hebben nochtans hun bloemen laten bloeien zonder gesnoei of gesproeid. Zij trotseerden de vrieskou, regen en hagel zonder hulp van wie dan ook. Maar zij werden niet vernoemd op al die toeristische websites. Soms heel even, ergens in een verloren artikeltje. 

Jammer, want hun pracht overtreft die van de kunstmatige witte deken. Zij verdienen beter.

dagkoekoeksbloem.jpg

De motivatie.

Vorig weekend kwam ik tijdens het lezen van mijn krant aan het ontbijt (de belangrijkste maaltijd van de dag) een artikel tegen over het klimaatakkoord. Alle staatshoofden van de deelnemende landen zetten hun krabbel op een denkelijk mooi stukje papier om hun engagement officieel te maken. Een hoopgevend weetje dat een aantal jaar geleden niet mogelijk zou geweest zijn. We zijn op de goede weg.

Hopeloos ?

Maar een paar bladzijden verder stoot ik op een ander artikel dat mijn optimistische mood in één klap deed omslaan. In het Europees Parlement werd de vergunning voor de verkoop van het mogelijk kankerverwekkende roundup niet ingetrokken maar “slechts” verlengd met 7 jaar. De reden die werd aangegeven was dat er nog bijkomende studies nodig zijn om aan te tonen dat het werkelijk zo schadelijk is voor onze gezondheid. Een product dat op een paar dagen tijd een frisse groene weide omzet in een bruine woestijn zou heel misschien toch wel een beetje schadelijk kunnen zijn ? Mijn stemmingswijzer sloeg in één keer over naar de negatieve kant.

4f6dbc38c45683c6d943d0f2b2389858.jpg

Mijn geloof in een snelle oplossing van het klimaatprobleem smolt als sneeuw voor de (momenteel ontbrekende) zon. Blijkbaar zitten we met een aantal hardnekkige hindernissen om er te raken. Politici die hun beslissing nemen op basis van het aantal stemmen dat dit kan opleveren op de volgende verkiezingen. Ondernemers die hun bedrijf leiden met als enige motivatie om op zo kort mogelijke tijd zo veel mogelijk geld verdienen. En “gewone” burgers die hun levenswandel laten leiden door gemakzucht, zo goedkoop mogelijke oplossingen en modetrends die door anderen worden opgelegd (meestal zijn dat diezelfde ondernemers en politici van daarnet). Hoe krijgen we dit ooit rechtgezet ? Hopeloos ?

Glinstering.

En toch zat ik zondagnamiddag thuis terug in mijn zetel met een brede smile op mijn bakkes. En dit was te danken aan twee gebeurtenissen van die dag. 

Allereerst ging ik op pad met een bende jeugdige enthousiastelingen die die artikels niet hadden gelezen. Tijdens onze kamwandeling haalden we onze fuiken uit het water om deze kinderen en hun even gemotiveerde mama’s en papa’s de kamsalamander te laten zien. Davy was wat teleurgesteld omdat in de eerste twee fuiken geen gekamde exemplaren zaten. Maar de meegekomen spring-in-het-veldjes lieten met evenveel enthousiasme de alpenwaters en kleine draakjes over hun handen kruipen. Die glinstering van puur plezier in de ogen van die kinderen stuwden mijn geloofsmeter met grote snelheid terug ophoog. Hier moeten we het toch voor doen. Deze kinderen en de kinderen van deze kinderen verdienen toch niet om een dorre wereldbol te erven omdat wij enkel uit zijn op geldgewin en eigenbelang. En waar ik wel zeker van ben is dat die generatie niet dezelfde schandelijke fouten gaat maken als de idioten die hen vooraf gingen. De drakendoder kreeg het hier wel even warm van.

waterdraakjestocht0001-4.jpg

Terechte riddering van de opbeurende jeugd.

Compost.

En een paar uur later was mijn “ik-ga-er-100%-voor-batterij” weer helemaal vol. Gert had voormiddag al laten weten dat er een nieuwe Broekbeemder was bijgekomen. Samen met Etienne en Gert ging ik namiddag eens kijken. De kudde een stuk alerter en een zenuwachtige koe in de wei. Dan weet je het wel. Het eerste kalfje voor dit jaar was geboren. Een bewijs voor mij van de voortgang der natuur. Die blijft gewoon haar gang gaan. Wel met af een toe een tegenvaller dankzij die idioten die ik al vermelde. Maar blijven gaan is de boodschap. Een signaal dat ik dan ook via onze kleine schot meenam voor de volgende periode. En één ding weet ik zeker. De natuur leest geen krant, die verteert ze langzaam en met gemak tot compost. 

schotse hooglander kalf0001-2.jpg

Welkom kleine schot.

Creatief met plantjes.

Onze eerste inventarisatie zit er al op. Met zijn tweetjes (ook best gezellig) konden we in Klein Uylenbroek toch 28 soorten op kaart zetten. Het is alvast een begin. Ik zet ze voor de geïnteresseerden even op een rijtje.

Waargenomen soorten
1 Knolsteenbreek – Saxifraga granulata
2 Muskuskruid – Adoxa moschatellina
3 Zevenblad – Aegopodium podagraria
4 Bosanemoon – Anemone nemorosa
5 Madeliefje – Bellis perennis
6 Pinksterbloem – Cardamine pratensis
7 Akkerdistel – Cirsium arvense
8 Vroegeling – Erophila verna
9 Moerasspirea – Filipendula ulmaria
10 Kleefkruid – Galium aparine
11 Hondsdraf – Glechoma hederacea
12 Klimop – Hedera helix
13 Witte dovenetel – Lamium album
14 Paarse dovenetel – Lamium purpureum
15 Watermunt – Mentha aquatica
16 Veelkleurig vergeet-mij-nietje – Myosotis discolor
17 Pijptorkruid – Oenanthe fistulosa
18 Grote weegbree – Plantago major subsp. major
19 Slanke sleutelbloem – Primula elatior
20 Sleedoorn – Prunus spinosa
21 Scherpe boterbloem – Ranunculus acris
22 Veldzuring – Rumex acetosa
23 Paardenbloem – Taraxacum officinale s.l. (incl. all sec.)
24 Grote brandnetel – Urtica dioica
25 Tijmereprijs – Veronica serpyllifolia
26 Speenkruid – Ficaria verna
27 Dotterbloem – Caltha palustris
28 Koekoeksbloem spec – Lychnis spec.

Leuke namen.

Mij vallen alvast een paar leuke namen op. De wetenschappers die indertijd de eer kregen om deze mooie plantjes een naam te geven hadden wel wat inspiratie. Soms logisch, zoals bijvoorbeeld vroegeling. Gewoon omdat het één van de eerste bloeiende planten is elk jaar. En bosanemoon, omdat ze in het bos groeit. Of in ons geval waar ooit bos geweest is. Maar ze hebben iets meer inspiratie gehad bij soorten als knolsteenbreek, pijptorkruid of tijmereprijs

Volgende afspraak.

Volgende week houden we onze tweede wandeling. Deze keer trekken we naar de Broekbeemd. We spreken opnieuw op dinsdag 26/4 om 18u00 af deze keer aan het gemeentehuis. Kom zeker eens mee. Want het is echt de moeite. Om jullie wat waterachtig te maken enkele mooie plaatjes van plantjes hieronder.

liggend hersthooi.jpg

Liggend hersthooi.

_MG_2073.JPG

Slanke sleutelbloem.

dagkoekoeksbloem.jpg

Dagkoekoeksbloem.

_MG_4298.JPG

Breedbladige wespenorchis.

Welkom buurman.

Een weekje geleden zijn we begonnen aan een ambitieus maar boeiend project met onze natuurvereniging. Alle Wellenaren uitnodigen om kennis te maken met onze prachtige natuurgebieden. Want het is nodig.

f0bf94ff883e7633be132e54fbf6fd5e.jpg

Onbekend.

Elke keer ben ik weer verwonderd als een Wellenaar tegen mij zegt dat hij nog nooit in de Grote Beemd is geweest. Of zonder ook maar even te blozen mij vraagt “waar is dat die Broekbeemd?”. Dat niet iedereen interesse heeft in de natuur kan ik nog volgen. Maar nog nooit even tijd gemaakt te hebben om even te gaan wandelen in natuur vlak bij je deur is een beetje vreemd. En aangezien wij er van overtuigd zijn dat die gebieden heel wat te bieden hebben, hebben we dus de missie (want dat is het) aangevat om iedereen de kans te geven om al dat natuurschoon te ontdekken tijdens een begeleide wandeling.

wandeling5.jpg

Ver weg.

Het is trouwens een vaststelling dat heel wat mensen veel meer weten over verre gebieden. Uren in de wagen zitten om in een stukje natuur te wandelen is geen uitzondering (daar is trouwens niets mis mee). En in een vliegtuig stappen om (liefst over een oceaan) ver weg te gaan en daar natuur te gaan bekijken hoor je ook vaak (en dat mag natuurlijk ook). Dan kan een uitstapje naar een minstens zo boeiend stukje natuur vlak bij je deur er toch ook vanaf. Maar blijkbaar is die stap moeilijker dan wij denken.

Burenwandelingen.

Ons plan is om op regelmatige basis telkens in één straat in Wellen alle inwoners een uitnodiging in de bus te steken. Ze worden dan uitgenodigd om samen met hun buren en een natuurgids één van onze gebieden te ontdekken. Een mooi bijverschijnsel van ons initiatief trouwens. Zo leer je je buren ook kennen. Iets wat in onze huidige maatschappij ook niet meer vanzelfsprekend is. Eén wandeling hebben we al achter de rug. De inwoners van de Broekstraat kregen de primeur en met 15 aanwezigen overtroffen ze alvast de verwachtingen (die we door jaren ervaring met opkomst voor natuurwandelingen redelijk laag hadden gezet). De tweede wandeling is al gepland en dat zal dan zijn voor de inwoners van Smissebroek en Hertenstraat. Die kregen al een uitnodiging in hun brievenbus. En nummer drie ligt klaar om verdeeld te worden, dat is voor mijn buren in de Herenstraat.

Bedoeling is dus dat elke straat in Wellen aan de beurt komt. En dat zo iedereen die dat wil onze (en eigenlijk ook jullie) natuurgebieden wat leert kennen. En stiekem hopen wij op wat extra leden voor onze vereniging. Want eigenlijk zou toch elke Wellenaar lid moeten worden van ’t Bokje en Limburgs Landschap. Want zij zorgen er toch een beetje voor dat al die natuur gratis lid is van Wellen en zijn inwoners.

 

Supertip.

Elk jaar hebben we thuis dezelfde discussie. Zodra de plantjes (onkruid zegt mijn vrouwke) hun kopjes opsteken tussen de straatstenen van onze oprit is het hommeles. Zij wil met de grove borstel (ze heeft zelfs een speciaal ontworpen exemplaar aangeschaft) alle groen verdelgen want dat is toch geen zicht. Ik probeer haar te overtuigen (maar je zal al wel weten wie het laatste woord heeft) om alles gewoon te laten en enkel als sommige plantjes te hoog worden of echt storen dan kan je die nog uittrekken. En wees gerust, voor dat een plantje mij stoort moet het al heel hoog worden.

onkruid.jpg

Proper.

Maar het is geen alleenstaand geval deze jaarlijkse echtelijke mini-twistjes. We zitten dan ook met het idee dat alles rond ons huis pas in orde is als het kort geknipt, mooi gelijnd en ontdaan van alle onwenselijke planten is. Hoe dikwijls hoor ik van landbouwers die samen met mij kijken naar de velden van een collega die iets minder tijd steekt in verdelgen, besproeien en zo meer “kijk eens wat een vuil veld”. Een tuin die er bij ligt met langer gras (meestal met veel meer bloemen dan in dat wekelijks gemaaide tapijt) en tussen de bloemperken opschietende wilde exemplaren is een onderwerp voor roddels in de buurt. Een oprit moet mooi geborsteld en ontdaan van elk plantje, blaadje of takje er bij liggen. En zo kunnen we nog wel even doorgaan. Een zienswijze die ons met de paplepel werd ingegeven en ondertussen een ongeschreven wet lijkt.

730571-5ebc9e106e80607c9c9d2b2d5c204af6.JPG

Zo vinden de meesten dat het moet, afgeborsteld.

Rugspuitje.

En we hebben er veel, heel veel voor over om ons territorium in die toestand te brengen. Wekelijks een paar uur gras maaien met een vervuilende zitmaaier. Uren op handen en voeten en met een keukenmesje “onkruid” tussen de voegen van de stoep krabben. Wetende dat die er binnen een paar weken terug staan. Speciaal materiaal gaan huren om het mos uit ons gazon te halen, elk jaar opnieuw. Want mos en gras dat gaat toch echt niet samen. 

En dan heb je het fenomeen van het rugspuitje. Ik ben mij bewust dat ik nu op glad ijs ben geraakt. Maar het moet van mijn lever (die denkelijk al is aangetast van al dat vergif). Velen onder jullie klagen over landbouwers of fruittelers die met hun tractor wolken vergif (zij noemen het lieve bestrijdingsproducten) rondblazen. Een niet te ontkennen gebeuren. En ik denk dat ondanks alle reglementeringen, controles en testen op producten door dat gespuit in de landbouw, ook al houden ze zich aan alle regels, er nog te veel rotzooi in ons eten terecht komt. Maar toch durf ik bijna iedereen met de vinger wijzen. Als wij als consument tevreden waren met iets minder rode appels, iets kleinere tomaten of iets minder perfecte peren. Dan zou de boer die dat alles teelt misschien ook minder moeite steken in het perfectioneren van zijn oogst. 

En dan komen we terug bij het rugspuitje. Wie klaagt over gifverspreidende landbouwers en de volgende dag met zijn rugspuitje zijn tuin staat te spuiten mag wel eens voor de spiegel gaan staan. Ik denk dat er minstens zo veel rotzooi op die manier in ons milieu terecht komt als via de landbouw. En dan ook nog eens zonder enige controle.

28030170-een-cartoon-ongedierte-verdelger-spuiten-met-giftige-groene-pesticide.jpg

Goriske.

Ik heb een gek voorstel. Eentje dat iedereen die het uitvoert heel veel tijd, geld en moeite gaat besparen. En dat ook nog eens goed is voor de natuur. Laten we allemaal starten met een Sam Goriske te doen. Laat het gras maar groeien. Laat het “onkruid” maar bloeien. Laat het mos de voegen maar vullen. Laat de natuur haar gang gaan.

Ik ben er zeker van dat eenmaal iedereen deze stap heeft gezet het stereotiepe beeld van de afgeborstelde en steriele tuin snel uit onze koppekes verdwenen is. Alles zou veel groener en gezelliger worden. Zeker als al die plantjes om ons te bedanken voor onze gastvrijheid ook nog eens hun allermooiste bloempjes tonen. En iedereen gaat tijd hebben om te genieten van al die extra natuur. Want we moeten niet meer zwoegen en zweten rond ons huisje om te voldoen aan de eisen van de buurt. Zou dat niet mooi zijn ? Misschien dat deze droom nog ooit waar wordt. Zelf werk ik alvast (of werk ik net niet) mee om deze te verwezenlijken door alles mooi te laten groeien. Jammer genoeg hoor ik mijn vrouwke net onze zitmaaier starten. Er is nog werk aan de winkel.

picture.png