Onbekend's avatar

Over Crazy Birder

Gedreven door natuur!

Tikken-eitje.

Je kan momenteel geen krant openslaan of TV aanzetten of je wordt om de oren geslagen met nieuws over eieren. Wat is er aan de hand ? Blijkbaar vond men in een aantal eieren de giftige stof Fipronil. En zonder enige overdrijving is de communicatie verre van duidelijk. Geen gevaar maar duizenden eieren worden wel vernietigd. Lage dosis maar later dan weer hoger dan de norm. En ondertussen is men druk op zoek naar een zondebok van deze volgens sommige nieuwe voedselcrisis. 

7a2af6c65b8861e32d3066c7c6be9872--gadget-egg.jpg

Wat we ondertussen weten is dat een Belgische firma het niet zo nauw neemt met de strenge regels die zulke producten vereisen en een mengsel op de markt gooit die dingen bevat die via de kippen in de eieren terecht komen. Een Nederlandse firma die graag een stuk van de denkelijk vette koek wilde leurt met die producten in Nederland met kwalijke gevolgen voor heel wat Nederlandse consumenten en eierboeren.

Schuldige.

De politiek is nu druk op zoek naar een schuldige. En het FAVV (het voedselagentschap) krijgt stevige kritiek. Maar dat zijn volgens ons allemaal vijgen (of in dit geval eieren) na pasen. Want naast de consument die met grote twijfels de supermarkt binnenstapt om zijn dagelijks eitje te gaan kopen zijn de grote slachtoffers de landbouwers die van eieren hun dagelijks brood maken (dit lijkt wel op een mirakel uit de bijbel). Zijn zij de slachtoffers ? Hoor ik jullie luidop denken. Jazeker, want zij zijn meegesleurd in een landbouwsysteem waar massaproductie en schaalvergroting worden verkondigd als de enige juiste weg. Onder druk van machtige landbouworganisaties en financiële instellingen worden landbouwers steeds verder gedreven om hun bedrijven uit te breiden en te vergroten. Steeds strengere regels en een consumptiemaatschappij die enkel tevreden is met een door de reclame verheerlijkt perfect product nopen diezelfde landbouwer tot ingrepen die balanceren op het randje van het toelaatbare. Enkel via deze weg is hun bedrijf leefbaar. Een echte keuze is er niet. Of toch wel ?

763.jpeg

Huis en tuinkip.

Ooit was het anders. In elke achtertuin vond je een clubje kippen. Meestal vergezeld door een stoere haan die zijn harem elke morgen begroette met gezellig gekraai. Het keukenafval werd niet in de groene container gekieperd maar diende als een welkome aanvulling voor de eigen eierproducentjes. En rond het kippenhok vond je heel wat mee-eters zoals huismussen, spreeuwen, vinken en meer van deze ondertussen schaarser geworden tuinvogels. En de eitjes die je elke dag eigenhandig kon gaan rapen waren superlekker gewoon omdat je ze als het ware zelfs had ontworpen. Maar ondertussen is dit beeld steeds schaarser geworden. Het moment is dichtbij dat je in Bokrijk een ren met kippen kan gaan bekijken met een bordje met een bondige uitleg om onze jeugd te wijzen op dit oeroude gebruik van hun voorvaderen (ik denk zelfs dat dit nu al bestaat in Bokrijk). En een kraaiende haan haalt tegenwoordig regelmatig de regionale bladzijdes van de krant omdat sommige buren dit ervaren als een storend lawaai met een onvermijdelijke sessie bij de vrederechter tot gevolg. 

Jammer, want dat gebruik zou nooit hebben geleid tot een eiercrisis. En onze geldbeluste vergif-leveranciers zouden hun bedrijf al lang hebben moeten opdoeken. En de tikken-eitjes die je ’s morgens aan het ontbijt zou voorgeschoteld krijgen zouden 200% zeker kerngezond zijn. Daar kan je vergif op innemen.

June-23-2012-14-31-18-sgfsg.jpg

Klein grut.

Een bezoek aan ons natuurgebied is altijd een avontuur. Bezoekers kunnen heel wat planten en dieren tegenkomen en meestal zijn het de opvallende en grote beesten die op de foto mogen. Vooral onze Schotse Hooglanders blijken gegeerde fotomodellen te zijn.

Maar zoals zo vaak in het leven zit het soms in een klein hoekje. Daarom is het dan ook een aanrader om je hoofd eens in een bosje planten of (voor de dapperen) brandnetels te steken. Want die verbergen een fascinerende wereld met kruipende, kriebelende en wriemelende bewoners. Zo divers dat we met een oplijsting van alle soorten onze blogruimte in één keer zouden opgebruiken. Zo kleurrijk dat je je soms in een donker regenwoud waant. Zo boeiend dat je denkelijk te laat gaat thuis zijn voor het eten.

Achtpotige wesp.

2 aug 170001-5.jpg

Wat dacht je bijvoorbeeld van deze beauty. De wespspin of nog iets spectaculairder, de tijgerspin is een opvallende verschijning. Je kan ze tegenkomen in onze gebieden. Maar dan moet je zoals al gezegd wel door de knieën. Ze weeft haar web met de kenmerkende zigzag-tekening tussen de plantjes waar nietsvermoedende voorbijvliegende insecten langskomen. Met een verbluffende efficiëntie waar menig manager stikjaloers op zou zijn draait ze haar prooien in een zelfgesponnen pakketje om ze voor de latere hongertjes te bewaren.

Vuur.

2 aug 170001-3.jpg

Of heb je het meer voor dit schitterende vlindertje, de kleine vuurvlinder. Tevens een bewoner van onze beemden. Klein maar fijn is hier de boodschap. Tijdens zijn vlucht opvallend oranje flikkerend. Net als een waarschuwend verkeerslicht. Maar eenmaal in zit plots verdwenen van de aardbodem. Je zal hem pas ontdekken als hij zijn kleine vleugeltjes weer even open en dicht doet. De naam is terecht gekozen want het is een echte vuurbol wanneer hij opnieuw opvliegt naar de volgende bloem die zijn nectar voor deze schoonheid graag ter beschikking stelt.

Spits.

2 aug 170001-4.jpg

Nog niet moeilijk genoeg ? Dan gaan we op zoek naar sprinkhanen. Zoals deze zuidelijke spitskop. Leuke namen zijn er trouwens genoeg in de familie van deze jumpertjes. Het wekkertje, de krasser, het negertje, de sabelsprinkhaan je kan het zo gek niet bedenken of ze bestaan. Ik vind het steeds intrigerend om te zien hoeveel sprinkhanen er wegflitsen als je door een grasland of ruigte struint. Honderden wegspringende groene beestjes die even snel als je ze zag opspringen weer verdwenen zijn. Ook hier moeten we door de knieën om te ontdekken wie er allemaal rond onze voeten leeft. Plots ontdek je op blaadjes, takjes en grashalmen uitsteeksels die bij nader onderzoek oogjes en pootjes blijken te hebben. Als je nog dichterbij probeert te komen (waardoor ze gegarandeerd nog een tiental keer verder van je wegspringen) ontdek je dat het heel wat verschillende soorten zijn. Met elk opvallende en verbluffende  tekeningen, kleuren en vormen.

Boeiend. Heel boeiend. Een ware insecten-safari vlak bij je deur. Dat moet je zeker eens gaan doen.

 

Het zuiden nadert.

Tijdens deze vakantieperiode trekken heel wat gezinnen naar het zuiden. Op zoek naar de zon. En die is blijkbaar op dit moment daar ruimschoots te vinden. Maar wat wij merken is dat dat zuiden ook stilaan naar ons toekomt. Heel wat zuiderse soorten duiken meer en meer op in ons landje. Een gevolg van de klimaatopwarming.

Kleurrijk.

En in een eerste reactie zijn we daar niet echt rouwig om. Denk maar aan soorten als roodkopklauwier, hop, slangenarend en bijeneter. Soorten waar we vroeger reizen voor planden naar Spanje, Hongarije of het zuiden van Frankrijk. En nu duiken deze soorten met de regelmaat van de klok bij ons op. 

Merops_apiaster_(1).jpg

De kleurenpracht van bijeneters.

Laten we de bijeneter eens van wat dichterbij bekijken (hij is het zeker waard). Tientallen jaren geleden een enkeling die opdook en die dan horden vogelkijkers trok. Maar nog niet zo lang geleden waren de eerste broedgevallen bekend in Oost-Vlaanderen. En vanaf 2007 doken ze ook af en toe op in onze regio. Een soort die bij elke waarnemer een zuiders gevoel oproept van brandende zon over een uitgedroogd landschap. Maar als we de berichtgeving over de laatste periode van onze weerman en weervrouw even herbeluisteren komt dat fenomeen hier nu ook voor. Dus voelt deze soort zich hier misschien beter thuis dan dat wij denken.

Schermafbeelding 2017-07-19 om 18.04.30.png

Waarnemingen in onze regio van bijeneter sinds 2005.

Kleine grut.

Maar dat de hele santebeklan aan het opschuiven is kan je nog veel beter zien aan de andere soortengroepen. Bij de insecten, vlinders en libellen zie je ook steeds vaker soorten opduiken die eigenlijk thuishoren in het warme zuiden. Bij de libellen maken ze het ons makkelijk en staat er gewoon zuidelijk voor. De zuidelijke glazenmaker, de zuidelijke heidelibel, de zuidelijke oeverlibel. Ze duiken hier plots allemaal op. Eentje was zelfs zo vriendelijk om in onze eigen Grote Beemd een tijdje op bezoek te komen. Tussen zijn plaatselijke familiegenoten vloog hij dapper rond aan de pas gegraven poelen en beekjes aan Graetmolen. Het scherpe oog van onze conservator Gert kon hem (want het is een mannetje) ontwaren tussen al dat libellen-geweld. 

17 juli 20170001-2.jpg

De zuidelijke gast.

Maar de kans is heel groot dat er in onze gebieden en ook elders, zoals bijvoorbeeld in jullie eigen tuin soorten zijn bijgekomen die profiteren van de opwarming van de aarde. Ze breiden hun leefgebied sterk uit onder invloed van voor hen geschikte omstandigheden. Dus dat is toch een goede zaak of niet ? 

Verandering.

Dat is nu net wat we niet weten. De natuur past haar wereldje wonderwel en snel aan aan de gewijzigde omstandigheden. Sommige soorten verdwijnen (en dat zijn er blijkbaar heel wat de laatste decennia) en anderen profiteren van de omstandigheden. De natuur veranderd en kan dit snel doen. Maar wij, de superieure mensheid, hebben het daar misschien wat moeilijker mee. Nog steeds denken heel wat mensen dat het allemaal wel meevalt. Anderen, meestal wetenschappers, waarschuwen ons al jaren dat het anders zal moeten. Want wij zijn blijkbaar een soort die zich niet zo makkelijk aanpast. De natuur zet ons op het lijstje van soorten die gaan verdwijnen. Hopelijk kunnen we het tij nog keren. Het is alvast de hoogste tijd. De zuiderse gasten geven ons een niet mis te verstane boodschap.

De naschokken van de storm.

Vandaag kreeg ik een boze en gefrustreerde mail binnen van onze conservator. En terecht. Want een hout-fima die bezig is met het kappen van de populieren in de Grote Beemd had bij haar werken een mooie houtkant volledig naar de filistijnen geholpen. En nog erger, om hun hout uit te slepen gewoon door een mooi bosje van Limburgs Landschap een doorgang gemaakt. Niet netjes, maar met de botte bijl en dit zonder enig overleg. Struiken en bomen uitgetrokken en gewoon aan de kant geduwd met een bulldozer. Een echte ravage. Gelukkig was een eeuwenoude veldesdoorn net aan hun sloopwerk ontsnapt.

IMG_0868.JPG

Groter, sneller.

Deze firma’s willen hun kappingen zo snel als mogelijk uitvoeren en naar de volgende job snellen. Want tijd is geld. En daarom arriveren ze met grote machines. Heel grote machines. Veel te groot om secuur werk uit te voeren in bossen of natuurgebieden. Hierdoor worden zo goed als geen bomen of struiken gespaard. Zeker niet op het perceel dat ze gaan kappen. Maar ook op de wegen van en naar dat perceel. Alles wat in hun weg staat moet tegen de vlakte. Zo werd er ook een hooiland met dotterbloemen volledig kapot gereden. Hun drijfveer is centen en natuur kan hen niet echt veel schelen. De eigenaar van de gekapte percelen zat ook verveeld met de situatie en had het liever anders gezien. Maar het kwaad is jammer genoeg geschied. De kapper mag zich wel aan een bezoekje van onze boswachter verwachten.

11 juli 170001.jpg

Dit was een prachtig bosje.

11 juli 170001-3.jpg

Deze oude veldesdoorn kreeg ook een stevige tik.

11 juli 170001-4.jpg

De ravage in de houtkant.

Nastorm.

En we mogen ons voorbereiden op meer van deze beelden vrees ik. Want in beide beemden zullen nog heel wat bomen moeten gekapt en uitgesleept worden (want dat is hier nog niet gebeurd). En dit kan meestal niet zonder schade. Stel je voor dat het nu nog eens nat weer was geweest. Je kent het gezegde van de omelet en de eieren. Dat weten wij ook wel. Maar deze keer was het ei dat werd gebroken toch net iets te groot. Deze keer een stukje bos, dan weer een houtkant, daar een haag en hier een hooilandje. En zo wordt het stukje historische natuur telkens weer wat kleiner. 

Er zullen dus nog heel wat eieren worden gebroken met de kapwerken die ons nog te wachten staan. En we zullen er alles aan doen om die brekende eieren zo veel als mogelijk te beperken. Maar helemaal zonder kleerscheuren gaan onze gebieden hier niet uitkomen. Is dit erg ? Jazeker. Is dit frustrerend ? Als je dat maar weet. Is dit een ramp ? Tja, de natuur zal het wel weer oplossen. Gaan wij het opgeven ? Neen verdomme, integendeel. Na de frustratie gaan we er met dubbele moed weer tegenaan. We laten onze Wellense natuur niet in de steek.

Op mijn terugweg van de plaats des onheils vloog er aan de beek een weidebeekjuffer voor mij op. Met haar typische onbeholpen vlucht trok ze mijn aandacht. Iets verder ging ze op een overhangende grasspriet zitten vlak boven het stromende water aan de vistrap. Ze liet mij haar enkele minuten bewonderen. Alsof ze mij wilde zeggen : “Trek het je niet te erg aan. We gaan er samen verder tegen aan”. En dat is wat we gaan doen.

weidebeekjuffer0001.jpg

De ellendige ever.

Het stond in de kranten en haalde zelfs het TV-journaal. In Beringen werd een vrouw aangevallen door een op hol geslagen everzwijn. Geen lachertje als je zo een kolos naar je toe ziet stormen. En het is een ervaring die ik niemand toewens. En als ik de commentaren las van de experts hoogst uitzonderlijk. Want wilde varkens schuwen de mens als de pest. Ze zorgen wel voor omgewoelde gazons, akkers en voetbalpleinen. Maar doen dit altijd buiten het zicht van menselijke ogen. Als die opduiken kiezen ze heel snel het hazenpad of in dit geval het everpad. Het zou dan ook volgens de krant en de TV gaan om in gevangenschap gekweekte en ontsnapte of losgelaten dieren. Dat was mij uit de berichten niet zo heel duidelijk.

Unknown.jpeg

Bestelling.

De mededeling dat de terreur-varkens kwamen van een ondertussen bijna veroordeelde onverlaat was zeer kort en zonder extra info. Maar mij viel dit toch op. Want voor wie of wat werden deze varkens gekweekt? Niet om ze in het reguliere vleescircuit te brengen. Want dat is niet strafbaar mits de nodige vergunningen. Neen, er stond duidelijk dat de overtreder werd gevat wegens inbreuken tegen de jachtwetgeving. Dus de bestemmeling is bij deze gekend. Want jammer genoeg lopen er nog steeds jagers rond die alles bekijken met dollartekens in hun ogen. Er gaat namelijk, vergis u niet, aardig wat centjes om in het jachtgebeuren. Zo moeten gasten vaak een aardige duit neertellen om op een jacht te mogen gaan meeknallen. En die gasten willen als het even kan waar voor hun geld. Beestjes uitzetten is dan ook nog steeds schering en inslag om deze heren en af en toe dames te plezieren. En dit zonder veel rekening te houden met de mogelijke gevolgen voor de natuur en in dit uitzonderlijke geval andere bosbezoekers.

Achterpoortje dicht.

Deze “pensjagers”, zoals wij ze noemen, deinzen niet snel terug om hun knal-beestjes in het veld te krijgen. De kans dat ze worden gevat is dan ook maar iets groter dan winnaar te worden van de Lotto. Ze moeten hen al op heterdaad betrappen en dan nog verdwijnen heel wat pv’s in de vuilbak. En de bestrijders van dit onrecht zijn ook onderbemand zodat de pakkans heel miniem is. Gelukkig werd een ridicuul achterpoortje door Vogelbescherming Vlaanderen na een lange juridische dicht geklapt. Het “redden” van bedreigde fazantenlegsels om de jonge dieren daarna uit te zetten is al een tijdje verboden.

Maar toch zien we elk najaar plots verloren boskiekens opduiken. ik weiger om ze fazanten te noemen uit respect voor fiere wilde hanen die er in slaagden om de hagel al jaren te ontwijken en met klapperende vleugels mij soms begroeten op mijn ochtendwandelingen. Een enorm contrast met de in volières gekweekte kiekens die je kan herkennen aan het feit dat ze jou zien als de jachtwachter die hen moet komen voederen zodat ze niet voor het afschot al het loodje leggen. En soms, bij minder oplettende pensjagers, aan de plastieken klemmetjes op hun snavel om het pikken op lotgenoten te voorkomen. Je ziet ze verdwaasd rondlopen, niet wetende waar naartoe, op zoek naar die voederbak of dat schuthok waar ze even voordien nog konden op rekenen.

fazant1_vogelenzoogdierenopvangcentrum.gif

Gast-wild.

Sommigen gaan nog een stapje verder en kiezen ervoor om nieuw vlees in de kuip te gooien. Zo waren er de muntjaks in de Diepenbeekse beemden. Een dwerg-antilope die normaal in China thuis hoort. Volgens mij zijn die niet via een goedkope vlucht van Ryanair of een cruiseschip met chinese bemanning hier aangekomen. Of wat dacht u van het opduiken van aziatische steenpatrijzen in de Wellense plantages. De pensjagers die dit op hun geweten hebben zwijgen beter over het beschermen en beheren van hun gebieden voor de inlandse patrijs. Hun acties is gewoon een bedreiging voor deze soort die al jaren achteruit boert. Ik kijk met angst uit naar de eerste uitgezette vertegenwoordigers van de Afrikaanse big five omdat een welstellende gast deze op zijn verlanglijstje had aangekruisd.

Hoog tijd dat men in jachtmiddens een komaf maakt met deze praktijken. Het kaf van het koren scheiden en zo de geloofwaardigheid van het jachtgebeuren terug herstellen. Voor zover dat dit nog gaat lukken.

b2816.jpg

Zuiderse gast.

Het lijkt wel het jaar van de zeldzame soorten voor onze gebieden. Deze keer kon Gert een zeldzame libel spotten in de Grote Beemd. Het gaat om de Zuidelijke oeverlibel. Een soort wiens verspreidingsgebied zoals de naam laat vermoeden vooral zuidelijk Europa is. De soort duikt sporadisch op in ons landje. En eentje vond dan ook dat ze een bezoekje aan Wellen moest brengen.

13980921.jpg

Foto : Robby Stocks

Blauw.

De gewone oeverlibel kom je wel vaker tegen. Een heel algemene soort uit de familie van de korenbouten. Dan heb je de beekoeverlibel en tenslotte de meest zeldzame, de zuidelijke oeverlibel. Het verschil zit vooral in de kleur van het borststuk. Dat is bij de zuidelijke geheel blauw, net als haar achterlijf. En ze hebben geen schouderstrepen wat hen dan weer onderscheidt van de beekoeverlibel. Niet simpel, die libellen.

14025718.jpg

Zuidelijke oeverlibel (foto : Robert Pieters)

14031359.jpg

Gewone oeverlibel.

Water.

Dat er de laatste jaren heel wat libellen-soorten opduiken hebben we te danken aan meer water in onze gebieden. Want deze soorten houden zich meestal op in de buurt van vijvers, poelen en beekjes. Door ons beheer om water in poelen langer in onze gebieden te houden krijgen we als bonus een mooi palet aan libellen. En daar kunnen we enkel maar blij om zijn. Want deze prachtige beestjes geven onze gebieden een extraatje. Ga eens op zoek naar deze juweeltjes en geniet van hun wonderlijke vlucht en kleurenpracht.

oeverlibel0001.jpg

“Onze” zuidelijke oeverlibel (foto : Gert Appeltans)

 

Soortenlijst libellen Wellen

Schermafbeelding 2017-06-29 om 20.20.13.png

Een lege dakgoot.

Vandaag vond ik op de stoep in Wellen centrum een lijkje. Een jonge gierzwaluw lag levenloos voor mijn voeten. Denkelijk gestorven van de hitte onder een gloeiende dakpan. Want gierzwaluwen broeden nu eenmaal graag in spleetjes onder dakpannen. Ook al zijn die tegenwoordig steeds minder te vinden. En op die plekjes kan het momenteel heel warm worden. Kooktemperatuur. En daar is zelfs een overlevingsspecialist als onze gierzwaluw niet tegen opgewassen.

IMG_0807.jpg

RIP gierzwaluwtje.

En de dakgoten blijven ook verdacht leeg. De tjilpende mussen van weleer houden hun bek of kunnen hem niet gebruiken omdat ze in de verzengende hitte die moeten open houden om af te koelen. Want elke mus weet dat je bij zo een heet weer best niet in een dakgoot gaat zitten want dan val je er anders toch spreekwoordelijk uit.

De natuur snakt naar water. En de minister neemt dan ook maatregelen om dat kostbare water te beschermen. Niet enkel voor de natuur maar ook voor onszelf. Want ondanks het waanidee van velen dat dat water onbeperkt uit een kraan zal blijven komen is de voorraad niet oneindig. Vraag dat maar eens aan onze medemensen in Zuid-Soedan of een ander Afrikaans land waar die kraan vervangen is door een waterput die je elke dag met een paar jerrycans moet gaan bezoeken op tientallen kilometers van je deur. 

Het peil van ons grondwater is al decennia aan het dalen. Dat zien wij in onze gebieden waar de Herk steeds meer begint te lijken op de Grand-Canyon (enige vorm van overdrijving mag soms). En onze moerasjes en poelen steeds vroeger op het jaar droge putten worden. En de klimaat-catastrofe gaat hier niets aan veranderen. Tenzij in de verkeerde richting. Dit kunnen we niet ontkennen. Zelfs een Amerikaanse idioot met een belachelijk strokapsel weet dat. Hoewel hij om zijn postje te behouden en zijn sponsors te bekoren dit op TV toch doet. Dat we dan ook nog even heel wat van onze beken en rivieren blijven vervuilen met allerhande rotzooi zoals zwerfvuil, pesticiden en wat weet ik nog allemaal brengt ook geen zoden of in dit geval liters aan de dijk.

Neen, water is niet onbeperkt te verkrijgen. Maar als we dit ooit door hebben en de laatste druppels uit onze kraan zien komen. Of dat we zelf de bodem zien van die waterput waar wij dan ook naartoe moeten wandelen elke dag. Dan is het te laat. Denk daar even aan als je het egoïstische idee krijgt om tegen alle waarschuwingen in toch die heilige koe te wassen, die plantjes te begieten (die je volgend jaar toch opnieuw moet gaan kopen in het tuincentrum) of dat madeliefloze gazon te besproeien. Of als dat niet helpt… bekijk dan nog even ons gierzwaluwtje. 

De waarheid over de boskaart.

DE BOSKAART – AMATEURISME TROEF

 1e amateurisme

Wie de kans heeft gehad om een blik te mogen werpen op de boskaart – die in mei als een meikever kwam en verdween – zal zeker zijn ogen opengetrokken hebben. De enige echte Wellense bossen – die van Ulbeek – waren zonevreemd en dus “onbeschermd. Dat was fout. Nalatigheid of amateurisme, ambtelijk fout in ieder geval. Wellen heeft sinds jaren – als een van de weinige gemeenten in Vlaanderen – een Ruimtelijke Uitvoeringsplan Natuurkernen. In dat plan zijn de bossen van Ulbeek opgenomen als natuurkern met bestemming natuurgebied. De Wellense bossen zijn dus niet zonevreemd. Ze zijn intussen beschermd – lang voor Vlaanderen het initiatief nam om haar bossen te beschermen.

 back-landschap.jpg

Boslandschap (Marius van Dokkum, 2005)

Het is wel bedenkelijk dat Vlaanderen niet wist dat kleine gemeenten ook een natuurbeleid kunnen voeren. We hebben geen tijd gekregen om ons gram te halen. De boskaart werd ingetrokken door de Vlaamse Minister President. Maar daar had Ulbeek niets mee te maken. Onze bossen zijn intussen wel beschermd. Die van Vlaanderen niet. Als alle gemeenten in Vlaanderen dat gedaan hadden, dan was er geen probleem geweest. En jawel, het werkt. Vorige week aangetroffen, een nieuwe soort in Wellen, de Bosorchis. Het kan niet symbolischer zijn.

2de amateurisme

Dat heeft te maken met het bedenkelijk niveau van de boskaart. Eerlijk gezegd trok de kaart op niets. Keuterboerenkaart, om het maar eens terug te zeggen. Het beleid mocht zo’n kaart nooit of nooit aan de burger voorleggen, uit eigen eergevoel en uit zelfrespect.  De verklaring. In 2016 legde de minister een kaart voor om 12.000 ha zonevreemde bossen te beschermen. Het was een goede kaart. De bescherming betekende geenszins een verbod, maar wel een verhoogde procedure om bossen te kappen, ontwikkelen en een compensatie, ook financieel. Na een bestorming van de ministeriele kabinetten door projectontwikkelaars (in ruime zin) verminderde het aantal ha bos op de boskaart drastisch met de motivatie “beslist beleid”. Om geen gezichtsverlies te leiden werd het verloren areaal vervangen door 10.000 kleine bossnippers. In feite waren die snippertjes het resultaat van een onjuiste digitale overlapping van kaarten, een technisch probleem. Het zijn foutjes die elke planner of landmeter dagelijks meemaakt en er onmiddellijk uithaalt. Maar hier bleven ze dus bewust staan voor de “schone schijn”, om de 12.000 ha te behouden. De kleine snippers moesten het verloren areaal van het zogenaamde “het beslist beleid” compenseren. Geen wonder dat er veel weerstand kwam tegen de boskaart van de duizenden kleine bosjes- en houtkanteigenaars. Het is zeer amateuristisch, ergerlijk en onverantwoordelijk om zo’n slechte kaart aan een openbaar onderzoek te onderwerpen als je weet dat het tot een jarenlang ambtelijk en juridisch kluwen en getouwtrek gaat leiden, dat bovendien pal naast de kwestie gaat. Ik denk dat onze ambtenaren andere dingen te doen hebben. Ik mag er niet aan denken dat dit amateurisme wel eens sluwe gestuurde chaos zou kunnen zijn. Dan is het natuurlijk nog erger.

 

landvolk.jpg

Hendrik Barend Koekoek, bosweg (1849-1909)

 3de amateurisme

Het debat in het Vlaams parlement. Ik heb dat debat gevolgd, 3 uur lang. En het was schrijnend hoe weinig parlementsleden in staat waren om de context van de kaart te snappen en verdedigen, te argumenteren van uit een klimaat- en biodiversiteitsbeleid en de indruk te geven dat ze werk willen maken van een ander Vlaams ruimtelijk en biodiversiteitsbeleid. Het natuurbeleid zit nog steeds in de verdrukking. De strijd tegen natuur blijft een primitieve homosapiense reflex. Natuur is gevaarlijk, de reflex genetisch. Je zou verwachten dat zulk een natuurbeleid geen discussie meer behoeft. Maar neen. Bossen zijn nog altijd bedreigend in Vlaanderen. Vooral de angst om niet te mogen bouwen of verbouwen of telen.  

Ja, we hebben angst van grote bomen. We mogen dan wel beschermde bossen hebben, het natuurbewustzijn van de Belg is bedroevend. Kijk maar eens rondom ons, naar de bomenarmoede in onze tuinen. Welke privéeigenaar heeft er in Wellen al het initiatief genomen om op zijn perceel, in zijn voortuin een grote boom te planten om het straatbeeld te verfraaien ? En waar zijn de grote bomen en houtkanten in onze landbouwgebieden, nochtans nodig voor de bevruchting en soortenrijkdom en het ecologisch evenwicht. We hangen wel nestkasten, aan palen ! En betalen imkers voor het plaatsen van bijenkorven omdat de inheemse bijen verdwenen zijn.

Wel, als dat in onze hoofden niet verandert, dan mogen we de politici niet verwijten om amateuristische te werk te gaan en sjoemelkaarten te maken. Het krampachtig amateurisme is een weergave van ons denken en van onze angst voor grote bomen en robuuste natuur. Daarbovenop het ronduit hilarische pleidooi van Wegen en Verkeer dat straatbomen niet dikker dan 10 cm mogen zijn. Hoe gaan we bomen verhinderen om te groeien ?  

Grote bomen en oude bossen zijn zó belangrijk voor onze gezondheid en welbevinden.

In de beemd laten we ze groeien, de bomen, met lage kruinen en wilde kronen.   Ga maar eens kijken aan Graetmolen of in de Broekbeemd.

Jan Nuijens

Vondst !

Hij deed het weer. Onze Gert heeft op zijn zoektochten door onze gebieden weer een supersoort gescoord. Wij waren al blij met de bolderik. Maar zijn laatste vondst sloeg alles. Na breedbladige wespen, gevlekte en bergnacht hebben we nu ook bosorchis in onze gebieden. Gert vond enkele exemplaren waar hij als kenner dadelijk aan zag dat het geen “gewone” gevlekte waren. De door hem gemaakte en op internet geplaatste foto’s maakten een aantal specialisten wakker. En eentje was zelfs zo vriendelijk om ons uit onze twijfels te verlossen. Het onderste ovale blaadje en de juiste vorm van de onderste lipjes van de prachtige bloemetjes waren de juiste kenmerken. Jawel, dit was 100% zeker bosorchis.

IMG_0760.jpg

Het moment van bevestiging.

Neefje.

De bosorchis is familie van de gevlekte en is niet superzeldzaam. Er komen dan ook vaak hybriden voor van beide soorten. Maar waar wij ze vonden staan geen andere soorten (voorlopig). Dus is de kans groot dat dit het begin is van een zuivere populatie. Maar het grootste pluspunt is dat deze soort enkel voorkomt in zeer speciale natuurtypes. Dus dat plekje moeten we als vereniging heel erg koesteren. 

We zijn superfier dat wij dankzij het goede beheer op de juiste plaats deze soort terug konden krijgen. Een boost om verder te doen met het beschermen van onze schitterende Wellense natuur.

IMG_0766.jpg

Jawel, een Wellense bosorchis.

 

Overlast.

Een stevige bui en mijn verkeerde beslissing om zonder regenjas of paraplu de stad in te trekken deden mij een klein cafeetje op de hoek van de straat binnen te lopen. De tafeltjes waren allemaal leeg en enkel aan de toog stonden drie stamgasten te keuvelen. “Een koffie graag “antwoordde ik op de vraag van de cafebaas wat ik graag wou drinken. “Wat een weertje” zei hij toen hij de dampende kop koffie met een onverpakt speculaasje ernaast voor mij neerzette. Maar verder ging onze conversatie niet.

Terwijl ik het duidelijk al heel lang geleden ingerichte interieur even bekeek als tijdverdrijf ving ik het gesprek op van de drie stamgasten aan de andere kant van de toog. Luistervinken is onbeleefd, maar ik had toch niets beters te doen. Daarom probeerde ik hun geanimeerde gesprek een beetje te volgen.

“Vroeger waren er veel minder” was de eerste zin die ik hoorde. “Natuurlijk” zei zijn maat “toen mocht je ze nog zonder problemen afknallen. Ik weet nog dat ze in groepen werden samengedreven en dat ze er tientallen, neen honderden neerwaaiden”. De derde pikte in op het gesprek “Nu zitten ze werkelijk overal. Bij mij in de buurt zijn er vorig jaar weer een heleboel bijgekomen. Ze maken hun hol gewoon bij mijn achterdeur. Zonder dat even te vragen. Ik heb gehoord dat mijn neef is moeten verhuizen van de ene dag op de andere omdat ze zijn eigendom gewoon hadden afgegraven”. “Ja” antwoordde de andere “En niets helpt om ze weg te krijgen. Ze komen werkelijk overal binnen”. “En je moet oppassen als ze binnen geraken. Dan is het helemaal om zeep. Wat een rommel dat ze achterlaten”. “Ik heb zelfs gehoord dat er al iemand gestorven is door hen. Ik las dat ze giftig zijn. Na een bezoek aan zijn huis is die ganse familie op een paar dagen tijd overleden”. Het werd even stil alsof ze voor de slachtoffers van hun laatste repliek even een minuut stilte wilden houden. “Waar is de tijd dat we soms dagen geen van hen tegenkwamen. Kilometers in de omtrek geen enkele te bespeuren” zuchtte een van hen. “Ze zouden ze allemaal moeten opruimen”. “Ja, maar ze zijn beschermd schijnt het”. En ze staarden alledrie naar de al iets minder hevig neergutsende regen door het raam. “Onbegrijpelijk, als je ziet wat een boeltje ze kunnen klaarmaken”. “Hoeveel hebben geen last van hen”. “En als ze ons iets aandoen dan gebeurt er niets. Zij mogen alles zonder dat er ook maar iemand iets over zegt”. Het gesprek viel stil en dat deed ook de regenbui. Tijd om terug te vertrekken. Ik betaalde mijn koffie en stapte naar buiten.

Toen ik de drie stamgasten passeerde knikten ze even naar mij. Ik kende hen al lang, ze woonden in mijn buurt, en ook hun harde bestaan en problemen. “Dag meneer Das, dag meneer Marter, dag meneer Vos” begroette ik hen vriendelijk. En terwijl ik de deur achter mij dichttrok voegde ik er beschaamd aan toe : “Sorry voor de overlast”.

the-fox-at-the-bar-t-shirts-mens-premium-t-shirt.jpg