
Ik zag vorig weekend al mijn eerste koppeltje. En dit weekend stroomden ze weer volop binnen. Elk jaar is het weer verrassend hoe ze plots opduiken vanuit alle windrichtingen. Een duidelijk overwinteringsgebied is er niet echt. Misschien toch eens een paar van zenders voorzien om dit te doorgronden.
Ze verschijnen meestal in kleine groepjes. Hoewel koppels ook voorkomen. Je kan de mannetjes meestal goed onderscheiden van de vrouwtjes. De dwarsverbinding is een goed kenmerk om het geslacht te bepalen, maar ook weer niet altijd. Ik heb dit weekend weer een aantal mannetjes gezien zonder die dwarsverbinding. Het ging telkens om oudere exemplaren. En als je wat geluk hebt zie je ook al hier en daar juvenielen. Mooi om te zien hoe de adulte exemplaren hun kroost dan beschermen.
Wat wel opvalt is dat ze elk jaar sneller en vlotter migreren. Het lijkt wel of ze van een motortje voorzien zijn. Hun routes die ze hier volgen zijn ondertussen wel duidelijk. We hebben ze met genummerde plaatjes aangegeven in het landschap en elk jaar zie je heel mooi hoe ze deze vaste trekroutes perfect volgen. Sommige routes zijn zo populair dat ze echt in zwermen voorbij komen. Je denkt dat ze op elk moment in elkaar zouden haken, maar wonderlijk genoeg blijkt dit zelden of nooit te gebeuren.
De reden waarom ze plots massaal opduiken is nog niet helemaal duidelijk. Maar de bloei van onze fruitbomen is zeker een factor die een rol speelt. Het openbarsten van de botten is vaak het signaal om uit te kijken naar hun komst. Het lijkt wel of ze via één of ander kanaal op voorhand verwittigd worden dat die bloesems er zijn. Toch is dit niet de enige bepalende factor van hun komst. Ik vermoed dat de aanwezigheid van voedsel ook een rol speelt. Voederplekken in de vorm van volgelopen terrasjes en gezellige restaurantjes tonen dit duidelijk aan. En ook schuilplaatsen voor tijdens de nacht zijn denkelijk belangrijk. Zo strijken ze neer in B&B’s of andere locaties waar ze kunnen rusten van hun lange tocht. Maar soms zien we exemplaren die zelf hun schuilplaats meebrengen. Meestal zijn dat exemplaren die uit een verder overwinteringsgebied komen en dus vaak langer onderweg zijn. Maar het is duidelijk dat meer onderzoek nodig zal zijn om hun drijfveren om naar onze streken te stromen volledig te doorgronden.
En plots zijn ze dan weer weg. Ook hier spelen de bloesems duidelijk een rol. De witte en roze kelkblaadjes zijn nog maar net op de grond gevallen of onze regio loopt zo snel leeg als dat hij vol liep. Op een paar verdwaalde exemplaren na vertrekken ze weer naar andere oorden. Om volgend jaar denkelijk weer massaal terug te keren. Een boeiende verschijnsel die bloesem-toeristen.